Voorbij goed en kwaad; de ethiek van niet-weten

‘Bekijk het eens van alle kanten.’ Delinquente dwaalgesprekken voorbij goed en kwaad over de ethiek van niet-weten en niet weten van ethiek.

Lees ook: Vrije wil, vrije onwil en onvrije wil, Bodhisattvageloften voor iedereen en niemand, De lege moraal, De lege gelofte, Gemoedsrust.

Meer boeddhisme: Brieven zen, De Diamantsoetra, De elf plaatjes van de ezel, Grote twijfel, grote verlichting, De Grote weg, Haiku op haiku, De Hartsoetra, De Linji lu, Mediteren zonder mediteren, Meester Hans, Meester Zuetsu, De Poortloze Poort, Voorbij goed en kwaad, Wat is zen? Zen, leegte en nihilisme.

Op deze pagina:

Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van ethiek, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

Tip: Meester Hans.

Wat is ethiek?

Etiquette, wetten, geboden en geloften

Onder ethiek versta ik op deze pagina het geheel van morele voorschriften – normen, waarden, deugden, zeden, regels, conventies, geboden en geloften – in een samenleving. Dat zijn er nogal wat.

Etiquette

In het leven van alledag hebben morele voorschriften het karakter van etiquette waaraan mensen elkaar en soms ook zichzelf proberen te houden.

Wetten

In de maatschappij hebben morele voorschriften het karakter van wetten en regels waaraan burgers worden gehouden door politie en justitie.

Geboden

In monotheïstische religies zoals het christendom, het jodendom en de islam hebben morele voorschriften het karakter van goddelijke geboden waaraan gelovigen worden gehouden door menselijke afgezanten.

Geloften

In atheïstische religies zoals het boeddhisme en het humanisme hebben morele voorschriften het karakter van menselijke geloften of voornemens waaraan gelovigen zichzelf en soms ook elkaar proberen te houden.

Ongeschreven en geschreven regels

Lang niet alle morele voorschriften die het gedrag van mensen moeten reguleren zijn vastgelegd. Aan de ene kant van het spectrum vinden we de etiquette, die heel veranderlijk en grotendeels impliciet is en alleen in de praktijk geleerd kan worden. Aan de andere kant vinden we de moraalfilosofie, de wet en de jurisprudentie die volledig op schrift zijn gesteld en aan de universiteit kunnen worden bestudeerd. Daartussenin zitten religies, waarvan de ethiek gedeeltelijk gecanoniseerd is in geboden, geloften en kloosterregels.

Voorschriften in het christendom en de islam

De Tien Geboden

Het christendom, het jodendom en de islam, alle drie gebaseerd op het Oude Testament, kennen elk tien geboden, maar niet steeds dezelfde. Zetten we alle oudtestamentische geboden van deze monotheïstische godsdiensten onder elkaar dan hebben we er (volgens de Wikipedia van 19 juli 2017) twaalf.

  1. Ik ben de Heer uw God
  2. Gij zult geen andere goden hebben
  3. Gij zult geen afgodsbeelden maken
  4. Gij zult de naam van God niet misbruiken
  5. Gedenk de sabbat en houd hem in ere
  6. Eer uw vader en moeder
  7. Gij zult niet doden/moorden
  8. Gij zult geen overspel plegen
  9. Gij zult niet stelen
  10. Gij zult geen valse getuigenis afleggen
  11. Gij zult de vrouw van uw medemens niet begeren
  12. Gij zult het huis van uw medemens niet begeren

Naast de geboden uit het Oude Testament bevatten de Bijbel en de Koran een groot aantal voorschriften, gedragsvoorbeelden en gelijkenissen die aansporen tot een leven in dienst van God respectievelijk Allah en in navolging van Christus respectievelijk Mohammed.

Kloosterregels

In de monastieke vormen van deze godsdiensten krijgt de monnik ook nog eens te maken met een kloosterregel die varieert van orde tot orde en doorgaans vele voorschriften bevat. Zo beslaat de Regula Benedicti van de benedictijnen en de cisterciënzers maar liefst 73 hoofdstukken. De titel van het laatste hoofdstuk luidt: ‘Over het feit dat niet de volledige beoefening van de gerechtigheid in deze regel vervat is’.

Voorschriften in het boeddhisme

Het boeddhisme, dat volgens menig boeddhist geen godsdienst is maar een religie omdat zijn goden voor innerlijke kwaliteiten zouden staan, kent onder meer de vier geloften van de bodhisattva, het achtvoudige pad, de vijf voorschriften voor leken, de acht voorschriften voor leken en de tien voorschriften voor monniken. Deze laatste vormen de kern van de pathimokka, een set van 227 regels voor mannelijke respectievelijk 311 voor vrouwelijke monniken die op zijn beurt de kern vormt van de vinaya, de boeddhistische kloosterregel, die duizenden voorschriften omvat.

Het Achtvoudige Pad

Het achtvoudige pad houdt in:

  1. Juist begrijpen van de oorzaken van het lijden en de oplossing hiervan
  2. Juiste intenties: streven naar verlichting ten behoeve van alle levende wezens
  3. Juist spreken: niet kwaadspreken of liegen
  4. Juiste handelingen: niet doden, niet stelen, geen misbruik van zintuiglijke genoegens, niet liegen, geen alcohol en drugs
  5. Juist levensonderhoud: geen beroep dat anderen kwaad doet
  6. Juiste inspanning: streven naar de juiste gedachten en geestestoestand
  7. Juiste aandacht: vipassana
  8. Juiste mentale absorptie: samadhi

De Vijf Voorschriften

De vijf voorschriften van deugdzaamheid voor leken zijn gebaseerd op onderdelen 3 (juist spreken) en 4 (juist handelen) van het achtvoudige pad:

  1. Niet doden
  2. Niet stelen
  3. Geen seksueel misbruik
  4. Niet liegen of roddelen
  5. Geen verdovende middelen

De Acht Voorschriften

De acht voorschriften van deugdzaamheid voor leken zijn:

  1. Niet doden
  2. Niet stelen
  3. Geen seks
  4. Niet liegen of roddelen
  5. Geen verdovende middelen
  6. Alleen ’s ochtends eten
  7. Geen vermaak, nette kleding, sieraden, mackiage of parfum
  8. Geen comfortabel bed

Het derde van de acht voorschriften (geen seks) is strenger dan het derde van de vijf (geen seksueel misbruik), en ook voorschriften 6 tot en met 8 liegen er niet om. Veel boeddhisten proberen zich permanent aan de vijf voorschriften te houden en alleen bij bijzondere gelegenheden zoals zon- en feestdagen en retraites aan de acht voorschriften.

De Tien Voorschriften

De tien voorschriften van deugdzaamheid voor monniken zijn:

  1. Niet doden
  2. Niet stelen
  3. Geen seks
  4. Niet liegen of roddelen
  5. Geen verdovende middelen
  6. Alleen ’s ochtends eten
  7. Geen vermaak
  8. Geen nette kleding, sieraden, mackiage of parfum
  9. Geen comfortabel bed
  10. Geen geld, goud of zilver

Het achtvoudige yogapad

Behalve het boeddhisme kent ook het hindoeïsme een achtvoudig pad. Het is terug te vinden in het tweede deel van de yogasoetra’s die worden toegeschreven aan Patanjali. Het bestaat uit acht zogeheten geledingen:

  1. De vijf onthoudingen
  2. De vijf voorschriften
  3. Beheersing van de houding
  4. Beheersing van de levensenergie
  5. Het terugtrekken van de zintuigen
  6. Concentratie
  7. Meditatie
  8. Absorptie

De Vijf Onthoudingen

Yama, de eerste van de acht geledingen staat voor de vijf onthoudingen:

  1. Geweldloosheid
  2. Waarheidslievendheid
  3. Niet stelen
  4. Kuisheid
  5. Vrij zijn van bezitterigheid

De Vijf Voorschriften

Niyama de tweede van de acht geledingen, staat voor de vijf voorschriften:

  1. Reinheid
  2. Tevredenheid
  3. Soberheid
  4. Introspectie
  5. Overgave aan God

Waarom ik niet meer in eenduidige antwoorden kan geloven

Wijsheid vinden in het failliet van je verstand

Beste Hans,

Ik ben drieënzeventig jaar, heb vier kinderen en (bijna) twee keer zoveel kleinkinderen, twee honden, twee katten, en een mooie tuin waar ik veel tijd in doorbreng. Van huis uit ben ik arts en ik oefende met die achtergrond diverse beroepen uit: specialist (interne geneeskunde), tropenarts en keuringsarts. Intenser nog dan die dingen deed ik aan zeezeilen en fotografie.

