Groot Ongeloof, Grote God

Wie zijn gedachten niet gelooft, is geen theïst, geen atheïst en geen agnosticus. Groot is zijn Ongeloof, maar zijn God is groter dan het grootste godsbeeld, zijn Boeddha is groter dan het grootste boeddhabeeld en hijzelf is groter dan het grootste zelfbeeld.

Dwaalgids > Mystiek > Groot Ongeloof

Lees ook: God is een poort, Help ons uit de droom, Ledig de Geest in de Wolk van niet-weten.

Op deze pagina:

Geen groter geloof dan Groot Ongeloof

Geloof je dat?

Wie zijn gedachten niet gelooft, deze ook niet, is geen theïst, geen atheïst en geen agnosticus. Hij is niet in God en hij is niet buiten God. Zelfs als hij kleur bekent, zoals ik nu, bekent hij geen kleur, want wie zijn gedachten niet gelooft, deze ook niet, is zo kleurloos als de lege geest en zo leeg als de lege leer.

Zijn God is ruimer dan het ruimste godsbeeld. Zijn Boeddha is ruimer dan het ruimste boeddhabeeld. Hijzelf is ruimer dan het ruimste zelfbeeld.

Zijn God en zijn Boeddha en hijzelf zijn ruimer dan het ruimste denkbeeld, ruimer dan het ruimste mensbeeld, ruimer dan het ruimste wereldbeeld, ruimer dan het ruimste zinnebeeld en ruimer dan het ruimste wensbeeld.

Dat kan niet anders, want een Groot Ongelovige is zolang zijn ongeloof voortduurt niet in staat die ruimte in te vullen met welk beeld ook, anders dan het lege denkbeeld, of er zelfs maar een naam aan te geven, anders dan de lege naam.

Voor een Groot Ongelovige is er geen groter god dan de lege god van niet-weten.

Voor een Groot Ongelovige is er geen groter boeddha dan de lege boeddha van niet-weten.

Voor een Groot Ongelovige is er geen groter atman dan de lege atman van niet-weten.

Voor een Groot Ongelovige is er geen groter zelf dan het lege zelf van niet-weten.

Voor een Groot Ongelovige is er geen groter leegte dan de leegte van niet-weten.

Voor een Groot Ongelovige is er geen Groot Ongeloof, geen leegte en geen niet-weten.

Want alleen zonder Groot Ongeloof, zonder leegte en zonder niet-weten blijft zijn God ruimer dan het ruimste godsbeeld, zijn Boeddha ruimer dan het ruimste boeddhabeeld en hijzelf ruimer dan het ruimste zelfbeeld. Alleen zo blijft zijn denkruimte leeg. Alleen zo blijft zijn ongeloof Groot.

Vandaar dat ik zeg: wie zijn gedachten niet gelooft, deze ook niet, is geen theïst, geen atheïst en geen agnosticus. Hij is niet in God en hij is niet buiten God. Zelfs als hij kleur bekent, zoals ik nu, bekent hij geen kleur, want wie zijn gedachten niet gelooft, deze ook niet, is zo kleurloos als de lege geest en zo leeg als de lege leer.

Geloof je dit?

Tips: Brieven mystiek; de stilte voorbij, Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Mijn uitgaan was reeds Zijn ingaan

Hemelvaarders en vallende sterren

Leerling: Volgens Jan van het Kruis is het voertuig dat mij naar God zal brengen een soort tweetrapsraket.

Meester: Dan was hij zijn tijd ver vooruit.

Leerling: Wil God ingaan, meende Jan van het Kruis, dan moet ik eerst uitgaan. Wil Hij mij opvullen dan moet ik mij eerst ontledigen. Wil ik Hem worden dan moet ik eerst ontworden.

Meester: Die Jan.

Leerling: Wat?

Meester: Die God.

Leerling: Wat was uw voertuig?

Meester: Waarheen?

Leerling: Toe nou.

Meester: Een eentrapsraket dan maar.

Leerling: Hoe bedoelt u?

Meester: Mijn uitgaan was reeds Zijn ingaan.

Leerling: Dat snap ik niet.

Meester: Daartussen was geen enkel verschil.

Leerling: Niet?

Meester: Het is niet dat er na mijn uitgaan nog iets stond te gebeuren. Uitgaan was wat er gebeurde. Het is niet dat ik na mijn ontlediging weer opgevuld werd. Ontlediging is wat mij opvulde. Het is niet dat ik na mijn ontwording in iets anders overging. Ontwording is wat ik werd.

Leerling: Wat kan ik volgens u verwachten na mijn uitgaan?

Meester: Tja.

Leerling: Toe nou.

Meester: Niet verwachten dan maar.

Leerling: Niet verwachten?

Meester: Zelfs niet dat je niets meer zult verwachten.

