Goeroes, goeroelopers en ouwehoeroes

‘Ik gun iedereen een goeroe die vrij is van discipelen.’ Werkelijkheid, droom of syndroom? Dwaalteksten over goeroes, goeroelopers en ouwehoeroes.

Dwaalgids > Advaita, Meesterschap, de Weg > Goeroes, goeroelopers en ouwehoeroes

Verder lezen: Elf plaatjes van de ezel, Idolen van de zoeker, Meester Hans, Er is meer in mij dan liefde alleen, Doe de verlichtingstest.

Goeroe Boeroe

Opgepast

Goeroe Boeroe

Zijn naam is Goeroe Boeroe.
Een hele wijze uil.
Een authentieke goeroe.
Hij is mijn diepste kuil.

Echte goeroes spreken niet

Malle babbel van een nepgoeroe

Beste Hans,
Wat leuk dat er mensen zoals jij bestaan. Een zoeker die iets gevonden heeft en er volstrekt consequent mee omgaat. Je website is een kostelijk verblijf voor de rusteloze geest.

Ik heb een vraagje. Veel mensen hebben een spirituele naam die ze hebben gekregen toen ze bij hun meester in de leer gingen of toen ze geloften aflegden of toen ze ontwaakten. Wat is jouw spirituele naam?

Beste Khandra
Mijn spirituele naam is Hans van Dam.
Hoe ik eraan gekomen ben weet ik niet.
Ineens had ik hem.
Hoe ik aan mezelf gekomen ben weet ik ook niet.
Ineens was ik er.
Mijn meester heeft mij geen naam gegeven omdat ik geen meester heb.
Als meester heb ik geen naam genomen omdat ik geen meester ben.
Heel onbevredigend allemaal.
Daarom heb ik het mijn innerlijke goeroe gevraagd en die deed er zoals gewoonlijk het zwijgen toe.
Echte goeroes spreken niet.
Uiteindelijk kwam hij toch met een voorstel:
‘Dai Baka.’
‘Hoe kom je daar nou bij?’
Dai is Japans voor grote.’
‘Grote wat?’ zei ik.
Het zweet stond in mijn handen.
‘Baka is Japans voor idioot, stomkop, loser, grapjas, dwaas.’
‘Dai Baka?’
‘Grote Sukkel.’
‘Da’s voor het eerst dat ik jou iets verstandigs hoor zeggen.’
‘Nou jij nog’, zei mijn innerlijke goeroe.
‘Hoe heet jij eigenlijk?’ vroeg ik.
‘Tja’, zei hij.
Alsof ik dat niet wist.

Namasté,

Hans ter Zee

p.s.
Zelf ben ik niet van mening dat ik iets gevonden heb.
Ik ben ook niet van mening dat ik niets gevonden heb.
Consequent ben ik vooral in mijn inconsequentie.

Khandra: Waarom Japans?

Hans: Mijn Koreaanse naam is Dae Babo.

Khandra: Waarom Koreaans?

Hans: Mijn Latijnse naam is Baceolus Magnus.

Khandra: Waarom Latijns?

Hans: Mijn Indiase naam is Mala Baba.

Khandra: Heb jij iets tegen namen?

Hans: Hoe meer namen hoe meer vreugd.
Voor niet weten heb ik er honderd, maar de laatste ken ik niet.
Voor mijn lief heb ik er duizend, en ze klinken als een lied.

Deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Malle Babbel’.

Goeroe Ouwehoeroe

Een mens ontdaan van kwintessens

‘Ik zoek al jaren naar een goeroe.’

‘Ik ben gewoon een ouwehoeroe.’

‘Kunt u mij bijstaan in mijn armoe?’

‘Hoop jij soms dat ik alles voordoe?’

‘Bent u dan net als ieder mens?’

‘Maar dan ontdaan van kwintessens.’

‘Is dat het wezen van de goeroe?’

‘Ik ben gewoon een ouwehoeroe.’

Aan de voeten van je Guru zitten tenen

Je zal toch mensen aan je voeten hebben

Beste Hans,
Na tien jaar aan de voeten van mijn Guru heb ik er vorige maand definitief een punt achter gezet. Vervolgens heb ik veel vertroosting en plezier aan je website beleefd. Ik dacht dat een vrije vogel en anti-guru als jij dat wel leuk zou vinden om te horen.

Beste Varouna,
Aan de voeten van je Guru zitten tenen.
Ook Hij moet ze iedere dag wassen.

Anti-guru ben ik niet.
Ik gun iedere discipel zijn guru.
Ik gun iedere guru zijn discipelen.
Ook gun ik iedere discipel de bevrijding van zijn guru.
Ook gun ik iedere discipel een guru die zich van zijn discipelen bevrijd.
Ook gun ik iedere guru discipelen die zich van hem bevrijden.
Ook gun ik iedere guru een tweede kans.
Ook gun ik iedere discipel een tweede bevrijding, enzovoort.
Ik val dus altijd in de prijzen.
Daarmee prijs ik mij gelukkig – al is prijzen nog geen zijn.

Varouna: Heb jij ambities in die richting?

Hans: Zelf heb ik niet de ambitie een guru, een antiguru of een anti-antiguru te zijn, als je dat bedoelt.
Ook niet de ambitie om aan die tegenstellingen te ontstijgen.
Ik verlang er niet naar iets voor de mensen te betekenen.
Ik verlang er ook niet naar niets voor de mensen te betekenen.
Ik verlang er niet naar aan iemands voeten te zitten.
Ik verlang er niet naar mensen aan mijn voeten te hebben, tenen zijn al lastig genoeg.
Ik verlang er niet naar ergens een punt achter te zetten; vraagtekens zijn mij goed genoeg.
Toch ben ik niet vrij van verlangen, en ook daar verlang ik niet naar.

Varouna: Wat is niet-weten? Spiritueel gezien, bedoel ik.