Toen dat allemaal wat verminderde, dacht ik er goed aan te doen om me voor de resterende jaren eens op een geheel andere wereld te richten: het spirituele universum. Te beginnen met mindfulness (een eye-opener) en een tweejarige leergang spiritualiteit (beide geleid door goede en bekwame lieden). Daar ontdekte ik dat veel van het aangebodene niet relevant was voor mij en dat sommige zaken mij zelfs apert tegenstaan. In het boeddhisme bijvoorbeeld het verdwijnen van het zelf bij het bereiken van nirwana. Dat radicale gebeuren, daar streef ik geenszins naar, zelfs als het meer zou zijn dan een hersenschim. Wat mij wel aanspreekt is de boeddhistische notie van onthechting (trouwens ook een minderheidsstroming in het christendom), een afstand nemen van de haast, de gekte, de overvloed van van alles en nog wat.

Googelend op je site gekomen dacht ik: wat een berg teksten. Maar interessant, juist door het eenzijdige, radicale thema. Hoe kijkt Hans er tegenaan? Hoe pakt hij het aan? Hoe relativeert hij met zijn niet-weten de gekte in en om ons heen? Zelf ben ik verre van onthecht maar ik wil wel heel graag die kant op, ook met mijn gedachten.

Als ik je goed lees ben jij een missionaris zonder missie. Ik bedoel dat niet negatief want zendelingen zijn er in ruwweg twee soorten: diegenen die het goede met alles en iedereen zeggen voor te hebben, maar uiteindelijk dood en verderf zaaien, en diegenen die minder stellig zijn, maar in feite het goede doen, of tenminste hetzelfde doen als waaraan artsen zich zouden moeten houden: bovenal, gij zult geen schade toebrengen.

De laatste tijd zit ik een beetje in de lappenmand en mede daardoor bekruipt mij een gevoel van urgentie. Ik wil niet-weten maar tegelijkertijd en sterker nog wil ik juist wél-weten:

Waarom sterven er nog steeds kindertjes in Afrika terwijl we al veertig jaar geleden begonnen met vaccineren?

Waarom doet de plaatselijke bevolking er nog steeds aan landbouw uit het stenen tijdperk terwijl de voorbeelden hoe het beter kan genoegzaam bekend zijn?

Waarom is er een uitgekiende commerciële Pamper luier-actie voor nodig om Unicef aan te sporen ernst te maken met het bestrijden van tetanus neonatorum?

Waarom rijden ontwikkelingswerkers in Afrika in Toyota Landcruisers rond in plaats van driemaal goedkopere Suzuki’s?

Waarom maken economen zich zo druk over niet goed bestede ontwikkelingsgelden en zwijgen ze ondertussen unaniem over het totale batige saldo dat van zuid naar noord stroomt?

Waarom is het vinden van olie steevast de pest voor Afrikaanse landen?

Waarom roepen economen te pas en te onpas dat het zo goed gaat met China en India terwijl miljarden er voor een hongerloontje werken en er geen ziektekostenverzekering is buiten de staatsbedrijven en de graaiers van de communistische partij, en je dus bij ziekte lekker mag creperen?

Waarom roepen economen tot vervelens toe dat we meer moeten besteden om uit de crisis te komen, dat we verder moeten groeien terwijl groei niet de oplossing is maar juist het probleem?

Waarom spreken mensen er wél schande van dat in Oost-Congo de mannen worden vermoord en de vrouwen en kinderen worden mishandeld, maar niet dat de gorilla stelselmatig wordt uitgeroeid?

Waarom wordt altijd alleen maar gekeken naar het belang van de mens, die onverzadigbare veelvraat, en niet naar het belang van de dieren?

Waarom valt niet alle mensen de volstrekte wanverhouding op tussen de aantallen mensen en de beschikbare bronnen?

Een boeddhist zal misschien zeggen: ‘Het is zoals het is’. Dat vind ik irritant, al is het ongetwijfeld een deel van de ‘oplossing’. Niet-weten lijkt me ook maar een deel van de ‘oplossing’. Hoe kijk jij daar tegenaan?

Beste Frederik,

Wat leuk dat je aan zeezeilen en fotografie hebt gedaan. Ik ook. Alleen was ik wat bang voor die grote boot en ontdekte al gauw dat ik me meer thuis voelde op een windsurfplank. Alleen was ik wat bang voor dat grote zeil en ontdekte al gauw dat ik me meer thuis voelde in een kajak. Alleen was ik wat bang voor die grote kano en ontdekte al gauw dat ik me meer thuis voelde op een surfboard. Alleen was ik wat bang voor die grote golven en ontdekte al gauw dat ik me meer thuis voelde buiten de branding. Ik was ook wat bang voor de diepte en ontdekte al gauw dat ik me meer thuis voelde aan de oppervlakte. Sindsdien heb ik voornamelijk in zee gezwómmen en gesnorkeld, langs de kust, baaien over, om eilandjes heen en zo. Een en ander zal best ergens een metafoor voor zijn, maar waarvoor? Tegenwoordig voel ik me vooral thuis op een bureaustoel, nog meer in bed en het meest op de grond. Ook dat zal best ergens een metafoor voor zijn.

Als het om mindfulness gaat ben jij koning en ik geen klant. Op twee jaargangen spiritualiteit geleid door goede en bekwame lieden kan ik ook al niet bogen. Noch op kinderen, kleinkinderen, huisdieren of tuinplanten. Niet-weten.nl is mijn kindje, zeg maar gerust nageboorte met waterhoofd, en nog on(be)handelbaar ook. Soit, je moet toch wat.

Graag zou ik mij houden aan het adagium van artsen geen schade toe te brengen, maar jij hebt ongetwijfeld in je hoedanigheden van mens en medicus net als ik keer op keer moeten vaststellen dat daarvan geen sprake kan zijn. Zelfs een geslaagde interventie richt in onvermoede opzichten schade aan. Omgekeerd weet je maar nooit waar die schade weer goed voor is. Hetzelfde geldt voor non-interventie, dus daar sta je dan met je prachtparool.

Dat mijn website geen schade aanricht waag ik te betwijfelen. Dat hij nergens goed voor is eveneens. Heel wat mensen worden er bijvoorbeeld boos of wanhopig van, anderen, of misschien wel dezelfden, vrolijk of hoopvol. Misschien pleegt er wel iemand zelfmoord door, misschien is dat het beste wat hem of haar kan overkomen, of het ergste, of beide, of geen van beide. Misschien profiteert de omgeving van zijn of haar dood, of wordt erdoor gekweld, of beide, of geen van beide, in dezelfde en/of verschillende opzichten. Misschien durven sommigen door mijn teksten eindelijk hun fundamentele onwetendheid onder ogen te zien, en jaag ik anderen voorgoed het zoeken in. Misschien durven sommigen zich door mijn teksten eindelijk over te geven aan het zoeken en komen anderen voorgoed vast te zitten in het idee van fundamentele onwetendheid. En wat dan nog?