Leerling: Het enige wat er zal gebeuren is mijn uitgaan?

Meester: Daar zou ik maar niet van uitgaan.

Leerling: Waar moet ik dan wel van uitgaan?

Meester: Misschien wel nergens van.

Leerling: Hè?

Meester: Zelfs niet dat je nergens van uit moet gaan.

Leerling: En die ontlediging dan?

Meester: Die is al net zo ledig.

Leerling: En die ontwording?

Meester: Ook ontworden.

Leerling: En dat noemt u God?

Meester: En dat noem jij God?

Leerling: Wat zou jij zeggen?

Meester: Zalig zijn de armen van geest.

Verder van huis is waar Hij woont

Uit en thuis

Leerling: Hoe kan ik de Onkenbare vinden?

Meester: Door niet vinden.

Leerling: Ik bedoel, hoe kan ik Hem leren kennen?

Meester: Door niet kennen.

Leerling: Maar hoe weet ik dan dat Hij het is?

Meester: Door niet weten.

Leerling: Nou ben ik nog verder van huis.

Meester: Dat is waar Hij woont.

Lees ook: Wat is soefisme? De derwisj en de dwaas

Het enige universele geloof is het geloof in onze gedachten

Geloof je dat?

Leerling: Gelooft u in een universele religie?

Meester: Och.

Leerling: Of ten minste in een gemeenschappelijke kern?

Meester: Een gemeenschappelijke kern weet ik niet, maar wellicht een gemeenschappelijke basis.

Leerling: Wat is het dat alle religies gemeen hebben?

Meester: Alle religies weet ik niet, maar wellicht alle gelovigen.

Leerling: Wat is het dat alle gelovigen gemeen hebben?

Meester: Vergeet de ongelovigen niet.

Leerling: Wat is het dat wij allen gemeen hebben?

Meester: Het geloof in onze gedachten.

Leerling: Ik had gehoopt op een universeel dogma.

Meester: Dit gaat dieper.

Leerling: Hoezo?

Meester: Het geloof in onze gedachten is de grondslag van ieder dogma.

Leerling: En van iedere religie, neem ik aan.

Meester: En van iedere filosofie.

Leerling: En van alle wetenschap.

Meester: En van ieder oordeel.

Leerling: En van iedere mening.

Meester: En ga zo maar door.

Leerling: Dus het geloof in onze gedachten gaat overal aan vooraf.

Meester: Geloof je dat?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niks.

Leerling: Maar we zouden wat minder geloof aan onze gedachten moeten hechten.

Meester: Geloof je dat?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niks.

Leerling: Maar u gelooft uw gedachten niet meer.

Meester: Geloof je dat?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niks.

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Geloof je dat?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niks.

Lees ook: Wat is mystiek?

Een dwaalweg is geen zonde en een omweg geen rotonde

Leerling: Gooi alles weg en wat je overhoudt is God.

Meester: Zolang je nog wat overhoudt heb je niet alles weggegooid.

Leerling: Gooi alles weg en je vindt het niets?

Meester: Gooi het niets weg, wat hou je over?

Leerling: Een onzinnige vraag, als je het mij vraagt.

Meester: Het weggooien natuurlijk.

Leerling: Weggooien is het enige wat overblijft?

Meester: Weggooien is het laatste dat je weggooit.

Leerling: En dan ben je eindelijk alles kwijt?

Meester: En dan heb je eindelijk alles terug.

Lees ook: Lege mystiek op de hoogste piek: ‘nada, nada, nada!’

God zoeken in niet-zoeken

Als je je ziel al niet kan vinden…

Leerling: Volgens Meister Eckhart woont God op de bodem van je ziel. Om Hem te vinden hoef je alleen maar je ziel leeg te maken. Is dat ook uw ervaring?

Meester: Tot nog toe niet.

Leerling: Hoe komt dat?

Meester: Doordat ik de bodem van mijn ziel niet kan vinden.

Leerling: Misschien zit er wel iets voor.

Meester: Hoe kom ik daarachter?

Leerling: Hebt u uw ziel al leeggemaakt?

Meester: Dat is het hem nou juist.

Leerling: Wat is het hem nou juist?

Meester: Die kan ik ook al niet vinden.

Leerling: Waar moeten we God dan zoeken?

Meester: Misschien wel in niet zoeken.

Leerling: Of misschien wel in niet weten.

Meester: Dan wordt het nooit bekend.

Tips: Zoeken naar het einde van het zoeken

Niet-weten is goddelijk noch goddeloos

Rookgordijnen om doorheen te kijken

Leerling: Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van een goddelijk niet-weten dat de hoogste wijsheid is.*

Meester: Niet-weten is goddelijk noch goddeloos, niet dat ik weet.

Leerling: Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van een niet-weten dat de hoogste wijsheid is.