Hans:
Spiritueel gezien betekent niet-weten hetzelfde als materieel gezien of hoe dan ook gezien: totale verduistering.
Door het stof gaan.
Voor schut gaan.
Geen vaste grond meer onder je voeten hebben.
Door de mand vallen.
Alles kwijtraken, tot en met het kwijtraken aan toe.
Dus ook je guru.
Dus ook je anti-guru.
Dus ook je autonomie, je vrijheid, je je en je niet-je, je verdeeldheid en je eenheid en noem maar op.
Merkwaardig genoeg gaat daar inderdaad een zekere troost vanuit.
Beter een mesthoop dan een mierenhoop, huilde Job, en lachte in zijn viesje.
Maar of jij het leuk vind om dat te horen?

Een goeroe hoort zichzelf graag praten

Het probleem is dat we de eeuwige stilte niet verdragen

Beste Hans,
Nee, een goede definitie van spiritualiteit heb ik nog altijd niet gevonden. Toen ik erover begon tegen mijn Goeroe kreeg ik nog op mijn kop ook. Volgens hem luister ik liever naar mezelf dan naar hem.

Vervelend van je kiespijn, man. Knoflook kauwen doet wonderen, ook al vanwege de natuurlijke antibiotica. Of spoelen met sterke drank, dat verzacht en ontsmet.

Beste Rama,
Grappig dat uitgerekend Goeroe B. jou verwijt dat jij jezelf graag hoort praten.
Ik hoor mezelf ook graagpraten, dat wil ik best toegeven.
Ik mag mezelf ook graaglezen, -zien en -voelen, en de inter nét filmpjes van Goeroe B. tonen overduidelijk aan dat Goeroe B. maar geen genoeg kan krijgen van Goeroe B., ook al doet hij de hele tijd net of hij tegen anderen interpraat.
Het is dus maar goed dat Boeddher Natuur ons in de eerste plaats met onszelf heeft opgeschept, dag en nacht nog wel.
Of is dit haar douceurtje omdat ze ons zo nodig moest realiseren?

Op knoflook kauwen vanwege de natuurlijke antibiotica doe ik niet want mijn kaak zit nog vol onnatuurlijke antibiotica.
Wat is dat eigenlijk, onnatuurlijk?
Bovendien verdraag ik die geur niet en de smaak helpt mijn smaak naar god.
Eenzelfde lot als mijn smaak naar God.
Gaat er toch nog iets naar de Allerhoogste, zul je zegen.
Die sterkedrank zie ik wél weer zitten maar ik zie hem nergens staan of zal ik Glassex nemen.

‘Een goede definitie van spiritualiteit heb ik nog altijd niet gevonden,’ zeg je, ‘Jij?’
‘Een goede definitie van spiritualiteit heb ik nog altijd niet gevonden’ lijkt mij een goede definitie van spiritualiteit.
Jou?

Het probleem is natuurlijk niet dat we onszelf graag horen praten.
Het probleem is dat we ons zelf willen horen praten.
Het probleem is dat we de eeuwige stilte niet verdragen.
Het probleem is dat anderen mee moeten luisteren.

Daarom wou ik het hier maar bij laten.

Een heiland die niet blaat

niet weten is

een heiland

die niet baat

een gesel

die niet schaadt

een kinderhand

vol hersenzand

een ongedwongen

dwingeland

je vindt er

paal noch perk

je vindt er

heg noch steg

de weg erheen

loopt dood

de weg eruit

weerom

er is geen krom

geen recht

het is er goed

noch slecht

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Goeroe Google

Tafelmanieren van de verlichte

Beste Hans,
Googelend op de vraag ‘Slaat een verlichte ook gewoon met de vuist op tafel?’ kwam ik bij jou uit. Raak. Zoveel herkenning. Wat moest ik lachen!

Dat wou ik je even laten weten. Zelf schrijf ik ook, zowel professioneel als privé, vooral over onze conditioneringen en hoe je daar ‘vrij’ van kunt komen. Vind je het goed als ik je daarover bij gelegenheid benader?

Beste X,
En, slaat de verlichte ook gewoon met de vuist op tafel?
Dan weet ik of ik me in moet houden of juist niet.

Is denken dat je geconditioneerd bent volgens jou een conditionering of niet?
En denken dat je daar ‘vrij’ van kunt komen?

Ik plaag je maar een beetje hoor.
Denk ik.

Trek je van mij niks aan.
Als je kunt.

XXY, of de vrede van een onverdeeld bestaan

Droom of syndroom?

Beste Hans,
Hierbij stuur ik je een foto van Shri Ramana Maharshi, wiens ogen zo prachtig getuigen van de vrede van een onverdeeld bestaan dat geen onderscheid kent.

Ramana Maharshi

Beste Justine,
De wereldvreemde vestaalse maagd Shri Ramana Maria werd en wordt voortdurend gepromoot als een grote grijze wereldwijze dus dat is wat iedereen zag en ziet en wil zien, jij ook.
Nemen we bovenstaande foto op in een boek over beruchte seriemoordenaars dan ziet de opnieuw maar nu in negatieve zin bevooroordeelde lezer meteen de kille berekening in de ogen van R.M., de kinderkannibaal van Tiruchuli.
Kijk nog maar eens goed.
Zie je het al?

Beeld je nu eens in dat je dezelfde foto aantreft in een World Press Photobook uit 1988 met het onderschrift Tweede slachtoffer van de AIDS-epidemie, de hyperseksuele exhibitionist Ramana Maharshi, exploitant van een Amerikaanse keten van darkrooms en sex farms, organisator van roemruchte kinky feesten en producent van talloze hardcore seksfilms in zowat alle genres, die naar eigen zeggen meer dan tweeduizend mannen, vrouwen en dieren het hof heeft gemaakt.
Wat zie je in zijn ogen?
‘De vrede van een onverdeeld bestaan, Hans.’
Ja, vast.