Meningen, verzuchtingen en hooggestemde idealen duiden altijd op kokervisie. Deze ook. Je vindt ergens iets van omdat je het maar van één kant bekijkt. Iemand pleit voor meer en snellere ambulances omdat zijn eigen vader na een hartaanval niet snel genoeg in het ziekenhuis was, maar ziet niet dat ambulances op hun beurt verkeersongelukken veroorzaken en bijdragen aan luchtwegaandoeningen dankzij de uitstoot van hun opgevoerde motoren. Iemand anders pleit daarom juist voor minder en tragere ambulances totdat zijn kleinzoon sterft aan een hartklepdefect omdat hij niet snel genoeg op de operatietafel lag.

Je vraagt waarom er nog steeds kindertjes doodgaan in Afrika, maar sommige van de kindertjes die wel gered werden doden nu misschien gorilla’s om aan hun geld te komen of om hun jachtinstinct te bevredigen of om uiting te geven aan hun weet-ik-veel.

Je vraagt je af waarom Afrikanen nog steeds aan landbouw uit het stenen tijdperk doen, terwijl er in je eigen land in dit onvolprezen digitale tijdperk gebaseerd op silicium – hoofdcomponent van zand en steen – computergestuurde megastallen verrijzen.

Je vraagt je af waarom Unicef geen ernst maakt met het bestrijden van tetanus maar veronachtzaamt het feit dat clostridium tetanus net als de gorilla tot de levende en levenslustige wezens behoort.

Je vraagt je af waarom ontwikkelingswerkers rondrijden in Toyota Landcruisers maar niet waarom je zelf rondvloog in straalvliegtuigen en rondzeilde in houten en fiberglas boten.

Je vraagt je met het oog op andere diersoorten af of er onderhand niet teveel mensen op aarde zijn die ook nog eens bovenmatig beslag leggen op haar bronnen, maar je hebt zelf vier kinderen en twee keer zoveel kleinkinderen, om over je huisdieren en vleesconsumptie nog maar te zwijgen.

Als jij je zaakjes al niet op orde weet te krijgen, als jij al niet in overeenstemming met je eigen denk- en ideaalbeelden weet te leven, hoe moeten minder fortuinlijke en minder gefortuneerde, minder geïnformeerde en minder geleerde individuen en organisaties het dan voor elkaar krijgen?

Ik heb mijn zaakjes zelf ook niet op orde. Ik zal ze wel nooit op orde krijgen. Ik weet niet meer wat orde is. Welke orde, voor wie?

Ik overzie de wijde wereld niet, ik overzie mijn eigen leven niet, ik overzie de consequenties van mijn eigen keuzes niet en ik overzie de factoren niet die daarop van invloed zijn, zodat ik uiteindelijk niet eens kan vaststellen of en in hoeverre het mijn keuzes zijn. Of en in hoeverre het mijn leven is. Hoe moet ik dit leven, gesteld dat er zoiets is, wat het ook is, van wie het ook is, gesteld dat er iemand is – hoe moet ik dit leven dan op orde krijgen?

Nee, ik kan er geen kaas van maken en ik probeer er ook geen kaas meer van te maken. Hans van Dam is uitgekarnd. Ik ken persoonlijk ook niemand die er kaas van heeft weten te maken. Wel heel veel mensen, zowat iedereen eigenlijk, die al dan niet terecht menen van wél, of (menen te) moeten doen alsóf.

Sommige van hen beweren zelfs de hoogste waarheid te hebben gevonden of de hoogste werkelijkheid te hebben gerealiseerd. Kan best, ik niet. Ik heb voor mezelf niet eens kunnen vaststellen of er een hoogste waarheid of werkelijkheid ís. Of zelfs maar een gewone of een laagste.

Ik heb voor mezelf niet eens kunnen vaststellen dat je dat niet kunt weten of dat je niets kunt weten of dat ik niks weet. Ik heb voor mezelf niet eens kunnen vaststellen of er een ik is of geen-ik of iets anders of niets. Ik heb voor mezelf niet eens kunnen vaststellen dat ik voor mezelf niet eens iets heb kunnen vaststellen. Ik heb voor mezelf helemaal niets kunnen vaststellen, laat staan voor anderen.

Daarom kan ik niet meer, zoals jij, in eenduidige antwoorden geloven. Of in wat voor antwoorden dan ook. In vragen geloof ik ook niet meer. In niet weten geloof ik ook niet meer, in niet geloven ook niet. Uiteindelijk kan ik mij nergens mee verenigen.

Ik ben geen liberaal, geen socialist.
Geen democraat, geen anarchist.
Geen christen, geen humanist.
Geen mysticus, geen atheïst.
Geen non-dualist, geen boeddhist.
Geen universalist, geen postmodernist.
Geen negativist, geen positivist.
Geen pessimist, geen optimist.
Geen nihilist, geen idealist.
Geen egoïst, geen altruïst.
Geen activist, geen fatalist.

Zelfs met niet-verenigen kan ik mij niet verenigen: ook tot de club van ongebondenen behoor ik niet.

Juist hier in dit niemandsland, waar niets nog urgent of inurgent is, waar ‘de wereld’ geen wereld of niet-wereld meer is, waar ‘doen’ geen doen of niet-doen meer is, waar ‘Hans’ geen Hans of niet-Hans meer is, waar ‘thuis’ geen thuis of niet-thuis meer is, waar zelfs niet niets te zeggen is – juist ‘hier’ ‘in’ ‘deze’ ‘wereld’ ‘voel’ ‘ik’ ‘mij’ ‘thuis’.

Rust vinden in je onrust.
Wijsheid vinden in het failliet van je verstand.
Hartstocht vinden in een leeg hart.
Vervulling vinden in de lege leer.
Rijk zijn zonder koning, koning zijn zonder rijk –

Wat een debacle.
Wat een zege(n).
Wat een mirakel.

Niets is alleen maar goed of kwaad

Bekijk het anders eens zonder opzicht

Fleur: Ik wil het goede doen en het kwade laten.

Hans: Niets is alleen maar goed of kwaad.

Fleur: Hoe bedoel je?

Hans: Wat goed is in het ene opzicht, is kwaad in het andere.

Fleur: Ik wil alleen maar doen wat goed is in ieder opzicht.

Hans: Dan moet je alles laten.

Fleur: Ik wil alleen maar laten wat goed is in geen enkel opzicht.

Hans: Dan moet je alles doen.

Fleur: Erg behulpzaam ben je niet.

Hans: Bekijk het anders eens zonder opzicht.

Fleur: Hè?

Hans: Bekijk het dan maar vanuit ieder opzicht.

Niets is goed of kwaad van zichzelf

Hetzelfde mes snijdt kelen en komkommers door

Volmar: Ik wil het goede doen en het kwade laten.

Hans: Niets is goed of kwaad van zichzelf.

Volmar: Hoe bedoel je?

Hans: Hetzelfde mes snijdt kelen en komkommers door.

Volmar: Maar een mitrailleur is zonder meer des duivels.

Hans: Een mitrailleur kan redden en doden.

Volmar: De wereld zou beter af zijn zonder schiettuig.

Hans: Het is met blote handen dat de meeste moorden worden gepleegd.

Volmar: En?

Hans: Zou de wereld beter af zijn zonder handen?

Niets is alleen maar goed of fout

Eten is redden door te doden

Hans: Geef eens een voorbeeld van goed en fout.

Rewie: Doden is fout, redden is goed.

Hans: Men doodt ook om te redden.

Rewie: In de oorlog misschien, maar niet in het dagelijks leven.

Hans: Driemaal daags. Tenminste, wie het zich kan veroorloven.

Rewie: Hoe bedoel je?

Hans: Eten.

Rewie: Wat heeft dat ermee te maken?

Hans: Eten is redden door te doden.

Rewie: Je kan toch vegetarisch eten?

