Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

‘Dwaaltaal’ is een set van woorden, uitdrukkingen, lemma’s en stijlfiguren voorbij de woorden. Stamelen hoeft niet meer: welsprekend niet-spreken vanuit een wetend niet-weten is wel vliegwerk, maar geen kunst.

Dwaalgids > Niet-weten > Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet spreken

Spreken zonder spreken

Nederlands is een rijke taal, maar wie over niet-weten wil praten, heeft een probleem. Gelukkig is onze taal al net zo plooibaar als onze geest, en een van de genoegens van het leven is de overlevering naar je tong te zetten.

Dat doe je bijvoorbeeld met neologismen: nieuwe woorden samengesteld uit oude componenten of oude woorden met een nieuwe betekenis. De meeste nieuwvormingen op deze website zijn zelfverklarend: dwijze, agnose, dwaalmeester, spookwoord, denk-beeld. Wie toch een verklaring wil, kan hieronder naar keus zijn hart of zijn neus ophalen.

Verder bevat deze pagina een lijst van stijlfiguren die handig zijn bij het schrijven van dwaalteksten, en nog zo het een een ander.

Een weetniet zal je er niet een twee drie van worden, maar stamelen als een weetniet kan je leren, wat wil je nog meer?

Het lege paradigma

En dat ook niet

Toen ik net tot niet-weten was gekomen, kon ik alleen maar stamelen: ‘En dat ook niet! En dat ook niet! En dat ook niet!’ in reactie op gedachten die tevergeefs kaas probeerden te maken van wat ik destijds zelfs geen niet-weten wist te noemen. Die term, niet-weten, heb ik pas later ontdekt, toen ik de literatuur in dook op zoek naar mensen die iets soortgelijks hadden meegemaakt.

Jaren ben ik bezig geweest om woorden en uitdrukkingen te verzinnen en te verzamelen en ze aan elkaar te rijgen tot iets dat enigszins op proza lijkt, de proza van het stamelen, de proza van het herroepen, de proza van het sprekend niet-spreken. Verder dan ‘enigszins’ zal ik het wel nooit brengen.

Tegenwoordig kijk ik vol verbazing terug op die periode. Een woordenlijst heb ik allang niet meer nodig en de metaforen fladderen ’s zomers en ’s winters als vlinders door de dwaaltuin van mijn geest. Makkelijke woorden, moeilijke woorden, sommige lovend, andere neutraal of schertsend, net wat de situatie vraagt. Het zijn ook allang geen losse woorden meer, maar hele woordvelden, sjablonen, formules, denkwijzen.

Wil ik het nu hebben over iemand die niet meer weet dan spreek ik van een weetniet, Wijde Weetniet, een weetnietgeest, een weetnietbeest, een arme van geest, een niet-weter, een nitwit of een weteloze. Ik noem hem of haar of mezelf een dummy, een duisterling, een verduisterde, een dwijze, een dwijsgeer of een dwijsneus. Ik spreek van een dwaalgast, een dwaalgeest, een dwaalgids, een dwaalmeester, een lege leerling, een tja-zegger, een tjaïst, een wis-kundige, een wiskunstenaar, een varioloog, een agnost, een asoof, een filasoof, een varioloog of een autoclast.

Wil ik het hebben over het niet-weten (zelfstandig naamwoord) dan kan ik ook spreken van weteloosheid, verduistering, de wolk van niet-weten, de lege leer, het lege boek, lege spiritualiteit, lege religie, lege mystiek, mindlesness, de dwaalweg, een weetnietfeest, wis-kunde, variologie, agnose, asofie, filasofie, adoxie, paradoxie of autoclasme.

Naar analogie van, en in contrast met, gevleugelde zenboeddhistische termen als Grote Twijfel, Grote Verlichting, Groot Vertrouwen en Groot Inzicht dienen zich voor een radicaal niet-weten spontaan termen aan als Groot Wantrouwen, Groot Voorbehoud, Groot Schouderophalen, Groot Ongeloof, Groot Uitzicht, Groot Doorzicht, Grote Vrede, Grote Stilte, Grote Leegte en het Grote Tja. Het gaat hierbij natuurlijk steeds om dezelfde houding van totale scepsis ten opzichte van al je gedachten, gevoelens en waarnemingen, dus ook ten opzichte van de houding van totale scepsis ten opzichte van al je gedachten, gevoelens en waarnemingen. Ben je daar ook weer van verlost.

Eveneens naar analogie van en in contrast met zenboeddhistische uitdrukkingen als de wijsheid voorbij alle wijsheid en de kennis zonder leraar, kunnen we een radicaal niet-weten ook omschrijven als de wijsheid voorbij, en iemand die de wijsheid voorbij is en er zijn mond niet over kan houden een leraar zonder kennis. Vergelijkbare uitdrukkingen vind je in de lemma’s over stijlfiguren, de ellips en het oxymoron elders op deze pagina.

Al die woorden en uitdrukkingen (er zijn er nog veel meer) – ei ei, spielerei. Holle klanken voor een lege leer. Knollen voor citroenen. Weg ermee. En weg ook met het ‘weg ermee’.

Lees ook: Dwaalspreuken voor in de vrolijke keuken, Groot Ongeloof, Grote God, Zeg maar tja tegen het leven

Adoxie

Naar analogie van woorden als orthodoxie en heterodoxie zouden we niet-weten – het ontbreken of althans het tussen haakjes staan van iedere mening – adoxie (a- + doxie: geen mening) kunnen noemen.

Orthodoxie is rechtzinnigheid, heterodoxie is onrechtzinnigheid. Het is daarom niet vergezocht om adoxie terug te vertalen als onzinnigheid. In normaal Nederlands duidt dit woord op een gebrek aan gezond verstand, wat voor de meeste mensen iets negatiefs schijnt te zijn.

Om het verschil tussen deze betekenis en die van adoxie aan te geven, schrijven we daarom on-zinnigheid, met een streepje tussen on en zinnigheid. De bijbehorende adjectieven zijn respectievelijk adox en on-zinnig, in de betekenis van niet-wetend.

Zoals men van een christen kan zeggen dat hij rechtzinnig is omdat hij in overeenstemming met de rechte leer leeft, zo kan men van een dwijze zeggen dat hij on-zinnig is omdat hij in overeenstemming met de lege leer leeft.

Voor zover het niet-weten zich manifesteert als een eindeloze nevenschikking van meningen (standpunten, perspectieven, oordelen et cetera) waartussen de weetniet ten diepste geen onderscheid weet te maken, is paradoxie [Grieks, para, naast, bij + doxa] een voor de hand liggend synoniem.

Verder lezen: Leven in de paradox, Wat is non-dualisme? Wat is non-dualiteit?

Agnose

Agnose (Grieks: a, niet + gnosis, kennis) is een ander woord voor niet-weten.

Agnose is geen agnosie (een herkenningsstoornis) of agnosticisme (de leer van Spencer en Huxley dat het bestaan van God evenmin bewezen kan worden als zijn niet-bestaan).

Agnose verwijst niet naar een toestand van onwetendheid, zwakzinnigheid of dementie.

Agnose staat niet voor een obscurantistische verheerlijking van irrationaliteit boven rationaliteit, het gevoel boven het verstand of de natuur boven de beschaving.

Agnose is niet de claim dat er geen gnosis bestaat – hogere kennis over de zin van het leven, het wezen van de mens, de aard van de realiteit, het leven na de dood, transcendentie en andere levensbeschouwelijke, spirituele, theologische en filosofische zaken.

