Hoera, verlicht?

Vergeet het maar. Niks hoera. Verlichting is voor schut gaan. Voorgoed buiten spel staan. Alles naar de maan. Ook je verlichting. Dwaalteksten over een vervloekte zegen. (niet voor wattjes)

Dwaalgids > Verlichting > Hoera, verlicht?

Lees ook Lijden, is er een einde aan?

Spirituele knipperverlichting

Niet-weten is niet het einde van het denken

en niet het einde van het weten

Niet-weten is niet het einde van het weten en niet het einde van het denken. Bij mij in elk geval niet. Aan mijn geestesoog trekt nog steeds een eindeloze stroom gedachten voorbij. Waarnemingen, oordelen, gevoelens, overtuigingen, ideeën, dagdromen, sluimerbeelden, nachtdromen, fantasieën, hallucinaties, noem maar op.

Maar waar de dwaas en de wijze, die in dit opzicht niet van elkaar verschillen (in welk opzicht eigenlijk wel?), uren, dagen, maanden, jaren of (volgens de boeddhistische reïncarnatieleer) levens lang in de ban zijn van hun dwaze of wijze gedachten, is dat bij mij doorgaans een kwestie van seconden.* Dat geldt ook voor bovenstaande gedachten, en voor onderstaande, en voor deze. Hoera!

Tip: Wat is de mind?

* wat evengoed flink in de papieren kan lopen als dezelfde gedachte maar blijft terugkeren

Microverlichting: een lokale, kortstondige verlossing

uit de vorige gedachte

Op het moment dat een gedachte mij invalt ben ik eventjes even wetend als de dwaas en de wijze. Net als bij hen wekt de gedachte soms gevoelens in mij op (als het al niet andersom is), veroorzaakt wellicht een adrenalinestoot of de uitstort van cortisol of andere hormonen in mijn bloedbaan of van bepaalde neurotransmitters in mijn synaptische spleten – we hoeven niet te doen alsof we nog nooit van de medische wetenschap hebben gehoord – waarvan de effecten een minuut of een uur later misschien nog steeds merkbaar zijn.

Maar meteen treedt ‘het niet weten’ in werking in de vorm van een figuurlijk, soms een letterlijk schouderophalen of hoofdschudden, of in de vorm van een tegengedachte die de vorige gedachte of meteen maar alle voorafgaande gedachten in vraag stelt, relativeert, ondermijnt, ontmaskert, en de effecten ervan dempt, opheft of zelfs omkeert.*

Deze lokale, kortstondige ‘verlossing’, waarbij ‘ik’ (of ‘mijn denken’ of ‘een gedachte’, zeg jij het maar) ‘mij’ bevrijd van mijn vorige gedachte(n), zou je een microverlichting kunnen noemen. ‘Micro’ vanwege het plaatselijke en tijdelijke karakter ervan, ‘verlichting’ voor zover het de last van, de verantwoordelijkheid voor, de identificatie met, het heilige geloof in, de trots op, de schaamte voor, de gehechtheid aan de vorige gedachte(n) wegneemt. Nu ook weer, hoera!

Tip: Denkbeeldenstorm!

* De Koraanse zenboeddhist Seung Sahn Soen Sa Nim spreekt in dit verband van de weetnietgeest. De chanboeddhist Linji Yixuan adviseert niets en niemand te geloven. De non-dualist Jan van Delden noemt gedachten e-mails die je meteen moet weggooien.

Ik hoef er niets voor te doen en kan er niets tegen doen

Niet-weten is net als ademen

Van een diep en blijvend inzicht in een Hogere Werkelijkheid of in de Eeuwige Wijsheid of in mijn Ware Zelf of zoiets is bij mij dus geen sprake. Ook dit is niet zo’n inzicht. Ook dat er niet zoiets zou zijn als een Hogere Werkelijkheid of Eeuwige Wijsheid of het Ware Zelf, is mij niet geopenbaard.