Hans: Vegetarisme is planten doden in plaats van dieren.

Rewie: Planten zijn lagere wezens dan dieren.

Hans: Dan zullen we het maar niet hebben over de verdelgingsmiddelen die in de landbouw worden gebruikt om insecten te bestrijden.

Rewie: Met biologische landbouw kan je…

Hans: Of over het vee dat de mest produceert en zelf opgegeten wordt.

Rewie: Maar niet door mij.

Hans: Al is het maar door onze huisdieren.

Rewie: Het is een schande.

Hans: Wat moeten ze dan eten?

Rewie: Hm.

Hans: Of geef je ze liever een spuitje?

Rewie: …

Hans: Om nog maar te zwijgen over de vernietiging van de oorspronkelijke ecosystemen die iedere vorm van landbouw met zich meebrengt.

Rewie: Misschien moest ik maar stoppen met eten.

Hans: Niet eten is een vorm van zelfdoding die versterving wordt genoemd.

Rewie: In elk geval dood je er geen andere levende wezens mee.

Hans: Vergeet je darmflora niet.

Rewie: Verdraaid.

Hans: Maar de wormen zullen je dankbaar zijn.

Wat moeten we dan doen?

Goed fout

Hans: Geef eens een voorbeeld van iets dat alleen maar goed is.

Tino: Helpen is alleen maar goed.

Hans: Helpen is afhankelijk maken.

Tino: Wanneer iemand in nood verkeert, is het onze morele plicht…

Hans: Helpen is iemand zijn zelfrespect ontnemen

Tino: Wou jij beweren dat je beter niet kan helpen?

Hans: Niet helpen is iemand in zijn sop gaar laten koken.

Tino: Wat moeten we dan doen?

Hans: Wie zegt dat je iets moet doen?

Tino: Moeten we dan alles maar laten?

Hans: Wie zegt dat je iets moet laten?

Tino: Ik wil de juiste keuzes maken.

Hans: Wie zegt dat je een keuze hebt?

Tino: Wou jij beweren van niet?

Hans: Wat weet ik daarvan?

Tino: Kan je mij dan helemaal niets aanraden?

Hans: Niets is alleen maar goed.

Tino: Niets of ‘niets’?

Hans: ‘Goed’.

Als alles een illusie is

Sunyata sunyata voor non-dualisten

1.

Leerling: Als alles een illusie is, waarom zou je dan nog wat doen?

Leraar: Als alles een illusie is, waarom niet?

2.

Leerling: Als alles een illusie is, waarom zou je dan nog wat doen?

Leraar: Als alles een illusie is, dan ook het niet-doen.

3.

Leerling: Als alles een illusie is, waarom zou je dan nog wat doen?

Leraar: Als alles een illusie is, dan ook de illusie.

4.

Leerling: Als alles een illusie is, waarom zou je dan nog wat doen?

Leraar: Als alles een illusie is, dan ook mijn antwoord.

5.

Leerling: Als alles een illusie is, waarom zou je dan nog wat doen?

Leraar: Als alles een illusie is, dan ook jouw vraag.

Als alles leeg is

Maya maya voor boeddhisten

1.

Leerling: Als alles leeg is, waarom zou je dan nog wat doen?

Meester: Als alles leeg is, waarom niet?

2.

Leerling: Als alles leeg is, waarom zou je dan nog wat doen?

Meester: Als alles leeg is, dan ook het niet-doen.

3.

Leerling: Als alles leeg is, waarom zou je dan nog wat doen?

Meester: Als alles leeg is, dan ook de leegte.

4.

Leerling: Als alles leeg is, waarom zou je dan nog wat doen?

Meester: Als alles leeg is, dan ook mijn antwoord.

5.

Leerling: Als alles leeg is, waarom zou je dan nog wat doen?

Meester: Als alles leeg is, dan ook jouw vraag.

Non-dualisme is al net zo’n mijnenveld als boeddhisme

Beloven en niet-beloven leiden alleen maar tot bestendiging van het geloof in de persoon, de vrije wil en de maakbaarheid van de wereld.

Erik: Wat vind jij van het boeddhisme?

Hans: Een mijnenveld.

Erik: Mijn idee.

Hans: Hoezo?

Erik: Geloften en goede voornemens leiden alleen maar tot bestendiging van het geloof in de persoon, de vrije wil en de maakbaarheid van de wereld.

Hans: Wat zou volgens jou het beste zijn?

Erik: Geen goede voornemens meer maken, geen geloften meer afleggen en dat ook niet van anderen verlangen.

Hans: Je veronderstelt een persoon, een vrije wil en een maakbare wereld.

Erik: Wat?

Hans: Het voornemen geen goede voornemens meer te maken, geen geloften meer af te leggen en dat ook niet van anderen te verlangen leidt alleen maar tot bestendiging van het geloof in de persoon, de vrije wil en de maakbaarheid van de wereld.

Erik: Verdraaid.

Hans: Dat zeg ik.

Erik: Wat?

Hans: Een mijnenveld.

Wie of wat mag waarom wie of wat niet doden?

Vragen, vragen, vragen

Er zijn wezenlijke verschillen tussen het oud-testamentische gebod ‘Gij zult niet doden’ en de boeddhistische gelofte niet te doden.

Van wie mag je eigenlijk niet doden?

In het eerste geval gaat het om een goddelijk gebod, in het tweede om een persoonlijke belofte.

Wat als je toch doodt?

Wie zich niet aan het gebod houdt gaat na dit leven naar de hel, wie zich niet aan de gelofte houdt creëert negatief karma waar hij in dit leven en in toekomstige levens nog veel last van kan hebben, maar die de ultieme bevrijding niet in de weg staat.

Wie of wat mag je eigenlijk niet doden?

Bij het gebod gaat het alleen om mensen, bij de gelofte om alle voelende wezens, ook mieren, om een bekend voorbeeld te noemen.

Wat zijn eigenlijk mensen?

Is een zaadcel een mens, een eicel, een embryo, een foetus, een teratoom? Is iemand met microcefalie een mens? Zijn negers mensen? Volgens slavendrijvers, die vaak zeer christelijk waren, niet, dus mochten slaven best gedood worden. Volgens de nazi’s waren joden, zigeuners, homofielen, vrije kunstenaars en mongolen geen mensen maar untermenschen die met het oog op de zuiverheid van het zogenaamde Arische ras maar het beste vernietigd konden worden.

Wat zijn eigenlijk voelende wezens?

Is een zaadcel een voelend wezen, een eicel, een embryo, een foetus? Zijn moslims en christenen voelende wezens? Volgens sommige boeddhisten in het verre oosten niet, getuige recente moordpartijen in naam der Boeddha. Apen, geiten, kippen, eieren? Bijen, libellen, mieren, vliegen, muggen, teken, lintwormen, bloedzuigers en andere parasieten? Ziektedragers, bacteriën, virussen?

Wie of wat mag er eigenlijk niet doden?

Zowel bij het gebod als bij de gelofte mag je persoonlijk niet doden. Jijzelf bent verantwoordelijk en jijzelf staat voor de gevolgen in als je toch doodt. Maar wat als jij anderen voor je laat doden? Mag een christen opdracht geven een mens te vermoorden als hij zijn eigen handen maar niet vuilmaakt? Mag een boeddhist vis eten die door een ander is gedood? Mag hij een dier eten dat door de natuur is gedood? Mag ik als boeddhist vrachtwagenchauffeurs voor mij laten rijden ook al doden ze al rijdende wild en insecten en medeweggebruikers of zichzelf?

Veel gelovigen en veel boeddhisten vatten ‘niet doden’ persoonlijk op. Zij vinden het geen enkel probleem als anderen doden, ook niet als zij daar direct voordeel van hebben.

Wat is eigenlijk doden?