Agnose betekent alleen maar dat je er naar je eigen oordeel niet in bent geslaagd tot enige vorm van gnosis te komen. Dat toegeven aan jezelf en aan anderen, er vrede mee hebben, een diepere vrede dan je misschien voor mogelijk houdt, een vrede die in mijn beleving kan wedijveren met die van welk weten of geloven ook – dat is wat ik onder agnose versta.

Met de uitdrukking in agnose verkeren bedoel ik in (een wolk van) niet-weten verblijven.

In agnose, dat wil zeggen in de wolk van niet-weten, vind je geen immanentie en geen transcendentie, geen theïsme en geen atheïsme, geen gnosticisme en geen agnosticisme, geen moralisme en geen immoralisme, geen dualiteit en geen non-dualiteit, geen activisme en geen fatalisme, geen militarisme en geen pacifisme, geen vorm en geen leegte, geen ego en geen zelf, geen wijsheid en geen dwaasheid, geen eenheid, geen tweeheid, geen niet-tweeheid, geen drieheid en geen veelheid, geen twijfel en geen zekerheid, geen weten en geen niet-weten.

In de wolk van niet-weten vind je niets, maar als je geluk hebt mag je er de extase van ek-stase ervaren.

Een agnost is iemand die in agnose verkeert.

Lees ook: Zalig zijn de armen van geest

Autoclasme

Iconoclasme is van alle tijden. Iedere religie lokt zijn eigen tegenbeweging uit, soms zelfs meerdere. Terwijl de oorspronkelijke religie uitdijt, diversifieert, inlijft, politiseert en verwatert, ontstaat vanzelf het verlangen om terug te keren naar de oorsprong, de roep om versobering.

Het orthodoxe christendom inspireerde tot de mystiek, het katholicisme tot de reformatie, het calvinisme en het quakerisme, de islam tot het soefisme, het jodendom tot het chassidisme, het boeddhisme tot zen, het hindoeïsme tot de advaita vedanta en die weer tot neo-advaita.

Inderdaad kun je niet-weten opvatten als het zoveelste iconoclasme, zij het dat het zich niet tegen één specifieke traditie richt – cultureel, spiritueel, filosofisch, psychologisch, religieus of anderszins – maar tegen alle tegelijk. Of liever, tegen geen van alle, want niet-weten is niet naar buiten gekeerd, maar naar binnen. Het is een autoclasme.

Niet-weten vreet je eigen iconen aan – ideeën, helden, standpunten, theorieën, overtuigingen, idealen – zonder zich om die van de buitenwereld te bekommeren. Totdat het zelfs het onderscheid tussen binnen en buiten vernietigt. Totdat het zelfs het onderscheid tussen weten en niet-weten vernietigt.

Als ten slotte ook het vernietigen zélf ten prooi valt aan deze onverzadigbare veelvraat, is alles gewoon weer bij het oude. Maar wat was eigenlijk het oude? En wat is nog gewoon?

Verder lezen: Denkbeeldenstorm

Dummy

dummy
1. iemand die nog niet weet
2. iemand die niet meer weet, iemand wiens boek leeg is
3. het Lege Boek

Verder lezen: De Poortloze Poort, De Linji-lu, De Hartsoetra, De Diamantsoetra

Dwaal-

Wie niet weet is niet meer op zoek maar dolende, zwervende, dwalende. Het voorvoegsel dwaal- is heel geschikt voor samenstellingen met betrekking tot niet-weten, zoals:

dwaalgast, dwaalgeest
1. zoeker
2. weetniet

dwaalgebed
dwaaltekst in de vorm van een gebed

Op deze website vind je bijvoorbeeld tientallen dwaalteksten in de vorm van een tweestemmig wisselgebed.

dwaalgids
1. uw gastheer in deze dwaaltuin, Hans van Dam
2. willekeurig welke ‘meesters’ op niet-weten.nl
3. iedereen die het spoor volkomen bijster is en daar niet meer mee zit

dwaalgesprek
dwaaltekst in de vorm van een dialoog

De meeste teksten op deze website hebben de vorm van een dwaalgesprek. Ook brieven en interviews reken ik tot de dwaalgesprekken.

dwaalleer
de lege leer

dwaalpad, dwaalspoor, dwaalweg
de weg van wie niet meer weet en gewoon maar wat ronddoolt onder de zon

dwaalrede
wegwerpredenering die uit een of ander weten leidt, regelrecht het bos in – het bos zonder teken

dwaalspreuk
dwaaltekst in de vorm van een aforisme of euforisme

dwaaltaal
karakteristiek taalgebruik van een dwaalgeest, vol tegenstrijdigheden om een tegenstrijdig heden (z)onder woorden te kunnen brengen

dwaaltekst
gesproken of geschreven demonstratie van niet-weten, bijvoorbeeld een dwaalspreuk of een dwaalgesprek; synoniemen: faaltekst, kraaktekst

dwaaltocht
reis van de dwijze over het dwaalpad van zijn leven

dwaaltuin
1. niet-weten.nl
2. de wereld gezien door de ogen van een weetniet

dwaalwoord, dwaalbegrip
1. samenstelling die met ‘dwaal’ begint, bijvoorbeeld dwaalwoord of dwaalbegrip
2. woord uit deze woordenlijst

dwaalzang
dwaaltekst in de vorm van een lied of een gedicht

Lees ook: Dwaalspreuken voor in de vrolijke keuken

Dwaalgids

Een dwaalgids is iemand die voorgoed de weg kwijt is en daarvan getuigenis aflegt.

Zozeer is hij de weg kwijt dat hij niet eens meer weet of hij wel op weg was, of dat hij wás, of ís, of wat ‘voorgoed’ betekent, laat staan dat hij zichzelf ziet als iemand die voorgoed de weg kwijt is en daarvan getuigenis aflegt.

Legt hij toch getuigenis af, dan eerder ter vermaeck dan ter leering, want wat valt er te leren aan een lege leer? Aan de andere kant, wat valt eraan te lachen?

Natuurlijk staat het iedereen vrij om een voorbeeld te nemen aan een dwaalgids of iemand die zich daarvoor uitgeeft, maar vroeger of later zul je deze kwesties onder ogen moeten zien: Waarvan is de dwaalgids een voorbeeld? Waarheen wijst zijn vinger, en wijst hij eigenlijk wel?

Tegen de tijd dat al je antwoorden in rook zijn opgegaan, en je vragen erbij, ben je hard op weg een voorbeeld te nemen aan je dwaalgids – maar dan hoeft het al niet meer.

Lees ook: Meester ha-ha-Hans

Dwaalleer

De lege leer is de enige leer die géén eind probeert te maken aan onze onwetendheid. Hij mag dan ook met recht een dwaalleer heten. Niet in de klassieke zin van een leer die de verkeerde kant op wijst, maar in de postmoderne zin van een leer die helemaal niet wijst – niet de verkeerde kant op en niet de goede. Een leer die zelfs het niet-wijzen niet tot norm verheft. Een leer zonder leer. Een ‘leer’.

Dwaalmeester

Het woord ‘meester’ verwijst op deze website niet zoals gebruikelijk naar een goeroe, een mystagoog, een wijze, een wetende, iemand die de waarheid al weet of heeft of leeft, maar naar iemand die niet weet.

Meesters in mijn dwaalteksten zijn anti-helden, gevallenen – dwaalmeesters. Dat kun je ook zien aan hun namen. Meestal blijven ze anoniem, maar als ze toch een naam krijgen dan heten ze Meester Bijster, Meester Dement, Meester Eh, Meester Nebbisj, Meester Tja of Meester Zuetsu of zoiets. Dwaalmeesters dragen geen kennis of wijsheid over, maar ondermijnen het denken, of liever, het heilige geloof in het denken en het heilige gelijk van de denker.

