Brieven niet-weten; de grootspraak voorbij

‘Ik praat niemand meer naar de mond en ik laat me niets meer in de mond leggen, ook niet door mezelf.’ De grootspraak voorbij; brieven over niet-weten.

Dwaalgids > Niet-weten > Brieven niet-weten; de grootspraak voorbij

Van Grote Vrees naar Grote Vrede; het weetnietfeest van de weetnietgeest

Grote Vrede vinden in hetzelfde niet-weten dat mij een halve eeuw Grote Vrees aanjoeg. Begeisterung vinden in mijn verbijstering. Thuiskomen in den vreemde. Mij is dat Uiteindelijk genoeg. Mij is dat uiteindelijk Genoeg.

Beste Hans,

Ken jij de Woorden van de Oude Cheng? Deze tekst, vertaald uit het Frans door wijlen Alexander Smit, leerling van Nisargadatta Maharaj, ademt dezelfde sfeer als jouw Linji lu. De Oude Cheng noemt het Uiteindelijke – dat wat overal aan voorbij gaat, dat wat alles overstijgt, het ene dat alles in zich draagt – de Oorspronkelijke Geest. Hoe noem jij het Uiteindelijke?

Beste Idse,

Na jaren van navelstaren en kennis vergaren teneinde het Uiteindelijke te ontwaren steek ik uiteindelijk nergens mijn hand meer voor in het vuur.

Zodoende kan ik niet bevestigen en niet ontkennen dat er een of ander dit of dat of niet-dit en niet-dat bestaat dat weliswaar voorbij de woorden is, maar niettemin bereikt of herkend of gerealiseerd of belichaamd of ingezien of aangevoeld of geleefd of doorleefd of gedaan of gelaten kan worden – zoals de gewone geest, de grote geest, de oorspronkelijke geest, de algeest, geen-geest, het zelf, geen-zelf, de ziel, het hart, de weg, de waarheid, het leven, het hoogste, het overstijgende, het absolute, het numineuze, het onnoemelijke, de bron, het zijn, essentie, het heden, de eeuwigheid, gewaarzijn, stilte, leegte, openheid, liefde, het ene, god, de menigvuldigheid, brahman, atman, anatman, dao, non-dualiteit, je ware aard, je oorspronkelijke gezicht, sunyata, nirwana en noem maar op.

Zulke termen gebruik ik daarom nooit, behalve om ze in vraag te stellen – maar dat doe ik dan ook graag. Dat geldt eigenlijk voor alle termen. Ook voor de wegwerpterm ‘niet-weten’, al geniet die toevallig mijn voorkeur.

Niet-weten verwijst bij mij echter niet naar een principieel onkenbaar bewustzijn, zoals in sommige non-dualistische tradities, niet naar een principieel onkenbare interdependentie of een principieel onkenbare boeddhanatuur, zoals in sommige boeddhistische tradities, niet naar een principieel onkenbare immanentie, zoals in sommige mystieke tradities, niet naar een principieel onkenbaar mysterium tremendum et fascinosum, zoals het in nuministische kringen heet, of naar welke hypo-, hyper- of metastase ook.

Als ik het over niet-weten heb, bedoel ik alleen maar dat ik het, als het erop aankomt, allemaal niet meer weet. Dit ook niet. ‘Dat wat overal aan voorbij gaat’ is ook aan mij voorbij gegaan. Het moest wel. ‘Dat wat alles overstijgt’ gaat ook mij boven de pet. Per definitie. ‘Dat wat mij boven de pet gaat’ is mijn definitie van transcendentie.

Uiteindelijk is er niets dat mij niet boven de pet gaat. Alles is mij een raadsel. Het zogenaamde eindelijke net zozeer als het zogenaamde uiteindelijke. Het zogenaamde vele net zozeer als het zogenaamde ene. Het zogenaamde weten net zozeer als het zogenaamde niet weten. Zogenaamde ik net zozeer als zogenaamde niet-ik en jij en niet-jij.

Dat komt, ik ben een dummy. Mijn boek is zo leeg als mijn leer. Mijn leer is zo leeg als mijn geest. Zo vol ben ik van mijn leegte dat ik barst. Leegte is mijn lied, ik zing als een parkiet en ik hoop maar dat je hoort of ziet wat ik niet zeggen kan omdat spreken nooit niet-weten is.

Idse: Parkieten kunnen niet zingen.

Hans: Niet weten is dodecafonisch. In het twaalftoonsysteem kan niemand niet zingen.

Idse: Ik was ervan overtuigd dat jij het Uiteindelijke gewoon de Weetnietgeest zou noemen.

Hans: De weetnietgeest heeft niets te melden over het uiteindelijke.

Idse: Bedoel je dat het Uiteindelijke niet bestaat?

Hans: Nee, ik bedoel niet dat het Uiteindelijke niet bestaat of dat het Uiteindelijke toch bestaat of dat het Uiteindelijke bestaat én niet bestaat of dat het Uiteindelijke bestaat noch niet bestaat of dat het Uiteindelijke vooraf- en/of voorbijgaat aan bestaan en/of niet bestaan of dat we ons oordeel daarover voor onbepaalde tijd moeten opschorten of dat inzake het Uiteindelijke niets te bewijzen valt of wat dan ook.

Ik bedoel alleen maar dat ik het uiteindelijk allemaal niet weet. En dat ik daar vrede mee heb natuurlijk, Grote Vrede, want dat is het echte mirakel.

Grote Vrede vinden in hetzelfde niet-weten dat mij een halve eeuw Grote Vrees aanjoeg. Begeisterung vinden in mijn verbijstering. Thuiskomen in den vreemde. Mij is dat Uiteindelijk genoeg. Mij is dat uiteindelijk Genoeg.

Idse: Mij lijkt dat niet de Oorspronkelijke Geest.

Hans: Ik noem het mijn weetnietfeest.


dummy: 1. iemand wiens boek leeg is (dan ben je nog wat); 2. het lege boek

het lege boek: symbool voor de lege leer (dan heb je nog wat)

de lege leer: niet weten, opgevat als een leer zonder leerstellingen (dan lijkt het nog wat)

niet-weten: geen onderscheid weten te maken, geen oordeel weten te vellen, geen conclusie weten te trekken

weetnietgeest, lege geest: metafoor voor (het denken van) iemand die wel denkbeelden heeft maar geen denk-beelden (die wel denkbeelden leeft maar geen denkbeelden heeft)

weetnietfeest: de vreugde waarmee de weetnietgeest zijn denk-beelden van hun sokkel trekt en stukslaat

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Lees ook: Brieven mystiek, Wat is mystiek?

Als je te veel begrijpt gaat de eeuwigheid aan je voorbij

Waarschuwing uit het verleden

‘Mooie website, Hans. Ik kan me er helemaal in vinden.’

‘Ik kan me er helemaal in verliezen.’

‘Rainer Maria Rilke zei het al: Als je te veel begrijpt gaat de eeuwigheid aan je voorbij.’

‘Dat hoor je wel vaker. Ik heb het nooit begrepen.’

