Wat is mystiek?

‘Hier sta ik buiten alle denkbeelden, extatisch in mijn ek-stase, verrückt en verrukt.’ Dwaalgesprek over de mystiek van niet-weten en niet weten van mystiek.

Dwaalgids > Mystiek > Wat is mystiek?

Extatisch in mijn ek-stase…

Lees ook: Ledig de Geest in de Wolk van niet-weten, Lege mystiek op de hoogste piek: ‘nada, nada, nada!’, De mystiek van alledag, of het wonder van het water, Brieven mystiek; de stilte voorbij

Een niets-zeggende mystiek

Niet alleen de eerste oorzaak, god, de boeddhanatuur et cetera blijven voor mij verborgen, ook de wezens en de dingen onttrekken zich voortdurend aan mijn inquisitie, evenals ikzelf.

Beste Hans,

Heb jij weleens mystieke ervaringen gehad?

Beste Mieke,

Als je met een mystieke ervaring doelt op een rechtstreekse ervaring van de eerste oorzaak, het ene, het zelf, een goddelijke principe, onze lieve heer of zo dan zeg ik zonder enige terughoudendheid, eh…

Mieke: Nee hoor, zo bekrompen ben ik niet. Ik bedoelde het algemener, meer in de zin van William James: een voorbijgaande, onuitsprekelijke ervaring die diepe indruk maakt en je leven voorgoed verandert. Nog ruimer gesteld, is er iets in jouw spiritualiteit dat je op eigen gezag een mystieke ervaring zou durven noemen?

Hans: Volgens mijn woordenboek betekent mystiek raadselachtig, geheimzinnig, verborgen, transcendent. Wat is het in ons leven dat aan deze kwalificaties voldoet?

Het is maar net aan wie je het vraagt:

Voor de metafysicus is het de eerste oorzaak.
Voor de christen is het Jezus.
Voor de chassidim is het JWHW.
Voor de soefi is het Allah.
Voor de hindoe is het Brahman.
Voor de zenboeddhist is het de boeddhanatuur.
Voor de non-dualist is het de kenner.
Voor de daoïst is het Tao.
Voor Rudolf Otto is het het numineuze.
Voor Karl Barth is het het das Ganz Andere.
Voor Emmanuel Levinas is het de Ander.

De eerste oorzaak, Jezus, JWHW, Allah, Brahman, de boeddhanatuur, de kenner, Tao, het numineuze, het Ganz Andere, de Ander – ze laten zich naar men zegt hetzij helemaal niet kennen, hetzij alleen op mystieke wijze, dat wil zeggen indirect en incompleet, door niet-kennen of door onbegrippelijke liefde.

Voor mij staat mystiek voor een radicaal niet-weten. Niet alleen de eerste oorzaak, god, de boeddhanatuur et cetera blijven voor mij verborgen, ook de wezens en de dingen onttrekken zich voortdurend aan mijn inquisitie, evenals ikzelf.

Niets kan ik pakken, niets laat zich door mij bepalen of betrappen, behalve op de meest oppervlakkige, vluchtige manier. Zelfs het bestáán van welke zaak ook durf ik als het erop aankomt niet te bevestigen of te ontkennen.

Wat ik ook denk of zeg (en dat gaat de hele dag door) – ik kan er niet voor instaan. Ook hiervoor niet, voor mezelf niet, voor jou niet, voor de wereld niet, voor god niet, voor niets en niemand niet. Dat noem ik bij gebrek aan beter niet-weten. Voor mij is álles raadselachtig, geheimzinnig, verborgen, transcendent.

Zelfs dat is nog teveel gezegd. Alsof alles altijd alleen maar raadselachtig, geheimzinnig, verborgen, transcendent is. Alsof er zoiets is als ‘alles’. Alsof ik in mijn korte leventje alles wat is, was en zal zijn van de eerste big bang tot de laatste big crunch van a tot z heb kunnen onderzoeken, en daarbij met zekerheid heb kunnen vaststellen dat het voor iedere denkbare intelligentie allemaal even raadselachtig, geheimzinnig, verborgen, transcendent is, was en zal zijn.