Meester: Niet-weten is wijs noch dwaas, niet dat ik weet.

Leerling: Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van niet-weten.

Meester: Alsof er iets gerealiseerd moet worden.

Leerling: Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er niet-weten.

Meester: Alsof je zomaar het gordijn van kennis open kunt schuiven.

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Nou dan.

* Osho, geciteerd door Jan Foudraine in De man die uit zijn hersenen zakte; vingerwijzingen van een mysticus

Tip: De Mont Fou: geen inzicht, maar wat een uitzicht

Stofwolken

Leerling: Wat zie je als je het gordijn van kennis openschuift?

Meester: Stof uit het gordijn van kennis.

Leerling: God? Stilte? Vrede? Leegte? Zijn? Bewustzijn? Gewaarzijn? Boeddha? Brahman? Atman? Anatman? Essentie? Dao?

Meester: Stof in het gordijn van kennis.

Tip: Wat is niet-weten

In de godsbeeldentuin

Leerling: Hoe heet de mystieke vereniging met de Onveranderlijke?

Meester: Rigor Mortis.

In de zelfbeeldentuin

Een transfiguratie

Leerling: Wat staat degene te wachten die erin slaagt de Allerhoogste te aanschouwen?

Meester: Volgens Genesis 19.26 een transfiguratie.

Leerling: Een hoopvolle gedachte. Waarin eigenlijk?

Meester: Een zoutpilaar.

Tip: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

In de testbeeldentuin

Mystieke geenwording

Leerling: Wat is mystieke eenwording volgens u?

Meester: De versmelting van mens en God.

Leerling: Wat is niet weten?

Meester: Mystieke geenwording.

Leerling: Daar kan ik me niets bij voorstellen.

Meester: Perfect.

Tip: Ben je jezelf of het Zelf?

Kleur bekennen

Leerling: Bent u nou een theïst, een atheïst of een agnosticus?

Meester: Ik geloof het niet.

Tip: Wat is non-dualiteit?

De lege belijdenis

Geloof jij in niet geloven?

Leerling: Bent u een theïst?

Meester: Theïsme is een geloof.

Leerling: Bent u dan een atheïst?

Meester: Atheïsme is ook een geloof.

Leerling: Bent u dan een agnosticus?

Meester: Agnosticisme is nog steeds een geloof.

Leerling: Bent u dan een gnosticus?

Meester: Gnosticisme is opnieuw een geloof.

Leerling: Bent u dan een scepticus?

Meester: Ook scepticisme is een geloof.

Leerling: Bent u dan een cynicus?

Meester: Cynisme is nog altijd een geloof.

Leerling: Bent u dan een nihilist?

Meester: Zelfs nihilisme is een geloof.

Leerling: Wat bent u dan wel?

Meester: Wie zegt dat ik iets ben?

Leerling: Zijn is iets zijn.

Meester: Daar zeg je wel wat bij.

Leerling: Dan bent u zeker niemand.

Meester: Dat geloof ik ook niet.

Leerling: Gelooft u in niet geloven?

Meester: Niet dat ik weet.

Leerling: In niet weten dan?

Meester: Ik durf het niet te zeggen.

Leerling: In niet zeggen?

Meester: Ik denk het niet.

Leerling: In niet denken?

Meester: Ik zou niet weten hoe.

Leerling: Nou weet ik nog niks.

Meester: Geloof je dat nou echt?

Tip: De lege leer

Niet-weten voor beginners, gevorderden en gelovigen

Niet-weten voor beginners: anderen niet geloven.

Niet-weten voor gevorderden: jezelf niet geloven.

Niet-weten voor gelovigen: zelfs niet geloven in niet-geloven.

Ik weet niet wat ik moet geloven – dat is een groot geluk

Weerstand kan heel mooi zijn

Leerling: Ze zeggen dat u moeite hebt met het geloof.

Meester: Geloof je dat nou echt?

Leerling: Ik weet niet wat ik moet geloven.

Meester: Ik ook niet.

Leerling: U hebt niets tegen het geloof?

Meester: Geloof kan heel mooi zijn.

Leerling: En ook niet tegen gelovigen?

Meester: Ik wens ze veel geluk.

Leerling: Mag ik hieruit concluderen dat u moeite hebt met ongeloof?

Meester: Ongeloof kan heel mooi zijn.

Leerling: En ongelovigen?

Meester: Ik wens ze veel geluk.

Leerling: Hebt u dan misschien moeite met twijfel?

Meester: Twijfel kan heel mooi zijn.

Leerling: En twijfelaars?

Meester: Ik wens ze veel geluk.

Leerling: Niet te geloven.

Meester: Heb jij daar moeite mee?

Leerling: Aan de oppervlakte wel.

Meester: Weerstand kan heel mooi zijn.