Tip: Zalig zijn de armen van geest

Niet-weten is altijd actueel

Voortdurend mogen en moeten passen inzake vragen als wie ben ik, wat is de zin van het leven, wat is de zin van de dood, wat is gezondheid, wat is ziekte, wat is goed en wat is slecht – dat is de actualiteit van niet-weten. Dat is de zegen van niet-weten.

Beste Hans,

Wat is precies het verschil tussen jouw niet-weten en dat van, bijvoorbeeld, mystici, non-dualisten of boeddhisten?

Beste Dyonne,

Dat kan ik je precies vertellen.

  1. Niet-weten is voor mij niet de donkere nacht van de ziel in blijde verwachting van het hemelse licht, niet de stille paaszaterdag tussen kruisiging en wederopstanding.
  2. Het is niet de onbegrijpelijke leegte waarin alle vormen verschijnen en verdwijnen.
  3. Het is niet het onkenbare kennen of het bewustzijn dat aan alle kennen voorafgaat.
  4. Het is niet de non-dualiteit waarin alle tegenstellingen teloorgaan.
  5. Het is niet de onontware kluwen die interdependentie of interzijn of het net van Indra wordt genoemd.
  6. Het is niet de waarheid voorbij de woorden of de wijsheid voorbij de wijsheid of de kennis zonder leraar.
  7. Het is niet het onnavolgbare hart of de zuivere intuïtie of de goddelijke stilte.
  8. Het is geen onomstotelijke beginsel waarmee je op voorhand ieder weten kunt afwijzen.
  9. Het is geen uitgangspunt, geen conclusie, geen dogma, geen maatstaf, geen bevrijdend inzicht, geen methode, geen weg en geen doel.
  10. Het is geen almanak vol met zaken waarvan ik voor eens en voor altijd heb vastgesteld dat je die niet kunt weten.

Ziedaar het verschil tussen mijn niet-weten en dat van, bijvoorbeeld, mystici, non-dualisten of boeddhisten.

Dyonne: Wat is niet-weten voor jou dan wel?

Hans: Dat kan ik je ook precies vertellen. Niet-weten is voor mij het acute stilzwijgen waarin ik mijns ondanks verval zodra ik fundamentele vragen stel of gesteld krijg, en de antwoorden onderzoek die ik geef, ontvang of opgedrongen krijg. Het is een ondervinding, nu en nu en nu. Altijd actueel, nooit gegarandeerd.

Dyonne: Wat bedoel je precies met een ondervinding, nu en nu en nu?

Hans: Om een voorbeeld te geven: zou jij, als je eigen leven of dat van je geliefden op het spel stond, op dit moment op deze plaats zonder enig voorbehoud durven stellen dat je niet je persona bent, niet je lichaam, niet de rollen die je in het dagelijks leven speelt et cetera, maar wél Bewustzijn of Geest of Liefde of het Ene?

Dyonne: Het Ene. Zonder enig voorbehoud.

Hans: Nou, ik niet.

Dyonne: Maar zou jij, als je eigen leven of dat van je geliefden daarbij op het spel stond, op dit moment op deze plaats niet zonder enig voorbehoud durven stellen dat niemand eigenlijk weet wie hij is, dat je principieel niet kunt weten wie je bent, of minstens toch dat je op dit moment eventjes niet weet wie je bent?

Hans: Ik niet.

Dyonne: Hè?

Hans: Die hele woordenkraam, ‘jij’, ‘durven’, ‘stellen’, ‘niemand’, ‘eigenlijk’, ‘weten’ ‘zijn’ et cetera hangt voor mij in de lucht. Wolken aan een heldere hemel. Laat staan de retorische vraag ‘Zou jij op dit moment op deze plaats niet zonder enig voorbehoud durven stellen dat niemand eigenlijk weet wie hij is, dat je principieel niet kunt weten wie je bent, of minstens toch dat je op dit moment eventjes niet weet wie je bent?’ Een wolkenstraat, meer niet. Waait vanzelf weer over. Lost vanzelf weer op.

Dit mogen passen, dit moeten passen, hier en nu, live, onmiddellijk, steeds opnieuw, zonder beginsel, almanak, maatstaf, methode, reglement of ander houvast, noem ik bij gebrek aan beter ‘niet-weten’. Voortdurend mogen en moeten passen inzake vragen als wie ben ik, wat is de zin van het leven, wat is de zin van de dood, wat is gezondheid, wat is ziekte, wat is goed en wat is slecht – dat is de actualiteit van niet-weten. Dat is de zegen van niet-weten.

Wat, hoezeer het mij ook spijt, opnieuw een wolkenstraat is. Waait vanzelf weer over. Lost vanzelf weer op.

Dyonne: Een vervloekte zegen.

Hans: De zegen van niet-weten is tevens het debacle van mijn spiritualiteit, die bij gebrek aan inhoud niet verdedigbaar is, en niet overdraagbaar. Probeer maar. Wat je er ook over zegt, het is flauwekul. Dit ook. De weetniet staat compleet voor lul.

Verder lezen: Apologie voor mijn apologie van niet-weten

De eindeloze ruimte tussen de woorden

A small step for a man, a big step for a mind

De eindeloze ruimte tussen de woorden

Voor de zwe(r)vers onder ons

Beste Hans,

Is verlichting volgens jou iets wat je bereikt of iets wat je ontvangt? Is het een kwestie van oefening of een kwestie van genade? Van eigenmacht of van anderkracht? Van inzet of van overgave?

Beste Selma,

Verlichting?

Selma: Sorry, niet-weten.

Hans: Niet-weten?

Selma: Ja, wat moet ik dan zeggen?

Hans: Puntje-puntje-puntje?

Selma: Is verlichting of niet-weten of puntje-puntje-puntje iets wat je bereikt of iets wat je ontvangt? Is het een kwestie van oefening of een kwestie van genade? Van eigenmacht of van anderkracht? Van inzet of van overgave?

Hans: Een kwestie van opgave, als je het mij vraagt.

Selma: Verlichting of niet-weten of puntje-puntje-puntje is geen kwestie van overgeven maar van opgeven?

Hans: Het weten opgeven. Het niet-weten opgeven. Verlichting opgeven. Puntje-puntje-puntje opgeven. Het opgeven opgeven.

Selma: Dan zijn we gauw uitgepraat.

Hans: Dat is niet-weten.

Selma: Uitgepraat zijn?

Hans: Uitgepraat, uitgedacht, uitgezwegen.

Selma: Maar is niet-weten eerder iets dat je hebt bereikt of iets dat je hebt ontvangen?

Hans: Door te zeggen dat ik het heb bereikt, suggereer ik dat er een bestendige persoon is in een bestendige wereld die een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering in zichzelf heeft bewerkstelligd. Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet-weten.

Door dit te zeggen suggereer ik dat er niet zoiets is als een bestendige wereld of een bestendige persoon die in zichzelf een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering heeft bewerkstelligd. Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet-weten.

Door te zeggen dat ik het niet-weten heb ontvangen, suggereer ik dat er een bestendige en almachtige gever bestaat en een onmachtige maar bestendige persoon die uitsluitend door de inspanning, goedgeefsheid of het blote bestaan van eerstgenoemde een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering heeft ondergaan. Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet-weten.