Wie dit soort algemeenheden wil verkondigen, moet het zelf maar weten. Ik waag me er niet meer aan. Liever zeg ik niks. Stilte is het mooiste woord. Welsprekende stilte, daar waag ik mij nu aan. Onophoudelijk. Een stilzwijgende woordenstroom als uitdrukking van een nietszeggende mystiek.

Tip: Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

Niet-weten is een radicaal andere manier van denken

Genieten van geen-idee, baden in onbegrippelijkheid, mijmeren in mindlesness.

Mieke: Ik vraag niet naar een definitie van mystiek, ik vraag of je mystieke ervaringen hebt of hebt gehad.

Hans: Niet-weten gaat de hele dag door, dus een in de tijd begrensde ervaring die diepe indruk heeft gemaakt en mijn leven voorgoed heeft veranderd, kan ik het niet noemen.

Niet-weten is geen uitzonderlijke ervaring die een verandering tot gevolg heeft; niet-weten is zelf die verandering. En het went nooit. Niet-weten maakt voortdurend indruk.

Stel je voor. Iets wat voortdurend indruk maakt. Wat je je ook voorstelt, dat is het niet. Niet-weten is een radicaal andere manier van denken, van voelen, van in het leven staan, van zijn.

Mieke: Hoe anders?

Hans: Niet langer grijpend, selecterend, concluderend, onderbouwend en stellend, maar tastend, inventariserend, relativerend, ondermijnend en ontstellend.

Mieke: Waartoe? Is tasten niet het voorstadium van grijpen?

Hans: Nergens toe. Om zichzelf. Tasten om te strelen. Savoureren om het savoureren. Gewoon genieten.

Mieke: Waarvan?

Hans: Geen idee.

Mieke: Kom nou.

Hans: Genieten van geen-idee. Baden in onbegrippelijkheid. Mijmeren in mindlesness.

Mieke: Waarover?

Hans: Niets. Niets-niets, of niets in de vorm van de vragen achter de antwoorden, de leegte achter de woorden, de problemen achter de oplossingen, de wegen voorbij de doelen, de keerzijden van de zijden, de ongrond onder de grond.

Mieke: Het is dus niet zo dat je weigert te denken, of je gedachten voortdurend krampachtig afknijpt zodat denkbeelden niet tot ontwikkeling kunnen komen?

Hans: Ik zou niet weten hoe. Integendeel, ik denk er vrolijk op los, of ik word er vrolijk op los gedacht.

Denken is een heerlijk spel voor iemand als ik, met meer smaakpapillen op zijn cortex dan een kok op zijn tong, en meer scherpte in zijn tong dan een kok in zijn snede. Alles mag (en moet) gedacht en gezegd worden, en aan dooddoeners heb ik een broertje dood.

Maar zodra denkbeelden denk-beelden dreigen te worden en op zoek gaan naar een voetstuk in mijn dwaaltuin, grijpt de iconoclast in mij in en slaat ze goed stuk. Met sokkel en al. Een dwaalgast heeft geen voetstuk. Een dwaaltuin is geen beeldentuin.

Mieke: En dan?

Hans: Dan is een denkbeeld.

Mieke: Wat heeft dat iconoclasme voor zin, bedoel ik?

Hans: Zin is een denkbeeld.

Mieke: Alles is onzin.

Hans: Onzin is een denkbeeld.

Tip: Wat is de zin van het leven?

Verrückt, verrukt in het absolute nulpunt van mijn denken

Hier zijn geen ek-stasen

Mieke: Wat is hier in godsnaam mystiek aan?

Hans: Met het verbrijzelen van mijn denkbeelden (wereldbeelden, mensbeelden, zelfbeelden, godsbeelden, heiligenbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden) zet ik mijn denken van zijn vooruit of zijn achteruit weer in zijn vrij, keer ik terug van nooit weggeweest naar ground zero, voegt mijn loopbeen zich weer bij mijn standbeen in het absolute nulpunt van mijn denken – de leegte van niet-weten, de lege leer.

Daar, of liever hier, sta ik voor zolang het duurt in een radicale extase (ek-stase) buiten alle denkbeelden, verrückt, verrukt

Mieke: Je houdt ineens op.