Leerling: Maar in de grond van mijn hart niet.

Meester: Dat is een groot geluk.

Tip: Zeg maar tja tegen het leven

Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft

Lakmoesproef voor vrijwillenden

1. Geloof dan maar eens in God

Leerling: Dood aan alle theïsten!

Meester: Omdat ze in God geloven?

Leerling: Je kiest zelf wat je gelooft.

Meester: Geloof dan maar eens in God.

Leerling: Mij niet gezien.

Meester: Eén minuutje maar.

Leerling: Ik dacht het niet.

Meester: Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.

Leerling: …

Meester: En?

Leerling: Het lukt niet.

Meester: Nou dan.

2. Geloof dan maar eens in atheïsme

Leerling: Dood aan alle atheïsten!

Meester: Omdat ze in niet-God geloven?

Leerling: Je kiest zelf wat je gelooft.

Meester: Geloof dan maar eens in atheïsme.

Leerling: Mij niet gezien.

Meester: Eén minuutje maar.

Leerling: Ik dacht het niet.

Meester: Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.

Leerling: …

Meester: En?

Leerling: Het lukt niet.

Meester: Nou dan.

3. Geloof dan maar eens in agnosticisme

Leerling: Dood aan alle agnostici!

Meester: Omdat ze in onbewijsbaarheid geloven?

Leerling: Je kiest zelf wat je gelooft.

Meester: Geloof dan maar eens in agnosticisme.

Leerling: Mij niet gezien.

Meester: Eén minuutje maar.

Leerling: Ik dacht het niet.

Meester: Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.

Leerling: …

Meester: En?

Leerling: Het lukt niet.

Meester: Nou dan.

4. Geloof dan maar eens in scepticisme

Leerling: Dood aan alle sceptici!

Meester: Omdat ze in twijfel geloven?

Leerling: Je kiest zelf wat je gelooft.

Meester: Geloof dan maar eens in scepsis.

Leerling: Mij niet gezien.

Meester: Eén minuutje maar.

Leerling: Ik dacht het niet.

Meester: Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.

Leerling: …

Meester: En?

Leerling: Het lukt niet.

Meester: Nou dan.

5. Geloof dan maar eens in fatalisme

Leerling: Dood aan alle fatalisten!

Meester: Omdat ze in het lot geloven?

Leerling: Je kiest zelf wat je gelooft.

Meester: Geloof dan maar eens in het noodlot.

Leerling: Mij niet gezien.

Meester: Eén minuutje maar.

Leerling: Ik dacht het niet.

Meester: Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.

Leerling: …

Meester: En?

Leerling: Het lukt niet.

Meester: Nou dan.

Lees ook: Vrije wil, onvrije wil en ongewilde vrijheid

Niet-weten als tepidarium

Hoe lang je er ook in zit, je word er niet warm of koud van

Leerling: Waarmee kan je het geloof vergelijken?

Meester: Een calidarium.

Leerling: Want?

Meester: Hoe langer je erin zit, hoe heter je het krijgt.

Leerling: Waarmee kan je ongeloof vergelijken?

Meester: Een frigidarium.

Leerling: Want?

Meester: Hoe langer je erin zit, hoe kouder je het krijgt.

Leerling: Waarmee kan je niet-weten vergelijken?

Meester: Een tepidarium.

Leerling: Want?

Meester: Hoe lang je er ook in zit, je word er niet warm of koud van.

frigidarium: Romeins koudwaterbad
calidarium: Romeins heetwaterbad
tepidarium: Romeins lauwwaterbad

Tip: Dwijsheid, vrijplaats tussen dwaasheid en wijsheid

Het verschil tussen agnosticisme en niet-weten

Agnosticisme is een leer

Leerling: Wat is het verschil tussen agnosticisme en niet weten?

Meester: Agnosticisme is de leer dat je geen kennis kunt hebben van een boven de ervaring uitgaande orde.

Leerling: En niet weten?

Meester: Niet weten is geen leer.


Opmerking

Agnosticisme mag dan ongeschikt zijn om de onleer van niet weten aan te duiden, agnose (Grieks: a, niet + gnosis, kennis) kan mij wel bekoren.

Tip: Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

De lege God, de lege mystiek, het lege geloof, de lege gnosis en de lege leer

1. Een theïstisch atheïst

De lege God

Leerling: Bent u nou een theïst of een atheïst?

Meester: Een theïstisch atheïst dan maar.

Leerling: Hoe zou u uw God omschrijven?

Meester: Als een lege God. Of zeg maar gerust dé lege God, want waarin zou de ene lege God van de andere moeten verschillen?

Leerling: Ik kan me er niets bij voorstellen.

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

2. Een vrijdenkend mysticus

De lege mystiek

Leerling: Bent u nou een vrijdenker of een mysticus?