Door dit te zeggen suggereer ik dat er niet zoiets is als een bestendige en almachtige gever en een onmachtige maar bestendige persoon die uitsluitend door de inspanning, goedgeefsheid of het blote bestaan van eerstgenoemde een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering heeft ondergaan. Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet-weten.

Door keer op keer te verwijzen naar een drievoudige suggestie die haaks op niet-weten staat suggereer ik dat er zoiets is als een bestendig niet-weten dat het best tot uitdrukking komt door niet-suggereren. Een suggestie die haaks staat op niet-weten, evenals deze, et cetera ad nauseam. Ben je er nog?

Selma: Ik zie je probleem.

Hans: Wat jij een probleem noemt is voor mij een oplossing, namelijk een manier van denken en spreken die zichzelf vrijmoedig en blijmoedig ondermijnt.

Helaas suggereert het woord oplossing meteen weer een bestendig probleem in een bestendige wereld en een bestendige oplossing van een bestendig persoon. Een suggestie die haaks staat op niet-weten.

Door dit te zeggen suggereer ik weer dat het bestaan onbestendig is of dat de mens en de wereld ledig zijn en dat we vooral niet moeten suggereren dat dit niet het geval is. Een suggestie die haaks op niet-weten staat.

En zo blijven we aan de gang en van de straat. Wat maak jij van deze praat?

Selma: Volgens mij wil jij laten zien wat een mens zich allemaal op de hals haalt door te bevestigen of te ontkennen dat verlichting of niet-weten of puntje-puntje-puntje een kwestie is van bereiken of ontvangen, oefening of genade, eigenmacht of anderkracht, inzet of overgave.

Hans: Dit suggereert alweer dat er zoiets is als een mens en dat die mens daar een keuze in heeft en er maar beter mee kan ophouden – en dít dat er niet zoiets is als een mens en/of dat die mens het maar heeft te ondergaan.

Selma: En dat wil jij laten zien?

Hans: Wil ik iets laten zien?

Selma: Waar hebben we het anders over?

Hans: Woorden tekenen de ruimte uit, zoals condenssporen de lucht en sterren de melkweg. Ik ben dol op woorden, maar ze hebben de neiging de ruimte aan het gezicht te onttrekken.

Wie veilig in een huisje van woorden wil wonen, prefab of zelfgebouwd, moet dat vooral doen. Ik word er toevallig claustrofobisch van. Bereiken versus ontvangen, oefening versus genade, eigenmacht versus anderkracht, inzet versus overgave, verlicht versus onverlicht, samsara versus nirwana, traditioneel versus seculier, boeddhist versus atheïst – aaargh!

Selma: Waar hebben we het dan over?

Hans: Over de eindeloze ruimte tussen de woorden. Voor de zwe(r)vers onder ons.

Selma: Hoe is het daar?

Hans: Het is daar goed toeven als je eenmaal je pleinvrees overwonnen hebt.

Een eerdere versie van deze tekst is samen met de volgende gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Een kwestie van geen kwestie’.

Tip: Wat is spirituele verlichting?, Wat is de mind?

Niet-weten is een kwestie van geen kwestie

Niet-weten is geen kwestie van bereiken
Niet-weten is geen kwestie van ontvangen
Niet-weten is geen kwestie van bereiken én ontvangen
Niet-weten is geen kwestie van bereiken noch ontvangen

Niet-weten is geen kwestie maar het eind van alle kwesties

Niet-weten is geen kwestie van oefening
Niet-weten is geen kwestie van genade
Niet-weten is geen kwestie van oefening én genade
Niet-weten is geen kwestie van oefening noch genade

Niet-weten is geen kwestie maar het eind van alle kwesties

Niet-weten is geen kwestie van eigenmacht
Niet-weten is geen kwestie van anderkracht
Niet-weten is geen kwestie van eigenmacht én anderkracht
Niet-weten is geen kwestie van eigenmacht noch anderkracht

Niet-weten is geen kwestie maar het eind van alle kwesties

Niet-weten is geen kwestie van inzet
Niet-weten is geen kwestie van overgave
Niet-weten is geen kwestie van inzet én overgave
Niet-weten is geen kwestie van inzet noch overgave

Niet-weten is geen kwestie maar het eind van alle kwesties

Niet-weten is geen kwestie van verlichting
Niet-weten is geen kwestie van niet-weten
Niet-weten is geen kwestie van verlichting én niet-weten
Niet-weten is geen kwestie van verlichting noch niet-weten

Niet-weten is geen kwestie maar het eind van alle kwesties

Niet-weten is geen kwestie van spreken
Niet-weten is geen kwestie van zwijgen
Niet-weten is geen kwestie van spreken én zwijgen
Niet-weten is geen kwestie van spreken noch zwijgen

Niet-weten is een kwestie van geen kwestie

Niet weten is een kwestie van geen kwestie

Lees ook: Wat is de weetnietgeest?

Gevallen is mijn last (zo beeld ik mij soms in)

De last van mijn gedachten

Die last is van mijn schouders

Gevallen is mijn last
De last een beter mens te moeten worden
Redder van alle levende wezens
Modelman zonder ego
Bevrijd van reactiviteit
Gekluisterd aan het juiste
Het juiste inzicht
De juiste intenties
Juist spreken
Juist handelen
Juiste levensonderhoud
Juiste inspanning
Juiste bewustzijn
Juiste concentratie
Juist, onjuist, duimpje, vuist –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van de onvoorwaardelijke liefde
Van het universele mededogen
Van het zuivere altruïsme
Van het onverstoorbare gemoed
Van het onwankelbare geweten
Van de eeuwige wijsheid
Van de milde open aandacht
Van louter zijn te moeten zijn
Van louter nog gewaar te zijn
Van dodelijk gewoon te zijn
Van altijd maar spontaan te zijn
Goedgeefs, bevrijd van mijn en dijn –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn zogenaamde verleden
Van schuldgevoelens over gedane zaken
Van spijt over gemiste kansen
Van schaamte over vermeende blunders
Van vruchteloos verlangen naar
Het tuinpad van mijn vader
De last van mijn zogenaamde toekomst
Van overspannen verwachtingen
Van fraaie beloftes
Van goede voornemens
Van grootse plannen
De last van mijn zogenaamde heden
Ongeboren en doodloos zou ik zijn
Tijdloos en oneindig
Alomvattend, nergens niet –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last mezelf te moeten doorgronden
Vast te moeten stellen wie ik ben
Te moeten blijven wie ik meen te zijn
Wie anderen menen dat ik ben of hoor te zijn
Mijn verhalen up-to-date te moeten houden
Alles weg te moeten moffelen wat niet past
Mezelf tot eenduidigheid te moeten dwingen
Vrij van ruis en negativiteit
Vrij van strijd en strijdigheid
Vrij van ik en jijigheid –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn gedachten
Gedachten als hierboven
Gedachten als hieronder
De mijne noch de jouwe
Zijn er om vast te houden
En eeuwig te herkauwen –
Zo beeld ik mij soms in

Zo beeld ik mij soms in

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Zo beeld ik mij soms in’.

Lees ook: Lijden, is er een einde aan?

Is het wel jouw stem die in jou spreekt?