Hans: Dat heb je met die ek-stasen.

Mieke: En als je daaruit terugkeert?

Hans: Waaruit?

Mieke: Uit die ek-stasen.

Hans: Hier zijn geen ek-stasen.

Mieke: ‘Hier sta ik voor zolang het duurt in een radicale extase (ek-stase) buiten alle denkbeelden, verrückt, verrukt…’

Hans: … met mijn hoofd en mijn hart in de wolk van niet weten, of een wolk van niet-weten in mijn hoofd en hart. Vol van

Mieke: ‘Vol van…’

Hans: … de grote open ruimte waarin alles een plaatsje heeft en overal plaats voor is.

Mieke: Overal voor?

Hans: Zelfs voor ruimtevrees.

Mieke: Zelfs voor bekrompenheid?

Hans: Zelfs voor kleinburgelijkheid, kleindenkendheid, kleingeestigheid, kleinmenselijkheid, kleinmoedigheid, kleinzerigheid en kleinzieligheid, zowel van anderen als van mezelf. Zelfs voor kleinheid jegens iedere vorm van kleinheid, zowel van anderen als van mezelf.

Tip: Vrede sluiten met je onvrede

Het hart van de mystiek is een grote open ruimte

Bij wijze van spreken

Mieke: Mooi. Maar wat is er mystiek aan een grote open ruimte?

Hans: Misschien is die grote open ruimte wel het hart van de christelijke mystiek. Datgene waar Meister Eckhart naar verwijst als hij spreekt over God als de eeuwige afgrond van het goddelijke zijn: Het hoogste en uiterste wat een mens omwille van God kan loslaten, is God zelf. In de grond van de godheid ontwordt zelfs God. God is de eeuwige afgrond van het goddelijke zijn. En eeuwen later Angelus Silesius in zijn kwatrijn: De afgrond van mijn geest roept aldoor met geschrei / de afgrond aan van God: welk is het diepst van bei?

Misschien is de grote open ruimte wel waar Johannes van het Kruis op doelt als hij onder woorden brengt wat hij heeft aangetroffen op de top van de heilige berg Karmel: Nada, nada, nada.

Misschien is de grote open ruimte wel het hart van de islamitische mystiek waar Hafiz naar verwijst als hij spreekt over de plaats ‘waar de adem stokt / ergens waar de geest / zachtjes wiegt / waar het laatste restje verstand / struikelt en bloost / terwijl het tracht te spreken / in een taal / die nog moet worden / uitgevonden.

Misschien is de grote open ruimte wel het hart van de oosterse mystiek, waar zenboeddhisten naar verwijzen met termen als de gewone geest (ordinary mind), de grote geest (big mind), de oorspronkelijke geest (original mind), de weetnietgeest (don’t-know mind), de lege geest (empty mind) en geen-geest (no mind).

Mieke: Mischien wel, ja.

Hans: En misschien ook niet. Wis en zeker is de ‘grote open ruimte’ het zoveelste denkbeeld dat er voortdurend van droomt een denk-beeld op een voetstuk in een denkbeeldentuin te worden. Net als ‘de wolk van niet-weten’, ‘de gewone geest’, ‘de oorspronkelijke geest’, ‘de lege geest’ et cetera.

Veel mensen nemen dit soort uitdrukkingen letterlijk, substantialisme en eternalisme liggen voortdurend op de loer, maar voor vrijdenkers is het allemaal beeldspraak. Die zoals alle beeldspraak maar al te snel ontaardt in beeld-spraak. Beeld-spraak die de grote open ruimte sneller opvult dan een weetniet hem kan uitruimen, of althans zou opvullen als die grote open ruimte zelf geen beeldspraak was geweest.

Mieke: Vrijdenkers?

Hans: Vrijdenkers denken zich vrij, zelfs van de vrijdenkerij.

Tip: De Hartsoetra

Een raadsel onder raadselen

De mystiek van niet-weten is een mystiek zonder iconen, zonder idolen en zonder heilige huisjes.