Een krant lezen, astronomie studeren, een retraite volgen, naar het zwembad of op vakantie gaan terwijl elders mensen sterven door voedseltekort, watertekort, een tekort aan medicijnen en medische hulp, is dat doden? Een gierzwaluw uit de lucht schieten zodat er tweeduizend insecten per dag minder worden opgegeten, is dat doden? Gierzwaluwen uitzetten om een muggenplaag te bestrijden, is dat doden? Een zelfmoordterrorist doodschieten voordat hij explodeert en vele omstanders doodt, is dat doden? Roet en kankerverwekkende stoffen uitstoten, is dat doden? Pillen verstrekken voor euthanasie, is dat doden? Wegen aanleggen waarop mensen elkaar dood kunnen rijden, is dat doden? Een kind verwekken dat ongetwijfeld vele voelende wezens gaat doden en dat net als ieder mens zelf ten dode is opgeschreven, is dat doden?

Waarom mag je eigenlijk niet doden?

Niet doden leidt tot de hongerdood

Diego: Waartoe leidt de gelofte van niet doden?

Hans: Plagen.

Diego: Waartoe leiden plagen?

Hans: Misoogsten.

Diego: Waartoe leiden misoogsten?

Hans: Hongersnood.

Diego: Waartoe leidt hongersnood?

Hans: De hongerdood.

Niet doden leidt tot geboden

Ilco: Waartoe leidt het verbod op doden?

Hans: Overbevolking.

Ilco: Waartoe leidt overbevolking?

Hans: Oorlog.

Ilco: Waartoe leidt oorlog?

Hans: Doden.

Ilco: Waartoe leidt doden?

Hans: Geboden.

Niet doden leidt tot moord en doodslag

1.

Gerline: Waartoe leidt de gelofte van niet doden?

Hans: Het opheffen van de doodstraf.

Gerline: Waartoe leidt het opheffen van de doodstraf?

Hans: Moord en doodslag.

2.

Mandy: Waartoe leidt de doodstraf?

Hans: Justitiële dwalingen met fatale afloop.

Mandy: Waartoe leiden justitiële dwalingen met fatale afloop?

Hans: Moord en doodslag.

Niet doden leidt tot uitzichtloos lijden

Abortus provocatus

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’

‘Ongewenste kinderen.’

Euthanasie

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’

‘Uitzichtloos lijden.’

Jacht

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’

‘Overbegrazing.’

Plagen en ziekten

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’

‘Epidemieën.’

Straffen

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’

‘Levenslang.’

Geloften leiden tot zelfdoding

Naropa: Waartoe leidt de gelofte niet te doden?

Hans: Schuld en schaamte.

Naropa: Waartoe leiden schuld en schaamte?

Hans: Zelfhaat.

Naropa: Waartoe leidt zelfhaat?

Hans: Zelfdoding.

Niet doden betekent niet leven

Shalini: Wat betekent niet doden?

Hans: Uiteindelijk?

Shalini: Uiteindelijk.

Hans: Niet leven.

Shalini: Dat snap ik niet.

Hans: Kan jij leven zonder eten?

Shalini: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Kan jij eten zonder doden?

Ook veganisten hebben bloed aan hun handen

Of denk je dat koeien uitsluitend voor de mest worden gehouden?

Tanja: Ik ben veganiste.

Hans: Wat houdt dat in?

Tanja: Dat ik niets dierlijks eet en niets gebruik waarvoor dieren nodig zijn.

Hans: Dat mocht je willen.

Tanja: Ik gebruik zelfs geen gelatine meer.

Hans: Maar je eet nog wel?

Tanja: Uitsluitend plantaardig en biologisch.

Hans: Je eet gewassen?

Tanja: Is daar iets mis mee?

Hans: Arme planten.

Tanja: Planten hebben geen gevoel.

Hans: Wat eten die planten eigenlijk?

Tanja: Hè?

Hans: Wat eten de planten die jij eet?

Tanja: Planten eten niet.

Hans: Kunstmest?

Tanja: Ik ben tegen kunstmest.

Hans: Poep dus.

Tanja: Wat heeft dat er nou weer mee te maken?

Hans: Waar komt die poep vandaan?

Tanja: O.

Hans: Nou?

‘Tanja: Van koeien en zo.

Hans: En waarvoor worden die koeien nog meer gebruikt?

Tanja: …

Hans: Of denk je dat ze uitsluitend voor de poep worden gehouden?

Tanja: …

Hans: Dat een boer van mest alleen kan leven?

Tanja: …

Hans: Koeien leveren melk en als ze niet genoeg melk meer leveren gaan ze naar het slachthuis. Als ze al niet rechtstreeks naar het slachthuis gaan.

Tanja: Maar niet voor mij.

Hans: Zonder vleeseters geen veganisten.

Bekijk het eens van alle kanten

Lijd jij aan dierenleed?

Paul: Stop dierenleed. Draag geen bont!

Hans: Zou je liever te jong sterven of nooit zijn geboren?

Paul: Te jong sterven. Daar hoef ik echt niet over na te denken.

Hans: Waarom zou dat voor pelsdieren anders zijn?

Paul: Ben jij soms voor het gebruik van bont?

Hans: Niet dat ik weet.

Paul: Dan moet je er wel op tegen zijn.

Hans: Niet dat ik weet.

Paul: Dan moet je wel neutraal zijn.

Hans: Niet dat ik weet.

Paul: Het zou een zootje worden als iedereen zich zo opstelde.

Hans: Ik stel me niet op.

Paul: Lekker makkelijk.

Hans: Niets zo moeilijk.

Paul: Heb jij dan helemaal geen medelijden?

Hans: Met wie?

Paul: Met de dieren die geslacht worden om hun pels natuurlijk.

Hans: Ook.

Paul: Met wie dan nog meer?

Hans: Met jou.

Paul: Waarom?

Hans: Omdat jij aan dierenleed lijdt.

Paul: Schei toch uit.

Hans: Met de fokkers.

Paul: Nou wordt ‘ie helemaal mooi.

Hans: Denk je dat het leuk is om bedreigd te worden?

Paul: Ze vragen er toch om?

Hans: Ik heb nog nooit iemand om een dreigement horen vragen.

Paul: Je weet best wat ik bedoel.

Hans: En met de liefhebbers van bont natuurlijk.

Paul: Wát?

Hans: Omdat ze zich steeds schuldiger voelen.

Paul: Dat is ze verdomme geraden ook.

Hans: En omdat zomaar door iedereen uitgescholden kunnen worden.

Paul: En dan komen ze er nog goed vanaf.

Hans: Ben je zelf ooit in die positie geweest?

Paul: Ik draag geen bont.

Hans: Ben je weleens gepest?

Paul: Op school. Jarenlang.

Hans: Een fijne herinnering zeker?

Paul: …

Hans: Nou dan.

Lees ook: Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken.

Bepaal jij zelf waar je van houdt?

Over macht en overmacht

Ofra: Draag geen bont!

Hans: Waarom niet?

Ofra: Dat is zielig voor pelsdieren.

Hans: Hou je van pelsdieren?

Ofra: Nou en of.

Hans: Zou je ook niet van ze kunnen houden?

Ofra: Ondenkbaar.

Hans: Is dat de reden dat je actie moet voeren?

Ofra: Beslist.

Hans: Sommige mensen houden van bont.

Ofra: En?

Hans: Zouden ze er ook niet van kunnen houden?

Ofra: Ze, eh…

Hans: Zou dat de reden kunnen zijn dat ze bont moeten dragen?

Ofra: …

Hans: Tussen twee haakjes…

Ofra: Wat?

Hans: Je draagt leren schoenen.

We zitten helemaal vast in onze eigen voorkeuren

Maxim: Waarom kopen mensen in hemelsnaam nog bont?

Hans: Misschien wel omdat ze zo van pelsdieren houden.

Maxim: Een dodelijke liefde.

Hans: Ze weten ze in ieder geval te waarderen.

