Denkbeeldenstorm!

Demente dialogen en beschonken beschouwingen over zelfbeelden, mensbeelden, wensbeelden, wereldbeelden, godsbeelden, boeddhabeelden, heiligenbeelden, ideaalbeelden en schrikbeelden. Denk-beelden in een denkbeeldenstorm – woorden in de wind.

Dwaalgids > Filosofie > Denkbeeldenstorm!

Denkbeeldenstorm!

Lees ook: Vrijdenkers hebben maling aan de mind, Het regressieprobleem, Groot Ongeloof, Grote God, Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

Op deze pagina:

Niet-weten is denken zonder denk-beelden

Je krijgt er smedige meningen van. Floppy visies. Een plooibare geest.

Niet weten is het onvermogen om je eigen denkbeelden serieus te nemen. Deze incluis. De volgende incluis.

Je krijgt er smedige meningen van. Floppy visies. Een plooibare geest. Het vermogen om snel tussen standpunten heen en weer te schakelen. Of het onvermogen er lang in te blijven hangen, zeg jij het maar. Ik wil het beslist niet ophemelen. Of neersabelen.

Zo neutraal mogelijk gezegd is niet-weten de verweking van min of meer stabiele, eenduidige en sluitende denk-beelden tot labiele, meerduidige en paradoxale, eh … wemelbeelden. Wat voor beelden? Wemelbeelden.

‘Wemelbeeld’ is volgens Van Dale een literair woord dat verwijst naar een onvast, steeds verschietend beeld:

’t water met zijn wemelbeeld

Ben ik ook eens literair. ‘Literair, verouderd’, voegt het woordenboek eraan toe. Het is ook nooit goed.

Onderstaande litanie combineert de beeldspraak van de wemelbeelden met het foefje van de aanhalingstekens dat woorden bevrijdt uit hun letterlijke betekenis:

Als denkbeelden wemelbeelden worden

Met het verweken van mijn zelfbeelden wordt ik ‘ik’.*

Met het verweken van mijn mensbeelden wordt jij ‘jij’.

Met het verweken van mijn godsbeelden wordt Hij ‘Hij’.

Met het verweken van mijn boeddhabeelden wordt leegte ‘leegte’.

Met het verweken van mijn heiligenbeelden worden iconen ‘iconen’.

Met het verweken van mijn voorbeelden worden idolen ‘idolen’.

Met het verweken van mijn wensbeelden wordt willen ‘willen’.

Met het verweken van mijn ideaalbeelden wordt hoop ‘hoop’.

Met het verweken van mijn schrikbeelden wordt wanhoop ‘wanhoop’.

Met het verweken van mijn angstbeelden wordt vrees ‘vrees’.

Met het verweken van mijn kruisbeelden wordt lijden ‘lijden’.

Met het verweken van mijn ziektebeelden worden gebreken ‘gebreken’.

Met het verweken van mijn doodsbeelden wordt sterven ‘sterven’.

Met het verweken van mijn lichaamsbeelden wordt stof ‘stof’.

Met het verweken van mijn denkbeelden wordt geest ‘geest’.

Met het verweken van mijn wereldbeelden wordt werkelijk ‘werkelijk’.

Met het verweken van mijn toekomstbeelden wordt later ‘later’.

Met het verweken van mijn herinneringsbeelden wordt vroeger ‘vroeger’.

Met het verweken van mijn tijdsbeelden wordt nu ‘nu’.

Met het verweken van mijn wemelbeelden …


* Sommige lezers denken misschien dat ik mij vergis. Dat met het verweken van mijn zelfbeelden ‘ik’ ik wordt. Dat, met andere woorden, in de gang van weten naar niet-weten het onware ik vervangen wordt door het ware ik. Onwaar in de zin van bemiddeld door ideeën die tussen mij en de, laten we zeggen, absolute werkelijkheid in staan; wáár in de zin van onbemiddeld door ideeën, dus rechtstreeks aanschouwd.

Maar dat bedoel ik helemaal niet. Want het onware ik en het ware ik en de relatieve werkelijkheid en de absolute werkelijkheid en de bemiddelde werkelijkheid en de onbemiddelde werkelijkheid behoren wat mij betreft allemaal tot het domein van de denk-beelden.

Het onderscheid tussen denk-beelden en wemelbeelden trouwens ook. Het onderscheid tussen weten en niet-weten ook. Dus waar hebben we het eigenlijk over?

Verder lezen: Wat is non-dualisme? Wat is non-dualiteit?

Twijfel is een verklikker van denk-beelden

Denkbeelden roepen onvermijdelijk vragen op die beantwoord moeten worden. Hypothesen die bevestigd moeten worden. Paradoxen die opgelost moeten worden. Idealen die afgedwongen moeten worden. Kreukels die gladgestreken moeten worden.

Beste Hans,

Twijfel jij weleens aan niet-weten?

Beste Izar,

Twijfelen aan niet-weten? Ik zou niet weten hoe. Mijn leer is immers leeg. Daarom noem ik hem de lege leer.

Onzin natuurlijk, een lege leer, maar ja. Je moet toch wat zeggen, hè. Leer of niet, leeg is leeg. Leg mij maar eens uit aan welk deel van de lege leer ik zou moeten twijfelen.

Izar: Zelf twijfel ik overal aan. Als het te erg wordt, ga ik maar weer langs het strand wandelen of door de duinen zwerven. Ik of niet-ik? Zijn of niet-zijn? Eén of twee? Vorm of leegte? Alles of niets? God of mens? Boeddha of dada? Werkelijkheid of illusie? Maar vooral: weten of niet-weten? Is het leven eigenlijk wel een mysterie? Is er dan helemaal niets te doen of te zeggen? Mag ik er echt geen meningen op na houden? Kan een mens wel leven zonder oordelen? Soms weet ik het niet meer met dat niet weten.

Zeg eens Hans, hoe is het om niet te twijfelen?