Mieke: Dus een mystieke ervaring is voor jou alleen maar een radicale ek-stase buiten alle denkbeelden.

Hans: Waarin ik weer een raadsel onder raadselen word die zich door mij niet laten scheiden, verenigen of oplossen.

Dat is dan meteen ook het belangrijkste verschil met de archetypische mystieke ervaring waarin sprake is van een aanschouwen of beminnen van of versmelten met een immanentie of een transcendentie of een immanente transcendentie. In mijn ek-stase is namelijk geen immanentie of transcendentie te bekennen.

Niet-weten is bij mij geen toewenden tot, oprukken naar of bereiken van een hogere of diepere werkelijkheid of een al dan niet goddelijke intelligentie, maar een retraite waar geen eind aan komt. Een voortdurend terugtrekken uit mijn eigen intelligentie en uit iedere vermeende werkelijkheid – uit de verbeelding van mijn verbeelding.

Een weetniet trekt zich niet alleen terug uit de denk-beelden van immanentie en transcendentie, maar ook uit het denk-beeld dat immanentie en transcendentie slechts denk-beelden zijn. En ook uit het denk-beeld van niet-weten als een retraite uit mijn verbeelding. En ook uit het denk-beeld van ‘een radicale ek-stase buiten alle denk-beelden waarin ik weer een raadsel onder raadselen wordt die zich door mij niet laten scheiden, verenigen of oplossen’.

De mystiek van niet-weten is een mystiek zonder denk-beelden. Zonder iconen. Zonder idolen. Zonder heilige boeken. Zonder heilige huisjes. En zonder verzet tegen andermans denk-beelden, iconen, idolen, heilige boeken en heilige huisjes. En zonder verzet tegen andermans verzet tegen denk-beelden, iconen, idolen, heilige boeken en heilige huisjes. Ben je er nog?

Tip: Voorbij goed en kwaad; de ethiek van niet-weten

Is mystiek zonder inhoud wel mystiek?

Zie je beeldentuin verdwijnen in een white-out zonder einder

Mieke: Me dunkt dat je dit bij gebrek aan inhoud geen natuurmystiek kunt noemen, of eenheidsmystiek of bestaansmystiek of nachtmystiek of christusmystiek of wezensmystiek (Eckhart) of bruidsmystiek (Hadewijch) of zo.

Hans: Wat dacht je van bevrijdingsmystiek? Verlossingsmystiek?

Mieke: Is mystiek zonder inhoud wel mystiek?

Hans: Lege mystiek dan maar?

Mieke: Ik weet het niet, hoor.

Hans: Ik weet het ook niet, hoor. Geeft niks. In de wolk van niet-weten is geen mystiek of niet-mystiek te vinden. Geen hokjes, geen labels, geen verschillen, geen overeenkomsten, geen eenheid, geen veelheid, geen volheid, geen leegte, geen dualisme, geen non-dualisme, geen wijsheid, geen dwaasheid, geen waarheid en geen leugen.

Mieke: Geen, geen, geen. Ik wil weten wat mystiek wel is, niet wat het niet is.

Hans: Wil je weten wat mystiek is? Steek je kop in de wolk van niet-weten. Zie je beeldentuin verdwijnen in een white-out zonder einder. Weg is het weten, weg het niet-weten. Weg zijn je antwoorden, weg je vragen. Weg is het doel, weg is de weg. Weg, weg, weg. De Grote Weg is Het Grote Weg.

Mieke: Hoe lang duurt zo’n extatische ek-stase eigenlijk?

Hans: Tot de aanvang van de volgende.

Mieke: Jij staat permanent overal buiten?

Hans: In elk geval met mijn standbeen. Het buitenbeentje wil nog weleens een uitstapje maken.

Tip: Ledig de Geest in de Wolk van niet-weten

Mystiek als schietstoel uit de mind

Dé leegte, hét niets, hét bewustzijn, dé non-dualiteit – ik ken ze niet en ik ervaar ze niet. Ze zijn evenmin het object van mijn mystieke ervaringen als ik het subject.

Mieke: Zou je kunnen zeggen dat jouw mystieke ervaringen de leegte, het niets, het bewustzijn, de non-dualiteit tot object hebben?

