De Hartsoetra

‘Noem dit desnoods de leegte, zelf zeg ik liever niets.’ De Hartsoetra voor diehards; radicalisering van deze beeldenbrekende zenklassieker.

Dwaalgids > Zen > De Hartsoetra

Lees ook: De Diamantsoetra, De Linji lu, De Poortloze Poort

Voorwoord: als alles leeg is, dan ook de leegte

Wat er dan nog overblijft? Zeg jij het maar. Zelf zeg ik liever niets.

De hartsoetra, slechts één pagina lang, wordt door velen beschouwd als het hart van de prajnaparamitaliteratuur, en die op haar beurt als het hart van het mahayanaboeddhisme.

Niemand is het erover eens wat het hart van de hartsoetra is, maar voor veel boeddhisten, en ook voor mij, gaat deze soetra over leegte (sunyata) – het idee dat niets op zichzelf bestaat.

Deze leegte, deze onontwarbaarheid van alle wezens, dingen, verschijnselen en begrippen, deze onbegrijpelijke janboel, deze gordiaanse knoop, deze krankzinnige contextualiteit, deze innige verwevenheid van subject en object, staat tegenover een substantialistisch (essentialistisch, eternalistisch, dualistisch, divisionistisch, hypostatisch) denken waarin dingen et cetera een onafhankelijk bestaan en een eigen identiteit, rationaliteit en werking toegedicht krijgen.

Volgens Geshe Sonam Gyaltsen is al het onderricht van de Boeddha slechts een ‘aanloop of voorbereiding op het essentiële onderricht over de leegte. Alle inzichten over bijvoorbeeld gebrekkigheid, vergankelijkheid en over het lijden zijn enkel bedoeld om ons in de richting van de leegte te zetten.’ (De Hart Soetra, Geshe Sonam Gyaltsen, Maitreya, 2000, p13)

Nadat de boeddhistische canon op deze wijze al dan niet terecht tot één begrip is gedeconstrueerd, rest ons nog een laatste overweging. Als alles leeg is, dan ook de leegte. Of we die leegte nu opvatten als hoogste werkelijkheid of als laatste leugen, diepste grond, grondeloosheid, zuiver land, paradijs, kosmisch principe, komisch simplisme, grenzeloos bewustzijn, keuzeloos gewaarzijn, goddelijke natuur, boeddhanatuur, onvoorwaardelijke liefde, liefdevolle vriendelijkheid, onbegrensd mededogen, onverstoorbaarheid, stilte, vrede, bliss, verwondering, openheid, naaktheid, kennendheid, geest, geen-geest, zelf, geen-zelf, dharma, niet-dharma, dharma-en-niet-dharma, dharma-noch-niet-dharma, immanentie, transcendentie, immanente transcendentie, veelheid, eenheid, veelheid-in-eenheid, veelheid-noch-eenheid, non-dualiteit, ondoordringbaar mysterie, open deur, poortloze poort, oorspronkelijk gezicht, volgend masker, vorm, vormeloosheid, vorm-in-vormeloosheid, ongedifferentieerd zijn, niet-zijn, zijn-en-niet-zijn, zijn-noch-niet-zijn, doen, niet-doen, doende niet-doen, begrip, onbegrip, destructie, deconstructie, reconstructie, niet-weten, wetend niet-weten, hoogste wijsheid, wijsheid zonder wijsheid, wijsheid voorbij alle wijsheid, inzicht zonder kennis, kennis zonder leraar, weten zonder woorden, waarheid voorbij de woorden, lege leer, stapsteen, molensteen, vlot, zinkend schip, wijsvinger naar de zon of middelvinger naar de maan.

Wat er dan nog overblijft? Zeg jij het maar.

Zelf zeg ik liever niets.

De Hartsoetra

1. Wat volmaakte wijsheid is

Op de Gierenberg in Radjagriha spreekt Avalokiteshvara een grote gemeenschap van monniken en bodhisattva-mahasattva’s toe. Ze willen weten wat volmaakte wijsheid is. Avalokiteshvara antwoordt:

2. Is de bodhisattva in de stoom van de wijsheid voorbij alle wijsheid gegaan?

1. Ik zeg niet dat de bodhisattva in de stroom van wijsheid voorbij alle wijsheid is gegaan.

2. Ik zeg niet dat de bodhisattva niet in de stroom van wijsheid voorbij alle wijsheid is gegaan.

3. Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of wijsheid voorbij alle wijsheid of een stroom daarvan of een ingaan daarin.

4. Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of geen wijsheid voorbij alle wijsheid of geen stroom daarvan of geen ingaan daarin.

5. Noem dit desnoods het ingaan in de stroom van wijsheid voorbij alle wijsheid door de bodhisattva.

6. Zelf zeg ik liever niets.

Lees ook: Bodhisattvageloften

3. Zijn de vijf skandha’s leeg?

1. Ik zeg niet dat de vijf skandha’s in wezen leeg zijn.

2. Ik zeg niet dat de vijf skandha’s in wezen niet leeg zijn.

3. Ik zeg niet dat er skandha’s zijn of een wezen daarvan of leegte daarvan.

4. Ik zeg niet dat er geen skandha’s zijn of geen wezen daarvan of geen leegte daarvan.

5. Noem dit desnoods de leegte van de vijf skandha’s.

6. Zelf zeg ik liever niets.

4. Is vorm gelijk aan leegte?

1. Ik zeg niet dat vorm gelijk is aan leegte of dat leegte gelijk is aan vorm

2. Ik zeg niet dat vorm verschilt van leegte of dat leegte verschilt van vorm

3. Ik zeg niet dat er vorm is of leegte of gelijkheid of verschil.

4. Ik zeg niet dat er geen vorm is of geen leegte of geen gelijkheid of geen verschil.

5. Noem dit desnoods de gelijkheid van vorm en leegte.

6. Zelf zeg ik liever niets.

5. Bestaan vorm en leegte los van elkaar?

1. Ik zeg niet dat vorm niet gescheiden van leegte bestaat of leegte niet gescheiden van vorm.

2. Ik zeg niet dat vorm toch gescheiden van leegte bestaat of leegte gescheiden van vorm.

3. Ik zeg niet dat er vorm is of leegte of gescheidenheid of bestaan.

4. Ik zeg niet dat er geen vorm is of geen leegte of geen gescheidenheid of geen bestaan.

5. Noem dit desnoods de vorm die niet gescheiden bestaat van leegte of de leegte die niet gescheiden bestaat van de vorm.

6. Zelf zeg ik liever niets.

6. Is elke zijnsvorm leeg?

1. Ik zeg niet dat elke zijnsvorm leegte is, niet voortgebracht, niet eindigend, noch zuiver noch onzuiver, noch volmaakt noch onvolmaakt.

2. Ik zeg niet dat niet elke zijnsvorm leegte is, niet voortgebracht, niet eindigend, noch zuiver noch onzuiver, noch volmaakt noch onvolmaakt.

3. Ik zeg niet dat er zijnsvormen zijn of een voortbrengen daarvan of een eindigen daarvan of zuiverheid daarvan of onzuiverheid daarvan of volmaaktheid daarvan of onvolmaaktheid daarvan of leegte daarvan.

4. Ik zeg niet dat er geen zijnsvormen zijn of geen voortbrengen daarvan of geen eindigen daarvan of geen zuiverheid daarvan of geen onzuiverheid daarvan of geen volmaaktheid daarvan of geen onvolmaaktheid daarvan of geen leegte daarvan.

5. Noem dit desnoods de leegte van elke zijnsvorm, niet voortgebracht, niet eindigend, noch zuiver noch onzuiver, noch volmaakt noch onvolmaakt.

6. Zelf zeg ik liever niets.

7. Zijn voelen, denken, motivatie en gewaarzijn leeg?

1. Ik zeg niet dat voelen, denken, motivatie en gewaarzijn gelijk zijn aan leegte of dat leegte gelijk is aan voelen, denken, motivatie en gewaarzijn.

2. Ik zeg niet dat voelen, denken, motivatie en gewaarzijn ongelijk zijn aan leegte, of dat leegte ongelijk is aan voelen, denken, motivatie en gewaarzijn.