Als ik zelf naar die foto kijk zie ik in de eerste plaats een vermoeide, verveelde en ontevreden man.
Daaruit zal ik niet concluderen dat hij op het moment van de opname moe, verveeld en ontevreden was, laat staan dat hij in die periode of in zijn algemeenheid een vermoeide, verveelde en ontevreden man was – ook al kun je in sommige biografieën lezen dat hij overal liever wilde zijn dan in die godverlaten ashram waar zijn zogenaamde volgelingen hem uit naam van het zelf zoveel mogelijk voor hun eigen heilige voertuigjes spanden.
Ik concludeer niets.
Ik zeg alleen maar wat er in me opkomt.

Justine: Misschien moet je je bril eens opzetten, blindganger.

Hans: Vele jaren geleden had ik, hartstochtelijk geïnteresseerd in geneeskunde als ik was, een grote verzameling medische illustraties.
Toen ik in 2012 de vele foto’s van Ramana eens wat beter bekeek – met bril – vielen me diverse dingen op.
Die lange armen en benen.
Die smalle schoudertjes en brede heupen.
Die borstjes.
De slappe handen, het luie lichaam, de lage spiertonus.
Die lege lendendoek.
En ik dacht: Klinefelter.
Die man had het klinefeltersyndroom.

Ramana Maharshi als oude man

Het klinefeltersyndroom werd voor het eerst beschreven in 1942 in Massachussets, Amerika, kort voor Ramana’s dood een halve aardbol verderop.
Het gaat hier om een genetische afwijking in de vorm van een of meer extra X-chromosomen: XXY of XXXY of XXXXY et cetera in plaats van XY, die voorkomt bij ongeveer een op de duizend mannen.

Een van de kenmerken van Klinefelter is een zeer lage testosteronspiegel.
De Klinefelter is (behalve in de zogeheten mozaïekvariant) steriel en asexueel.
Mede door het lage testosterongehalte is hij niet competitief ingesteld, en eerder lief, zachtaardig, verlegen, wijkend, inschikkelijk en toegeeflijk dan dominant.
Klinefelters zijn vaak star in hun denken.
Ze houden van vaste regels en trekken conclusies waar ze niet makkelijk van af te brengen zijn.
Ze zijn honkvast en houden van rust.
Ze zijn vaak beter in de omgang met dieren dan met mensen, die ze niet altijd even goed begrijpen.
Ideeën vinden ze makkelijker dan emoties.
Klinefelter gaat gepaard met diverse vormen van autisme, zoals Asperger en het savant-verschijnsel (bijvoorbeeld een fotografisch geheugen, waarvan ook bij Ramana sprake was) en autistiform gedrag.
Er kunnen allerlei afwijkingen in het slaappatroon optreden.
Narcolepsie, slaapwandelen, niet kunnen inslapen, zeer licht slapen, zeer vast slapen enzovoort.
Wat betreft de gezondheid is er een grotere vatbaarheid voor onder meer verkoudheid, luchtwegaandoeningen, middenoorontstekingen, reuma, botontkalking en borstkanker.

Als je de biografie van Han van den Bogaard over Ramana Maharshi leest, zul je zien dat veel aspecten van zijn leven hierdoor in een ander daglicht komen te staan.
Niet alleen die met betrekking tot zijn lichamelijke gezondheid maar ook en vooral die met betrekking tot zijn spiritualiteit.
Voor de meeste klinefeltersymptomen zijn bij Ramana zonder moeite anekdotische aanwijzingen te vinden.
Dat bewijst niks want de diagnose van Klinefelter kan alleen definitief gesteld worden door middel van DNA-onderzoek.
Daarvoor is het inmiddels een eeuwtje te laat.
Godzijdank, zul je zeggen.
Blijf met je tengels van mijn mahashies af.

Was Ramana een onverdeelde wijze in een verdeelde wereld of een autist in een autolytische illusie?
Is Ramana het ene Bewustzijn waarin ook dit soort kwesties geacht worden te verschijnen en verdwijnen of een hedendaags archetype dat nooit heeft bestaan behalve in het collectieve onbewuste?
Ik zou het ook niet weten.
De talloze hagiografische werken over Ramana maken ons hieromtrent geen steek wijzer.
Integendeel.
Die maken alleen Shri Ramana Maharshri wijzer.
Daar zijn het hagiografieën voor.
Kijk liever zelf, zou ik tegen iedereen willen zeggen, maar ja.
Ook daarvoor is het een eeuwtje te laat.

Justine: Als ik naar die foto van jou in je hemd bij je briefwisseling Arie Seminarie kijk denk ik: Klinefelter. Die man heeft het klinefeltersyndroom.

Hans: Dan mag jij mijn eerste hagiografie schrijven.

Nawoord

In een persoonlijke brief naar aanleiding van dit onderwerp schrijft Han van de Bogaard, auteur van Sprekende stilte: leven en leer van Sri Ramana Maharshi:

Beste Hans,
Hartelijk dank voor je mail. Ik vind het een interessante optie die je hier naar voren brengt, met ogenschijnlijk overtuigende argumenten voor het Klinefeltersyndroom.
Aan de andere kant zijn er elementen in Ramana’s leven die je analyse weerspreken. Op de eerste plaats, en dat wordt in mijn boek ook wel duidelijk denk ik, was Ramana tot zijn ontwaken een doodnormale, zelfs enigszins macho jongen met dito eigenschappen: jongensvriendschappen, een competitieve instelling, en normale sociale vaardigheden, passend binnen de cultuur waarin hij leefde. Daarnaast heb ik ook wel eens ergens gelezen (maar dit heb ik niet in het boek opgenomen) dat iemand Ramana een keer vroeg of hij wel eens zaadlozingen had. Hierop antwoordde Ramana bevestigend. Dus tja, ik heb toch twijfels of je intuïtie klopt en hij in aanleg, genetisch dus, anders was dan anderen.
Mijn theorie is dat Ramana in de loop van zijn leven ‘vervrouwelijkt’ is. Levend in en als het Zelf speelde sexualiteit eigenlijk geen rol in zijn leven, en waren de normale sociale omgangsvormen en interessen niet echt relevant meer voor hem. Hij leefde weliswaar nog in de wereld, maar was geenszins meer van de wereld. Zoals ook in mijn boek te lezen is, merkte een van zijn oude schoolvrienden, die een tijdje in de ashram heeft geleefd, ooit op, toen hij de benen van Ramana masseerde, dat die vroeger zo hard en borstelig waren, en nu glad en zacht. Misschien is zijn hormoonhuishouding in de loop van de jaren veranderd. Maar autistische trekken zou ik hem zeker niet toe willen dichten, want in tegenstelling tot een autist was hij juist uitstekend in staat zich in de positie van een ander in te leven en met behulp van beeldspraken en metaforen over te brengen wat hij bedoelde.
Natuurlijk is dit ook alleen maar speculatie van mijn kant, maar dit is het eerste wat in me opkomt na het lezen van je mail.