Hans: Wie niet twijfelt, zoals ik, is absoluut zeker. Absoluut zeker van absoluut niets. Een zekerheid die bij gebrek aan inhoud niks voorstelt. Om over het absolute nog maar te zwijgen. Dat is dus twee keer niets. Daar maal ik niet om, want malen kan je alleen om iets.

Twijfelen is menselijk. Al te menselijk. Mensen twijfelen over hun identiteit, over hun geslacht, over de schepping, over de relatie tussen subject en object, over de kern van het boeddhisme, over de relatie tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, over de vraag of er wel echte communicatie mogelijk is, over de waarheid, over de zin van het leven, over de aard van het bewustzijn, over het bestaan van een hogere macht of van een leven na de dood…

Zelf was ik ook zo. Van kindsbeen af, bijna een halve eeuw lang, non-stop. Hans van Dam, aartstwijfelaar.

Twijfel is een symptoom, zeg ik achteraf. Wie twijfelt, houdt er hardgebakken denkbeelden op na. Zelfbeelden, mensbeelden, godsbeelden, wereldbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden, angstbeelden, lichaamsbeelden, doodsbeelden en noem maar op. Of noem ze concepten, theoriën, paradigma’s, zienswijzen, geloofsovertuigingen, lijfspreuken, wereldbeschouwingen, filosofieën, meningen, maakt niet uit.

Denkbeelden roepen onvermijdelijk vragen op die beantwoord moeten worden. Hypothesen die bevestigd moeten worden. Paradoxen die opgelost moeten worden. Idealen die afgedwongen moeten worden. Kreukels die gladgestreken moeten worden.

Zelf heb ik geen theorieën, geen paradigma’s, geen zienswijzen geen geloofsovertuigingen, geen lijfspreuken, geen wereldbeschouwing, geen denkbeelden, geen begrippen meer, ze hebben mij niet meer, ze staan allemaal tussen haakjes, tussen aanhalingstekens, er is geen mij of niet-mij om te hebben – hoe zal ik het zeggen.

Waaraan zou ik dan moeten twijfelen? Aan de gedachte dat twijfel een symptoom is, zeg je? Welnee. Weg ermee. En weg ook met niet-weten.

Izar: Twijfel jij dan helemaal nergens over?

Hans: Natuurlijk twijfel ik weleens ergens over. Of eigenlijk de hele dag. Over alledaagse kwesties. Je kent dat wel:

  • Thuisblijven of uitgaan.
  • Regenjas of vest.
  • Te fiets of te voet.
  • Spreken of zwijgen.
  • Kopen of huren.
  • Pijn stillen of pijn lijden.
  • Naar de dokter of afwachten.

Daarover heb ik zo mijn twijfels. Maar over levensbeschouwelijke kwesties? Spiritualiteit, religie, filosofie, ethiek? Nooit meer. Afgelopen uit.

Ik of niet-ik? Tja.

Zijn of niet-zijn? Tja.

Eén of twee? Tja.

Vorm of leegte? Tja.

Alles of niets? Tja.

God of mens? Tja.

Boeddha of dada? Tja.

Werkelijkheid of illusie? Tja.

Weten of niet weten? Tja.

Makkie.

Wat is mijn bestaan?
Een oog in een orkaan.
Een been in een liaan.
Oneindig misverstaan.
Een langgerekt vergaan.

Izar: Dus niet-weten betekent niet steeds-twijfelen?

Hans: De gedachte dat een weetniet een zwaarmoedige twijfelaar zou zijn, zoals een brievenschrijfster onlangs weer eens opperde, berust op een wijdverbreid misverstand.

Net als de gedachte dat iemand die niet weet, van mening zou zijn dat je niets kan weten of dat het leven een mysterie is of dat er niets te doen of te zeggen valt of dat je geen meningen mag hebben of keuzeloos gewaar moet zijn of wat dan ook.

Wat weet ik daar allemaal van? Is mijn leer leeg of niet?

Izar: Zeg jij het maar.

Hans: Ik ben inzake levensvragen geen zwaarmoedige twijfelaar, maar lichtvoetig als een ballerina. Een ballerina op de maan. Vluchtig als een briesje. Een briesje van methaan. Trefzeker als het Dappere Snijdertje dat in één klap zeven vliegen sloeg. Klits, klats, klandere, van de ene kijk naar de andere.

Dat kan je geen weten meer noemen.

Dat kan je geen niet-weten meer noemen.

Dat kan je geen twijfel meer noemen.

Dat kan je geen zekerheid meer noemen.

Dat kan je niet benoemen.

Wat valt er te verbloemen?

Geen woord zo snel of ik achterhaal het wel.

Izar: Betekent dit dat je nooit meer bedroefd of terneergeslagen bent? Dat je voorgoed immuun bent voor melancholie en depressiviteit?

Hans: Wie zegt dat dergelijke gemoedstoestanden uitsluitend of zelfs maar mede veroorzaakt worden door denkbeelden, al dan niet illusoir? Zelfs voor cognitief therapeuten is dat eerder een werkhypothese dan een geloofsartikel.

Afgezien daarvan: waarom zou het weten (‘het weten’) mij na een respijt van tien jaar over tien seconden niet opnieuw in een houdgreep nemen? Al was het maar doordat een herseninfarct of een blikseminslag in één klap mijn zelfbewustzijn vernietigt.

Nee, ik reken nergens op. Ook hierop niet. Maar daarom twijfel ik nog niet. Nóg niet…

* bekend zengezegde: Kleine twijfel, kleine verlichting; grote twijfel, grote verlichting.

Lees ook: Zeg maar tja tegen het leven.

Denk-beelden: houwen of breken?

Een denkbeeldenstorm

Wat is de overeenkomst tussen wijzen en dwazen? Ze denken niet, ze houwen denk-beelden. Wijzen en dwazen zijn denk-beeldhouwers.

En als ze geen denk-beelden houwen dan eren ze ze wel. Denk-beeldendienaars in een denk-beeldendienst. Hun geest is een denk-beeldentuin vol denk-beeldengroepen.