3. Ik zeg niet dat er voelen, denken, motivatie, gewaarzijn, leegte of ongelijkheid is.

4. Ik zeg niet dat er geen voelen, geen denken, geen motivatie, geen gewaarzijn, geen leegte of geen ongelijkheid is.

5. Noem dit desnoods de leegte van voelen, denken, motivatie en gewaarzijn.

6. Zelf zeg ik liever niets.

8. Is er in de leegte een oog, oor, neus, tong, lichaam of geest?

1. Ik zeg niet dat er in de leegte geen oog of oor, geen neus of tong, geen lichaam en geen geest is.

2. Ik zeg niet dat er in de leegte toch een oog of oor, een neus of tong, een lichaam of een geest is.

3. Ik zeg niet dat er leegte is of een oog of een oor of een neus of een tong of een lichaam of een geest.

4. Ik zeg niet dat er geen leegte is of geen oog of geen oor of geen neus of geen tong of geen lichaam of geen geest.

5. Noem dit desnoods de leegte van oog, oor, neus, tong, lichaam en geest.

6. Zelf zeg ik liever niets.

9. Is er in de leegte vorm, klank, geur, smaak, aanraking of voorstelling?

1. Ik zeg niet dat er in de leegte geen vorm of klank, geen geur of smaak, geen aanraking, geen voorstelling of beeld, geen waarnemingsveld of geen bewustzijn is.

2. Ik zeg niet dat er in de leegte toch vorm of klank, geur of smaak, aanraking, voorstelling of beeld, een waarnemingsveld of bewustzijn is.

3. Ik zeg niet dat er leegte is, of vorm of klank of geur of smaak of aanraking of voorstelling of beeld of een waarnemingsveld of bewustzijn.

4. Ik zeg niet dat er geen leegte is, of geen vorm of geen klank of geen geur of geen smaak of geen aanraking of geen voorstelling of geen beeld of geen waarnemingsveld of geen bewustzijn.

5. Noem dit desnoods de leegte van vorm, klank, geur, smaak, aanraking, voorstelling, beeld, waarnemingsveld en bewustzijn.

6. Zelf zeg ik liever niets.

10. Is er in de leegte onwetendheid, ouderdom of dood?

1. Ik zeg niet dat er in de leegte geen onwetendheid en geen einde van onwetendheid is, geen ouderdom en dood en geen einde van ouderdom en dood, geen lijden en geen oorzaak van lijden en geen opheffing van lijden, geen weg en geen inzicht, geen bereiken en geen niet-bereiken.

2. Ik zeg niet dat er in de leegte toch onwetendheid of een einde van onwetendheid is, ouderdom en dood of een einde van ouderdom en dood, lijden of een oorzaak van lijden of opheffing van lijden, een weg of inzicht, een bereiken of een niet-bereiken.

3. Ik zeg niet dat er leegte is, of onwetendheid of een einde van onwetendheid of ouderdom en dood of een einde van ouderdom en dood of lijden of een oorzaak of lijden of opheffing van lijden of een weg of inzicht of een bereiken of een niet-bereiken.

4. Ik zeg niet dat er geen leegte is, of geen onwetendheid of geen einde van onwetendheid of geen ouderdom en dood of geen einde van ouderdom en dood of geen lijden of geen oorzaak of geen lijden of geen opheffing van lijden of geen weg of geen inzicht of geen bereiken of geen niet-bereiken.

5. Noem dit desnoods de leegte van onwetendheid en van het einde van onwetendheid, van ouderdom en dood en van het einde van ouderdom en dood, van lijden en de oorzaak van lijden en de opheffing van lijden, van de weg en van inzicht en van het bereiken en van het niet-bereiken.

6. Zelf zeg ik liever niets.

11. Verblijft de bodhisattva waar geen grens bestaat?

1. Ik zeg niet dat de bodhisattva gedragen wordt door de wijsheid voorbij alle wijsheid en verblijft waar geen grens bestaat.

2. Ik zeg niet dat de bodhisattva niet gedragen wordt door de wijsheid voorbij alle wijsheid of niet verblijft waar geen grens bestaat.

3. Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of wijsheid voorbij alle wijsheid of een gedragen worden daardoor of een plaats waar geen grens is of een verblijven daarin.

4. Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of geen wijsheid voorbij alle wijsheid of geen gedragen worden daardoor of geen plaats waar geen grens is of geen verblijven daarin.

5. Noem dit desnoods gedragen worden door de wijsheid voorbij alle wijsheid of verblijven waar geen grens bestaat.

6. Zelf zeg ik liever niets.

12. Maakt de bodhisattva al het valse ongedaan?

1. Ik zeg niet dat de bodhisattva vrij van grenzen en onbevreesd is of al het valse ongedaan maakt en zo het verwijlen in nirwana bereikt.