Wie spreekt er namens wie? Van engelenkoren en duivelsoren.

Die stem: is dat werkelijk jouw stem?

Vandaag wil ik het over je stem hebben. De stem die in jou spreekt en die zich regelmatig via jouw neus en lippen een weg naar buiten baant. De stem die de ene keer zulke vreselijke dingen beweert en de andere keer zulke sympathieke, de ene keer zulke diepzinnige en de andere keer zulke banale.

Die stem: is dat werkelijk jouw stem? Ben jij daar de eigenaar van? Ben jij de spreker of wordt er in en door jou heen gesproken of beide of geen van beide?

Als de stem in jou jouw stem is, waarom kun je hem dan niet het zwijgen opleggen? Hoe komt het dat hij steeds dingen zegt waar je zelf nooit opgekomen zou zijn? Als het niet jouw stem is, hoe kan het dat hij steeds klinkt als de jouwe? Hoe kan het dat jij meestal de enige bent die hem hoort? Hoe kan het dat je er toch een zekere mate van zeggenschap over schijnt te hebben?

Zeg mij, als het niet jouw stem is die in jou spreekt, van wie is hij dan wel?

  • Van niemand?
  • Van een ander?
  • Van de collectieve mensheid?
  • Van de geheime dienst?
  • Van het universum?
  • Van het bewustzijn?
  • Van de dharmakaya?
  • Van het ware zelf?
  • Van God?

Horen wij onbedoeld het vertoog in zichzelf mompelen of is het slechts het brein dat wauwelt in den blinde – de cortex om precies te zijn, het gebied van Broca om nog preciezer te zijn? Of is het niet Broca maar Brahman die zijn stem in jou verheft?

Zeg het me, en zeg me wie het me zegt, en zeg me hoe ik weet of ik hem kan vertrouwen als hij over zichzelf spreekt, als hij zegt dat jij het bent of dat jij het niet bent of dat ik het ben of dat we helemaal niet kunnen weten wie het is die dit alles zegt.

Zeg eens,

  • Jouw stem, is die steeds dezelfde?
  • Is je kinderstem dezelfde als je volwassen stem?
  • Met welke stem sprak je voor je leerde spreken?
  • Met welke stem spreek je als je dronken bent?
  • Met welke stem spreek je in je dromen?
  • Met welke stem spreek je als je droomt dat je iemand anders bent?
  • Wiens stem is het die in jouw droom spreekt namens een ander?
  • Wiens stem is het die ijlt als je koorts hebt?
  • Wiens stem is het die in jouw herinneringen en toekomstdromen de rol van de ander vervult?
  • Wiens stem is het die raaskalt na een hersenbeschadiging door een auto-ongeluk?
  • Wiens stem is het die al na een paar maanden Alzheimer niets meer van euthanasie wil weten?
  • Wiens stem is het die je kromgebogen van de pijn hoort kreunen voordat je hem als die van jezelf herkent?

Als het steeds dezelfde stem is die tegen je spreekt, waarom spreekt hij zichzelf dan steeds tegen? Als het steeds andere stemmen zijn, waarom klinken ze dan allemaal hetzelfde? Klinken ze wel allemaal hetzelfde? Als je steeds maar één stem tegelijk hoort, hoe weet je dan of alle stemmen in jou hetzelfde of anders klinken?

Wiens stem hoor je nu werkelijk terwijl je deze woorden leest: die van mij, die van de schrijver die jij je op dit moment inbeeldt of die van jezelf, je al dan niet ingebeelde ik – of spreken wij samen met dezelfde stem, of zijn wij allen slechts toehoorders?

Als je deze vragen niet alleen léést, zoals ik zelf denk ik zou doen, maar daadwerkelijk probeert te beantwoorden, zoals de bedoeling is (wie zegt dat en waarom?), van wie is dan de stem die antwoord probeert te geven op deze vragen? Had hij ook géén antwoord kunnen geven? Zo niet, waarom noem je hem dan toch de jouwe? Of, als hij geen antwoord geeft, had hij dat ook wel kunnen doen? Zo niet, waarom noem je hem dan toch de jouwe?

Als je denkt dat er meerdere stemmen in jou spreken, welke dan? Zijn het evenzovele verstekelingen in je bovenkamer die allemaal wat anders willen: de krent, de vragensteller, de aanhouder, de bruinwerker, de hulpvaardige, de gevoelige, de verlegene, de susser en de twijfelaar? Spreekt daar het kind in jou dat zijn zin wil doordrijven, de ouder in jou die hem dat verwijt en de volwassene in jou die de verantwoordelijkheid neemt, zoals de transactionele analyse het wil? Liever een ander drietal?

  • Id, ego en superego?
  • Small mind, big mind en supermind?
  • Kwik, Kwek en Kwak?

Liever een tweetal?

  • Boeddha en Mara?
  • Hoofd en hart?
  • Geest en ziel?
  • Atman en anatman?
  • Papa en mama?
  • Durfniet en Durfal?
  • Weetniet en Weetal?
  • Dr. Jekyll en mr. Hyde?
  • Good cop and bad cop?

Is het de duivel zelf die je verleidt en je geweten dat zich verweert? Of heeft iedereen een meervoudig persoonlijkheidssyndroom, met een eigen stem voor elk van zijn (zijn!) talloze persoonlijkheden? Of heeft iedere gedachte zijn eigen stem? Dat zou toch kunnen: iedere overweging een eenmalige, een wegwerpstem, telkens schijnbaar eigen en vertrouwd, en jijzelf niets meer of minder dan die ene zelfbedwelmende eigengedachte op dat ene onvergankelijke moment.

‘Natuurlijk niet.’
Wie zegt dat?
Die stem in jou?
Vertrouw je hem dan nog steeds?

‘Natuurlijk niet.’
Wie zegt dat?
Die stem in jou?
Vertrouw je hem dan nog steeds?

‘Natuurlijk niet.’
Wie zegt dat?
Die stem in jou?
Vertrouw je hem dan nog steeds?

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad onder de titel ‘Hoeveel tongen heeft een boeddha?’

Tip: Wie ben je? Mensbeelden, zelfbeelden en drogbeelden

Niet-weten is leven in de paradox

Alles heeft zijn keerzijden, lijkt het wel, en voor je het weet slaat iets om in zijn tegendeel. En nog eens. En weer.

De werkelijkheid is een wijd opengesperde muil die oorverdovend zwijgt. Of rochelt. Of schreeuwt, net hoe zijn pet staat. Met miljarden stemmen door elkaar. Maar gewoon antwoord geven is er niet bij. Tenzij ik zijn taal niet versta. Zijn kakofonie niet als taal herken.

Misschien spreekt hij perfect Rochels, wie zal het zeggen. Snateren eenden maar wat, of kwekken ze over heer en sint? Maar ik hoor er niks in, in die muil. Zelfs dat hij geen antwoord geeft, hoor ik hem niet zeggen. Zelfs dat er geen antwoorden zijn, hoor ik hem niet zeggen. Een nihilist is hij ook al niet.