En als ze geen denk-beelden eren dan venten ze ze wel. Denk-beeldenventers in een denk-beeldenkraam.

Vrijdenkers houden wel van denkbeelden maar niet van denk-beelden. Ze houwen ze niet en ze houden ze niet en ze eren ze niet en ze venten ze niet. Maar ze breken ze met liefde. Ze breken ze. Met liefde. Ze breken ze uit liefde. Ze breken zelfs de Liefde.

De denk-beeldhouwer

Spreekt deze beeldspraak je aan? Laat het dan geen beeld-spraak worden.

vrijdenker: personificatie van een denken dat zich steeds weer vrijdenkt; synoniemen: vrijgeest, weetnietgeest

Een eerdere versie van deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Denk-beeld’.

Lees ook: Vrijdenkers hebben maling aan de mind

Denkstenen: welke wil jij op je graf?

Erger dan drekstenen en inoperabel bovendien.

In de filosofie heet het product van een letterlijk (realistisch, essentialistisch, eternistisch, substantialistisch, dualistisch, divisionistisch, discursief, hypostatisch) denken een hypostase.

Ik noem het een denksteen.

Hiermee wil ik de antinominalistische mentaliteit, die achter ieder woord een entiteit weet, aan de kaak stellen:

‘Ik denk dus ik ben.’ (Descartes)

‘God bestaat, anders kon ik hem niet denken.’ (Anselmus)

Het Woord is Steen geworden, zou een theoloog, nee, geoloog, nee, paleontoloog, nee, psycholoog… nou ja, laat maar zitten.

Luchtige gedachten krijgen door letterlijkheid het gewicht van meteorieten. Het ene moment spreek je nog terloops over ‘de armen van geest, zielen die het zonder rede moeten stellen’, het volgende moment slaat diezelfde rede op hol en voor je het weet zit je gevangen in de vraag waar de geest, de ziel en de rede precies gelokaliseerd moeten worden en wat het verband is tussen de geest en de rede, de geest en de ziel, de geest en de Geest, en de Geest en de armoede van geest. En zijn we tweeduizend jaar verder.

Denkstenen liggen zwaar op de geest. Je kan er net zoveel last van krijgen als van blaasstenen, nierstenen, galstenen, oorstenen, speekselstenen en drekstenen. Vooral die laatste.

De geesteskramp die er het gevolg van is, zou je een denksteenkoliek kunnen noemen.

Iemand die regelmatig denksteenkolieken krijgt, is een denksteenlijder.

En denk nou niet dat ik reclame maak voor het nominalisme, de middeleeuwse leer die stelt dat woorden geen reële tegenhanger in de werkelijkheid hebben. Mocht het nominalisme al waar zijn dan heeft het immers zelf geen tegenhanger in de werkelijkheid.

Iets dergelijks geldt ook voor verwante filosofieën zoals het fictionalisme, het anti-platonisme, het anti-realisme, het formalisme, de boeddhistische leer van de leegte (sunyata) en afhankelijk ontstaan, en de hindoeïstische leer van maya.

Lees ook: Wat is non-dualisme?

Denkbeelden over godsbeelden, zelfbeelden en wereldbeelden

Woord, beeld of werkelijkheid?

God is maar een godsbeeld

Leerling: Wat is God?

Meester: Een godsbeeld.

Leerling: Wat voor godsbeeld?

Meester: Dit godsbeeld, dat godsbeeld.

Leerling: God is maar een godsbeeld?

Meester: Wat zou God zijn zonder godsbeeld?

Leerling: God zou ondenkbaar zijn zonder godsbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: God zonder godsbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een godsbeeld?

Tip: God is een poort (en woord is een god)

Christus is maar een christusbeeld

Leerling: Wat is Christus?

Meester: Een christusbeeld.

Leerling: Wat voor christusbeeld?

Meester: Dit christusbeeld, dat christusbeeld.

Leerling: Christus is maar een christusbeeld?

Meester: Wat zou Christus zijn zonder christusbeeld?

Leerling: Christus zou ondenkbaar zijn zonder christusbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: Christus zonder christusbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een christusbeeld?

Lees ook: Lege mystiek op de hoogste piek

Boeddha is maar een boeddhabeeld

Leerling: Wat is de Boeddha?

Meester: Een boeddhabeeld.

Leerling: Wat voor boeddhabeeld?

Meester: Dit boeddhabeeld, dat boeddhabeeld.

Leerling: De Boeddha is maar een boeddhabeeld?

Meester: Wat zou de Boeddha zijn zonder boeddhabeeld?

Leerling: De Boeddha zou ondenkbaar zijn zonder boeddhabeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: De Boeddha zonder boeddhabeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een boeddhabeeld?

Tip: De Diamantsoetra voor dummy’s

Een heilige is maar een heiligenbeeld

Leerling: Wat is een heilige?

Meester: Een heiligenbeeld.

Leerling: Wat voor heiligenbeeld?

Meester: Dit heiligenbeeld, dat heiligenbeeld.

Leerling: Een heilige is maar een heiligenbeeld?

Meester: Wat zou een heilige zijn zonder heiligenbeeld?

Leerling: Een heilige zou ondenkbaar zijn zonder heiligenbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: Een heilige zonder heiligenbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een heiligenbeeld?

Tip: Bodhisattvageloften voor iedereen en niemand

Een vijand is maar een vijandsbeeld

Leerling: Wat is een vijand?

Meester: Een vijandsbeeld.

Leerling: Wat voor vijandsbeeld?

Meester: Dit vijandsbeeld, dat vijandsbeeld.

Leerling: Een vijand is maar een vijandsbeeld?

Meester: Wat zou een vijand zijn zonder vijandsbeeld?

Leerling: Een vijand zou ondenkbaar zijn zonder vijandsbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: Een vijand zonder vijandsbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een vijandsbeeld?

Tip: Voorbij goed en kwaad; de ethiek van niet-weten

Ziekte is maar een ziektebeeld

Leerling: Wat is ziekte?