Meester: Een vrijdenkend mysticus dan maar.

Leerling: Hoe zou u uw mystiek omschrijven?

Meester: Als een lege mystiek. Of zeg maar gerust dé lege mystiek, want waarin zou de ene lege mystiek van de andere moeten verschillen?

Leerling: Ik kan me er niets bij voorstellen.

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Tip: Ledig de Geest in de Wolk van niet-weten

3. Een ongelovige gelovige

Het lege (on)geloof

Leerling: Bent u nou een gelovige of een ongelovige?

Meester: Een ongelovige gelovige dan maar, of een gelovige ongelovige.

Leerling: Hoe zou u uw geloof of ongeloof omschrijven?

Meester: Als een leeg geloof of een leeg ongeloof. Of zeg maar gerust hét lege geloof en hét lege ongeloof, want waarin zou het ene lege geloof of ongeloof van het andere moeten verschillen?

Leerling: Ik kan me er niets bij voorstellen.

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

4. Een gnostisch agnosticus

De lege gnosis

Leerling: Bent u nou een gnosticus of een agnosticus?

Meester: Een gnostisch agnosticus dan maar.

Leerling: Hoe zou u uw gnosis omschrijven?

Meester: Als een lege gnosis. Of zeg maar gerust dé lege gnosis, want waarin zou de ene lege gnosis van de andere moeten verschillen?

Leerling: Ik kan me er niets bij voorstellen.

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

5. Een geleerde weetniet

De lege leer

Leerling: Bent u nou een geleerde of een weetniet?

Meester: Een geleerde weetniet dan maar.

Leerling: Hoe zou u uw leer omschrijven?

Meester: Als een lege leer. Of zeg maar gerust dé lege leer, want waarin zou de ene lege leer van de andere moeten verschillen?

Leerling: Ik kan me er niets bij voorstellen.

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Tip: Wat is non-dualiteit?

Wie niet wordt als een kind

Leerling: Rozenkrans of mala?

Meester: Snoepketting.

Tip: Zalig zijn de armen van geest

Groot Wantrouwen is: wantrouwen jegens al je gedachten, deze ook

Van waan naar argwaan naar paranoia

Leerling: Wat is nadenken?

Meester: Een waan.

Leerling: Wat is de eerste stap naar vrijdenken?

Meester: Argwaan.

Leerling: Jegens?

Meester: Je gedachten natuurlijk.

Leerling: Welke gedachten?

Meester: Welke gedachten dan ook.

Leerling: Zoals?

Meester: Dat nadenken een waan is, bijvoorbeeld.

Leerling: Echt?

Meester: Niet slecht.

Leerling: Wat voor gedachten nog meer?

Meester: Dat argwaan de eerste stap naar vrijdenken is, bijvoorbeeld.

Leerling: Die ook al?

Meester: Geloof het of niet.

Leerling: Wat is de laatste stap naar vrijdenken?

Meester: Paranoia.

Leerling: Wát?

Meester: Niet slecht.

Leerling: Wat is paranoia?

Meester: Ongebreidelde argwaan.

Leerling: Dat klinkt eerder als een geestesziekte.

Meester: Tenzij goedgelovigheid de geestesziekte is.

Leerling: Is goedgelovigheid de geestesziekte?

Meester: Jij gelooft ook alles.

Leerling: Wanneer gaat paranoia over in vrijdenken?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Paranoia en vrijdenken niet.

Leerling: Paranoia is vrijdenken?

Meester: Probeer je mij te vangen?

Leerling: Ik dacht dat vrijdenken een toestand van overgave was.

Meester: Waaraan?

Leerling: Als ik dat eens wist.

Meester: Waarom zou vrijdenken een toestand van overgave zijn?

Leerling: Wat moet je anders als je nergens meer aan vasthoudt?

Meester: Dat denk ik ook weleens, maar ja…

Leerling: Wat?

Meester: Dat is ook maar een gedachte.

Leerling: Waar jij je niet aan overgeeft?

Meester: Dat denk ik ook weleens, maar ja…

Leerling: Wat?

Meester: Dat is ook maar een gedachte.

Leerling: Waar jij je niet aan overgeeft?

Meester: Dat denk ik ook weleens, maar ja…

Leerling: Ik geef me over.

Meester: Dan denk ik ook weleens, maar ja…

Hoe heet de exegeet van het lege boek?

De onnoemelijke

Een apologie is een verweerschrift waarin de orthodoxe leer wordt verdedigd, een apologeet is iemand die apologieën schrijft, maar hoe noem je iemand die de lege leer verdedigt?

Exegese is uitlegkunde, een exegeet is iemand die het heilige boek uitlegt, maar hoe noem je iemand die het lege boek uitlegt?