2. Ik zeg niet dat de bodhisattva niet vrij van grenzen of toch bevreesd is of niet al het valse ongedaan maakt of toch niet het verwijlen in nirwana bereikt.

3. Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of vrijheid van grenzen of onbevreesdheid of iets vals of het ongedaan maken daarvan of een nirwana of een bereiken daarvan of een verwijlen daarin.

4. Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of geen vrijheid van grenzen of geen
onbevreesdheid of niets vals of geen ongedaan maken daarvan of geen nirwana of geen bereiken daarvan of geen verwijlen daarin.

5. Noem dit desnoods vrijheid van grenzen, onbevreesdheid, het ongedaan maken van al het valse of het bereiken van of het verwijlen in nirwana.

6. Zelf zeg ik liever niets.

13. Hebben alle bodhisattva’s de hoogste verlichting ervaren?

1. Ik zeg niet dat alle bodhisattva’s die ontwaakt zijn doorheen alle tijden, in verleden, toekomst en heden, door in wijsheid voorbij alle wijsheid te verblijven, de hoogste verlichting volkomen ervaren hebben.

2. Ik zeg niet dat alle bodhisattva’s die ontwaakt zijn doorheen alle tijden, in verleden, toekomst en heden, door in wijsheid voorbij alle wijsheid te verblijven, niet de hoogste verlichting volkomen ervaren hebben.

3. Ik zeg niet dat er bodhisattva’s zijn of dat er ontwaken is of dat er tijden zijn, een verleden, een toekomst of een heden, of dat er wijsheid voorbij alle wijsheid is of een verblijven daarin, of dat er een hoogste verlichting is of een volkomen ervaren daarvan.

4. Ik zeg niet dat er geen bodhisattva’s zijn of dat er geen ontwaken is of dat er geen tijden zijn, geen verleden, geen toekomst en geen heden, of dat er geen wijsheid voorbij alle wijsheid is of geen verblijven daarin, of dat er geen hoogste verlichting is of geen volkomen ervaren daarvan.

5. Noem dit desnoods het volkomen ervaren van de hoogste verlichting door in wijsheid voorbij alle wijsheid te verblijven.

6. Zelf zeg ik liever niets.

14. Geeft de bodhisattva gehoor aan alle noodkreten?

1. Ik zeg niet dat de bodhisattva aan alle noodkreten gehoor geeft.

2. Ik zeg niet dat de bodhisattva niet aan alle noodkreten gehoor geeft.

3. Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of dat er noodkreten zijn of een gehoor geven daaraan.

4. Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of dat er geen noodkreten zijn of geen gehoor geven daaraan.

5. Noem dit desnoods het gehoor geven aan alle noodkreten door de bodhisattva.

6. Zelf zeg ik liever niets.

15. Lenigt de wijsheid voorbij alle wijsheid alle lijden?

1. Ik zeg niet dat de wijsheid voorbij alle wijsheid het volmaakte woord is of dat het vanuit het hart opwelt of uit het allerdiepste inzicht of dat het alle lijden lenigt.

2. Ik zeg niet dat de wijsheid voorbij alle wijsheid niet het volmaakte woord is of dat het niet vanuit het hart opwelt of niet uit het allerdiepste inzicht of dat het niet alle lijden lenigt.

3. Ik zeg niet dat er wijsheid voorbij alle wijsheid is of een volmaakt woord of een hart of een opwellen daaruit of een allerdiepst inzicht of een opwellen daaruit of een lijden of een lenigen daarvan.

4. Ik zeg niet dat er geen wijsheid voorbij alle wijsheid is of geen volmaakt woord of geen hart of geen opwellen daaruit of geen allerdiepst inzicht of geen opwellen daaruit of geen lijden of geen lenigen daarvan.

5. Noem dit desnoods de wijsheid voorbij alle wijsheid, het volmaakte woord dat vanuit het hart opwelt of uit het allerdiepste inzicht, dat alle lijden lenigt.