Meester: Een ziektebeeld.

Leerling: Wat voor ziektebeeld?

Meester: Dit ziektebeeld, dat ziektebeeld.

Leerling: Ziekte is maar een ziektebeeld?

Meester: Wat zou ziekte zijn zonder ziektebeeld?

Leerling: Ziekte zou ondenkbaar zijn zonder ziektebeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: Ziekte zonder ziektebeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een ziektebeeld?

Tip: Dementie, spiritualiteit en niet-weten

De dood is maar een doodsbeeld

Leerling: Wat is de dood?

Meester: Een doodsbeeld.

Leerling: Wat voor doodsbeeld?

Meester: Dit doodsbeeld, dat doodsbeeld.

Leerling: De dood is maar een doodsbeeld?

Meester: Wat zou de dood zijn zonder doodsbeeld?

Leerling: De dood zou ondenkbaar zijn zonder doodsbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: De dood zonder doodsbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een doodsbeeld?

Tip: De dood doodgedacht

Tijd is maar een tijdsbeeld

Leerling: Wat is tijd?

Meester: Een tijdsbeeld.

Leerling: Wat voor tijdsbeeld?

Meester: Dit tijdsbeeld, dat tijdsbeeld.

Leerling: Tijd is alleen een tijdsbeeld?

Meester: Wat zou tijd zijn zonder tijdsbeeld?

Leerling: Tijd zou ondenkbaar zijn zonder tijdsbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: Tijd zonder tijdsbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een tijdsbeeld?

Tip: Metafysica in een wezenloze wereld

Het zelf is maar een zelfbeeld

Leerling: Wat is het zelf?

Meester: Een zelfbeeld.

Leerling: Wat voor zelfbeeld?

Meester: Dit zelfbeeld, dat zelfbeeld.

Leerling: Het zelf is alleen maar een zelfbeeld?

Meester: Wat zou het zelf zijn zonder zelfbeeld?

Leerling: Het zelf zou ondenkbaar zijn zonder zelfbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: Het zelf zonder zelfbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een zelfbeeld?

Tip: Ben je jezelf of het Zelf? Het lege geheim

De mens is maar een mensbeeld

Leerling: Wat is de mens?

Meester: Een mensbeeld.

Leerling: Wat voor mensbeeld?

Meester: Dit mensbeeld, dat mensbeeld.

Leerling: De mens is maar een mensbeeld?

Meester: Wat zou de mens zijn zonder mensbeeld?

Leerling: De mens zou ondenkbaar zijn zonder mensbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: De mens zonder mensbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een mensbeeld?

Tip: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

De wereld is maar een wereldbeeld

Leerling: Wat is de wereld?

Meester: Een wereldbeeld.

Leerling: Wat voor wereldbeeld?

Meester: Dit wereldbeeld, dat wereldbeeld.

Leerling: De wereld is maar een wereldbeeld?

Meester: Wat zou de wereld zijn zonder wereldbeeld?

Leerling: De wereld zou ondenkbaar zijn zonder wereldbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: De wereld zonder wereldbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een wereldbeeld?

Tip: De mystiek van alledag, of het wonder van het water

Het totaal is maar een totaalbeeld

Leerling: Wat is het totaal?

Meester: Een totaalbeeld.

Leerling: Wat voor totaalbeeld?

Meester: Dit totaalbeeld, dat totaalbeeld.

Leerling: Het totaal is alleen maar een totaalbeeld?

Meester: Wat zou het totaal zijn zonder totaalbeeld?

Leerling: Het totaal zou ondenkbaar zijn zonder totaalbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: Het totaal zonder totaalbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een totaalbeeld?

Tip: Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen)

Een grens is maar een grensbeeld

Leerling: Wat is een grens?

Meester: Een grensbeeld.

Leerling: Wat voor grensbeeld?

Meester: Dit grensbeeld, dat grensbeeld.

Leerling: Een grens is maar een grensbeeld?

Meester: Wat zou een grens zijn zonder grensbeeld?

Leerling: Een grens zou ondenkbaar zijn zonder grensbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: Een grens zonder grensbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een grensbeeld?

Tip: Wat is non-dualiteit?

Het lichaam is maar een lichaamsbeeld

Leerling: Wat is het lichaam?

Meester: Een lichaamsbeeld.

Leerling: Wat voor lichaamsbeeld?

Meester: Dit lichaamsbeeld, dat lichaamsbeeld.

Leerling: Het lichaam is maar een lichaamsbeeld?

Meester: Wat zou het lichaam zijn zonder lichaamsbeeld?

Leerling: Het lichaam zou ondenkbaar zijn zonder lichaamsbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: Het lichaam zonder lichaamsbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een lichaamsbeeld?

Tip: Waarnemen of waargeven? De illusie van subject en object

De ziel is maar een zielsbeeld

Leerling: Wat is de ziel?

Meester: Een zielsbeeld.

Leerling: Wat voor zielsbeeld?

Meester: Dit zielsbeeld, dat zielsbeeld.

Leerling: De ziel is maar een zielsbeeld?

Meester: Wat zou de ziel zijn zonder zielsbeeld?

Leerling: De ziel zou ondenkbaar zijn zonder zielsbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: De ziel zonder zielsbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een zielsbeeld?

Tip: Ledig de Geest in de Wolk van niet-weten

Vrijheid is maar een vrijheidsbeeld

Leerling: Wat is vrijheid?

Meester: Een vrijheidsbeeld.

Leerling: Wat voor vrijheidsbeeld?

Meester: Dit vrijheidsbeeld, dat vrijheidsbeeld.

Leerling: Vrijheid is maar een vrijheidsbeeld?

Meester: Wat zou vrijheid zijn zonder vrijheidsbeeld?

Leerling: Vrijheid zou ondenkbaar zijn zonder vrijheidsbeeld.

Meester: Of niet meer dan een woord.

Leerling: Vrijheid zonder vrijheidsbeeld is niet meer dan een woord?

Meester: Of is dat weer een vrijheidsbeeld?