Hoe dan ook, hartelijk dank voor je complimenten ten aanzien van het boek. Gezien de impact die het boek op veel mensen heeft kan ik niet anders concluderen dat Ramana over mijn schouders heeft meegekeken toen ik het schreef.

Vriendelijke groet,
Han

Goeroe Houdoe

Poortloze portier

‘Ik zoek al jaren naar een goeroe.’

‘Dan ben je bij mij aan het verkeerde adres.’

‘Wanneer ben je bij u aan het goede adres?’

‘Als je van het zoeken af wilt komen.’

‘Ik wil beslist van het zoeken af.’

‘Dan ben je bij mij aan het verkeerde adres.’

‘Wanneer ben je bij u aan het goede adres?’

‘Als je van je goeroe af wilt komen.’

‘Dan bent u beslist mijn goeroe.’

‘Dan is daar de deur.’

Wie wil er nou in een altaar wonen

Het blijft behelpen met die levenden

Beste Hans,
Stel dat Shri Ramana Maharshi inderdaad het klinefeltersyndroom heeft gehad, zoals jij op je website beweert, wat maak dat dan uit voor zijnwijsheid? Of wou je daar ook nog aantwijfelen? En dan nog iets: hoe kan het dat de man achter niet-weten.nl een theorie over een syndroom omarmt? Daar zit een tegen strijdigheid in. Is je mystieke ontkenningstaal misschien maar een front?

Zelf heb ik jaren geleden een altaar ingericht met in het midden een fotokopie van een foto van Shri Ramana Maharshi. Ik kijk hem ieder dag diep in de ogen, waarin ik onveranderlijk het leven de Wonder weerspiegelt zie. Net als in de ogen van zwakzinnigen trouwens; zonder beperking geenmanifestatie.

Voor mij is Shri Ramana Maharshi geen heilige maar een verlicht mens die als een van de zeer weinige, zo niet de enige, de transcendente Waarheid volledig heeft gerealiseerd. Ik ben echt niet op zoek naar een heilige. Dus wat is eigenlijk jouwprobleem?

Beste Lex,
Mij maakt het niet uit of Ramana Maharshi een of ander syndroom had of niet, en ook niet of dat te rijmen is met zijn al dan niet vermeende wijsdom en ook niet of daar een tegen strijdigheid in zit.
Waarom benadruk je dat je niet op zoek bent naar een heilige?
Denk je dat ik iets tegen heiligenvereerders, heiligenverering, heiligen of heiligheid heb?
Dat zou een saaieboel worden, zeg.
Leven de beeldensnijders!
Leven de beeldenkramers!
Leven de beeldendwepers!
Leven de beeldenbrekers!

Niemand hoeft te rechtvaardigen waarom hij graag in iemands ogen kijkt, levend of dood, of naar een foto daarvan of een print van een digitaalbestand van een scan van een kopie, en daar wat dan ook of niets in ziet.
Zelf kijk ik het liefst in de ogen van mijn lief, waar ik maar geen genoeg van krijg.
Tientallen, honderden keren per dag
Waarom, dat weet ik niet.
Of zich daarin iets manifesteert of weerspiegelt, immanent, transcendent of anderszins is voor mij nooit een vraag; het is gewoon meteen goed.
Daar kan geen mongool of maharishi tegenop.
En ze is niet eens officieel zwakzinnig.
Ze is niet eens officieel verlicht.
Of zelfs maar officieus.
Ben ik een mazzelaar of wat?
Wel balen dat ze maar niet in mijn altaar wil komen wonen.
Het blijft behelpen met die levenden.

Theorieën verzinnen is geen theorieën omarmen.
Ik verzin ze bij de vleet en ik gooi ze bij de vleet weer weg.
Wacht maar tot iemand bij mij komt zeiken dat Ramana M. een Klinefelter is.
Ik zie de dingen nooit zus of zo maar als iemand zus zegt dan zeg ik graag zo en vice versa.
En vice versa.
En vice versa.
Net zolang tot hij of zij het zelf doet of een van ons het zat is (meestal dit laatste).
Heel verwarrend voor wie helderheid zoekt, maar heel helder voor wie de verwarring omarmt.

Voor jou is het klinefelterverhaal een aantasting van de waardigheid van de niet-heilige shri, of wat ook de diepere reden mag zijn dat je mij de mantel komt uitvegen.
Daar leer je iets van of daar leer je iets van af of daar leer je niets van.
Voor mij is het klinefelterverhaal een giller.
Een knuppel in het hoenderhok.
Meer niet.
Jij bent het hoenderhok.
Ik ben de knuppel.

Dat mijn ontkenningstaal mystiek zou zijn ontken ik ten stelligste.
Wat moet een knuppel als ik met het goddelijke?
Mens-zijn is al te hoog gegrepen.
Ik verwijs niet apofatisch naar een of ander dit of dat of iets of niets of ik-ben of ik-ben-niet of bewustzijn of atman of anatman of brahman; niet naar niet-weten en niet naar alles-ontkennen.
Dat is nou net het punt.
Het is gewoon de uit drukking, de ex pressie, de uit rukking van een denken dat vrolijk op zichzelf te hoop loopt.
Of dat iets met verlichting of realisatie of zwakzinnigheid te maken heeft, is mijn zorg niet – al voel ik me wel gezegend.