Maxim: Ze zitten helemaal vast in hun eigen voorkeuren.

Hans: Ook dat hebben jullie gemeen.

Ik dood en laat voor mij doden

Waarom zou iemand die alle levende wezens onder de zon doodt en laat doden, een uitzondering maken voor mensen?

Manda: Zou jij kunnen doden?

Hans: Ik dood en ik laat voor mij doden.

Manda: Pardon?

Hans: Kippen, duiven, kwartels, koeien, varkens, paarden, herten, zwijnen, vissen, kikkers, schildpadden, ratten, muizen, mollen, vissen, bomen, struiken, planten, grassen, bacteriën, virussen, schimmels, noem maar op.

Manda: Ik bedoelde eigenlijk mensen.

Hans: Ik wil je niet ongerust maken…

Manda: Maar?

Hans: Waarom zou iemand die alle levende wezens onder de zon doodt en laat doden, een uitzondering maken voor mensen?

Manda: Dat weet ik eigenlijk niet.

Hans: Nou, ik ook niet.

Er sterven voortdurend mensen voor mij en door mij

Waarom zou iemand die zonder met zijn ogen te knipperen mensen voor zich laat sterven, moeite hebben eigenhandig te doden?

Ivar: Zou jij kunnen doden?

Hans: Natuurlijk.

Ivar: O?

Hans: Ik dood en ik laat voor mij doden.

Ivar: Dieren en planten?

Hans: En mensen.

Ivar: Wát?

Hans: Er sterven voortdurend mensen voor mij en door mij.

Ivar: Hoe dan?

Hans: In het verkeer, in fabrieken, in mijnen, in gevangenissen, in ziekenhuizen, in de lucht, onder water, op het slagveld, noem maar op. Als het had gemoeten had ik mijn moeder al in het kraambed voor mij laten sterven.

Ivar: Ik bedoelde eigenlijk door je eigen hand.

Hans: Ik wil je niet ongerust maken…

Ivar: Maar?

Hans: Waarom zou iemand die zonder met zijn ogen te knipperen mensen voor zich laat sterven, moeite hebben eigenhandig te doden?

Ivar: Dat weet ik eigenlijk niet.

Hans: Nou, ik ook niet.

Mijn bloed kookt als ik alleen maar aan zo’n situatie denk

Je weet nooit wanneer het moment daar is

Liduin: Zou jij kunnen doden?

Hans: Met mijn blote handen?

Liduin: Of met wapens.

Hans: Ik kan mij tientallen situaties voorstellen waarin ik iemand om het leven breng, en dat doe ik dan ook regelmatig.

Liduin: Wat doet je regelmatig?

Hans: Mij situaties voorstellen waarin ik iemand om het leven breng.

Liduin: O, gelukkig.

Hans: Wat voorstellen betreft ben ik beslist een ervaringsdeskundige.

Liduin: Een ouwe rot.

Hans: Mijn bloed kookt als ik alleen maar aan zo’n situatie denk.

Liduin: Heb je er ooit een bij de hand gehad?

Hans: Niet echt.

Liduin: Stelt dat je gerust?

Hans: Niet in het minst.

Liduin: Waarom niet?

Hans: Je weet nooit wanneer het moment daar is.

Ik ben nogal bang aangelegd

Als je bang bent, heb je jezelf niet meer in de hand

Poppe: Zou jij als het erop aankomt iemand kunnen doden?

Hans: Als het erop aankomt?

Poppe: Bijvoorbeeld om je eigen leven of dat van je geliefde te redden?

Hans: Ik mag het graag denken…

Poppe: Maar?

Hans: Ik ben nogal bang aangelegd.

Poppe: Ik eerlijk gezegd ook.

Hans: Dus ik reken nergens op.

Poppe: Denkt jij dat je het doden achterwege kan laten als het nergens voor nodig is?

Hans: Ik mag het graag denken…

Poppe: Maar?

Hans: Ik ben nogal bang aangelegd.

Poppe: Hè?

Hans: Als je bang bent, heb je jezelf niet meer in de hand.

Poppe: Op die manier.

Hans: Dus ik reken nergens op.

Poppe: Heeft een mens die niet bang is zichzelf wél in de hand?

Hans: Ik mag het graag denken…

Poppe: Maar?

Hans: Waarom zou angst de enige onzekere factor zijn?

Poppe: Waar denk je nog meer aan?

Hans: Lust. Woede. Drank. Sadisme. Paranoia. Jaloezie. Stoerheid. Groepsdruk. Massahysterie. Hongersnood. Een hersentumor. Ik noem maar wat.

Poppe: Op die manier.

Hans: Dus ik reken nergens op.

Poppe: Hebben wij dit gesprek wel in de hand?

Hans: Ik mag het graag denken…

Poppe: Maar?

Hans: Wie weet of de Grote Schrijver het ons niet oplegt.

Poppe: Ook daar zullen we wel nooit achter komen.

Hans: Zelfs dáár ben ik nog niet achter.

Poppe: Ik eerlijk gezegd ook niet.

Hans: Dus ik reken nergens op.

Welke middelen zijn het meest schadelijk voor de geest?

Proost

Caspar: Ik heb beloofd geen middelen te gebruiken die schadelijk zijn voor de geest.

Hans: Dat kan de beste overkomen.

Caspar: Welke middelen zijn volgens jou het meest schadelijk voor de geest?

Hans: Beloften.

Tips: Hero of Zero, Bodhisattvageloften voor iedereen en niemand.

Eer is iets dat niet bestaat en daarom steeds verdedigd moet worden

‘Wat is eer?’
‘Iets waarin men aangetast kan worden.’

‘Wat is eer?’
‘De kiem van eerwraak.’

‘Wat is eer?’
‘Iets dat niet bestaat en daarom onophoudelijk verdedigd moet worden.’

Wat is het veld van eer?

Zandhazen

‘Wat is het veld van eer?’
‘De plaats waar je roemloos ten onder gaat.’

Is eer dan nergens goed voor?

Ereleed

Ozgur: Wat is eer?

Hans: Blinde trouw.

Ozgur: Waartoe leidt blinde trouw?

Hans: Afhankelijkheid.

Ozgur: Wat nog meer?

Hans: Misbruik.

Ozgur: Wat nog meer?

Hans: Sektes.

Ozgur: Wat nog meer?

Hans: Nationalisme.

Ozgur: Wat nog meer?

Hans: Oorlog.

Ozgur: Wat nog meer?

Hans: Concentratiekampen.

Ozgur: Wat nog meer?

Hans: Kamikaze.

Ozgur: Wat nog meer?

Hans: Harakiri.

Ozgur: Is eer dan nergens goed voor?

Hans: Wat is goed?

Zo heilig als een rund

’s Lands wijs

Mitra: Wat is de belangrijkste oorzaak van verkeersdoden in India?

Hans: De heilige koe.

Mitra: En in de rest van de wereld?

Hans: De heilige koe.

Leve de onduidelijkheid

En als de dader wordt gechanteerd om te stelen voor een bende?

Hans: Wanneer noem jij iets gemeen?

Fieke: Als het gemeen is.

Hans: Gemeen is gemeen?

Fieke: Leve de duidelijkheid.

Hans: Stel, je wordt onder bedreiging van een mes beroofd van je portemonnee.

Fieke: Nou, dat mag je gerust gemeen noemen.

Hans: Ook als je een rijke vrek bent die bestolen wordt door de mensen die je zelf uitperst?

Fieke: Dan niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Gerechtigheid?

Hans: En als de dader Robin Hood heet en de buit verdeeld onder de armen?

Fieke: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Solidariteit?

Hans: En als degene die jou beroofd eerder op de dag door jou beroofd is?

Fieke: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Een koekje van eigen deeg?

Hans: En als de dader een figurant is en jij een politieman-in-opleiding tijdens een arrestatie-oefening?