Tip: Brieven verlichting; de vrijheid voorbij

Denkbeelden bestormen, woorden vermoorden

Dinand: Wat is niet-weten?

Hans: Denkbeelden bestormen, woorden vermoorden.

Dinand: Want de Waarheid is voorbij de woorden?

Hans: Waarheid is een woord.

Dinand: Want we moeten naar de stilte in ons zelf?

Hans: Zelf is een woord.

Dinand: Want we moeten naar de stilte?

Hans: Stilte is een woord.

Dinand: Niet-weten is anders ook een woord.

Hans: Een ander woord voor moord.

Tip: Wat is spirituele verlichting?

Van je hart geen woordkuil maken

Aurélie: Wat is niet-weten?

Hans: Van je hart geen woordkuil maken.

Aurélie: Alle woorden moeten eruit?

Hans: Zelfs ‘woorden’ en ‘moeten’ en ‘eruit’.

Tip: Wat is niet-weten?

Afgescheidenheid is een denkbeeld

en ‘concept’ is een concept

Ferre: Concepten zijn de oorzaak van onze afgescheidenheid.

Hans: ‘Concept’ is een concept.

Ferre: Een denkbeeld, bedoel ik. Iets onwerkelijks.

Hans: ‘Denkbeeld’ is een denkbeeld. ‘Onwerkelijk’ is een denkbeeld. ‘Afgescheidenheid’ is een denkbeeld. ‘Oorzaak’ is een denkbeeld.

Ferre: Een denkbeeld deelt wat oorspronkelijk heel is in tweeën.

Hans: ‘Delen’ is een denkbeeld. ‘Oorspronkelijk’ is een denkbeeld. ‘Heel’ is een denkbeeld. ‘Oorzaak’ is een denkbeeld.

Ferre: Hoe kunnen wij onze afgescheidenheid overwinnen?

Hans: ‘Wij’ is een denkbeeld. ‘Overwinnen’ is een denkbeeld.

Ferre: Dan zeg ik wel niks meer.

Hans: Zo kan je het ook zeggen.

Tip: Wat is non-dualiteit?

De kenner van alle denkbeelden is een denkbeeld

Als je ook het verhaal van grote ik doorziet

Hans: Wat is realisatie volgens jou?

Goof: Het moment waarop grote ik het verhaal van kleine ik doorziet.

Hans: Wat is kleine ik?

Goof: Een denkbeeld, een gedachte, een concept, een illusie.

Hans: En grote ik?

Goof: Je ware aard, de kenner van kleine ik en van alle andere denkbeelden.

Hans: Wie zegt dat er zo’n kenner is?

Goof: Hoe kan een gedachte anders worden gekend?

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Goof: Dat kan ik niet ontkennen.

Hans: Dus grote ik zou best eens een illusie kunnen zijn?

Goof: Dat had ik me nog niet gerealiseerd.

Hans: Of is dat ook maar een gedachte?

Goof: Maar wat is dan realisatie?

Hans: Dat is dan realisatie.

Goof: Maar waarvan?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Goof: En door wie?

Hans: Als ik dat eens wist.

Goof: Zeg nou eens wat, man.

Hans: Volgens mij is realisatie het moment waarop je ook het verhaal van grote ik doorziet…

Goof: Aha!

Hans: Of is dat ook maar een denkbeeld?

Tips: Brieven advaita; het bewustzijn voorbij, Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Het alledaagse is ook voorbij de woorden

En wat dan nog?

Almira: Het allerhoogste laat zich niet in woorden beschrijven.

Hans: En?

Almira: Daarin onderscheidt het zich van het alledaagse.

Hans: Het alledaagse laat zich anders ook niet in woorden beschrijven.

Almira: O nee?

Hans: Wat voor kleur heeft die zitbal bijvoorbeeld?

Almira: Blauw. Pruisisch blauw, om precies te zijn.

Hans: Heel goed. Beschrijf die kleur nou eens aan iemand die kleurenblind is.

Almira: Eh… de kleur van… nee, het is… stel je voor dat…

Hans: Nou?

Almira: Ik weet het niet.

Hans: Prima omschrijving.

Almira: Maar jij begrijpt me toch wel?

Hans: Alleen maar omdat ik al weet wat Pruisisch blauw is.

Almira: Maar als je nou begrijpt wat ik bedoel…

Hans: Met de naam van een kleur omschrijf je niet het nog onbekende, je benoemt alleen het reeds bekende.

Almira: Ik geef toe dat het met kleur…

Hans: Beschrijf het geluid van een sirene of van mijn stem maar eens aan een dove.

Almira: Tja.

Hans: Sommige mensen kennen geen pijn. Beschrijf jouw pijn maar eens op zo’n manier dat ze precies weten wat je bedoelt.

Almira: …

Hans: Wat dacht je van warmte en koude? Druk? Textuur? Een vederlichte aanraking? Richtingsgevoel? Houdingszin? Jeuk?

Almira: Ik geef toe dat er bij zintuiglijke waarnemingen moeilijkheden kunnen ontstaan maar…

Hans: Er zijn mensen die geen dorst kennen. Er zijn mensen die geen verzadiging kennen. Er zijn mensen die geen lust kennen. Er zijn mensen die het orgasme niet kennen. Wat zou je tegen ze zeggen?

Almira: Oké, maar instincten zijn ook zo basaal…

Hans: Angst? Woede? Liefde? Mededogen? Tederheid? Onbehagen? Neerslachtigheid? Verdriet?

Almira: Gevoelens zijn natuurlijk sowieso vaag…

Hans: Beschrijf die berk daar dan maar eens op zo’n manier dat ik hem ongezien kan natekenen.

Almira: Organische vormen zijn natuurlijk minder makkelijk dan geometrische…

Hans: Zou je je huis zo kunnen beschrijven dat iemand het ongezien na zou kunnen bouwen?

Almira: Complexe vormen zijn natuurlijk minder makkelijk dan enkelvoudige…

Hans: Geef me dan maar een uitputtende beschrijving van een baksteen.