Dus dat is eigenlijk mijnprobleem.

Geen-heer is mijn herder

Niet weten is geen goeroe
Ik volg het door het niet te volgen
Zo bewijs ik het de hoogste eer

Maar Goeroe, wat heeft u grote ogen!

Als je grote stilte denken heet

Beste Hans,
Slechts weinig mensen zijn echt geïnteresseerd in de waarheid. De meesten jongleren liever met abstracte begrippen zoals god, ego, genade, verlichting, overgave, liefde, niet-weten, bewustzijn, het nu enzovoort. Met dit soort woorden bouwen ze overtuigingen waarvoor ze vervolgens bereid zijn anderen een kopje kleiner te maken of zelf te sterven. Terwijl ze niet eens weten wat ze precies bedoelen! Probeerden ze daar maar eens achter te komen, dan zouden ze ontdekken dat je daarvoor andere abstracte begrippen nodig hebt die ook weer niet helder zijn, et cetera.

Niet dat we zonder woorden kunnen. Kijk maar naar jouw website! Woorden zijn nodig om woorden los te kunnen laten. Overtuigingen zijn nodig om overtuigingen los te kunnen laten. Maar pas als het denken werkelijk stopt – voor even althans – ontwaak je in de grote stilte en ervaar je de waarheid die geen woorden nodig heeft. Omdat je ziet. Jij weet wat ik bedoel, ook al zeg je het heel anders of zeg je het liever helemaal niet. Jij ziet. Dat weet ik omdat ik de stilte in je ogen zie.

De meeste mensen ervaren de stilte niet lang genoeg om zich er zelfs maar van bewust te zijn. Anderen hebben hem wel diepgaand ervaren maar hun ego heeft zich er onmiddellijk meester van gemaakt zodat ze alleen maar in een nieuwe illusie zijn gaan leven. Weinigen realiseren langs de weg van overgave een steeds diepere stilte. Slechts een enkeling, zoals Ramana volgens mij, heeft zijn geloof in ego, in een apart zelf, volledig achter zich gelaten.

Veel hedendaagse advaitaleraren beweren dat je het inzicht nooit meer kwijtraakt eens je het hebt gezien. Ja, ze zeggen zoveel. Verstandelijk benoemen is geen woordloos zien. Je hoeft niet briljant te zijn om de juiste woorden in de juiste volgorde te zetten om jezelf en je aanbidders te overtuigen. Ik hoef alleen maar naar hun ogen te kijken om te weten of ze lullen of poetsen. Spelen met woorden boeit me niet. Waar het op aankomt is voorbij de woorden te gaan.

Neem nou deze foto van advaitaleraar Wolter Keers.

Wolter Keers

Denk er zijn woorden bij: ‘Ik weet niets, ik weet niets, ik weet niets … Als een mantra die zichzelf herhaalt blijft dit ene, schokkende, alles omverwerpende, alles met zich meeslepende inzicht over’. Hij zegt het wel maar hij leeft het niet. Hij boeit me niet, het is allemaal intellectueel, zoals je op dat moment ook duidelijk in zijn blik ziet. Geen wonder ook. Zolang je ‘ik weet niets’ als een mantra herhaalt, blijf je geloven in een ‘ik’ een ‘weten’ en een ‘niets’. Terwijl je, en dat is denk ik waar jij ook steeds naar verwijst, verder moet gaan. Verblijven in het niet-weten is heel wat anders dan het idee met woorden vasthouden.

Kijk nu eens naar deze foto van advaitaleraar Jean Klein.

Jean Klein

Denk er zijn woorden bij: ‘Verblijf in niet weten en je zult zien wat er gebeurt.’ Geen omslachtig geverbaliseer, gewoon pats-boem in één klap voorbij het intellect.

Sorry voor de lange uitleg. Je zult wel begrijpen dat ik uit eigen ervaring spreek. Enfin. Nu even over ons. Welk spel gaan we spelen, Hans? Is er een spel waar we alle twee van houden? Het spel dat ik het liefste speel is dat van de waarheid.

Beste Lieve,
Waarheid is voor mij een woord en dat is – voor nu – mijn waarheid.
Spelen is voor mij een woord en dat is – voor nu – mijn spel.
Waarheid is een spel.
Woorden zijn een spel.
Ik jongleer er al mijn hele leven mee.
Jong geleerd is oud gedaan.
Wie houdt mij nu nog tegen?

Het spel dat jij het liefste speelt is dat van de waarheid.
Het spel dat ik het liefste speel is dat van het spel.
Spelen volgens de regels heet weten.
Spelen met de regels heet niet weten.
Beide tegelijk heet dubbelspel.
Dubbel of quitte?
Quitte is remise.
Remise is gelijkspel.
Dubbelspel is dus gelijkspel.
Weten – niet-weten: 1 – 1.
Gelijkspel kent geen winnaars of verliezers.
Het is enkel spel.
Enkel spel is dubbelspel – wat ik het liefste speel.

Jij mag gerust het spel van de waarheid spelen, ik spéél alleen nog maar.
Of wordt ik alleen nog maar gespeeld?
De regels veranderen voortdurend, stel ik tevergeefs vast, evenals de inzet en de deelnemers, en dat is kennelijk het spel.
Je kunt je er niet op instellen en daar probeer je je dan op in te stellen.
Spelen we.
Spelen zullen we.
Spelen of verspelen.
Voor spek en bonen op leven en dood.

Spelen is ‘doen alsof’, volgens het onvolprezen woordenboek.
Alsof wat?
Alsof we spelen?
Alsof we niet spelen?
Alsof we niet doen alsof.
Alsof we doen alsof.

Doen alsof we niet doen alsof heet: normaliteit.
Doen alsof we doen alsof heet: spiritualiteit.
Wat is de wezenlijke overeenkomst tussen normaliteit en spiritualiteit?
Doen alsof.