Niet weten betekent onverschrokken in de gapende muil van de werkelijkheid kijken. Of verschrokken, dat mag ook. Maar niet wegkijken. Nooit. Nou ja, bij wijze van spreken dan. Zoals alles wat ik zeg.

Want wegkijken maakt deel uit van de werkelijkheid. Niet willen wegkijken ook. Niet willen weten dat je wegkijkt ook. Niet willen weten dat je niet wilt weten dat je wegkijkt ook. En die muil is ook maar beeldspraak. Om nog maar te zwijgen over de werkelijkheid. Dus waar hebben we het over?

Niet weten is leven in onduidelijkheid, dubbelzinnigheid en tegenspraak.

Je weet niet waar jij ophoudt en de wereld begint.

Je weet niet of je het voor het zeggen hebt of dat het alleen maar zo lijkt.

Je weet niet of je iemand bent of niemand, deelnemer of toeschouwer, alles of niets of beide of geen van beide of wat dan ook.

Je weet niet wie, wat of waar god is, en ook niet of hij bestaat of niet bestaat, of bestaat én niet bestaat, of bestaat noch niet bestaat, of voorbij bestaan en niet bestaan is, of wat dan ook.

Je weet niet of jij het bent die straks dood gaat of alleen je lichaam of je ziel of je geest of je hart, gesteld dat daar een verschil of een verband tussen is, gesteld dat er zoiets is, gesteld dat je op dit moment leeft, gesteld dat er een nu is en een straks.

Je weet niet waar lijden goed voor is en of het wel ergens goed voor is, maar ook niet dat het nergens goed voor is, als het al geen nare droom is, of een gedachte nu.

Je weet niet wat het leven is, als het al meer is dan een woord, laat staan wat de zin ervan is of de zin daar weer van of de zin daar weer van, wat niet betekent dat het allemaal geen zin heeft, als deze zin al zin heeft.

Je vat het niet en je krijgt er geen vat op. Zelfs niet door niet-vatten. Er is geen rust zo diep of hij maakt plaats voor onrust en omgekeerd. Als ze al niet samen optrekken.

Zo ook met orde en wanorde.
Goed en kwaad.
Zin en onzin.
Lijden en vreugde.
Pijn en genot.
Verlies en winst.
Haat en liefde.
Vrede en oorlog.
Liefdadigheid en zelfzucht.
Wreedheid en mededogen.
Schoonheid en lelijkheid.
Voorspoed en tegenslag.
Nadeel en voordeel.
Ziekte en gezondheid.
Betrokkenheid en onverschilligheid.

Alles heeft zijn keerzijden, lijkt het wel, en voor je het weet slaat iets om in zijn tegendeel. En nog eens. En weer.

Niet weten betekent de paradox in je leven toelaten. De strijd tegen de strijdigheid opgeven. In de paradox verblijven. Erin blijven. Jezelf in de paradox verliezen. De paradox in jezelf verliezen. Jezelf en de paradox verliezen.

Niet weten betekent alles verliezen. Je zekerheden. Je onzekerheden. Zelfs het verliezen. Echt waar, Hans?

Geloof het maar niet. Ook dit is maar een verhaaltje voor het slapengaan. Van a tot z uit mijn duim gezogen. Welk leven, welke paradox, waar dan?

In je kop, man. In je kop, man? En die kop dan?

Leven in de paradox

Een eerdere versie van deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Leven in de paradox’.

Tip: Voorbij goed en kwaad; de ethiek van niet-weten

Juist dat het niet uitmaakt, is wat het verschil maakt

Het is hier fantastisch!

Beste Hans,

Waarheen leidt de poortloze poort van niet-weten?

Beste Suzanne,

Wie zich met de moed der hoop of met de moed der wanhoop of met de moedeloosheid der ontmoedigden of hoe dan ook door het wormgat van niet-weten wurmt, of er net als ik zijns ondanks doorheen wordt geperst, vindt zichzelf terug in … (tromgeroffel)

Suzanne: Hou me niet langer in spanning.

Hans: Daar, of moet ik zeggen hier, of moet ik zeggen ‘hier’, ontdekt hij, of moet ik zeggen ‘hij’ of het of ‘het’ tot zijn of ‘zijn’ blijvende verwondering, als je de oogverblindende klaarheid van totale verwarring tenminste verwondering kunt noemen, dat er niets veranderd is – of toch?

Suzanne: Nou?

Hans: Tja. Wat kan ik zeggen zonder meteen te ver te gaan? Of heb ik het al gezegd? Of ben ik al te ver gegaan? (Alles lijkt nog bij het oude, maar het is net of het allemaal tussen haakjes is komen te staan.) “Tussen aanhalingstekens.” Niet uitgegumd maar doorgestreept. En steeds die innerlijke drang, zacht en zoet maar onweerstaanbaar, om alles zónder woorden onder woorden te brengen, mij zonder ze te dienen van woorden te bedienen.

Suzanne: Vandaar de uitdrukking ‘de poortloze poort’?

Hans: Van een poortloze poort durf ik niet te spreken, die term is krachtens de ongeschreven regels van de xenofiele rede voorbehouden aan de gecertificeerde stamboekboeddhist. Maar dit kan ik je wel vertellen: het wormgat van niet-weten voert niet van hier naar daar met achterlating van het aardse tranendal, niet van samsara naar nirwana waar alle begeerte is uitgedoofd, niet van het relatieve naar het absolute waar nog geen grassprietje verkeerd ligt, niet van de dualiteit der woorden naar de non-dualiteit voorbij de woorden.

Suzanne: Waarheen dan wel?

Hans: Het wormgat van niet-weten voert van gaan naar ‘gaan’, van hier naar ‘hier’, waar ik ‘ik’ is, jij ‘jij’ en voeren ‘voeren’, waar vrije wil ‘vrije wil’ is en overgave ‘overgave’, waar bergen ‘bergen’ zijn en rivieren ‘rivieren’. Waar werkelijkheid ‘werkelijkheid’ is en illusie ‘illusie’. Waar dualiteit ‘dualiteit’ is en non-dualiteit ‘non-dualiteit’. Waar wijsheid ‘wijsheid’ is, man ‘man’, vrouw ‘vrouw’, boeddha ‘boeddha’, zelf ‘zelf’ en god ‘god’. Waar weten ‘weten’ is en niet weten ‘niet weten’.

Suzanna: Alles goed en wel, maar wat moet dat met die aanhalingstekens?

Hans: ‘Met aanhalingstekens wil een schrijver aangeven dat hij niet bedoelt wat er staat’, zegt Krol. De schrijver geeft er niet mee aan wat hij wél bedoelt. Als hij dat wist zou hij het heus wel opschrijven.

Suzanna: Bedoel je dat de waarheid voorbij de woorden is?

Hans: Als ik dat bedoelde zou ik het toch gewoon even opschrijven?

Suzanna: Laten we even aannemen dat een schrijver met aanhalingstekens wil aangeven dat hij niet bedoelt wat er staat. Wat wil de schrijver Hans van Dam er dan wel mee aangeven?