Het apostolaat is de activiteit ter verbreiding van de blijde boodschap, een apostel is iemand die zich daarvoor inspant, maar hoe noem je iemand die de lege boodschap verbreidt?

Tip: Apologie voor mijn apologie van niet-weten

Als God alomvattend is, omvat hij ook het kwaad

en is hij niet algoed

Leerling: God is goed en God is groot.

Meester: Hoe groot?

Leerling: Alomvattend.

Meester: Dan omvat hij ook het kwaad.

Leerling: Het kwaad is des duivels.

Meester: Dan is hij niet alomvattend.

Leerling: Hij is wél alomvattend.

Meester: Dan is hij niet algoed.

Leerling: Dat neemt u terug!

Meester: Al goed.

Als God alwetend is, weet hij ook van niet-weten

en is hij niet alwijs

Leerling: God is wijs.

Meester: Hoe wijs?

Leerling: Alwijs.

Meester: God is alwetend?

Leerling: Hij weet alles.

Meester: Weet hij ook van niet weten?

Leerling: Dat… zal haast wel.

Meester: Dan is hij niet alwetend.

Leerling: Ik bedoel, dat zal haast niet.

Meester: Dan is hij niet alwetend.

Kan God zichzelf van zijn almacht beroven?

Dan wordt hij almachteloos

Leerling: God is almachtig.

Meester: Machtig genoeg om tegen zijn eigen wil in te gaan?

Leerling: Nou…

Meester: Zo ja, dan is hij niet almachtig.

Leerling: Nee.

Meester: En zo nee, dan is hij niet almachtig.

Leerling: Ja.

Meester: Wat maakt het dan uit?

Leerling: En toch is God almachtig.

Meester: Zo machtig dat hij zichzelf van zijn macht zou kunnen beroven?

Leerling: Dat lijkt me… niet.

Meester: Dan is hij niet almachtig.

Leerling: Ik bedoel, dat lijkt me wel.

Meester: Hoe weet je dat hij dat niet allang gedaan heeft?

Leerling: Wat?

Meester: Zichzelf van zijn macht beroven?

Leerling: Allemachtig.

Denk jij over God of denkt God in jou?

Of is het toch de duivel?

Leerling: Alles is de wil van God.

Meester: Zelf bedacht?

Leerling: Wat?

Meester: Of verschijnt deze gedachte nu in jou door de wil van God?

Leerling: Eh…

Meester: Zo ja, hoe weet je dan of hij waar is?

Leerling: God zou mij nooit bedriegen.

Meester: Zelf bedacht?

Leerling: Wat?

Meester: Of verschijnt deze gedachte nu in jou door de wil van God?

Leerling: Eh…

Meester: Zo ja, hoe weet je dan of hij waar is?

Leerling: U bent de Duivel zelf!

Meester: Zelf bedacht?

Leerling: Wat?

Meester: Of verschijnt deze gedachte nu in jou door de wil van de duivel?

Leerling: Eh…

Meester: Of toch door de wil van God?

Leerling: …

Meester: Zo ja, hoe weet je dan of hij waar is?

Leerling: Alles is de wil van God.

Meester: Zelf bedacht?

Tip: Vrije wil, onvrije wil en ongewilde vrijheid

Heeft God beschikt dat de mens wikt?

We vragen het de mysticus

Leerling: De mens wikt maar God beschikt.

Meester: Waarover?

Leerling: Overal over.

Meester: Beschikt hij ook dat de mens wikt?

Leerling: Eh… dat is te zeggen… ik denk… ik geloof niet…

Meester: Ben jij het die nu wikt of heeft God dat beschikt?

Leerling: De mens wikt, maar God beschikt.

Meester: Jij gelooft toch dat de mens in God is?

Leerling: Jazeker.

Meester: Dan is het ook God die wikt.

Leerling: Hm.

Meester: En jij gelooft toch ook dat God in de mens is?

Leerling: Als mysticus…

Meester: Dan is het ook de mens die beschikt.

Leerling: Verdraaid.

Tip: Vrijdenkers hebben maling aan de mind, Denkbeeldenstorm!

Misschien is jouw idee van volmaaktheid wel incompleet

Leerling: God zou nooit tegen mij liegen.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Omdat Hij volmaakt is.

Meester: Is de volmaakte incompleet?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Zonder leugens zijn, is dat niet incompleet?

Leerling: In zekere zin.

Meester: Dan is hij niet zonder leugens.

Leerling: En toch is Hij volmaakt.

Meester: Misschien is jouw idee van volmaaktheid wel incompleet.

Leerling: En toch is Hij compleet.

Meester: Misschien is jouw idee van compleetheid wel onvolmaakt.

Tip: Voorbij goed en kwaad; de ethiek van niet-weten

God is niet voor één gat te vangen (en ik ook niet)

De hoogste waarheid

Leerling: God liegt nooit.