Fieke: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Een simulatie?

Hans: En als het mes van plastic is, de portemonnee Monopoly-geld bevat en de dader een vriendje is waarmee je boefje speelt?

Fieke: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Kinderspel?

Hans: En als het een scène in een misdaadfilm is?

Fieke: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Fictie?

Hans: En als de beroving een grap is met een verborgen camera?

Fieke: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Leedvermaak?

Hans: En als de dader het geld steelt als laatste redmiddel voor zijn doodzieke kind?

Fieke: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Verantwoordelijkheidsgevoel?

Hans: En als de beroving in scène is gezet om iemand van zijn naïviteit af te helpen?

Fieke: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Een reality check?

Hans: En als de dader zelf is opgevoed met geweld en nooit geleerd heeft te werken voor zijn geld?

Fieke: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Onmacht?

Hans: En als de dader wordt gechanteerd om te stelen voor een bende?

Fieke: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Overmacht?

Hans: En als je het allemaal droomt?

Fieke: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: Hoe zou je het dan noemen?

Fieke: Een illusie?

Hans: Wanneer dan eigenlijk wel?

Fieke: Wat?

Hans: Wanneer is gemeen dan wel gemeen?

Fieke: Dat is gemeen.

Kan je ooit iemand met zekerheid een dader noemen?

Hans: Als een boom omwaait en een voorbijganger velt, heeft de boom het dan gedaan?

Leon: Sleep hem voor de rechter.

Hans: Zou je de boom gemeen noemen?

Leon: Natuurlijk niet.

Hans: Als een dakdekker uitglijdt en op een voorbijganger valt, heeft de dakdekker het dan gedaan?

Leon: Onzin.

Hans: Waarom niet?

Leon: Omdat hij het niet expres deed.

Hans: Zou je hem gemeen noemen?

Leon: Hij gleed toch uit?

Hans: Als iemand vanaf een viaduct een tegel op een passerende auto…

Leon: Dat is gemeen.

Hans: Waarom?

Leon: Omdat er boos opzet in het spel is.

Hans: Ook als de dader in een psychose handelt?

Leon: Dat is wat anders.

Hans: Of om een andere reden echt niet anders kon?

Leon: Zoals?

Hans: Er is iets ernstigs gebeurd, of hij heeft bepaalde gevoelens, herinneringen of gedachten die hem onafwendbaar tot zijn daad aanzetten.

Leon: Tja.

Hans: Zou je hem dan nog steeds gemeen noemen?

Leon: Tenzij hij echt niet anders kon.

Hans: Weet je ooit of iemand echt niet anders kon?

Leon: Ik…

Hans: Hoe stel je zoiets onomstotelijk vast?

Leon: Eh…

Hans: Nou?

Leon: …

Hans: Kan je iemand ooit met zekerheid een dader noemen?

Leon: Als we zo gaan redeneren.

Hans: Wat dan?

Leon: Dan hebben we straks alleen nog maar slachtoffers.

Hans: Maar weet je ooit of iemand op enig moment niet anders kon?

De oorzaak van diefstal is de oorzaak van bezit

Diefje-zonder-verlos

Ezra: Wat is de oorzaak van diefstal?

Hans: Bezit.

Ezra: Wat is de oorzaak van bezit?

Hans: Diefstal.

Niet stelen leidt tot kindersterfte

Als het voorschrift om niet te stelen leidt tot overtredingen, gevangenissen, armoede en kindersterfte, kunnen we het dan niet beter opheffen?

Filip: Waartoe leidt het voorschrift om niet te stelen?

Hans: Overtredingen.

Filip: Waartoe leidt het voorschrift om niet te stelen nog meer?

Hans: Gevangenissen.

Filip: Waartoe leidt het voorschrift om niet te stelen nog meer?

Hans: Armoede.

Filip: Waartoe leidt het voorschrift om niet te stelen nog meer?

Hans: Kindersterfte.

Filip: Als het voorschrift om niet te stelen leidt tot overtredingen, gevangenissen, armoede en kindersterfte, kunnen we het dan niet beter opheffen?

Hans: Joost mag weten waar dat weer toe leidt.

Spreken is liegen, zwijgen ook

Niet liegen in de praktijk

Jean: Wat is niet liegen in de praktijk?

Hans: Niet spreken?

Jean: Wat is niet spreken?

Hans: Liegen zonder woorden?

Jean: Wat is spreken?

Hans: Liegen met woorden?

Jean: Wat is liegen?

Hans: Een woord?

Jean: Dus gelogen?

Hans: Probeer je mij te laten liegen?

Jean: Waarom stel je alleen maar wedervragen?

Hans: Dat is niet liegen in de praktijk.

Waarom ik mezelf geen boeddhist noem

Honoré: Zie jij jezelf als boeddhist?

Hans: Beslist niet.

Honoré: Waarom niet?

Hans: Omdat ik geen geloften wil afleggen.

Honoré: Waarom wil je geen geloften afleggen?

Hans: Omdat ik niet wil liegen.

Waarom ik mezelf toch boeddhist noem

Zita: Zie jij jezelf als boeddhist?

Hans: Beslist.

Zita: Heb je dan geloften afgelegd?

Hans: Beslist niet.

Zita: Waarom niet?

Hans: Omdat ik niet wou liegen.

Zita: Waarom noem jij jezelf dan toch boeddhist?

Hans: Daarom noem ik mezelf dan toch boeddhist.

De leugenaar, de dief en de moordenaar

Belofte maakt schuld

1. De leugenaar

Monnik: Ik heb beloofd nooit meer te liegen.

Meester: Je kan niet spreken zonder te liegen.

Monnik: Dan hou ik voortaan mijn mond wel.

Meester: Je kan niet zwijgen zonder te liegen.

Monnik: Dan beloof ik voortaan wel niks meer.

Meester: Daar hou ik je aan.

2. De dief

Monnik: Ik heb beloofd nooit meer te stelen.

Meester: Je kan niet ontvangen zonder te stelen.

Monnik: Dan deel ik alleen nog maar uit.

Meester: Je kan niet weggeven zonder te stelen.

Monnik: Dan beloof ik voortaan wel niks meer.

Meester: Daar hou ik je aan.

3. De moordenaar

Monnik: Ik heb beloofd nooit meer te doden.

Meester: Je kan niet leven zonder te doden.

Monnik: Dan sterf ik nog liever.

Meester: Je kan niet sterven zonder te doden.

Monnik: Dan beloof ik voortaan wel niks meer.

Meester: Daar hou ik je aan.

Ik beloof niets dat ik niet waar kan maken

Dit ook niet

Carla: Wat is de belangrijkste boeddhistische gelofte?

Hans: De nulde natuurlijk.

Carla: Hoe luidt de nulde gelofte?

Hans: Ik beloof niets dat ik niet kan waarmaken.

Carla: En die andere geloften dan?

Hans: Die kan ik niet waarmaken.

Carla: Is de nulde gelofte niet een bijzonder geval van de derde*?

Hans: Jawel.

Carla: Maar?

Hans: Die kan ik niet waarmaken.

Carla: De nulde wel?

Hans: Dat kan ik niet beloven.

Carla: Dus eigenlijk beloof je niets?

Hans: Dat kan ik niet beloven.

Carla: Jij staat nergens voor in?

Hans: Ook daar sta ik niet voor in.

Carla: Maar wat is nou de nulde gelofte?

Hans: Dat is nou de nulde gelofte.

* niet liegen

Buddhists Anonymous

Hoe monsterlijk de aandrift om beloften te doen ook is, ik beloof hem altijd te weerstaan.

Zweren als een zere vinger

‘Ik beloof…’
‘Zou je dat nou wel doen?’

‘Ik zweer…’
‘Zal ik de dokter bellen?’

Als helderheid het toppunt van verwarring blijkt te zijn

Volg geen instructies – deze ook niet.