Hans: De schrijver, zeg maar gerust ‘de schrijver’, Hans van Dam, zeg maar gerust ‘Hans van Dam’, wil ermee aangeven dat hij nergens op staat. Ook hierop niet. Hij wil ermee aangeven dat hij nergens op slaat. De spijker niet op de kop; de vuist niet op tafel en de vuist niet op de borst. Hij wil ermee aangeven dat hij ten diepste niet weet wat hij zegt, en waarom hij het zegt en wie hier eigenlijk spreekt met wie. Bij wijze van spreken.

Suzanna: En dat is alles?

Hans: En dat het niks geeft natuurlijk, want dat is het punt. Dat het me helemaal niet uitmaakt dat ik ten diepste niet weet wat ik zeg en waarom ik het zeg en wie hier spreekt met wie, als dat al het geval is. Integendeel, ik ben blij toe. Sterker nog, ik zou het wel van de daken willen schreeuwen.

Suzanna: Ga gerust je gang.

Hans:

Juist dat het niet uitmaakt, is wat het verschil maakt!

Suzanna: Lucht het op?

Hans: Niet-weten is een opluchting waar geen eind aan komt. Het is hier fantastisch.

Suzanna: Maar dan tussen aanhalingstekens zeker.

Hans: Zeker. Het is hier ‘fantastisch’. ‘Hier’. In die ‘blijvende verwondering’ over de ‘oogverblindende klaarheid’ van ‘totale verwarring’. ‘Het is hier fantastisch.’

Tips: Wat is non-dualiteit? Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Leeg is het plein van de weetnietvrede

Ook in jouw ogen schijnt niet-weten een noodzakelijk kwaad te zijn. Een wachtkamer zonder dak of gemak. De blote hemel tussen woonhuis en godshuis. De bomkrater die de ingang van het paradijs verspert en daarom zo snel mogelijk opgevuld moet worden. Zelf vind ik in dat gat juist ademruimte, denkruimte, speelruimte, leefruimte.

Beste Hans,

Hierbij een link naar een interview met de spirituele leraar Puntje-puntje-puntje. Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt.

Beste Laurens,

Dank voor je, even tellen, derde link alweer deze maand. En we zijn pas op de helft.

Man, wat een saai filmpje weer. Wat een ontstellende stelligheid. Zoveel clichés, hoe krijg je ze bij elkaar. Zitten er dan alleen maar klonen op Youdupe? Niet om door te komen, zeg.

Wil je mij een lol doen? Stuur me geen links meer. Je mag er zoveel niet-sturen als je wilt. Beter nog: stuur ze me maar allemáál niet. Dan ben jij wel even zoet en ik wat minder zuur.

[…]

Laurens: Hierbij de, even tellen, vijfde link alweer deze maand. Sorry hoor, maar ik ben ervan overtuigd dat deze je aan zal spreken. Je moet er wel even de tijd voor nemen, en het goed tot je laten doordringen. Ik zou je haast vragen om het voor mij te doen, maar je moet het natuurlijk voor jezelf doen.

Hans: Sinds ik online ben met mijn website over niet-weten worden mij voortdurend filmpjes, boekjes, mp3-tjes, verhaaltjes, gedichtjes, preken, teisho’s, links, satsangs, sangha’s, sensei’s, goeroes, meditatietechnieken, therapieën en waarheden aangereikt. Dikwijls met klem. Alsof mijn website SOS.NL heet in plaats van NIET-WETEN.NL.

In de mystiek spreekt men met Johannes van het Kruis weleens van de donkere nacht van de ziel waarin je zou verkeren nadat je je eindelijk van alle zelfbeelden en godsbeelden hebt verlost, maar voordat het de beeldloze godheid behaagt je ziel binnen te gaan. Machteloos wachtend, smachtend naar de minne.

Ook in jouw ogen schijnt niet-weten een noodzakelijk kwaad te zijn. Een wachtkamer zonder dak of gemak. De blote hemel tussen woonhuis en godshuis. De bomkrater die de ingang van het paradijs verspert en daarom zo snel mogelijk opgevuld moet worden.

Zelf vind ik in dat gat juist ademruimte, denkruimte, speelruimte, leefruimte. Geen inzicht, nee, maar wat een uitzicht. Van je af kunnen kijken, dat geeft het gemoed pas rust. Pleinvree noem ik dat, pleinvrede, pleinvreugd, pleinlust, agorafilie.

Ik wil je niet naar buiten lokken, hoor. Jou niet en niemand niet. Ik zeg alleen hoe het er is, op het plein van de weetnietvrede. Hoe ik het beleef. Voor wie het horen wil. Voor wie het hebben kan.

Laurens: Ik kan zo’n filmpje wel tien keer zien. Puntje-puntje-puntje weet het als geen ander te vertolken.

Hans: Integendeel, puntje-puntje-puntje vertolkt het als ieder ander. Hij bedient zich van het standaard wijsheidsjargon, met cliché’s als ego, identiteit, illusie, waarheid, karmisch pad, boeddhaveld, verlichting, een hogere bewustzijnstoestand, transcendentie, gelukzaligheid, universele liefde, totale openheid, heelheid, non-dualiteit, het absolute, de bron, eenheid, integratie, balans, et cetera. Spoken in de bovenkamer. Wie gelooft daar nog in?

De weetnietgeest in elk geval niet. Jaren geleden heb ik in een roes van beate verstandsverbijstering door al deze en soortgelijke termen een streep gezet. Niet met een potlood, niet met een pen maar met een stanleymes. Dat beviel zo goed dat ik sindsdien vrijwel niks anders meer doe. Nu ook weer. Krassen, krassen, krassen. Zó houdt de weetnietgeest zijn vredesplein leeg.

Tip: De nodeloze angst voor een grondeloos bestaan

Niet-weten is nergens voor instaan, ook hiervoor niet

Geloof niets van wat je leest. Dit ook niet.

Beste Hans,

Op je website citeer je heel wat schrijvers uit heel wat tradities.* Ik maak me sterk dat een aantal van hen weinig tot niets opheeft of opgehad zou hebben met jouw niet-weten. Ik denk hierbij onder meer aan Samuel Beckett, Nico Tydeman, Janwillem van de Wetering, Jean Baudrillard, Toon Hermans, André van der Braak, Byron Katie, Jan van Delden, Elisabeth Dinnissen, Ton Lathouwers en Jan van den Oever.

Beste Alco,

Niet-weten betoogt niets en behoeft geen bewijs. Mijn website bestaat geheel en al uit holle retoriek. Een luchtige poging om de ‘lege leer’ onder de aandacht te brengen. Het lege boek. De lege boodschap. Het lege woord. Het lege ideaal. Het lege geluk. De lege vrede. De lege rede.De lege god. De lege boeddha. Lege religie. Lege mystiek. Lege filosofie. Lege advaita. Lege zen. Lege spiritualiteit.

Waarom? Daarom. Omdat ik er zo vol van ben. Ik ruis van de leegte als een schelp van de zee. Ik zoem ervan als een bij rond een bloem. Ik draai eromheen als licht in de waarnemingshorizon van een zwart gat. Op het randje, het uiterste randje van het weten, zodat je me nog net kan zien, misschien.

De citaten heb ik uitgekozen omdat ze losgeweekt uit hun oorspronkelijke context iets van de geest van niet-weten uitstralen. Wat dat over de geest van de auteurs zegt, weet ik niet. Mogelijk zijn ze het roerend met je eens, maar tot nog toe heeft niemand bezwaar aangetekend.