Het woord ‘leerling’ verwijst op deze website niet zoals gebruikelijk naar een zoeker, een onwetende, iemand die de waarheid nog niet heeft of leeft, maar naar iemand die weet of meent te weten: een gids, een leraar, een raadgever, een coach, iemand die het allemaal wel doorheeft en anderen graag in zijn oneindige wijsheid laat delen.

Leerlingen blijven op deze website naamloos, op een enkele uitzondering na, zoals ‘leerling Meester’.

Waarom gebruik in mijn dwaalgesprekken nog steeds het oubollige woordpaar meester-leerling in een tijd dat steeds meer mensen zelfs het tweetal leraar-leerling als te hiërarchisch ervaren en een voorkeur hebben voor iets anti-autoritairs als het intervisiemodel van Hisamatsu?

Daarom juist. Ik heb geen betere manier kunnen vinden om het idee van de alwetende meester en de onwetende leerling te ondermijnen dan door de rollen volledig om te draaien met behoud van de oorspronkelijke terminologie, inclusief de bijbehorende beleefdheidsvormen.

Lees ook: Meester Schaap en Broeder Ezel

Dwaalmeesters op naam

Om het niet-weten van de meesters op niet-weten.nl te benadrukken, dragen ze namen zoals:

  • Meester Ach
  • Meester Af
  • Meester Baibai
  • Meester Bè
  • Meester Bijster
  • Meester Blabla
  • Meester Blanco
  • Meester Boei’en
  • Meester Dement
  • Meester Eh
  • Meester Foei
  • Meester Foetsie
  • Meester Haha
  • Meester Hak
  • Meester Hè
  • Meester Hilarius
  • Meester Ik
  • Meester Kwenie
  • Meester Lijk
  • Meester Leerling
  • Meester Minder
  • Meester Mouche
  • Meester Nebbisj
  • Meester Nietes
  • Meester O
  • Meester Oei
  • Meester Paf
  • Meester Quatsch
  • Meester Rara
  • Meester Sof
  • Meester Soit
  • Meester Spoorloos
  • Meester Spoorniet
  • Meester Sst
  • Meester Tia
  • Meester Tja
  • Meester Wablief
  • Meester Wie
  • Meester Ziemaar
  • Meester Zomaar
  • Meester Zuetsu

Ch’anmeesters Foei! (842-849) en Boei’en (821-920) behoren samen met (onder meer) meester Zuetsu, meester Baibai, meesteres Oei! en meester Tia tot de zogenaamde Vergeten Dynastie, de zesde van vijf ch’anhuizen* en de enige school die niet te boek staat als school en niet als boek.

In werkelijkheid zijn de leden van de Vergeten Dynastie niet vergeten, maar bewust ondergedoken in het Collectief Onbewuste, diep onder het Mentale Massief, door Cao Yung zo treffend omschreven als Limbo für Narren ohne Ausweiss während oben die Weisheit weiter wuchert.2

* Guiyang, Linji, Caodong, Yunmen en Fayan

Dwaalmeesters vind je onder andere terug op de pagina’s Meester Tja en de tao van tja, Meester Nebbisj, Meester Schaap en Broeder Ezel, Meester ha-ha-Hans, Meester Spoorloos en Agent Speurneus, Meester Zuetsu en het mom van niet-weten en Een leer die nooit verkondigd is

Dwaaltekst

Onder een dwaaltekst versta ik iedere tekst die, ongeacht zijn lengte en vorm, niet weten tot uitdrukking brengt. Alle teksten op niet-weten.nl zijn dwaalteksten.

Tegen de stroom in bewegen dwaalteksten zich van de oplossing naar het probleem, van het antwoord naar de vraag, van de conclusie naar de premissen, van de stelling naar de onderstellingen, van begrip naar onbegrip, van zekerheid naar twijfel, van helderheid naar troebelheid, van vasthouden naar loslaten, van weten naar niet-weten – en daar dan weer voorbij.

Een dwaaltekst in de vorm van een woord of uitdrukking (‘wetend niet-weten’) noem ik een dwaalwoord, een dwaaltekst in de vorm van een sententie (De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is) een dwaalspreuk, een dwaaltekst in de vorm van een dialoog, interview of correspondentie een dwaalgesprek, en zo voort.

Dwaallicht is het licht van niet-weten dat een dwaaltekst doorstraalt.

Dwaaltekst, de orde van

Beschouw de volgende reeks van dwaalzinnen:

  1. Ik weet niets.
  2. Ik weet niets, en dat ook niet.
  3. Ik weet niets, en dat ook niet, en dat ook niet.
  4. Ik weet niets, en dat ook niet, en dat ook niet, en dat ook niet…

Een dwaaltekst van de laagste (eerste) orde (1) ontkracht een gangbaar of voorafgaand denkbeeld, maar niet met zoveel woorden zichzelf.

Een dwaaltekst van de tweede orde (2) herroept tevens zichzelf (en heeft daardoor altijd de vorm van een paradox).*

Een dwaaltekst van de derde orde (3) herroept tevens het herroepen.

Een dwaaltekst van de hoogste orde (4) herroept zichzelf en iedere herroeping van zichzelf.

Vreemd genoeg drukken dwaalteksten van de hoogste orde nog steeds een weten uit, al is het maar een weten van niet weten. Een oneindige ontkenning is nog steeds een bewering. Dwaalteksten reiken naar niet-weten maar bereiken het nooit.

Zwijgen is weliswaar geen beweren, maar ook geen herroepen, dus ook geen uiting van niet-weten of van wat dan ook.

* Een dwaaltekst van de tweede orde noem ik een keerwoord (zie onder).

Dwaaltuin

De leidende metafoor van deze website, niet-weten.nl, is die van een dwaaltuin, waarin je eeuwig kan zoeken zonder iets te vinden, als ik mijn werk tenminste goed heb gedaan. Dat heb ik niet, want menigeen blijkt er toch weer het zijne in te vinden. Paaseieren die hij er zelf heeft verstopt of wegwerpwijsheden van mijn hand waarmee ik iets anders weerspreek, maar die ik op hun beurt niet weersproken heb omdat je nou eenmaal niet aan de gang kan blijven.

De dwaaltuin is ook een metafoor voor de wereld, waarin de dwijze niet alleen de weg kwijt is, maar ook zichzelf, en daarmee zijn wereld, om nog maar te zwijgen over het kwijt zijn, dat is hij ook kwijt, en daarmee het zoeken, en daarmee het vinden, want hij mag dan misschien het hoofd hebben verloren, maar om nou te zeggen dat hij een dwaaltuin heeft gevonden?

Dwijs

Wetend noemen we degene die in de ban is van standpunten,
overtuigingen, begrippen, theorieën, veronderstellingen, normen,
waarden en andersoortige gedachten. Zijn we het met hem eens dan noemen we hem wijs. Zijn we het met het niet met hem eens dan noemen we hem dwaas.

Niet-wetend noemen we degene die niet in de ban is van standpunten,
overtuigingen, begrippen, theorieën, veronderstellingen, normen,
waarden en andersoortige gedachten. Dus ook niet van de gedachte dat hij niet in de ban is van zijn gedachten. Ook niet van de gedachte dat je je aan de ban van je gedachten zou kunnen onttrekken. Ook niet van de gedachte dat je je niet aan de ban van je gedachten zou kunnen onttrekken. Ook niet van de gedachte dat er een hij is die ergens al dan niet van in de ban zou kunnen zijn, of zich daaraan al dan niet zou kunnen onttrekken. Ook niet van de gedachte dat er geen hij is die ergens al dan niet van in de ban zou kunnen zijn, of zich daaraan al dan niet zou kunnen onttrekken.