Hans: Zie je wat je doet? Je probeert van een gebrek aan inhoud meteen weer een hogere inhoud maken. Iconoplast.

Mieke: Iconoclast.

Hans: Dé leegte, hét niets, hét bewustzijn, dé non-dualiteit – ik ken ze niet en ik ervaar ze niet. Ze zijn evenmin het object van mijn mystieke ervaringen als ik het subject.

Mieke: En als ik nou zeg dat de leegte, het niets, de non-dualiteit het subject van jouw mystieke ervaringen is?

Hans: Zie je wat je doet?

Mieke: Ik vond het best slim van mezelf.

Hans: Subject, object, leegte, niets, bewustzijn, non-dualiteit, mystieke ervaringen; zet ze maar in je eigen beeldentuin. En dan de rest van je leven op je knieën onkruid wieden en buigen voor je denk-beelden tot je barst.

Mieke: Hoe moet ik het dan zien?

Hans: Kom, laten we het niet moeilijker maken dan het is. Er gaat een denk-beeld aan gruzelementen en er is een hoera-gevoel dat rustig blijft rondzingen terwijl het denken zijn loop hervat.

Mieke: Zo blijf je aan de gang.

Hans: Weten, niet-weten, weten, niet-weten. Mystiek als schietstoel uit de mind. BOEM.

En wéggedacht zijn ook de schietstoel en de mind. Hoera!

Tip: Vrijdenkers hebben maling aan de mind

Mystiek is geen heilsweg naar de Geest maar een ijlweg uit je geest

Pas dan krijg je de Geest.

Een doorlopend gebed

Weetal staat op zelfstandige naamwoorden. Weetniet loopt op werkwoorden.

Mieke: En dat wou jij een mystieke ervaring noemen?

Hans: En dat wou jij een mystieke ervaring noemen.

Mieke: Jij noemt het niet-weten.

Hans: Noemen is weten. Wat mij betreft hoeft er niets benoemd te worden.

Mieke: BOEM.

Hans: Hoera.

Mieke: Hoe lang ijlt zo’n hoera na?

Hans: Tot de aanvang van de volgende, die nooit lang op zich laat wachten.

Mieke: Jij leeft van hoera naar hoera.

Hans: In spiritueel opzicht, ja. Ik heb altijd een lijntje lopen. Daar kan geen coke tegenop.

Mieke: Leve de leegte.

Hans: Zie je wat je doet?

Mieke: Hardnekkig, hè?

Hans: Weetal staat op zelfstandige naamwoorden. Weetniet loopt op werkwoorden.

Mieke: Ik wil niet meer werken, ik wil met pensioen. Nog voor mijn vijfenzestigste. Met spiritueel pensioen.

Hans: Pensioen moet je doen. Niet-weten is bidden en werken ineen. Ora et labora. Een doorlopend gebed. Werk in uitvoering.

Mieke: Hoe klassiek.

Hans: Behalve dat het werk zichzelf uitvoert.

Mieke: Werken zonder werken.

Hans: Bidden zonder bidden en werken zonder werken door weten zonder weten. Dat noem ik mystiek.

Spreken zonder spreken en zingen zonder zingen over denken zonder denken. Dat noem ik lyriek.

Lees ook: Mediteren zonder mediteren

Mystiek is werk en gebed in uitvoering

Ora et labora

Niet de leegte maar het legen
Niet de stilte maar het verstillen
Niet de ruimte maar het ontruimen
Niet de openheid maar het openen
Niet het niet-zijn maar het vernieten
Niet de vrijheid maar het bevrijden
Niet de verlossing maar het verlossen
Niet het doorzicht maar het doorzien
Niet het ondenkbare maar het ontdenken
Niet het onzegbare maar het ontzeggen
Niet het onherroepelijke maar het herroepen
Niet het thuis zijn maar het thuiskomen
Niet de grote dood maar het grote sterven
Niet de zaligheid maar de zaligwording
Niet de dans ontsprongen maar de dans ontspringen

Telkens weer, keer op keer

Verrukt en verrückt