De pendelbeweging van weten naar niet weten, van antwoord naar vraag, van oplossing naar raadsel, van schokbeton naar drijfzand, van volheid naar leegte, van houvast naar laatlos, van gedachte naar tegengedachte, van leerling naar meester, van ja naar tja – deze pendelbeweging, die zich voltrekt binnen het bestek van één zo’n microverlichting, herhaalt zich onophoudelijk. Nu ook weer, hoera!

Ik hoef niet eerst tot rust te komen, ik hoef me niet uit de wereld terug te trekken, ik hoef niet mindful (waakzaam) te zijn, ik hoef niet op een kussen te gaan zitten of op mijn hoofd te gaan staan, ik hoef geen wierook te branden, ik hoef niet te mediteren of te bidden of te chanten, ik hoef er niets voor te doen. En ik kan er niets tegen doen.

Niet-weten is voor mij net zoiets als ademen, met dit verschil dat je je adem tenminste nog in kunt houden, hoe kortstondig ook. Ik weet niet in de supermarkt, ik weet niet in de kerk; ik weet niet bij de tandarts, ik weet niet in het park; ik weet niet bij ruzie en ik weet niet in rust, ik weet niet als ik spreek en ik weet niet als ik zwijg, ik weet niet als ik huil en ik weet niet als ik lach.

Alleen in mijn dromen weet ik opeens weer van alles. Daarin heeft Hansje Weetal zich teruggetrokken sinds hij door Wijde Weetniet werd ontmaskerd. Nergens is hij thuis, de dromer in de droom, behalve als fantoom – geaborteerd abuis.

Tip: Zeg maar tja tegen het leven

Het perpetuum mobile van de tja-knikker

Mijn verlichting is stroboscopisch

Wat anderen ook claimen, voorwenden, praktiseren, ondergaan of tegenwerpen, voor mij is verlichting niet meer dan, of laat ik zeggen niet minder dan een repeterende beweging van mijn denken. Het perpetuum mobile van de tja-knikker.

Ik ben een narcolepticus die met iedere gedachte in slaap valt om er meteen weer uit te ontwaken. De wekker van mijn verlichting is een repeteerwekker, het licht van mijn verlichting een knipperlicht. Mijn verlichting is stroboscopisch. Spirituele knipperverlichting.

Daarom kan ik ook niet zeggen dat ik verlicht of onverlicht ben. Ook niet dat ik wetend of niet wetend ben. Ook niet dat ik mezelf of het Zelf ben. Ook niet dat ik ben of niet ben. Enzovoort, enzovoort.

Ik heb die woorden ook niet nodig. Evenmin als de woorden ‘microverlichting’, ‘transformatie van het denken’, ‘spirituele knipperverlichting’, ‘tja-knikker’ en ‘tegengedachte’.

Integendeel, ze zetten mijn denken, ik bedoel, ‘mijn’ ‘denken’, meteen weer vast in een gevangenis van eigen makelij – zoals deze.

Ik bedoel, ze scheppen alleen maar verwarring over iets wat van zichzelf doodeenvoudig is en prima zonder beschrijving of verklaring kan, ook zonder deze.

Ik bedoel, ze scheppen alleen maar duidelijkheid over iets wat van zichzelf onnavolgbaar, onbeschrijflijk en onverklaarbaar is.

Ja, wat bedoel ik nou eigenlijk?

Lees ook: Wat is taoïsme? Meester Tja en de tao van tja

Een viervoudige teleurstelling

Ook fijne gedachten gaan eraan

Veel mensen zijn teleurgesteld als ze horen dat mijn verlichting aan en uit gaat, dat ik niet dag en nacht in een zee van hemels licht baad. ‘Is dat alles, Hans,’ vragen ze, ‘een knipperlichtje?’