Daar de weetniet geen enkele gedachte bevestigt of ontkent, deze ook niet, kunnen we het ook niet met hem eens of oneens zijn, en kunnen we hem wijs noch dwaas noemen. Daarom noem ik hem maar dwijs. Zijn denken getuigt van wijsheid noch van dwaasheid, maar van dwijsheid.

Dood noemen we degene die zonder gedachten is.

Verder lezen: Dwijsheid, vrijplaats tussen dwaasheid en wijsheid

Dwijsbegeerte

Zoals het woord wijsheid het woord dwijsheid suggereert, zo wijst wijsbegeerte de weg naar dwijsbegeerte.

Zoals wijsbegeerte gedefinieerd kan worden als het construeren van onderscheidingen, met name de allerhoogste, zo kunnen we dwijsbegeerte definiëren als het deconstrueren van onderscheidingen – met name de allerhoogste.

Onderscheidingen zoals: vrijheid – gebondenheid, macht – overmacht, hemel – aarde, eenheid – veelheid, vorm – leegte, het eendere – het andere, eenheid – tweeheid – veelheid, ik – gij, heilig – profaan, hoger – lager, afgescheiden – verbonden, immanent – transcendent, subject – object, buitenwereld – binnenwereld, geest – lichaam, teken – betekende, absoluut – relatief, verlicht – onverlicht, lijden – vreugde, waarheid – leugen, echt – vals, spontaan – berekenend, weg – doel, leven – dood, geboren – ongeboren, vergankelijk – onvergankelijk, in de tijd – buiten de tijd, bestaand – onbestaand, reëel – illusoir, gegrond – grondeloos, weten – niet-weten, dualiteit – non-dualiteit, constructie – deconstructie, verlicht – onverlicht, wijsheid – dwaasheid en niet te vergeten wijsbegeerte – dwijsbegeerte.

Systematische deconstructie heeft bij mij helaas niet geleid tot ‘realisatie van non-dualiteit’ of tot een ‘hoger inzicht’ in de ‘transcendente eenheid van schijnbare tegenstellingen’, zoals ik pas weer ergens mocht lezen, maar gewoon tot een toestand van – ja, wat? Kalme verbijstering?

En mag het wel een toestand heten als je niet voortdurend kalm bent en niet voortdurend verbijsterd en niet voortdurend je?

dwijsgeer
iemand die geneigd is tot het deconstrueren van onderscheidingen

dwijsgerig
deconstructief

dwijselijk
op de wijze van, zoals een dwijsgeer

Filasofie

Wijsbegeerte is een vertalende ontlening aan het Griekse philosophia [philos, vriend + sophia, wijsheid].

Bewandelen we deze weg in omgekeerde richting vanuit de nieuwvorming dwijsbegeerte, dan komen we als vanzelf tot filasofie [Philos + a, niet + sophia].

Afleidingen van filasofie liggen voor de hand, maar ik noem ze toch maar even. Een dwijsgeer, iemand die filasofie bedrijft, heet een filasoof. Het bedrijven van filasofie heet filasoferen. Iets filasofie-achtigs heet filasofisch. Een filasofeem is een filasofische stelling of uitspraak. Een filasofaster is iemand die voorwendt filasoof te zijn, oftewel een nepdwijze.

Van filasofie is het maar een kleine stap naar asofie. We hoeven alleen maar het voorvoegsel philos (vriend van, liefhebber van) te amputeren en we houden de staart a- (niet) + sophia (kennis, wijsheid) over. Asofie: geen-kennis, niet-weten.

Asofie laat zich net zo vervoegen als filosofie en filasofie. Een asoof is iemand die niet weet, een dwijze. Asofisch betekent niet wetend, dwijs. Asoferen is dwijsheid beoefenen (of ondergaan; het is maar net hoe je het beleeft). Een asofeem is een stelling of uitspraak die getuigd van niet weten. Een asofaster is iemand die voorwendt niet-wetend te zijn. Een asofisme is een dwaaltekst. Een asofist is iemand die dwaalteksten schrijft (of spreekt, of denkt).

Asofia, ten slotte, is de naam van onze beschermheilige. Zoals alle heiligen, bestaat ze niet meer of heeft ze nooit bestaan. Juist dit is wat haar in staat stelt ons tegen het weten te beschermen, en niet-weten tegen ons.

Ziezo. Nog meer woorden om in te slikken of te stikken.

Groot uitzicht

Groot Uitzicht
het onbelemmerde uitzicht van iemand die niet gehinderd wordt door enig vorm van wijsheid of inzicht, groot, spiritueel of anderszins; synoniem: Groot Doorzicht

Tip: Wat is verlichting? Het denken doorzien

Keerwoord

Onder een keerwoord1 versta ik geen palindroom, zoals in het normale spraakgebruik, maar een uitspraak die zich tegen zichzelf keert2, zoals ‘zelfs niet weten van niet weten’ of ‘de twijfel betwijfeld’ of ‘ook van onthechting onthecht’ of ‘zelfs van leegte ontledigd’ of ‘alles is een illusie, ook de illusie’ of ‘ik heb niets te zeggen, dit ook niet’.

Een keerwoord kan de vorm van een motto of lijfspreuk hebben, maar ook van een frase, stelling, mededeling, vraag, definitie, lied, gedicht of grap.

Een keerwoord in de vorm van een aforisme zou je een keerspreuk kunnen noemen, een keerwoord in de vorm van een these een keerstelling, een keerwoord in de vorm van een dialoogje een keergesprek, enzovoort.

Keerwoorden zijn voor mij de zuiverste uitdrukking van niet-weten, voor zover niet-weten zich überhaupt laat uitdrukken. Van meet af aan ben ik er verzot op geweest. Als ik mijn hele niet-weten en al mijn dwaalteksten moest samenvatten op een postzegel dan zou ik een keerwoord nemen.

Een voorbeeld van een boeddhistisch keerwoord is sunyata-sunyata: de leegte van de leegte, leegte kwadraat – een bevestiging en ontkenning van de leegte ineen, die ons niet terug naar de vorm voert, maar uit (het onderscheid tussen) leegte en vorm.

Op analoge wijze zou je de term maya-maya kunnen vormen: de illusie van de illusie, illusie kwadraat – een ontkenning van de illusie, die ons niet terug naar de realiteit voert, maar uit (het onderscheid tussen) illusie en realiteit.

Soms is de dubbele ontkenning die karakteristiek is voor het keerwoord expliciet aanwezig:

  • zelfs niet weten van niet weten
  • zelfs niet geloven in niet geloven
  • zelfs niet reiken naar niet reiken
  • zelfs niet nestelen in niet nestelen
  • zelfs niet hechten aan niet hechten
  • zelfs niet oordelen over oordelen

Deze keerwoorden staan toevallig allemaal in de gebiedende wijs, maar dat hoeft niet; ‘zelfs van het onthechten onthecht’ is net zozeer een keerwoord als ‘zelfs niet hechten aan niet-hechten’.