‘Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor het werk of de auteur in kwestie of voor mij’, schrijf ik in de disclaimer die sinds jaar en dag prominent in mijn colofon staat. Dat ik iemand citeer, betekent dus niet dat ik voor hem insta, of hij voor mij. Duidelijker kan ik het niet maken.

Alco: Waarom iemand citeren voor wie je niet instaat?

Hans: Wie moet ik anders citeren? Welbeschouwd sta ik voor niemand in, ook niet voor mezelf. Nergens voor instaan – een ander woord voor niet-weten. Of om het met Linji te zeggen:

Volgers van de Weg, geloof niets van wat ik zeg. Waarom niet? Mijn lering heeft geen grond. Mijn beweringen zijn onbewijsbaar. Het zijn condensstrepen in de lucht die meteen weer oplossen.

Mooie woorden die ik graag citeer. Wat niet betekent dat ik nu namens Linji spreek en dat je de groeten van hem moet hebben.

Namens wie spreek jij eigenlijk?

Alco: Je citaat van Linji bevat een anachronisme. Of dacht jij dat er destijds al straalvliegtuigen rondvlogen?

Hans: Dacht jij dat Chinezen destijds al Nederlands spraken?

Alco: Ik geloof niets van wat je zegt.

Hans: Een goed begin.

* In 2017 heb ik mijn verzameling van vijfduizend citaten over niet-weten vernietigd.

Tip: Verder, verder! reistips voor spirituele zoekers

Een denken dat dol draait om tot rust te komen

Zolang je je perplexiteit probeert te vangen in je schrijven zul je haar wissen. Zolang je haar probeert te vangen in stilte zul je het uitschreeuwen. Zolang je haar probeert te vangen zul je perplex staan.

Beste Hans,

Wat ik je nu opstuur zijn de stukken en brokken die overgebleven zijn na een etmaal van schrijven, wissen, niet verzenden, overwegen, snacken, dommelen en weer van voren af aan beginnen. Je ziet, er is bitter weinig van overgebleven.

Steeds als ik denk dat iets niet goed is zoals het is, ontstaat er een paradox en daar sabbel ik dan op. En als het niet goed lijkt te zijn, is dat ook weer wat er is en ik zou willen dat dat ook goed was, dat niet goed ook goed is… maar als iets dan eindelijk eens een keer helemaal goed lijkt, zelfs als het niet goed is, herinnert iets anders me er wel weer aan dat er toch iets niet goed is en begint het lieve leven opnieuw.

Wat wil ik nou eigenlijk? Ik wil niet meer willen. Dat lukt me niet dus kan ik beter stoppen met te willen niet meer te willen, maar dan wil ik dát weer en dat wil ik óók niet. Een en al perplexiteit dus.

Ik wil het leven omarmen! Ik wil niet meer willen! Wat moet ik hiermee?

Beste Elise,

Denken dat iets niet goed is zoals het is, is ook wat er is, of je nou wilt of niet. Denken dat het niet goed is dat je denkt dat iets niet goed is zoals het is, is nog steeds wat er is, of je nou wilt of niet. Dus dat zit wel goed. Of het zit wel fout, goed fout, als je dacht in deze formule de weg uit het denken te vinden. Als je dacht jezelf uit het denken te kunnen denken.

Sommige mensen hopen rust te vinden is in een onvoorwaardelijke omarming van het leven. Willoos worden als een doodgeboren lam. Hoe gaat iemand die alles verwelkomt, om met innerlijk verzet, denk je? Het verzet omarmen? Dan blijft er verzet. Het verzet bestrijden? Dan komt er nog meer verzet. Dénken dat je alles moet omarmen is al een daad van verzet. Rust zoeken is vechten tegen je onrust. Rust zoeken in je onrust is nog steeds een vorm van onrust en nog altijd een daad van verzet.

Tip: Wat is gemoedsrust? Vrede sluiten met je onvrede

De eerste wereldoorlog werd door H.G. Wells, de beroemde science-fiction schrijver, the war to end all wars genoemd. Nou, dat hebben we geweten. Spiritualiteit: the inner war to end all inner wars. Zoektocht naar the thought to end all thoughts. Naar the knowledge to end all knowing. Naar the truth to end all truths. Naar the will to end all willing.

Stap in je Zero, nul, en stort je op de vijand! Verdwijn voor eeuwig in zijn zwarte gat! Oh bron van goddelijke wind, bel van gebakken lucht, bol van gebakken licht! Banzai!

En wat is het eerste dat je ziet, zes voet onder de zoden? Dat zelfs het groenste gras van dichtbij uit blauwe en gele sprietjes bestaat. Pointillistische fopperij. Divisionistische grondslag van de non-dualiteit. De hoogste waarheid de laagste leugen. Ben je daar nou voor neergestort?

Elise: Wat is perplexiteit?

Hans: Een weten dat is vastgelopen, maar nog altijd niet van ophouden weet. Een denken dat dol draait, maar nog steeds tot rust hoopt te komen door een tandje bij te schakelen. Een dubben dat de ene drol na de andere draait in de ijdele hoop door zelfbemesting vruchtbaar te worden.

Elise: Wat moet ik dan?

Hans: Moet je dan wat? Dit is mijn ervaring. Zolang je je perplexiteit probeert te vangen in je schrijven zul je haar wissen. Zolang je haar probeert te vangen in stilte zul je het uitschreeuwen. Zolang je haar probeert te vangen zul je perplex staan.

Elise: Niet proberen te vangen dus.

Hans: Je kunt het proberen, het blijft forceren.

Elise: En jij dan?

Hans: Bij mij is er iets doorgebrand. Het lijntje brak. Het schip zonk. Zo van

Wat een gezeik
Ik ben het zat
Slijk is slijk
Dan maar nat
Vinger uit de dijk
Schaak zonder mat
Koning te kijk
Vinger in mijn gat
Rijk zonder rijk
Mond zonder blad
Dood zonder lijk
Dat was dat

Elise: Waarom ben jij zo lekker aan het schrijven en ik alleen maar aan het wissen?

Hans: Schrijven is vaststellen, wissen is vrijstellen. Niet-weten is beide tegelijk. Zowel in gedachte als op schrift. Vangen om te bevrijden. Schrijvend wissen. Aanzuigend uitblazen. Als een didgeridoo: The sound must go on.

Tips: Vrije wil, onvrije wil en ongewilde vrijheid, Brieven advaita

Laat je niet aan de haak slaan

Visserslatijn

Beste Hans,

Ik heb al heel wat ‘dwaalteksten’ gelezen, maar ik snap nog altijd niet waar je op uit bent. Vaak zeg je dat je niets te zeggen hebt. Dat wil er bij mij niet in. Je schrijft toch niet voor niets? Bovendien zeg je ook weleens dat je zelfs niet niets te zeggen hebt. Zelfs niet niets is gewoon weer iets, of niet soms. Welk iets?

Bij jou vang je altijd bot. Je zegt jezelf niet als iemand te zien en niet als niemand, niet als iets en niet als niets. Ik kan niet uit de voeten met alleen maar negatieve aanduidingen. Toe nou, zeg eens iets.