Doen alsof we niet doen alsof heet: normaliteit.
Het heet: gezond verstand.
Voor zover we toekijken heet het een reality soap.
Voor zover we deelnemen heet het reality.
Zelf noem ik het liever doen alsof.
Doen alsof we niet doen alsof.

Doen alsof we doen alsof heet: spiritualiteit.
Het heet: de illusie doorzien (de soap of reality).
Het heet: ontwaken.
Het heet: realisatie.
Het heet: verlichting.
Het heet: wijsheid.
Het heet: meesterschap.
Ik noem het liever doen alsof.
Doen alsof we doen alsof.

Misschien moeten we het spel dat ik speel, of veroorzaak, of weersta, of ben, of onderga, of aanschouw – dit spel waarvoor ik mij nooit heb aangemeld maar waarin ik mijzelf niettemin aantref en waaraan ik mij nog altijd niet heb willen, of weten te, onttrekken – misschien moet we dit spel improvisatie noemen?
Een mooi woord voor maar wat doen.
Net als ‘spel’.
Spelen dat we maar wat doen.
Doen alsof we maar wat spelen.
Doen alsof woorden alleen maar spelletjes zijn.
Doen alsof dat niet zo is.

Bij mijn geboorte, zo daar sprake van was (want ik kan mij er niets van herinneren) is er geen handleiding of taakomschrijving meegeleverd, geen adres waar ik mij kan vervoegen, geen verklaring, geen maatstaf, geen bon, geen garantiebewijs of zelfs maar een disclaimer.
Noch voor ondergetekende, gesteld dat er zo iemand is, noch voor het leven, gesteld dat er zoiets is, dat ik geacht word te leiden, of te volgen, of te lijden, of te genieten – gesteld dat er zoiets is.
Ik heb dat lange tijd als een vloek ervaren maar het is eerder, of daarnaast ook, een zegen, om niet te zeggen een uitdaging, een kans, een goede grap, een slechte grap, een test, een straf, zoete koek, een afleidingsmanoeuvre, een gegeven, een leugen, een droom en wat al niet, of niets van dat alles, tegelijkertijd of achtereenvolgens of nog weer anders.
Denk ik weleens.
Maar ja.

Jouw grote stilte manifesteert zich wanneer het denken – even – stilvalt.
Mijn grote stilte heet denken, dus ik hoef nergens op te wachten.
Mijn denken is zelfstillend geworden.
Er is een denken dat herrie schopt en een ander denken dat antigeluid produceert en het lawaai van het eerste denken absorbeert.
Die twee wisselen elkaar in hoog tempo af en houden elkaar in evenwicht, houden mij in evenwicht en dat is, figuurlijk gesproken, mijn stilte.
De stilte van het dubbelspel.
De stilte van de vrolijke keuken.

Letterlijke stilte, zoals die tussen twee gedachten in, komt en gaat als de gedachten zelf en heeft voor mij geen speciale betekenis.
Ik verlang er niet naar, ik probeer die gedachtenstilte niet op te wekken of te rekken – of te verdrijven.
Waarom zou ik?
Zijn er geen gedachten dan zijn er wel waarnemingen.
Zijn er geen waarnemingen dan zijn er wel dromen.
Zijn er geen dromen dan is er wel vergetelheid.
Wat is het verschil?
Ik zie wat ik zie maar de waarheid zie ik niet en dat is – voor nu – mijn waarheid.
Is dat soms het verschil?

Verstandelijk benoemen is niet minder waar dan woordloos zien.
Woordloos zien is ook maar een woord.
Zonder werkelijkheid geen illusie.
Wie geen waarheid kent, ziet ook geen leugen.
Wie de leugen niet kent heeft geen waarheid om naar zich toe te trekken.
Het geloof in een apart zelf is niet leugenachtiger dan het ongeloof in een apart zelf.
Dat is alles wat ik zie.
Is dat wat je in mijn ogen ziet?

Of Ramana Maharshi egovrij was weet ik niet.
Wat betekent dat?
Waarom denk je dat?
Vanwege zijn belladonna-pupillen?
Ramana is dood.
Leve zijn foto?

Ramana Maharshi vlak voor zijn dood

Vrij zijn van egovrijheid, wat dacht je daarvan?
Dan moeten je ogen wel helemáál uit hun kassen puilen.
Je zou er een schildklieraandoening van krijgen.

Zelf heb ik nog steeds een heleboel ik-gedachten, dat wil zeggen, gedachten waar het woordje ik in voorkomt.
Neem alleen al deze mail.
Ik-gedachten zijn voor mij niet minder (waar) dan gedachten waarin het ik niet figureert.
Het zijn allemaal gedachten.
Iedere gedachte die in mij opkomt, of wat het ook is dat er in mij opkomt, of wat het ook is waarin het opkomt, als het al ergens in opkomt, gelóóf ik – voor de duur van zijn verschijning.
Nu deze weer.
Dan is het uit met de pret en even later is de volgende gedachte aan de beurt.
Zie alleen deze alweer weg ijlen.

Denk ik dat ik iemand ben dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik niemand ben dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik daarom wel alles moet zijn dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik niet kan weten of ik iemand ben of niemand of alles (of niets of iemand en niemand of iemand noch niemand of alles noch niets of alles en niets) dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat niet weten voorbij de woorden is dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat dit allemaal maar verhalen zijn dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat er geen verhaal is dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat er niets te zeggen valt dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat alleen zwijgen recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat je nooit voorbij de horizon van je gedachten kunt kijken dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat de horizon van mijn weten is gekrompen tot de actuele gedachte dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik alleen maar de getuige ben van de actuele gedachte dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik alleen maar de actuele gedachte zelf ben dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik dat ook niet kan weten dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat niet weten het heerlijkste is wat er bestaat dan geloof ik dat – eventjes.
Vallen mijn gedachten weg dan vallen ze weg – eventjes.