De dubbele ontkenning kan ook verstopt zitten in de werkwoorden en zelfstandige naamwoorden:

  • zelfs je weerstand niet weerstaan
  • zelfs geen principes tegen principes
  • zelfs het relativeren gerelativeerd
  • zelfs het twijfelen betwijfelen
  • zelfs het loslaten losgelaten
  • zelfs het opgeven opgeven
  • zelfs het afwijzen afgewezen
  • zelfs het weerspreken weerspreken
  • zelfs het ontkennen ontkend
  • zelfs het afbreken afbreken
  • zelfs de haakjes tussen haakjes
  • zelfs van leegte ontledigd
  • zelfs van de vrijheid bevrijd
  • zelfs aan het ontsnappen ontsnappen

Keerwoorden in de vorm van oxymorons:

  • alles liefhebben, zelfs de haat
  • overal ruimte voor hebben, zelfs voor bekrompenheid
  • overal voor open staan, zelfs voor geslotenheid
  • rustig blijven onder je onrust

Keerwoord in de vorm van een litanie:

1.

Wat is het toppunt van niet weten? Niet weten van niet weten.
Het toppunt van niet weten is het einde van niet weten.

Wat is het einde van niet weten? Niet weten van niet weten.
Het einde van niet weten is het toppunt van niet weten.

2.

Wat is het toppunt van niet doen? Niet doen aan niet doen.
Het toppunt van niet doen is het einde van niet doen.

Wat is het einde van niet doen? Niet doen aan niet doen.
Het einde van niet doen is het toppunt van niet doen.

3.

Wat is het toppunt van onthechting? Onthechting van onthechting.
Het toppunt van onthechting is het einde van onthechting.

Wat is het einde van onthechting? Onthechting van onthechting.
Het einde van onthechting is het toppunt van onthechting.

Keerwoorden in de vorm van een filosofie:

  • een nihilisme dat zelfs het nihilisme en zichzelf nihil verklaart: een hypernihilisme
  • een negativisme dat zelfs negatief staat tegenover het negativisme en tegenover zichzelf: een hypernegativisme
  • een relativisme dat zelfs het relativisme en zichzelf relativeert: een hyperrelativisme
  • een perspectivisme dat zelfs het perspectivisme en zichzelf als een perspectief ziet: een hyperperspectivisme
  • een quïetisme dat niet alleen de wereld maar ook het quïetisme en zichzelf verzaakt: een hyperquïetisme
  • een scepticisme dat zelfs de twijfel en zichzelf betwijfelt: een hyperscepticisme3
  • een escapisme dat zelfs aan het escapisme en aan zichzelf ontsnapt: een hyperescapisme

Het verstand houdt niet van tegenspraken; het gezond verstand niet en het academisch verstand niet.

Wanneer een correcte redenering tot een tegenspraak leidt, concludeert het verstand dat de aannames onjuist zijn. Dit heet een bewijs uit het ongerijmde, reductio ad absurdum. Door de aannames onjuist te verklaren, treedt men letterlijk uit het ongerijmde en wordt de intellectuele orde hersteld.

Een keerwoord, hoewel tegenstrijdig, leidt niet tot een conclusie omtrent de aannames waarop het is gebaseerd. Een keerwoord bewijst niets, zelfs niet dat er niets te bewijzen valt. Er wordt geen wiskundige orde, filosofische orde, politieke orde of welke orde dan ook mee hersteld.

Een keerwoord is simpelweg een puntige uitdrukking van een radicaal niet-weten. Het is de hartekreet die de val in het ongerijmde inleidt en begeleidt, bekrachtigt en ontkracht, betreurt en bezingt.


Voetnoten

  1. In de zenboeddhistisch koanliteratuur komen ook ‘keerwoorden’ voor, in het Engels turning words of turning phrases genoemd, die bij iemand die er rijp voor is, acuut tot verlichting zouden kunnen leiden. Bij mij is een keerwoord geen woord dat een tot een spiritueel keerpunt leidt, geen turning word, maar een expressie van een al bestaand niet-weten in de vorm van een dubbele ontkenning.
  2. Een dwaaltekst van de tweede orde dus.
  3. Het pyrronisme is in theorie een hyperscepticisme, maar wordt door zijn belangrijkste vertegenwoordiger, Sextus Empiricus, uitgewerkt tot een tamelijk conservatieve, om niet te zeggen fatalistische levensbeschouwing.

Leeg

de lege leer
niet weten, opgevat als een leer zonder leerstellingen (dan lijkt het nog wat)

het lege boek
symbool voor de lege leer (dan heb je nog wat)

Verder lezen: Zeven soorten leegte

Niet-weten

niet weten, niet-weten
1. (werkwoord) geen onderscheid weten te maken, geen oordeel weten te vellen, geen conclusie weten te trekken, kortom, niets weten, zelf niet dat je niets weet
2. (zelfstandig naamwoord) toestand gekenmerkt door niet-weten in de eerste betekenis; agnose

niet-wetend
voltooid deelwoord van het werkwoord niet-weten, ook te gebruiken als bijvoeglijk naamwoord

zie ook onder weetniet

Nu-isme

Als je iemand met belangstelling voor spiritualiteit vraagt hoe laat het is, moet je niet gek opkijken als hij zegt: ‘Nu.’ Dan weet je meteen dat je te maken hebt met een aanhanger van de leer van het eeuwige heden.

Volgens deze leer is het altijd nu.
Het verleden is een herinnering nu.
De toekomst is een verwachting nu.
Tijd als zodanig is een illusie.
Alleen het huidige moment is reëel.

De leer van het eeuwige heden is in het huidige heden zo populair dat ik er maar een naam voor bedacht heb: nu-isme. Iemand die het nu-isme aanhangt is een nu-ist.

De nu-ist leeft naar zijn idee buiten de tijd in een heden zonder begin of einde, waarbinnen de lineaire en de cyclische, de logische en de psychologische, de relatieve en de absolute, de omkeerbare en de onomkeerbare tijd als illusie verschijnen. Hij weet zich in zijn diepste wezen ex tempore.

Ik vind het nu-isme een mooie theorie. Een prachtexemplaar tussen miljoenen andere prachtexemplaren aangaande de tijd en talloze andere thema’s.

Of het altijd nu is mag iedereen voor zichzelf uitmaken. Mij is het niet gelukt. Ik ben er niet uitgekomen, en toch zit ik er niet meer in. Ik weet mij niet in een eeuwig heden en niet erbuiten. Ik weet mij niet in de tijd noch de tijd in mijzelf. Ook in andere opzichten heb ik over tijd niets te melden.

Dat was het voor nu.

Welterusten, en morgen gezond weer op.

Numinisme

Het bestaan af en toe ervaren als een ‘goddelijk mysterie dat fascineert en doet beven’ omdat men zich overgeleverd voelt aan ‘het grote onbekende’, is één ding. Het bestaan opvatten als een goddelijk mysterie is iets heel anders.

In het laatste geval is er sprake van een niet-lege leer omtrent de ware aard van de werkelijkheid, waarvoor ik hier maar even de term numinisme gebruik [Latijn, numen, goddelijke openbaring; Duits, das Numinose (Rudolf Otto); Nederlands, het numineuze, het goddelijke mysterie]. Een aanhanger van het numinisme heet dan een numinist.

Deze toevoeging aan onze wondere taal heeft weinig zin, behalve dat ik nu in vier niet mis te verstane woorden kan zeggen: niet weten is geen numinisme.

Dat deze vier woorden niet mis te verstaan zijn is natuurlijk ijdele hoop, maar gelukkig geloofde ik het toch al niet.

Verder lezen: De mystiek van alledag, of het wonder van het water

Onderscheidingsonvermogen

Dat de wijze over wijsheid beschikt – kennis, inzicht, onderscheidingsvermogen – betekent nog niet dat de dwijze over dwijsheid beschikt. Dwijsheid is eerder een onderscheidingsonvermogen. Het is niet zozeer iets waarover je beschikt als iets waarover je de beschikking bent kwijtgeraakt – of waardoor je niet langer wordt beschikt.