Meester: Je doet hem tekort.

Leerling: U gaat me toch niet vertellen dat Hij liegt?

Meester: Kent u het verhaal van de erfzonde?

Leerling: Adam en Eva eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, ook al heeft God het hen uitdrukkelijk verboden.

Meester: Wat heeft God gezegd dat er zou gebeuren als ze zijn gebod zouden overtreden?

Leerling: Dat ze onherroepelijk zouden sterven.

Meester: Wat gebeurde er uiteindelijk?

Leerling: Ze werden uit het paradijs verdreven.

Meester: Wat heeft de slang gezegd toen hij Eva tot het eten van de verboden vrucht verleidde?

Leerling: Dat hun ogen zouden opengaan. Ze zouden als Goden worden en kennis van goed en kwaad krijgen.

Meester: En, kregen ze kennis van goed en kwaad?

Leerling: Jazeker.

Meester: Wie sprak er dus de waarheid?

Leerling: …

Meester: Nou?

Leerling: De slang?

Meester: Wie heeft er dus gelogen?

Leerling: …

Meester: Nou?

Leerling: God?

Meester: Zeker weten?

Leerling: Dit kan toch helemaal niet!

Meester: Misschien niet nee.

Leerling: Hoe bedoelt u?

Meester: Misschien heeft God zich alleen maar bedacht.

Leerling: Ik hoop het maar.

Meester: Hoezo?

Leerling: Dan zou Hij tenminste niet gelogen hebben.

Meester: Of misschien bedoelde hij het alleen maar figuurlijk; uit het paradijs gezet worden is toch een beetje doodgaan.

Leerling: Dat kan ook nog.

Meester: Of misschien kon hij het, toen puntje bij paaltje kwam, gewoon niet over zijn hart verkrijgen om hen te doden.

Leerling: Ja, zo is Hij wel.

Meester: Of misschien kon hij in dat stadium al wel scheppen maar nog niet vernietigen.

Leerling: Hm.

Meester: Of misschien wilde God laten zien dat hij zich niet gehouden voelt aan zijn eigen beloftes en voorspellingen.

Leerling: Wie weet.

Meester: Of misschien hadden Adam en Eva het gewoon verkeerd begrepen.

Leerling: Dat is niet uitgesloten.

Meester: Of misschien is het verhaal wel allegorisch bedoeld.

Leerling: Tja.

Meester: Of misschien heeft de schrijver van Genesis zich wel vergist.

Leerling: Die mogelijkheid was nog niet bij me opgekomen.

Meester: Of misschien heeft de schrijver het verhaal niet uit eerste hand.

Leerling: Ik denk…

Meester: Of misschien heeft hij het gewoon uit zijn duim gezogen.

Leerling: Nu gaat u te ver.

Meester: Als er al een schrijver was.

Leerling: Wou u soms beweren…

Meester: Misschien was het wel een schrijverscollectief.

Leerling: Als we zo gaan beginnen…

Meester: Misschien is het verhaal in de loop der tijd wel een aantal keer foutief doorverteld en toen pas opgeschreven.

Leerling: Misschien, misschien…

Meester: Misschien is het verhaal in de loop der tijd wel een aantal keer herschreven naar de laatste godsdienstige inzichten.

Leerling: Kom nou.

Meester: Of misschien is het de lezer zelf wel die…

Leerling: Hou nou eendelijk eens uw waffel!

Meester: Kwak.

Leerling: Eindelijk.

Meester: Of misschien is dit alleen maar een droom waarin we…

Leerling: STOP.

Meester: Ik ben net zo lekker aan het snateren.

Leerling: Ik wil alleen de Waarheid horen.

Meester: Welke waarheid?

Leerling: De waarheid over God.

Meester: Waar denk je dan dat we mee bezig zijn?

Leerling: Hoe luidt de waarheid over God dan wel?

Meester: Tja.

Leerling: Nou?

Meester: Dat hij niet voor één gat te vangen is?

Lees ook: Wat is taoïsme? Meester Tja en de tao van tja

Gatsdienst voor gatsgeleerden

Sunyata sunyata

Leerling: Waarom is God niet voor één gat te vangen?

Meester: Omdat hij dat gat is?

Leerling: Huh.

Meester: Wat huh?

Leerling: Wat weet u nou van God.

Meester: Insgelijks.

Leerling: Dus God is een gat?

Meester: Maak er nou niet meteen weer een object van.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Voor je het weet bouwt iemand er weer een religie omheen.

Leerling: Gatsdienst.

Meester: En gaan de academici er weer mee aan de haal.

Leerling: Gatsgeleerdheid.

Meester: Om over de grapjassen nog maar te zwijgen.