Wie kaas wil maken van dit soort gedachtegangen en -sprongen en-stiltes in termen van ego en egoloosheid wens ik veel succes.
Dat ik in niet weten zou verblijven is in elk geval onjuist.
Net als ieder ander hop ik van gedachte naar gedachte.
Van weten naar weten.
Waar is eigenlijk dat elusieve niet-weten?
Niemand de deur uit!
Nou?
Achter mij natuurlijk.
Altijd achter mij.
Kadavers op de weg.
Afgedankte gedachten, flauw verlicht door of al dan niet schijnbaar verdisconteerd in de huidige.
Niet weten is het kielzog van mijn denken.
Niet weten is het condensspoor van een denken dat zichzelf in de staart bijt.
Een condensspoor in de vorm van het getal nul.
Ik denk niet, ik word niet gedacht, ik ben niet keuzeloos gewaar.
Voor niet weten hoef ik niets te doen of te laten.
Het ligt immers al achter me.
Altijd alleen maar achter me.
Ik heb er geen omkijken naar.
Ook naar deze gedachten kijk ik niet om.
Maar om dat nou progressie te noemen…

Het is met gedachten al net als met een schilderij van Rembrandt.
Als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar vegen op een doek.

Het is met gedachten al net als met begrippen.
Als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar letters in een woordenboek.

Het is met gedachten al net als met materie.
Als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar strepen in een bellenkamer.

Het is met gedachten al net als met internet.
Als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar pixels op een beeldscherm.

Ook dit zijn slechts gedachten.
En als je dáár te dichtbij komt?

Het stilte-evangelie, God is een poort (en woord is een god), Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Goeroe Kijktoe

Als het einde zoek is

Zoeker: Kunt u mij helpen?

Goeroe: Waarmee?

Zoeker: Ik wil van het zoeken afkomen.

Goeroe: Welk zoeken?

Zoeker: Elk zoeken.

Goeroe: Waarom?

Zoeker: Ik wil gewoon gelukkig wezen.

Goeroe: Gelukszoeker.

Zoeker: Hoe kom ik daarvan af?

Goeroe: Wat is er mis met zoeken?

Zoeker: Zoeken is niet de weg.

Goeroe: Je zoekt het einde van het zoeken.

Zoeker: Hoe kom ik van dat zoeken af?

Goeroe: Zo blijf je aan de gang.

Zoeker: Moet ik dan maar gewoon blijven zoeken?

Goeroe: Je veronderstelt dat je daar iets over te zeggen hebt.

Zoeker: Wou u beweren van niet?

Goeroe: Je veronderstelt dat ik daar iets over te zeggen heb.

Zoeker: Dan weet ik het ook niet meer.

Goeroe: Dan hoef ik je ook niet meer te helpen.

Zoeker: Waarmee?

Niet-weten verlaat je nooit!

Je rauwste vriend, je trouwste vriend

Of je nou blij bent of boos

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou zacht bent of hard

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou dik doet of dun

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou echt bent of nep

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou vasthoudt of loslaat

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou begeert of negeert

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je me nou uitspat of inkeert

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou klaagt of dankzegt

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou geboren bent of ongeboren

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou veranderlijk bent of onveranderlijk

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou sterfelijk bent of onsterfelijk

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou opgroeit of aftakelt

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou droomt of waakt

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou deelneemt of toeschouwt

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou daar bent of hier

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou iemand bent of niemand

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou alles bent of niets

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou vorm bent of leegte

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou twee bent of één

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou god bent of mens

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou gelovig bent of ongelovig

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou partijdig bent of onpartijdig

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou moreel bent of immoreel

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou wetend bent of onwetend

NIET WETEN VERLAAT JE NOOIT!

Of je nou hoog springt of laag…

Loflied op niet-weten

Je innerlijke oehoe

Leerling: Ik zoek mijn innerlijke goeroe.

Meester: Daar maak ik me geen zorgen om.

Leerling: Waar maakt u zich wel zorgen om?

Meester: Dat je hem vindt.

Losers voor verlossers

Niet weten is per definitie mateloos

Beste Hans,
Ken jij Henk Feltkamp? Hij heeft een prachtige vertaling uit het Engels gemaakt van geselecteerde hoofdstukken uit de Tao Te Ching. Neem alleen al het eerste:

‘Het ware is niet wat men kunnen kan.
Het woord noemt niet het ware, maar het weetbare.
Naamloos zijn we deel van het eeuwige,
het woord creëert apartheid.

Zonder begeerte zien we het wonder.
Zodra we begeren begint de kleinheid.

Het geheel en het aparte zijn verstrengeld,
maar het woord scheidt hen.

Steeds radicaler niet-weten
is de toegang tot het levensmysterie.’

Wat vind jij ervan?

Beste Tycho,
Dank voor je tip.
‘Het ware is niet wat men kunnen kan’ – kom er maar eens op.
En óf het woord apartheid creëert.

Omdat ik Henk Feltkamp nog niet kennen kon, heb ik eens even in zijn online boekje De troost van de werkelijkheid gegrasduind.
Op mij komt hij over als een moralist.
Net als alle andere zelfbenoemde bevrijders die menen de Werkelijkheid te zien en anderen zo nodig uit hun droom moeten helpen.
Iedereen leidt een gemankeerd leven, weten zij, alleen de uitverkorenen niet.
Verlossers hebben losers nodig.
Henk creëert apartheid.

Tycho: Geldt dat niet voor alle verlossers?

Hans: Dat zeg ik.

Tycho: Ben jij niet zo’n verlosser?

Hans: Ik ben mijn eigen loser.

Tycho: Maar ben jij je eigen verlosser?

Hans: Ik loop het liefste los.

Tycho: Heb jij iets tegen moralisten?

Hans: Wat ben ik? Een moralist?

Tycho: Creëer jij soms geen apartheid?

Hans: Soms wel, soms niet; een aardbei is geen biet.

Tycho: Maar wat vind jij van Feltman’s vertaling van het eerste hoofdstuk van de Tao Te Ching?

Hans:
Waarom al die woorden als je van mening bent dat woorden apartheid creëren?
Waarom onderscheid maken tussen het ware en het weetbare, tussen het tijdelijke en het eeuwige, tussen het naamloze en het benoemde, tussen het geheel en het deel?