Willen we ons voor de verandering positief uitdrukken, dan moeten we dwijsheid omschrijven als het inzicht dat al onze onderscheidingen grondeloos zijn.

Met deze kunstgreep introduceren we onwillekeurig het onderscheid gegrond – grondeloos, dat uitgaande van bovenstaande omschrijving zelf niet anders dan grondeloos kan zijn.

Is het dat niet dan volgt daaruit op grond van de logica alsnog de grondeloosheid van onze eigen dwijsheid, zodat we geen steek zijn opgeschoten.

Bovendien positioneert het woord dwijsheid, dat het onderscheid tussen dwaasheid en wijsheid wil overstijgen, zich ongewild tussen deze termen in en introduceert het, of ik het nou leuk vind of niet, maar liefst drie nieuwe onderscheidingen: dwaasheid – dwijsheid, dwijsheid – wijsheid, en (dwaasheid – wijsheid) – dwijsheid.

Voor het geval je eroverheen hebt gelezen: ik heb en passant ook nog onderscheid gemaakt tussen onderscheiden en niet onderscheiden, tussen inzicht en geen inzicht en tussen ik en jij, en ik sta op het punt onderscheid te maken tussen (onder meer) onder en boven, meer en minder, dit en dat, ons en de anderen, opzadelen en afzadelen, spreken en zwijgen, en verdelen en verenigen.

Dit heet: van kwaad tot erger.

Wat ons weer met de onderscheidingen kwaad – goed en erger – beter opzadelt.

Want spreken is verdelen.

Maar daarom is zwijgen nog geen verenigen.

Verder lezen: Wat is non-dualiteit? Wat is non-dualisme?

Ontzeggingskracht

De effectiviteit waarmee een bepaald weten onder woorden wordt gebracht, heet de zeggingskracht. Net zo kunnen we de effectiviteit waarmee een bepaald niet weten onder woorden wordt gebracht, de ontzeggingskracht noemen.

Een dwaaltekst waarin afgerekend wordt met een groot aantal verschillende ideeën over, laten we zeggen, god, waarheid, wijsheid, verlichting, ethiek, de mens, de geest, het lichaam, de liefde, de dood of de (on)zin van het leven, heeft dan een grote ontzeggingskracht.

Verder lezen: Wat is de zin van het leven?

Spookwoord

spookwoord
Woord zonder tegenhanger in de werkelijkheid

Volgens nominalisten en volgens boeddhisten die de doctrine van de leegte (sunyata) aanhangen, zijn alle woorden spookwoorden. Ook ‘werkelijkheid’, ‘nominalist’, ‘boeddhist’ en ‘leegte’. Volgens realisten (de tegenstrevers van de nominalisten in de middeleeuwen) is spookwoord daarentegen zelf een spookwoord. De meeste mensen nemen een tussenpositie in. Ikzelf neem helemaal geen positie in.

Verder lezen: Het regressieprobleem

Sstiltecentrum

De figuurlijke stilte van niet-weten

Als je het allemaal niet meer weet, zoals ik, dan is het net alsof je de hele tijd ‘sst’ (‘tja’, ‘eh’… ) zegt tegen je gedachten. Net alsof, maar niet letterlijk. Want in werkelijkheid zeg ik nooit ‘sst’ (‘tja’, ‘eh’… ) tegen mijn gedachten. Ik voel ook helemaal niet de behoefte om ze te sussen of te bezweren.

Van mij mogen ze tot volle wasdom komen, ketens vormen, hele kaartenhuizen, geen probleem, maar al die tijd hoor ik ze aan ALSOF ik naar een kind, een fantast, een dwaas, een vertegenwoordiger, een conferencier, een confabulist luister. Dat geldt ook voor de gedachten die ik daarnet heb opgeschreven, en waarschijnlijk ook voor de gedachten die ik zometeen ga opschrijven, maar dat weet ik nog niet.

‘Sst’ is voor mij dus geen mantra of methode om mezelf gerust te stellen of om tot niet-weten te komen of om in niet-weten te verblijven. Evenmin is het een instructie of oefening voor de adept op weg naar niet-weten. Het is alleen maar een wijze van spreken over mijn eigen niet weten.

Oefeningen in stilzwijgen (silentie), meditatie- en concentratieoefeningen om de geest tot rust te brengen of leeg te maken – ik doe ze nooit en ik heb ze nooit gedaan. Integendeel, de beste manier om rustig te worden is in mijn geval praten met mijn lief. Urenlang. Als geen ander hou ik van denken, spreken, schrijven.

Als er al een oorzaak is aan te wijzen voor mijn dwijsheid (alweer een wijze van spreken) dan is het dat het denken, spreken en schrijven zichzelf onomkeerbaar ten einde heeft gedacht, gesproken en geschreven, en maar ten einde blijft denken, spreken en schrijven. Dat geldt ook voor deze gedachten, en waarschijnlijk ook voor de gedachten die ik zometeen ga opschrijven, maar dat weet ik nog niet.

De stilte waarover ik hieronder en in het algemeen op deze website spreek is dus alleen maar een figuurlijke stilte. De figuurlijke stilte van niet-weten. Een levende stilte, geen doodse. Levend als een vrolijke keuken. Stil als een olifant in een porseleinkast.

Niet-weten is trouwens ook maar een wijze van spreken. Of zal ik het toch maar een wijze van zwijgen noemen. Bij wijze van lachen.

Nieuwsste woorden voor de armssten van geesst

Met deze kanttekeningen, presenteer ik hier mijn nieuwsste wegwerpwoorden voor de armssten van geesst:

bewusst
met een versstild bewusstzijn

dwaalteksst
dwaaltekst opgevat als middel om de geesst te wekken

eksstase
buiten alle denkbeelden (zelfbeelden, wereldbeelden, godsbeelden, tijdsbeelden, ideaalbeelden) sstaan

fluissteraar
iemand met een fluisstergeest; synoniem: gedachtenfluissteraar

fluissteren
‘sst’ (‘tja’, ‘eh’, ‘och’…) zeggen tegen al je gedachten

geesst
geest die fluisstert; synoniem: fluisstergeest

Meester Sst
verpersoonlijking van de sstilte; kloon van meester Tja (dus een echte ouwehoer)

Meester Sst zegt: ‘Stilte maakt nog lang geen sstilte.’
Meester Sst zegt ook: ‘Sstilte is beslist niet stil.’

misst
metafoor voor de toestand van de geesst: ‘Dwalend in de misst van niet-weten’; zo ook duissternis, duisster: ‘verzaligd in de duissternis van mijn ziel’

mysstiek
mystiek van de sstilte

russt
gemoedstoestand van de geesst; synoniemen: gemoedsrusst, zielenrusst, berussting; afleidingen: russtig, gerusst, berusstend

russten
rusten in de geesst

sst
antwoord van de dwijze op alle levensvragen
synoniemen: tja, eh, och…

sstilte
stilte van de geesst; afleidingen: sstil, sstillen, versstild

sstom
sprekend niet sprekend of zwijgend niet zwijgend in de geesst van niet-weten; synoniem: sstilzwijgend

welterussten
een versstild bewustzijn toewensen

Hoe zeg je dat?

Bij het spreken is het enige verschil tussen de oorspronkelijke woorden en hun sst-variant een extra s. Om deze hoorbaar te maken moet je de s-klank verlengen, iets wat wij Nedertalers zelden doen, behalve in het tussenwerpsel sst. Het gaat best, maar het is wel even wennen, zeker voor je paleologistische gesprekspartner.