Almira: Ik zou niet weten waar ik moest beginnen.

Hans: Wat dacht je van de kleur?

Almira: Wil je zeggen dat niets zich in woorden laat beschrijven?

Hans: Alsof ik wat wil zeggen.

Almira: Waarom dan dit hele gesprek?

Hans: Omdat jij zo nodig iets nietszeggends over het allerhoogste moest roepen.

Almira: Wat moet ik anders over het allerhoogste roepen?

Hans: Welk allerhoogste?

Almira: Wil je zeggen dat het allerhoogste niet bestaat?

Hans: Alsof ik wat wil zeggen.

Almira: Wil jij beweren dat er niets te zeggen valt?

Hans: Wil jij me wel horen?

Tip: Het regressieprobleem

Denk-beelden spreken niet

Het zijn dat in ons zwijgt

Edo: Maurice Merleau-Ponty zei het al: Het is het zijn dat in ons spreekt en niet wij die van het zijn spreken.*

Hans: Wie zegt dat?

Edo: Maurice … O … Eh … Het zijn?

Hans: Is het ook het zijn dat in ons liegt of zijn wij het die liegen?

Edo: Eh … Ook het zijn, denk ik?

Hans: Denkt wie?

Edo: Eh … Het zijn?

Hans: Als het zijn zegt dat het in ons spreekt, hoe weten we dan dat het op dat moment niet in ons liegt?

Edo: Eh … Dat weten we niet?

Hans: Wie niet?

Edo: Eh … Het zijn niet?

Hans: Dus?

Edo: …

Hans: Is dit het zijn dat in ons zwijgt of zijn wij het die zwijgen?

* in Le Visible et l’Invisible

Tip: Het Stilte-evangelie

Dan is de hoogste waarheid de laagste leugen

1.

Leerling: Stilte is de Hoogste Waarheid.

Meester: Waarom zit je er dan steeds doorheen te kletsen?

2.

Leerling: Als het om de Hoogste Waarheid gaat is alle spraak even leugenachtig.

Meester: Is dat waar?

3.

Leerling: Als het om de hoogste waarheid gaat is alle spraak even leugenachtig.

Meester: Waarom spreek je dan toch van de hoogste waarheid?

Leerling: In plaats van?

Meester: De laagste leugen bijvoorbeeld.

Leerling: Nou ja.

Meester: Is de laagste leugen minder correct dan de hoogste waarheid?

Leerling: Probeert u mij op de kast te krijgen?

Meester: Dan is niet alle spraak even leugenachtig.

Leerling: Ik zeg, als het om de hoogste waarheid gaat is alle spraak even leugenachtig.

Meester: Dan is de hoogste waarheid de laagste leugen.

Tip: De Intergalactische Waarheidsconferentie

Zonder woorden zou er geen ‘leven’ zijn

Je kan je nou wel afvragen wat het is, maar is het wel?

Igor: Wat is het leven?

Hans: Een woord.

Igor: Ja, dat weet ik ook wel.

Hans: Je kan je nou wel afvragen wat het is, maar is het wel?

Igor: Natuurlijk is het wel.

Hans: Wijs eens aan.

Igor: Jij bent het. Ik ben het. Dit gesprek is het.

Hans: Meer woorden.

Igor: Als ik het kon aanwijzen, zou ik je niet vragen wat het is.

Hans: Als ik wist wat het was, zou ik je niet vragen het aan te wijzen.

Igor: Zonder leven zouden er geen woorden zijn.

Hans: Zonder woorden zou er geen leven zijn.

Igor: Maar wat is nou het leven?

Hans: Ja, dat is nou het leven.

Tip: Zingeving voor zotten

Je kan nat worden van de regen maar niet van het weerbericht

Willy: Wat is het leven?

Hans: Je kan nat worden van de regen maar niet van het weerbericht.

Willy: Ik vraag je wat het leven is.

Hans: Je kan me net zo goed vragen een schilderij van een pijp te roken.

Willy: Magritte.

Hans: Voilà.

Willy: Bedoel je dat het leven een abstractie is zonder tegenhanger in de werkelijkheid?

Hans: Je kan net zo goed zeggen dat de werkelijkheid een abstractie is zonder tegenhanger in het leven.

Willy: Zo schieten we niet op.

Hans: Ik hoef nergens heen.

Willy: Maar ik wel.

Hans: Dan zal dat het verschil wel zijn.

Tip: Leven is geen kunst

Wat is een bank nou echt?

Geertje: Wat is het leven nou echt?

Hans: Als je op de meubelboulevard het woord bank ziet staan, waar denk je dan aan?

Geertje: Een zitelement.

Hans: Als je geld wilt opnemen en je ziet het woord bank staan, waar denk je dan aan?

Geertje: Een financiële instelling.

Hans: Wat is een bank nou echt?

Tip: Brieven niet-weten; de grootspraak voorbij

Wat is je ware schaduw?

Schimmenspel

Wat is mijn ware schaduw?

Tip: Ben je jezelf of het Zelf? Het lege geheim

Woorden zijn ook dingen

Hokjes waar niets in past

Twan: Bla bla bla.

Hans: Wat is er?

Twan: Dat stomme geklets altijd.

Hans: Heb jij iets tegen woorden?

Twan: Woorden maskeren het ondifferentieerbare zijn.

Hans: Die heb je niet van mij.

Twan: Als ik het van jou moest hebben…

Hans: Wat betekent het eigenlijk?

Twan: Dat woorden niet echt zijn.

Hans: Hoezo?

Twan: Woorden zijn hokjes waar niets in past.

Hans: Is woord ook zo’n hokje?

Twan: Eh…

Hans: En hokje en passen en echt?

Twan: Hm…

Hans: En ondifferentieerbaar en zijn en maskeren?

Twan: Maar dingen zijn geen woorden.

Hans: Sommige wel.

Twan: Welke bijvoorbeeld?

Hans: Woorden bijvoorbeeld.