6. Zelf zeg ik liever niets.

16. Gate gate paragate parasamgate

1. Ik zeg niet dat we verder, verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij moeten gaan.

2. Ik zeg niet dat we niet verder, verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij moeten gaan.

3. Ik zeg niet dat er een we is of een verder of een voorbij of een moeten of een gaan.

4. Ik zeg niet dat er geen we is of geen verder of geen voorbij of geen moeten of geen gaan.

5. Noem dit desnoods het verder, verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbijgaan.

6. Zelf zeg ik liever niets.

17. Met stomheid geslagen

1. De Arya Avalokiteshvara rekt zich uit, schraapt zijn keel en verzucht ‘Ik heb gezegd.’

2. Er ontstaat geroezemoes, waarop hij verschrikt roept: ‘Wat heb ik gezegd!’ Het geroezemoes verstomt.

3. Als Avalokiteshvara nergens meer op reageert en ook nog eens zijn ogen sluit, staan de aanwezigen hoofdschuddend op. Ze zijn met stomheid geslagen, verbijsterd over zijn onderricht.

4. In gedachten verzonken gaan ze elk huns weegs.

5. Vergeefs trachten ze zijn onderricht ter harte te nemen.

6. Vergeefs trachten ze het uit hun hart te bannen.

Integrale tekst van de hartsoetra

Bovenstaande radicalisering is gebaseerd op de vertaling van de hartsoetra door de stichting Maha Karuna Ch’an uit 2007, die daar inmiddels van de website is verdwenen. Daarom heb ik hem maar overgenomen:

Hartsoetra van de wijsheid voorbij alle wijsheid

Toen de Bodhisattva die aan alle noodkreten gehoor geeft in de stroom van Wijsheid voorbij alle Wijsheid was gegaan, aanschouwde Ze de vormen van bestaan, vijf in getal, en zag de wezensgrond daarvan als leeg.

Gate, gate paragate, parasamgate bodhi bodhi svaha.

Hier, Shariputra, is vorm Leegte, Leegte vorm, is vorm niet gescheiden van de Leegte, Leegte niet gescheiden van de vorm, al wat vorm uitdrukt is Leegte, al wat Leegte is heeft vorm. Zo is het ook met voelen en met denken, motivatie en gewaarzijn.

Gate, gate paragate, parasamgate bodhi bodhi svaha.

Oh Shariputra, hier is elke zijnsvorm Leegte, niet voortgebracht, niet eindigend, noch zuiver noch onzuiver, noch volmaakt noch onvolmaakt. Zo, Shariputra, is er in de Leegte ook geen vorm en geen gevoel, geen denken en geen motivatie en evenmin gewaarzijn.

Gate, gate paragate, parasamgate bodhi bodhi svaha.

Zo is er in de Leegte ook geen oog of oor, geen neus of tong, geen lichaam en geen geest, geen vorm, klank, geur of smaak, geen aanraking en ook geen voorstelling of beeld, geen veld van waarneming, geen geestelijk bewustzijn.

Gate, gate paragate, parasamgate bodhi bodhi svaha.

Zo is er in de Leegte geen ontwetend-zijn en ook geen einde van onwetend-zijn, geen ouderdom en dood, geen einde ook van ouderdom en dood, geen lijden, ook geen oorzaak en geen opheffing van lijden, geen weg en ook geen inzicht, geen bereiken en geen niet-bereiken.

Gate, gate paragate, parasamgate bodhi bodhi svaha.

Gedragen door de Wijsheid voorbij alle Wijsheid verblijft de Bodhisattva waar geen grens bestaat. Vrij van grenzen kent de bodhisattva ook geen angst, maakt al het valse ongedaan en bereikt zo het verwijlen in Nirwana.

Gate, gate paragate, parasamgate bodhi bodhi svaha.

Door in Wijsheid voorbij alle Wijsheid te verblijven hebben al degenen die ontwaakt zijn, doorheen alle tijden, allen die ontwaakt zijn in verleden, toekomst, heden, de hoogste verlichting volkomen ervaren.

Gate, gate paragate, parasamgate bodhi bodhi svaha.

Weet dan dat de Wijsheid voorbij alle Wijsheid hét diepste woord is, dat vanuit het hart opwelt, dat opwelt uit het allerdiepste inzicht, het volmaakte woord dat alle lijden lenigt.

Gate, gate paragate, parasamgate bodhi bodhi svaha.

Dit is het woord dat waar is, niet meer vertekend door illusie, het woord dat uit het hart komt en dat luidt: gegaan, gegaan, voorbijgegaan, en met alles samen zelfs voorbijgegaan aan het voorbijgaan.

Gate, gate paragate, parasamgate bodhi bodhi svaha.