Hoe schrijf je dat?

Bij het schrijven kom je flink in de problemen als je gebruikmaakt van een tekstverwerker, want de spellingcorrectie weigert consequent alle sst-varianten, tot je ze stuk voor stuk hebt toegevoegd aan je privéwoordenboek. Ook de lezer die niet al op de hoogte is, zal in eerste insstantie denken dat je een s teveel hebt geschreven.

Je moet als schrijver niet alleen uitleggen dat je de s moedwillig hebt tussengevoegd, maar dat ook expliciet maken in het woordbeeld, bijvoorbeeld met behulp van hoofdletters, koppeltekens of opmaak. Geesst kun je bijvoorbeeld schrijven als geesSt, wat de sst minder herkenbaar maakt, of als gees-s-t, wat tot ongewenste woordafbrekingen leidt, of als geesst, wat eruitziet als een hyperlink, of als geeSST, wat aan de SS doet denken, of als geeSst, dat geen van deze nadelen heeft en daarom mijn voorkeur geniet.

GeeSst, dat is de geest die sst zegt tegen zijn eigen gedachten. Scheelt toch weer een paar letters, vergeleken met stiltegeest (sstiltegeesst) of weetnietgeest (weetnietgeesst).

MySstiek, dat is mystiek die van God wil zwijgen (of beter nog, daadwerkelijk van God zwijgt, wat heel iets anders is).1 Scheelt toch weer een paar letters, vergeleken met lege mystiek.

Maar nooit zoveel letters als ik hier verkwanseld heb met mijn beschrijving van het Sstiltecentrum.

  1. Zie bijvoorbeeld Meister Eckhart (‘Over God wil ik zwijgen’) en Hadewijch (‘Ende hier omme swighic sachte’).

Lees ook: Thuis in de ruis, Het Stilte-evangelie

Tja

tja
1. uiting van niet weten
2. het niet weten zelf

Verder lezen: Bla bla bla, Zeg maar tja tegen het leven, Wat is taoïsme? Meester Tja en de tao van tja

Verduisterd

verduistering
‘verlichting’ in de zin van een radicaal, zelfvernietigend niet weten; afleidingen: verduisterd, verduisterde

Verder lezen: Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd

Weetniet

weetniet, weetnietgeest, nitwit
iemand die niet weet, dummy, dwijze, agnost

weetnietfeest
de zaligheid van de weetnietgeest

Tip: Wat is de weetnietgeest?

Wegwerp-

wegwerpbegrip
tijdelijk begrip met als enige functie het ondermijnen van andere begrippen

Alle begrippen uit deze lijst zijn wegwerpbegrippen.

wegwerpbewering
tijdelijke bewering met als enige functie het ondermijnen van andere beweringen

Alle beweringen op deze website zijn wegwerpbeweringen, deze ook.

Zo ook wegwerptheorie, wegwerpsite, wegwerpverhaal, wegwerpwijsheid

wegwerpwoord
woord dat een uitweg biedt uit een schijnbegrip of schijndilemma; synoniemen: onwoord, schertswoord, nepwoord, wegwerpwoord, vluchtwoord, keerwoord

Weg ermee

weg ermee
taaldaad waarmee je afstand neemt van een verhaal, opvatting, theorie, geloof, waarheid of begrip of het niet-weten zelf

en weg ook met het weg ermee
taaldaad waarmee je afstand neemt van het afstand nemen, en zo alle afstanden in één klap tot nul reduceert

Weteloos

weteloos
niet wetend, agnostisch, dwijs; weteloze, weteloosheid

Wis-kunde

Omdat de dwijze voortdurend van standpunt wisselt en onophoudelijk zijn gedachten wist, zou je hem een wiskunstenaar kunnen noemen, zijn dwijsheid wis-kunde of wis-kunst, zijn levenshouding wiswijs.

Zelf gebruik ik die woorden niet. Voor je het weet gaan mensen weer wis-kunde bedrijven en zich wiswijs wanen en prijzen uitreiken aan en wierook branden voor en dwepen met de beste wiskunstenaars. Ik dank je lekker. Dan wis ik ze liever meteen.

Stijlfiguren niet-weten

Spreken zonder spreken en zwijgen zonder zwijgen over weten zonder weten – hoe doe je dat?

Niet weten is onmogelijk uit te drukken zonder de stijlfiguren paradox, oxymoron, antithese, accumulatie, dubitatie en percontatie.

Ook de retorische vraag en de verschillende vormen van ironie, zoals understatement, overdrijving en omkering zijn onmisbaar.

Daarnaast heb ik een persoonlijke voorkeur voor alliteratie, dubbelzinnigheid, herhaling, nieuwvorming, rijm, en woordspeling.

De tautologie – ik ben die ik ben, ik denk wat ik denk, ik doe wat ik doe, ik voel wat ik voel, het is wat het is, het gaat zoals het gaat – is al zo vaak gebruikt om de onbepaaldheid en/of onbepaalbaarheid van het een of ander of meteen maar van het hele leven aan te geven, dat ze eerder als dooddoener fungeert dan als oprechte uiting van weteloosheid. Om die reden zul je in mijn teksten nauwelijks een tautologie tegenkomen.

Accumulatie

Een accumulatie is een opsomming van gelijksoortige elementen.

Verlichting is geen plaats, geen tijd, geen weg, geen (on)grond, geen gemoedstoestand, geen staat, geen transformatie, geen ervaring, geen filosofie, geen houding, geen manier van doen, geen levenskunst, geen bewustzijnstoestand, geen identiteit, geen hogere werkelijkheid, geen orgaan, geen hoger inzicht, geen verwondering, geen eenwording, geen godgelijkheid en geen einde.

Antithese

Een antithese is nevenschikking van tegengestelde begrippen om door de contrastwerking iets te benadrukken.

De hoogste waarheid een lage leugen.

Als een dwaas maar lang genoeg naar het westen loopt, wordt hij vanzelf een wijze uit het oosten.

Dubitatie

Een dubitatie is een opsomming in vraagvorm om twijfel uit te drukken.

Heeft de verlichte nou iets bereikt of juist niet? Heeft hij het niet-bereiken bereikt? Heeft hij het bereiken-en-niet-bereiken bereikt? Heeft hij het bereiken-noch-niet-bereiken bereikt? Heeft hij het niet-niet-bereiken bereikt? Heeft hij het bereiken en het niet-bereiken en het bereiken-en-niet-bereiken en het bereiken-noch-niet-bereiken en het niet-niet-bereiken achter zich gelaten? Heeft hij zelfs het achterlaten achter zich gelaten? Dit alles tegelijk? Niets van dit alles? Iets anders? Niets anders? Wat denkt u?

Ellips

zie onder

Ironie

Ironie is een vorm van (zelf)spot waarbij je niet zegt wat je bedoelt, bijvoorbeeld een understatement, overdrijving of omkering.

Omkering

Een omkering is een vorm van ironie waarbij je het tegenovergestelde zegt van wat je bedoelt.

Niet-weten is de grootste intellectuele uitdaging van onze tijd.

Overdrijving

Overdrijving is een vorm van ironie waarbij je iets sterker uitdrukt dan je het bedoelt.

Zen betekent zitten tot je een ons weegt.

Oxymoron

Een oxymoron is een verbinding van tegengestelde begrippen.

wetend niet-weten

wissend schrijven

de wijsheid zonder wijsheid

Paradox

Een paradox is een tegenstrijdige bewering.