Twan: Woorden zijn ook dingen?

Hans: Gesproken woorden, gezongen woorden, geschreven woorden, gedrukte woorden, gestanste woorden, geslepen woorden, geprojecteerde woorden, gedachte woorden…

Twan: Daar was ik nou nooit opgekomen.

Hans: Waarop niet?

Twan: Dat woorden ook deel uitmaken van het ondifferentieerbare zijn.

Hans: Bla bla bla.

Tip: Dwijsheid, vrijplaats tussen dwaasheid en wijsheid

Denkbeeldenaars in de denkbeeldentuin

Luka: Het bewustzijn verschijnt in het lichaam.

Hans: Materialist.

Luka: Ik bedoel, het lichaam verschijnt in het bewustzijn.

Hans: Idealist.

Luka: Ik bedoel, lichaam en bewustzijn zijn autonome substanties.

Hans: Dualist.

Luka: Ik bedoel, lichaam en bewustzijn zijn wederzijds afhankelijk.

Hans: Interactionist.

Luka: Ik bedoel, lichaam en bewustzijn zijn niet-twee.

Hans: Non-dualist.

Luka: Ik bedoel, lichaam en geest zijn één.

Hans: Monist.

Luka: Ik bedoel, lichaam en geest zijn alleen maar woorden.

Hans: Nominalist.

Luka: Dan zeg ik wel niks meer.

Hans: Quiëtist.

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Toch weer iets te zeggen gevonden?

Meester: Wat ben je stil?

Leerling: Ik heb niets meer te zeggen.

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Leerling: Ik heb niets meer te zeggen, en dat ook niet.

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Leerling: Ik heb niets meer te zeggen, en dat ook niet, en dat ook niet, en dat ook niet…

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Leerling: Dan zeg ik wel niets meer.

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Leerling: …

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Als spreken en zwijgen gelijkwaardig zijn

Meester: Waarom zeg je niks meer?

Leerling: …

Meester: Je zwijgt nou al een week.

Leerling: …

Meester: Heb je je laatste oortje versnoept?

Leerling: …

Meester: Dag dan maar.

Leerling: Er is geen spreker die het de zwijger kan verbeteren.

Meester: Er is geen zwijger die het de spreker kan verbeteren.

Leerling: We kunnen niet allebei gelijk hebben.

Meester: Toch wel.

Leerling: Hoe dan?

Meester: Als spreken en zwijgen gelijkwaardig zijn.

Leerling: Wou u beweren dat beide van de hoogste waarheid kunnen getuigen?

Meester: Dat kan ook nog.

Leerling: Wat kan ook nog?

Meester: Geen van beide.

Leerling: Volgens u kunnen spreken noch zwijgen van de hoogste waarheid getuigen?

Meester: Van de wat?

Tip: De Poortloze Poort voor dummy’s

Waar ik in vredesnaam mee bezig ben

Esmée: Hoe breng je niet-weten tot uitdrukking zonder spreken of zwijgen?

Hans: Eerst maar eens vaststellen of je niet weet.

Esmée: Hoe stel je vast of je niet weet?

Hans: Eerst maar eens vaststellen of je bent.

Esmée: Hoe stel je vast of je bent?

Hans: Eerst maar eens vaststellen wat zijn betekent.

Esmée: Je hoort mij op weg te helpen, niet op te houden.

Hans: Ik zie het verschil niet.

Esmée: Waar ben jij in vredesnaam mee bezig.

Hans: Niet weten tot uitdrukking brengen zonder spreken of zwijgen?

Tip: Meester Hans

Om je de waarheid te vertellen

Guust: Kan je mij zonder iets of niets te zeggen de waarheid vertellen?

Hans: Je veronderstelt dat er een waarheid is.

Guust: Aha.

Hans: Wat?

Guust: Die is er dus niet.

Hans: Nou veronderstel je weer dat er geen waarheid is.

Guust: Wat wil je dan zeggen?

Hans: Je veronderstelt dat ik iets wil zeggen.

Guust: Zit je mij in de maling te nemen?

Hans: Je veronderstelt dat ik iets aan het doen ben.

Guust: Wat heeft dit anders te betekenen?

Hans: Waarom zou het iets betekenen?

Guust: Wou jij zeggen van niet?

Hans: Waarom zou het niets betekenen?

Guust: Waarom doe je dan zo raar?

Hans: Om je de waarheid te vertellen zonder iets of niets te zeggen?

Tip: Meester Schaap en Broeder Ezel

De waarheid is dat je van alles aanneemt

Leerling: Kunt u zonder spreken of zwijgen de waarheid uitdrukken?

Meester: Je veronderstelt dat er een waarheid is.

Leerling: Waar hebben we het anders de hele tijd over?

Meester: Je veronderstelt dat ik de waarheid ken.

Leerling: Wat doe ik anders hier?

Meester: Je veronderstelt dat de waarheid zich laat uitdrukken.

Leerling: Hoe wou u haar anders overdragen?

Meester: Je veronderstelt dat jij haar kunt verstaan.

Leerling: Anders kunnen we meteen wel ophouden.

Meester: Waarop baseer je al die aannames?

Leerling: Zeg me nou maar gewoon de waarheid.

Meester: Maar ik doe niet anders.

Tip: Meester Spoorloos en agent Speurneus

Vragen zonder spreken of zwijgen

Leerling: Kunt u zonder spreken of zwijgen de waarheid uitdrukken?

Meester: Stel eerst je vraag maar eens op die manier.

Tip: De Linji-lu voor dummy’s

Ik heb niets te zeggen, maar ik weet niet hoe

Leerling: John Cage zei het al, ‘Ik heb niets te zeggen en dat zeg ik.’

Meester: Ik heb niets te zeggen, en dat ook niet.

Jaren later

Leerling: Ik heb niets te zeggen en dat ook niet.

Meester: Waarom zeg je het dan toch?

Tip: De Hartsoetra voor dummy’s

Spreken is ijzer, zwijgen is schroot, dus

1.