Anderen zijn teleurgesteld dat een radicaal niet-weten niet het einde van het denken is. Dat ook in het diepste niet-weten de gedachten maar blijven komen. Dat ik mijn gedachten niet de baas ben, niet zelf hun inhoud en gevoelswaarde en frequentie en timing bepaal. ‘Is dat alles,’ vragen ze, ‘een denken dat zichzelf in de staart bijt?’

Weer anderen zijn teleurgesteld omdat het allemaal zo banaal klinkt. Geen groots inzicht, geen hogere werkelijkheid, geen gnosis, geen transcendentie, geen eenwording, geen onverstoorbaarheid, geen soevereiniteit, geen superioriteit, geen bliss, geen paradijs, geen einde aan het lijden, geen overwinning van de dood, geen nieuwe identiteit? Alleen maar je gedachten doorzien, ook deze? Maak het een beetje. Almachtig willen ze worden, alwijs, alwetend, alziend, albewust, algoed, alheilig, algenadig, alvolmaakt, alomvattend, alomtegenwoordig, alom geliefd, alom geprezen.

Nog weer anderen zijn teleurgesteld dat ik niet alleen verlichting ondervind van de last van mijn gedachten, maar ook van de lust. Ze willen uitsluitend verlost worden van hun nare gedachten, zodat de fijne overblijven, die ze dan liggend in een hangmat tussen twee palmbomen op een tropisch eiland onder het genot van de ene cocktail na de andere ongelimiteerd kunnen koesteren. Eeuwig dronken zonder kater.

Tip: Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen)

Het Halve Werk

Ik pieker niet meer over het verleden, ik verheug me niet meer op de toekomst

Helaas, zo werkt het niet. Een radicaal niet-weten als het mijne maakt geen onderscheid tussen fijne gedachten en nare. Het ‘verlicht’ beide in dezelfde mate, het doorziet ze allebei even snel. Deze ook, hoera!

In dit opzicht verschilt niet-weten van cognitieve therapieën zoals Rationeel-Emotieve Therapie (RET) en Het Werk van de spirituele therapeute Byron Katie, dat plezierige gedachten doelbewust ongemoeid laat en alleen de pijnlijke onderzoekt. Het Halve Werk, noem ik dat. Ik heb er niets op tegen, maar met een radicaal niet-weten heeft het niks te maken. Kenmerkend voor niet-weten is juist dat ook het onderscheid tussen ‘fijn’ en ‘naar’ zelf erodeert. Het Halve Werk leidt tot halve bevrijding, het hele werk tot hele bevrijding, zelfs van de bevrijding.

Zo ben ik niet alleen mijn schrikbeelden kwijtgeraakt, maar ook mijn ideaalbeelden. Mijn voodoobeelden ben ik kwijt; mijn boeddhabeelden ook. Ik kan mezelf en anderen niet meer zien als onverlicht, maar ook niet meer als verlicht. Ik kijk niet meer op mezelf en anderen neer, maar ik kijk ook tegen niemand meer op. Ik ben verlost van het doemdenken, maar ook van het dagdromen. Ik pieker niet meer over het verleden, maar ik verheug me ook niet meer op de toekomst. Ik zie mezelf en anderen niet meer als dwazen, maar ook niet meer als wijzen. Ik zie niemand meer als een mislukking, maar ook niemand meer als een succes.

Of dit fijne gedachten zijn of nare weet ik ook al niet. Maakt niet uit; ik doe er toch meteen weer afstand van.

Hebben?

Lees ook: Byron Katie voor Workaholics


Verlichting is geen gezicht

en geen masker

Hans van Dam in zijn hemd, achteraanzicht
Hans van Dam met zijn billen bloot

Yoeri: Wat is verlichting?

Hans: Wat mij betreft of in zijn algemeenheid?

Yoeri: Wat jou betreft.

Hans: Met je billen bloot gaan.

Yoeri: Wát?

Hans: In je hemd staan.

Yoeri: Dat is nog erger.

Hans: Geen draad meer aan je lijf hebben.

Yoeri: Nou, jij liever dan ik.

Hans: Zei de voyeur tegen de naaktloper.