Beste Joren,

Een mysticus gebruikt negatieve uitspraken om het onzegbare te zeggen of het onduidbare te duiden, maar dat is niet het enige wat je ermee doen kan.

Ikzelf gebruik ze om het denken aan de kaak te stellen. De ongelooflijke goedgelovigheid waarmee we voortdurend onze eigen en toegeëigende gedachten bejegenen. Gedachten, zowel bevestigende als ontkennende, over onze persoon, over onze ware aard, over god, over ethiek, over de weg, over de zin van het leven, over het denken, over liefde, mededogen, lijden, geluk, bejegening en goedgelovigheid – over wat dan ook. Nu deze weer.

Als ik zeg dat ik niet iemand en niet niemand ben dan bedoel ik daarmee niet dat ‘ik’ een illusie is die gekend wordt door het ware zelf of zo, maar dat de persoon Hans van Dam, ooit een vast uitgangspunt van mijn denken, voor mij op losse schroeven is komen te staan, zonder dat er iets voor in de plaats is gekomen.

Ik kan niet heilig geloven in Hans, vorm, ziel, atman, brahman god of zelf, maar ook niet in niet-Hans, leegte, geen-ziel, anatman, parabrahman, niet-zelf of niet-geloven. Ik heb geen idee of dat alleen maar ideeën zijn of namen van realiteiten, terwijl ook het onderscheid tussen idee en realiteit mij bij nader inzien ontglipt.

Vraag: hoe groot is de kans dat je een vis vangt als je in een pot met pieren zit te hengelen?

Joren: De geest is een pot met pieren?

Hans: Dan is dit een van die pieren.

Joren: We moeten ons niet aan de haak laten slaan.

Hans: Ook niet door deze gedachte.

Joren: Niet-weten is knabbelen, niet bijten.

Hans: Klinkt meer als niet-eten.

Joren: Hoe zou jij het zeggen?

Hans: Je zit nog steeds te hengelen.

Joren: Ik denk dat ik maar ga vissen.

Hans: Niet tegen de wind in pissen.

Tips: Brieven mystiek, Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

Wat denk je allemaal niet?

Beste Hans,

Ik heb weleens gehoord dat de verlichte nooit meer bang is.

Beste Nanko,

Ik ook.

Nanko: Ik bedoel, ben jij nog weleens bang?

Hans: Ik bedoel, denk jij dat ik verlicht ben?

Nanko: Ik bedoel, is iemand die niets weet weleens bang?

Hans: Ik bedoel, denk jij dat ik niets weet?

Nanko: Maar als je nou niets weet…

Hans: Denk jij dat alle angst uit weten voortkomt?

Nanko: Het lijkt me heerlijk om nooit meer bang te zijn.

Hans: Denk jij dat ik je van je angst kan verlossen? Denk jij dat iets, wat dan ook, of iemand, wie dan ook, je van je angst kan verlossen? Denk jij dat er op deze aardbol angstvrije mensen rondlopen? Denk jij dat angstvrije mensen beter af zijn?

Nanko: Ik denk het eigenlijk niet.

Hans: Nou denk je weer van niet. Wat denk je allemaal niet?

Een jaar later

Beste Hans,

Die vraag, ‘Wat denk je allemaal niet’, draag ik de rest van mijn leven met me mee.

Beste Nanko,

Wat denk je allemaal niet.

Tip: Wat is gemoedsrust? Vrede sluiten met je onvrede

Lachen om de spatjes van mijn geest

Voor mij betekent niet-weten dispensatie van duidingsdrang. Vrijstelling van verklaringsdienst. Rouwen om wat wanen zijn geweest. Lachen om de spatjes van mijn geest.

Beste Hans,

Van tijd tot tijd bezoek ik je ‘dwaaltuin’. Jij bent een zendeling met de dodelijke ernst van een roepende in de woestijn. Die maar blijft roepen dat we niets kunnen weten. Natuurlijk weten we niets zeker, zeker weten. Nee nee, zelfs dat niet, ja ja, zo kunnen we doorgaan. Maar we hoeven ook helemaal niets zeker te weten. Wat ik weet, denk, voel, daarvan kan ik voor tussen de twintig en tachtig procent op aan. Daar kan ik best mee leven.

Beste Klaartje,

Je mag mij gerust een zendeling noemen, maar gezonden heeft mij niemand en een zending heb ik niet. Ik roep om te herroepen. Dat gaat mij aardig af, al zeg ik het zelf, tot ergernis van menig lezer. Ernstig lijk ik alleen voor wie de lol er niet van inziet. Daar kan ik best mee leven.

Klaartje: Maar niet-weten is toch geen probleem zolang je maar met een zekere waarschijnlijkheid kunt weten? Voor mij is dat genoeg.

Hans: Daar kan ik best mee leven.

Klaartje: Maar waarom is het voor jou niet genoeg?

Hans: Dat maak jij ervan. Wat mij betreft is het vraagstuk van de waarschijnlijkheidsgraad van onze kennis in goede handen bij de hooggeleerde wetenschapsfilosoof met gegrond verstand en zijn rechterhand, de hooggeëerde medemens met gezond verstand, god hebbe hun zaligheid.

Sterker nog, ik weet precies hoeveel standaarddeviaties mijn intelligentiequotiënt van het gemiddelde afwijkt (ik verklap niet in welke richting) en zelfs weers- en winstverwachtingen zijn aan mij besteed. De r is weer in de maand; hoe vind je mijn zuidwester?

Klaartje: Waar gaat het jou dan om?

Hans: Mij gaat het erom dat ik geen antwoorden meer heb op wezens- en levensvragen. Niet dat er geen antwoorden zijn – dat zou nog steeds een antwoord zijn – maar dat ik ze niet meer heb en niet meer zoek.

Geen hel meer onder mijn grond. Geen grond meer onder mijn voeten. Geen voeten meer onder mijn benen. Geen benen meer onder mijn kont. Geen kont meer onder mijn romp. Geen romp meer onder mijn hoofd. Geen hoofd meer onder mijn dak. Geen dak meer boven mijn hoofd. Geen hemel meer boven mijn dak. Onder noch boven, hel noch heil.

Alles hangt in de lucht, dit ook. Voor menigeen een schrikbeeld, maar dan heb je nog nooit een ruimtewandeling gemaakt. Niets zo genoeglijk als een vrije val, eens je je dieptevrees overwonnen hebt. Bed zonder grenzen.

Klaartje: Niet-weten betekent dus niet dat alle kennis een onzekerheidsmarge heeft?

Hans: Wat niet-weten betekent, mag je helemaal zelf bepalen. Niemand heeft patent op die term. Ik ook niet.

Klaartje: Wat jou betreft, bedoel ik.

Hans: Voor mij betekent niet-weten dispensatie van duidingsdrang. Vrijstelling van verklaringsdienst. Rouwen om wat wanen zijn geweest. Lachen om de spatjes van mijn geest.

Klaartje: En dan?

Hans: Roepen in de woestijn natuurlijk.

Tip: 69 Metaforen voor niet-weten