Sharona: Moeten wij over niet-weten spreken of zwijgen?

Hans: Spreek erover en je zegt te veel, zwijg erover en je zegt te weinig.

Sharona: Dus?

Hans: Dus.

2.

Valentino: Moeten wij over niet-weten spreken of zwijgen?

Hans: Spreek erover en je zegt te veel, zwijg erover en je zegt veel te veel.

Valentino: Dus?

Hans: Dus.

3.

Horace: Moeten wij over niet-weten spreken of zwijgen?

Hans: Spreken is ijzer, zwijgen is schroot.

Horace: Dus?

Hans: Dus.

Tip: Apologie voor mijn apologie van niet-weten

Leren dat je niet weet wat je zegt, is al moeilijk genoeg

Wat is kennis zonder object?

Leerling: Echte Wijsheid is kennis zonder object die alleen maar met het innerlijk oog gezien kan worden en waarvan…

Meester: Schei toch uit.

Leerling: Wat heb ik nou weer verkeerd gezegd?

Meester: Wat is kennis zonder object?

Leerling: De hoogste kennis die alleen maar…

Meester: Onwetendheid natuurlijk.

Leerling: Hè?

Meester: Wat is het innerlijk oog?

Leerling: Het orgaan waarmee wij de Hoogste Waarheid…

Meester: Een rudimentair gezichtsorgaan dat achter je dikke schedel stekeblind zit te wezen.

Leerling: Hè?

Meester: Ook wel de pijnappelklier genoemd.

Leerling: We hebben het hier over een niet-organisch orgaan waarover in de Upanishaden…

Meester: Je weet gewoon niet wat je zegt.

Leerling: U wel soms?

Meester: Ik ook niet, maar ik doe tenminste niet alsof.

Leerling: Wat doe ik hier dan nog?

Meester: Leren dat je niet weet wat je zegt?

Leerling: Is dat dan echte Wijsheid, de kennis zonder object die alleen maar met het innerlijk oog gezien kan worden en waarvan…

Meester: Schei toch uit.

Tip: Eufemismen voor niet-weten

Waarom ik nog spreek: verklaringen om af te leggen

Maandag

‘Als je niets weet, waarom spreek je dan nog, Hans?’

‘Sinds wanneer is daar een reden voor nodig?’

Dinsdag

‘Als je niets weet, waarom spreek je dan nog?’

‘Moet alle spraak een weten uitdrukken?’

Woensdag

‘Als je niets weet, waarom spreek je dan nog?”

‘Wie zegt dat ik niets weet?’

Donderdag

‘Als je niets weet, waarom spreek je dan nog?’

‘Als je niets weet, waarom niet?’

Vrijdag

‘Als je niets weet, waarom spreek je dan nog?’

‘Als ik dat eens wist.’

Zaterdag

‘Als je niets weet, waarom spreek je dan nog?’

‘Omdat jij iets weet?’

Zondag

‘God, wat is het stil.’

Tip: Het Evangelie van Ongelovige Thomas

Waarover men niet zwijgen kan, daarover moet men spreken

Tractatus philosophico tautologicus

Herman: Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.

Hans: Wittgenstein.

Herman: Tractatus Logico-Philosophicus.

Hans: Wat vind jij van die uitspraak?

Herman: Goed advies. Jij?

Hans: Het is een tautologie.

Herman: Hoezo?

Hans: Men kan nou eenmaal niet anders dan zwijgen waarover men niet spreken kan.

Herman: Verdraaid.

Hans: En men kan nou eenmaal niet anders dan spreken waarover men niet zwijgen kan.

Herman: Logisch.

Hans: Tauto-logisch.

Herman: En als je het niet als tautologie opvat?

Hans: Dan heb je een probleem.

Herman: Hoezo?

Hans: Hoort de uitspraak zelf niet tot de zaken waarover men moet zwijgen?

Herman: Naar positivistische maatstaven wel.

Hans: Wittgenstein heeft nooit zijn mond weten te houden.

Herman: Ik ook niet.

Hans: Wie wel.

Herman: …

Hans: Niet slecht.

Herman: Ik ben er toch nog niet helemaal uit.

Hans: Waaruit?

Herman: Vind jij dat je moet zwijgen als je niets te zeggen hebt?

Hans: Je neemt aan dat je daar iets over te zeggen hebt.

Herman: Wou jij soms zeggen van niet?

Hans: Mij niet gezien.

Herman: Waarom niet?

Hans: Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.

Tip: De non-dualist en de non-filosoof

Horen is geloven

Plona: Als je niets te zeggen hebt, waarom zwijg je dan niet?

Hans: Omdat mensen het zelf moeten kunnen vaststellen.

Tip: Hans van Dam

Laatste woorden over het laatste woord

1.

Jetze: Niet-weten is niet het laatste woord.

Hans: Wat is wel het laatste woord?

Jetze: Eh…

Hans: Nou dan.

2.

François: Niet-weten is niet het laatste woord.

Hans: Wat is wel het laatste woord?

François: Mededogen.

Hans: En dan?

François: Daar vraag je me wat.

Hans: Daar zit je dan met je mededogen.

François: Engagement?

Hans: Engagement is het laatste woord?

François: Ik zou het anders ook niet weten.

Hans: En dan?

François: Als ik dat eens wist.

Hans: Voilà.

3.

Akshay: Niet-weten is niet het laatste woord.

Hans: Zeker weten?

Akshay: Anders zou ik het niet zeggen.

Hans: Wat is wel het laatste woord?

Akshay: Zeg jij het maar.

Hans: Voor jou of voor mij?

Akshay: Voor mij.

Hans: Weten natuurlijk.

Akshay: Waarom denk je dat?

Hans: Hoe weet je anders dat niet-weten niet het laatste woord is?

Akshay: Verdraaid.

Hans: Vandaar.

Akshay: Wat is voor jou het laatste woord?

Hans: Het eerste woord

Akshay: Wat is het eerste woord?

Hans: Eh…

Tip: Zalig zijn de armen van geest