Ik weet niets maar dat weet ik wel verdomd zeker.

Ik weet niets en dat ook niet.

Percontatie

Een percontaties is een verzonnen dialoog, bijvoorbeeld een dwaalgesprek.

Retorische vraag

Een retorische vraag is een vraag die geen antwoord behoeft.

Ik wil best het goede doen, maar wat is het goede?

Understatement

Een understatement is vorm van ironie waarbij je iets zwakker uitdrukt dan je het bedoelt.

‘Inshallah’ duidt nou niet direct op een heilig geloof in de vrije wil.

Ellips

Een retorische figuur die de dwijze goed van pas komt is de ellips: het weglaten van woorden die er makkelijk bij gedacht kunnen worden. De paradox niet weten, zelfs niet van niet weten wordt bijvoorbeeld ingekort tot zelfs niet van niets weten. Andere voorbeelden van ellipsen:

zelfs niet zonder principes zijn

zelfs het opgeven opgeven

en dat ook niet

Passen we de ellips toe op de beginterm van het oxymoron, wetend niet weten dan verkrijgen we de ellips niet weten. Doende niet doen wordt niet doen. Zeggend niet zeggen wordt niet zeggen.

Langs elliptische weg is het niet alleen mogelijk langdradige paradoxen weer te geven met een enkel woord, maar ook om paradoxen aan te duiden die zich anders maar lastig laten formuleren: niet duiden, niet interpreteren, niet vragen, niet antwoorden.

In plaats van de beginterm kunnen we ook de eindterm van een oxymoron laten vallen. Wetend niet weten wordt dan ‘weten’. Dat werkt goed, op voorwaarde dat we het overblijvende woord tussen aanhalingstekens zetten want anders is het niet meer te herkennen als een elliptisch oxymoron.

Ook de ellips niet weten zouden we tussen aanhalingstekens kunnen zetten, om te benadrukken dat het niet om een letterlijk niet weten gaat – alsof ik kan weten dat ik niets weet – maar om een wetend niet weten, een niet weten tussen aanhalingstekens, een ‘niet weten’.

Het gebruik van aanhalingstekens is doeltreffend en vanzelfsprekend. Zelfs zonder bovenstaande uitleg weet je intuïtief wat ik bedoel wanneer ik ‘ik’ schrijf of spreek over ‘de wereld’. Zou ik steeds helemaal moeten uitleggen dat ik niet weet wat en óf de wereld is en wie of wat en óf ik ben en dat ik zelfs dat niet weet, dan zouden mijn teksten, net als deze zin, nog complexer en langdradiger worden dan ze al zijn.

Toegepast op de paradox niet weten, zelfs niet dat je niets weet, levert de ellips ons dus nog eens vier equivalente figuren op:

  1. zelfs niet van niets weten
  2. niet weten
  3. ‘weten’
  4. ‘niet weten’

Hieronder de vier formules van de ellips op een rijtje, met een zelfbedachte naam die je meteen weer mag vergeten.

  1. halfparadox: zelfs niet-A niet
  2. rechterterm: niet-A
  3. linkerterm tussen aanhalingstekens: ‘A’
  4. rechterterm tussen aanhalingstekens: ‘niet-A’

Laten we uit formule 1 de specificatie niet-A weg, dan ontstaat de generieke spreuk ‘zelfs dat niet’ of ‘en dat ook niet’. Dit laatste zinnetje was de spontane mantra waarmee ik in oktober 2007, de eerste maand van mijn niet weten toen ik er nog nauwelijks woorden voor had, zelfs niet de term niet-weten, ‘iedere’ gedachte begroette.

Om zonder gebaren in gesproken tekst aan te geven dat een woord tussen aanhalingstekens staat, kun je woorden als quasi en verondersteld gebruiken: quasi-ik of de veronderstelde wereld, maar dat is wel uitkijken geblazen omdat ze al snel als ontkenning gaan fungeren.

Termen als de zogenaamde wereld en de hypothetische god bijvoorbeeld, wekken de indruk dat volgens de spreker de wereld een illusie is en god niet bestaat. Daarmee zijn we in het domein van het weten beland, en dat was nou net niet de bedoeling.

Oxymorons

Een oxymoron is een troop, een stijlfiguur, een wijze van spreken, net als bijvoorbeeld het understatement, de overdrijving of de toespeling.
Kenmerkend voor het oxymoron is de bevestigende of ontkennende verbinding van twee tegengestelde begrippen, bijvoorbeeld ‘van een hemelse platvloersheid’ of ‘een levende dode’ of ‘een oorverdovende stilte’.
Vaak is de eerste term een bijvoeglijk, de tweede een zelfstandig naamwoord.
‘Oxymoron’ is trouwens zelf een oxymoron, samengesteld uit de Griekse woorden oxys (slim) en moros (dom).

Voorbeelden van oxymorons met betrekking tot niet weten:

Mijn spreken is even nietszeggend als mijn zwijgen welsprekend.

Wat goed is in het ene opzicht is kwaad in het andere.

Een van de meest bekende oxymorons komt uit de traditie van het zenboeddhisme.
Ik heb het natuurlijk over de poortloze poort.
Een andere is afkomstig uit de Daodejing: wei wu wei oftewel doende niet doen.
Ook in de neoplatoonse filosofie, in de negatieve theologie en in de oosterse filosofie is het oxymoron gemeengoed.

Veel voorkomende formats van het oxymoron zijn A en niet-A, A noch niet-A, en voorbij A en niet-A. Bijvoorbeeld goed én kwaad, goed noch kwaad, voorbij goed en kwaad.
Deze formuleringen worden dikwijls als synoniem beschouwd.

Door in de tweede formule, A en niet-A, de tweede term, niet-A, te vervangen door zonder A verkrijgen we een vijfde formule: A-zonder-A, in ons voorbeeld goed-zonder-goed of kwaad-zonder-kwaad.
Knoflookkruid, dat wel naar knoflook ruikt maar geen knollen vormt, dankt aan dit verschil zijn naam: look-zonder-look.

Toegepast op niet weten levert het oxymoron ons zes equivalente uitdrukkingen op:

  1. wetend niet weten
  2. weten én niet weten
  3. weten noch niet weten
  4. voorbij weten en niet weten
  5. weten zonder weten
  6. niet weten zonder niet weten

De laatste is misschien wat zonderling, maar toch een goede waarschuwing tegen de onweerstaanbare neiging niet weten te verabsoluteren tot een zaak, toestand, persoon, waarheid of god.

Voor niet zeggen verkrijgen we op analoge wijze de volgende zes oxymorons:

  1. zeggend niet zeggen
  2. zeggen én niet zeggen
  3. zeggen noch niet zeggen
  4. voorbij zeggen en niet zeggen
  5. zeggen zonder zeggen
  6. niet zeggen zonder niet zeggen

En voor niet doen:

  1. doende niet doen
  2. doen én niet doen
  3. doen noch niet doen
  4. voorbij doen en niet doen
  5. doen zonder doen
  6. niet doen zonder niet doen

Tot slot de zes formules van het oxymoron op een rijtje.
Ik heb ze voor de herkenbaarheid een naam gegeven, die je meteen weer mag vergeten.

  1. bijvoeglijke ontkenning: A’ niet-A
  2. dubbele bevestiging: A én niet-A
  3. dubbele ontkenning: A noch niet-A
  4. overstijging: voorbij A en niet-A
  5. positieve herroeping: A-zonder-A
  6. negatieve herroeping: niet-A zonder niet-A

Hierbij staat A’ voor het van A afgeleide bijvoeglijk naamwoord.