Ewout: Als je mij instructies moest geven, wat zou je dan zeggen?

Hans: Volg geen instructies.

Ewout: Maar daarin zit de ongehoorzaamheid al ingebouwd.

Hans: Hoezo?

Ewout: Als ik hem opvolg moet ik me ertegen verzetten, als ik mij ertegen verzet volg ik hem op.

Hans: Tja.

Ewout: Dan kan je nog beter geen instructies geven.

Hans: Je hebt er zelf om gevraagd.

Ewout: Niet om deze.

Hans: Je hebt vooraf geen voorwaarden gesteld.

Ewout: Maar deze wekt alleen maar verwarring.

Hans: En dat is wel het laatste wat je wil?

Ewout: Dat kan je wel zeggen.

Hans: Waarvoor kom je dan?

Ewout: Helderheid, zou ik zeggen.

Hans: Ook als helderheid het toppunt van verwarring blijkt te zijn?

Ewout: Wát?

Hans: Rustig maar.

Ewout: Waarom?

Hans: Zover ben je nog lang niet.

Hebben wij wel een vrije wil?

Het is maar net aan wie je het vraagt

Alle morele voorschriften veronderstellen een vrije wil. Als we niet vrij kunnen kiezen kunnen we immers ook niet verantwoordelijk worden gesteld voor de geboden, geloften, etiquette, regels en wetten die we overtreden.

De meeste mensen lijken wel een bepaalde mate van wilsvrijheid te ervaren. Toch is niet iedereen het erover eens dat we ons lot zelfs maar gedeeltelijk bepalen.

Volgens materialisten wordt ons doen en laten volledig bepaald door de stof en is de geest een bijverschijnsel en de ervaring van keuzevrijheid een illusie.

Volgens deterministen valt er niets te kiezen omdat iedere schijnbare keuze volledig wordt bepaald door voorafgaande oorzaken.

Volgens het christendom, het jodendom en de islam is God oppermachtig maar heeft hij de mens een vrije wil gegeven waarmee hij zelf kan kiezen tussen goed en kwaad; afhankelijk van zijn keuzes wordt hij bij de Grote Afrekening beloond met een verblijf in de hemel of gestraft met een verblijf in de hel. In dat laatste heeft hij zelf geen zeggenschap.

Volgens non-dualisten is de persoon een illusie in het universele bewustzijn en hebben wij evenveel in te brengen als een romanheld in een boek of een acteur in een film.

Volgens boeddhisten hebben de dingen geen kern en de mensen geen ziel en ontstaat alles afhankelijk: de doctrine van de leegte (sunyata). Volgens diezelfde boeddhisten is het afleggen en naleven van geloften op basis van vrijwiligheid de kern van het achtvoudige pad.

Hebben wij een vrije wil? Het is maar net aan wie je het vraagt. Als je het mij vraagt? Ik zou het echt niet weten.

Op mijn pagina Vrije wil, onvrije wil en vrije onwil ga ik dieper in op deze kwestie.

Het idee van de vrije wil voedt zichzelf

Ryan: Waartoe leidt het idee van de vrije wil?

Hans: Geloften en geboden.

Ryan: Waartoe leiden geloften en geboden?

Hans: Misstappen en vergrijpen.

Ryan: Waartoe leiden misstappen en vergrijpen?

Hans: Reprimandes en veroordelingen.

Ryan: Waartoe leiden reprimandes en veroordelingen?

Hans: Bekentenissen en goede voornemens.

Ryan: Waartoe leiden bekentenissen en goede voornemens?

Hans: Het idee van de vrije wil.

Vergeving is een zevenvoudig misverstand

Lest best

Maria: Wat is vergeving?

Hans: Een zevenvoudig misverstand.

Maria: Zevenvoudig?

Hans: Eerst is er het misverstand dat je iets fout kan doen.

Maria: Dat is een.

Hans: Dan is er het misverstand dat je iets kan doen.

Maria: Dat is twee.

Hans: Dan is er het misverstand dat je bent.

Maria: Dat is drie.

Hans: Dan is er het misverstand dat je bij iemand anders in het krijt kan staan.

Maria: Dat is vier.

Hans: Dan is er het misverstand dat de ander je die schuld kan kwijtschelden.

Maria: Dat is vijf.

Hans: En ten slotte is er het misverstand dat de ander ís.

Maria: Dat is zes.

Hans: Voilà.

Maria: En het zevende dan?

Hans: Het zevende?

Maria: Je zei dat er zeven misverstanden zijn.

Hans: Dat is het zevende.

Hoe breng je niet-weten in de praktijk?

Het is de praktijk die het in jou brengt

Shelly: Wat betekent ethiek voor jou?

Hans: Geen moralisme, geen immoralisme, geen amoralisme.

Shelly: Wat betekent democratie voor jou?

Hans: Niet voor zijn, niet tegen zijn, niet neutraal zijn.

Shelly: Wat betekent kiezen voor jou?

Hans: Niet stemmen, niet blanco stemmen, niet thuisblijven.

Shelly: Hoe breng je een en ander in de praktijk?

Hans: Ik hoef het niet in de praktijk te brengen.

Shelly: O?

Hans: Het is de praktijk die het in mij brengt.

Lees ook: Vrede sluiten met je onvrede, De lege moraal.

Niet-weten is geen defaitisme

Beweging is niet wonderlijker dan stilstand

Akim: Ga jij weleens stemmen?

Hans: Volgens mij wel.

Akim: Maar jij weet toch niks?

Hans: Hoe weet ik dat nou.

Akim: Hoe kan je dan stemmen?

Hans: Is niet stemmen soms beter dan wel stemmen?

Akim: Dat weet ik niet.

Hans: Nou, ik ook niet.

Akim: Dus je gaat stemmen omdat er geen reden is om niet te stemmen?

Hans: Ik weet niet of dat de reden is.

Akim: Wat is dan de reden?

Hans: Ik weet niet of er een reden is.

Akim: Dus je zou net zo goed niet kunnen gaan stemmen?

Hans: Niet stemmen is ook stemmen.

Akim: Het is een wonder dat jij nog in beweging komt.

Hans: Beweging is niet wonderlijker dan stilstand.

Akim: Ik leer helemaal niets van jou.

Hans: En een moeite dat het kost.

Niet-weten is geen cynisme

Cynikusje

Ludo: Bent jij niet gewoon een cynicus?

Hans: Wat is cynisme volgens jou?

Ludo: De opvatting dat niets enige waarde heeft.

Hans: Een waardeloze opvatting.

Niet-weten is geen immoralisme

Ivo: Is niet weten niet gewoon een vorm van immoralisme?

Hans: Wie zonder zeden is hoeft nog niet onzedelijk te zijn.

Niet-weten is geen irrationalisme

Eli: Is niet weten niet gewoon een vorm van irrationalisme?

Hans: Wie zonder rede is hoeft nog niet onredelijk te zijn.

Niet-weten is geen wijsheid

maar ook geen dwaasheid

Monnik: Wat is realisme?

Meester: Valse zekerheid.

Monnik: Wat is scepticisme?

Meester: Valse twijfel.

Monnik: Wat is optimisme?

Meester: Valse hoop.

Monnik: Wat is pessimisme?

Meester: Valse wanhoop.

De volgende dag

Meester: Wat is optimisme?

Monnik: Valse hoop.

Meester: Wat is pessimisme?

Monnik: Valse wanhoop.

Meester: Wat is realisme?

Monnik: Valse zekerheid.

Meester: Wat is scepticisme?

Monnik: Valse twijfel.

Meester: Valse wijsheid.

Monnik: Wát?

Meester: Wat?

Monnik: Maar dat hebt u zelf gezegd.

Meester: Wanneer dan?

Monnik: Gisteren nog.

Meester: Gisteren moest ik iets anders rechtzetten.