Waarom onderscheid maken tussen het woord en het ware?
Maakt het woord soms geen deel uit van het ware?

Waarom onderscheid maken tussen begeerte en het wonder?
Is begeerte soms geen wonder?

Maakt scheiden soms geen deel uit van het levensmysterie?

En als ik ook eens een woord mag scheiden:
Waarom het leven reduceren tot een mysterie?
Of als dat je meer aanspreekt:
Waarom het mysterie reduceren tot het leven?

Tycho: Don’t shoot the translator.

Hans: In zijn inleiding schrijft Henk: ‘De oude tekst biedt veel vrijheid van interpretatie, maar niet zo veel als ik me soms gepermitteerd heb. Mijn verdediging is dat ik de intentie probeer weer te geven die ik in het gedicht vermoed.’
Dit zijn niet de woorden van een vertaler.
Natuurlijk moet hij zelf weten wat hij zegt en hoe hij het zegt, maar er zijn andere manieren van spreken die wellicht meer in overeenstemming zijn met de geest van niet weten.

Tycho: Hij spreekt toch ook van een steeds radicaler niet-weten?

Hans: Er is niet zoiets als een steeds radicaler niet-weten.
Hoogstens een steeds minder weten of een steeds minder zeker weten.
Bijna niks weten is nog altijd een vorm van weten.
De appel hangt aan de boom van de kennis tot hij valt.
Dan pas is er niet weten.
Dit niet weten is per definitie mateloos.
Wat valt er te radicaliseren aan het radicale?

Tycho: Heb je in de andere hoofdstukken wel iets van je gading gevonden? Een sleutelwoord of een kernzin?

Hans: Hoofdstuk 62, regel 13: (kon ik niet goed lezen)

Tycho: Volgens mij is dat een redactionele opmerking van Angélique Bongers, die het handschrift van Henk heeft getranscribeerd.

Hans: Mijn complimenten aan Angélique.

Tycho: Hoe voelt het om onder de boom van de kennis te liggen?

Hans: Vraag dat maar aan iemand die onder de boom van de kennis ligt.

Tycho: Wat zou hij antwoorden, denk je?

Hans: Beurs?

Tycho: Wat nog meer?

Hans: Aangepikt en uitgezogen?

Tycho: Er zitten toch ook wel prettige kanten aan?

Hans: Zeker weten. Je kunt niet dieper vallen.

Tycho: Zeker weten?

Hans: Zeker weten? Je kunt niet dieper vallen.

Tycho: Denk jij dat Henk nog steeds aan de boom van de kennis hangt?

Hans: Welke boom?

Tycho: Ik dacht dat je zou zeggen: ‘Welke Henk?’

Hans: Mij niet gezien.

Lees ook: Bodhisattvageloften voor iedereen en niemand.

Weetnietgeesten discussiëren niet

Four kinds of minds

Beste Hans,
Stijlloos hoe je bona fide leraren en goeroes aan de kaak stelt. Eleanor Roosevelt zei het al: ‘Great minds discuss ideas; average minds discuss events; small minds discuss people.’

Beste Roos,
Weetnietgeesten discussiëren niet.

Terwijl het volk je voeten was

Je kijkt om je heen.
Je mond valt open van verbazing.
Je denkt: Wie?
Je denkt: Wat?
Je denkt: Waar?
Je denkt: Wanneer?
Je denkt: Waarom?
Je denkt: Hoe?
Je denkt: Hè?
Je denkt: ‘Eh…’
Je haalt je schouders op.
Je denkt: Wat zal ik er eens van zeggen.
Je zegt: Ik weet niets, maar dat weet ik wel verdomd zeker!
Je denkt: Weet je wat, ik maak er een leer van.
Je noemt jezelf scepticus.
Je zegt: Heil Socrates!
Socrates zegt niets terug.
Je denkt: Sterker nog, ik weet niets, en dat ook niet.
Je denkt: Weet je wat, ik maak er een leer van.
Je noemt jezelf pyrronist.
Je denkt: Sterker nog, ik weet niets, en dat ook niet, en dat ook niet…
Je denkt: Maar om daar nou een leer van te maken?
Je denkt: Klaar ben ik.
Je denkt: Ik weet gewoon geen onderscheid meer te maken.
Je denkt: Ik weet nondeju geen enkel onderscheid hard te maken.
Je denkt: Zou het aan mij liggen?
Je moet er niet aan denken.
Dus blijf je eraan denken.
Ineens krijg je een ingeving.
Je denkt: Het ligt niet aan mij, het ligt aan de werkelijkheid.
Je denkt: Wat een opluchting.
Je zegt: Het leven is een Mysterie.
Je denkt: Wat een opluchting.
Je zegt: Er is geen onderscheid!
Je denkt: Weet je wat, ik maak er een kosmologie van.
Je spreekt van non-dualiteit.
Je denkt: Weet je wat, ik maak er een religie van.
Je noemt het non-dualisme.
Je noemt jezelf non-dualist.
Je redeneert: Als er geen onderscheid is dan is alles één.
Je denkt: Weet je wat, ik maak er een leer van.
Je noemt het monisme.
Je noemt jezelf monist.
Je redeneert: Als alles één is dan ben ik alles.
Je noemt jezelf alles.
Je redeneert: Alles is god, ik ben alles, dus ik ben God.
Je denkt niet eens: Waar kwam die hoofdletter ineens vandaan?
Je denkt: Wie zou ik zijn zonder het syllogisme.
Je roept: Heil Aristoteles.
Aristoteles zegt niets terug.
Je kijkt minzaam om je heen.
Je laat je lauweren schikken.
Je denkt Zelf-ingenomen: Ik ben van ver gekomen.
Maar zo is het wel ver genoeg.
Je prevelt: Van U wil ik zwijgen.
Je kreunt wellustig ‘Ohmmmmmmmmm’.
Terwijl het volk je voeten wast.