Tip: Dood de Boeddha! Zen, leegte en nihilisme

Om te weten wat zonde is moet je eerst van die boom eten

Hoe weet je anders dat het niet mag?

Leerling: Eet nooit van de boom van de kennis van goed en kwaad.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Dan vlieg je subiet het paradijs uit.

Meester: Waarom?

Leerling: Omdat het een zonde is natuurlijk.

Meester: Wat is dat, een zonde?

Leerling: Iets wat niet mag.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Omdat God het verboden heeft.

Meester: Waarom heeft God het verboden?

Leerling: Omdat het slecht is.

Meester: Hoe weet je dat?

Leerling: Wat?

Meester: Dat het slecht is.

Leerling: Hoezo?

Meester: Daarvoor moet je toch eerst van die boom eten?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Maar je mag toch niet doen wat verboden is?

Meester: Waarom niet?

Leerling: Omdat het slecht is.

Meester: Hoe weet je dat?

Leerling: Tja.

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Die God.

Meester: Hij had ook een zware week achter de rug.

Tip: Voorbij goed een kwaad

De boom van de kennis van goed noch kwaad

Prik je niet

Leerling: Wat voor boom is de boom van de kennis van goed en kwaad?

Meester: Een naaldboom.

Leerling: O.

Meester: Prik je niet.

Leerling: Want?

Meester: Dan krijg je kennis binnen.

Leerling: Wat voor kennis?

Meester: De kennis van goed en kwaad.

Leerling: Wat is de kennis van goed en kwaad?

Meester: Een soort heroïne.

Leerling: Een heldendrank?

Meester: Ineens voel je je een hele bink.

Leerling: En dan?

Meester: Begint het Grote Oordelen.

Leerling: Ai.

Meester: Wat?

Leerling: Een kwalijke zaak.

Meester: O jee.

Leerling: Wat?

Meester: Je hebt je al geprikt.

Tip: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is

Waarom je in de Sint moet geloven

Piet: Waarom bedriegt u al die kindertjes?

Sint: Om ze in mij te laten geloven.

Piet: Waar is dat goed voor?

Sint: Om mij te kunnen ontmaskeren.

Piet: Waar is dát goed voor?

Sint: Om ze een lesje te leren.

Piet: Welk lesje?

Sint: Dat je niemand moet geloven.

Piet: Behalve jezelf zeker.

Sint: Vooral jezelf niet.

Piet: Waarom niet?

Sint: Zijn zij het niet zelf die in mij geloven?

Piet: Nou u het zegt.

Sint: Vandaar.

Piet: Goeie les.

Sint: Geloof je dat?

O lord

help
me
to keep
my
big mouth
shut
until
I know
what I am
talking about
I mean
until
I know
that I
don’t know
what I am
talking about
I mean
until
I know
that I
don’t even know
that I
don’t know
what I am
talking about
I mean
until
I know
that I
don’t know
what I am
I mean
what am I
talking about
oh lord
help me
I mean
if you are
help me
to keep
my
big mouth
shut
I mean
if you can
I mean
if I am
I mean
if it is mine
or is it yours
and is it you
asking me
to help you
keep
your
big
mouth
shut
or
what

o lord

Geïnspireerd op de smeekbede ‘O lord, help me to keep my big mouth shut until I know what I’m talking about’.

Tip: Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen)

Niet-weten is helemaal het einde

Niet-weten is geen kwestie van vertrouwen. Je hoeft je niet onvoorwaardelijk over te geven. Je hoeft je niet op gezag van je leermeester in het diepe te storten. Integendeel: niet-weten is een kwestie van wantrouwen. Grenzeloos wantrouwen. Wantrouwen jegens alles en iedereen:

Jegens je leermeesters.

Jegens je boeken.

Jegens mij.

Jegens jezelf.

Jegens iedere gedachte en elk gevoel.

Jegens alles wat je meent te weten.

Jegens alles wat je meent niet te weten.

En niet in de laatste plaats jegens je wantrouwen.

Laat je nooit over de rand duwen. Stribbel tegen zolang je nog in tegenstribbelen gelooft. Zolang je nog gelooft dat er iemand is die kan tegenstribbelen. Zolang je nog gelooft dat er niemand is die kan tegenstribbelen. Zolang je nog iets gelooft. Zolang je nog gelooft in niet geloven. Zolang je nog niets gelooft. Hou vast, zolang je maar kunt, waaraan je maar kunt. Want vallen is geen kwestie van springen. Vallen is niet wat je doet. Vallen is wat je overkomt:

Als je niet meer kúnt.

Als je niet meer wilt.

Als je er niet meer in gelooft.

Als je alle hoop verloren hebt.

Als je alle wanhoop verloren hebt.

Vallen is het einde. Het einde van de strijd. Het einde van het einde. En daar dan weer het einde van.

Niet-weten is helemaal het einde.