Yoeri: En in zijn algemeenheid?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Verder lezen: Hans van Dam

Hoera, verlicht?

Kun je nog vallen, val dan mee

1.

Waarom ik niet van mijn voetstuk kan vallen?
Omdat ik er al naast lig.

2.

Waarom ik niet door het ijs kan zakken?
Omdat ik geen gewicht meer in de schaal leg.

3.

Waarom ik niet met mijn billen bloot hoef?
Omdat ik al niets meer om het lijf heb.

4.

Waarom ik niets te verliezen heb?
Omdat ik alles al kwijt ben.

5.

Waarom ik niet in de put zit?
Omdat hij geen bodem heeft.

6.

Waarom ik nooit gelijk heb?
Omdat ik niet beter weet.

7.

Waarom ik nooit ongelijk heb?
Omdat ik niet beter weet.

8.

Waarom ik dit allemaal niet geloof?
Omdat ik het denken doorzie.

9.

Waarom ik niet geloof dat ik dit allemaal niet geloof?
Omdat ik het denken doorzie.

10.

Waarom ik niet geloof dat ik het denken doorzie?
Omdat ik het denken doorzie.

Verder lezen: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Verlichting is een mand om doorheen te vallen

maar pin me er niet op vast

1.

Waarom ik niet door de mand kan vallen?
Omdat ik er al doorheen ben.

2.

Waarom ik niet door de mand kan vallen?
Omdat er geen eind aan komt.

3.

Waarom ik niet door de mand kan vallen?
Omdat ik de mand ben.

4.

Waarom ik niet door de mand kan vallen?
Omdat ik geen mand heb.

5.

Waarom ik niet door de mand kan vallen?
Omdat er geen mand is.

Verder lezen: Leven is geen kunst

Niets van mezelf valt me nog mee of tegen

Waarom ik mezelf nooit meeval?
Omdat ik niets meer van mezelf verwacht.

Waarom ik mezelf nooit tegenval?
Omdat ik niets meer van mezelf verwacht.

Waarom ik niet meer verwacht dat ik niets meer van mezelf verwacht?
Omdat ik niets meer van mezelf verwacht.

Verder lezen: Wat is gemoedsrust? Vrede sluiten met je onvrede

Maar wie of wat ik nou ben?

Waarom ik mezelf steeds tegenkom?
Omdat ik geen onderscheid meer weet te maken.

Waarom ik mezelf nooit tegenkom?
Omdat ik geen onderscheid meer weet te maken.

Verder lezen: Wat is non-dualisme?

En wat ik nou geloof?

Ongeloof waardig

Waarom ik niet meer in dualiteit geloof?
Omdat ik geen onderscheid meer weet te maken.

Waarom ik niet meer in non-dualiteit geloof?
Omdat ik geen onderscheid meer weet te maken.

Waarom ik niet meer geloof dat ik geen onderscheid weet te maken?
Omdat ik geen onderscheid meer weet te maken.

Verder lezen: Wat is non-dualiteit?

Ontwaken uit de droom van ontwaken

Dromen zonder wanen van een kikker zonder pad.

kikker uitgekwaakt

Komt de gedachte in me op dat ik ontwaakt ben, dan neem ik niet aan dat ik ontwaakt ben, of dat ik het niet ben, of wat dan ook.

Komt omgekeerd de gedachte in me op dat ik niet ontwaakt ben, dan neem ik niet aan dat ik het niet ben, of dat ik het toch ben, of wat dan ook.

Komt de gedachte in me op dat ik niet eens weet of ik ben, laat staan of ik ontwáákt ben, dan neem ik niet aan dat ik twijfel aan mijn bestaan, of aan hét bestaan, of aan de mogelijkheid om te ontwaken, of aan mijn ontwaken, of wat dan ook.

Komt de gedachte in me op dat ontwaken mij koud laat, dan neem ik niet aan dat ik er onverschillig tegenover sta, of dat ik er toch verschillig tegenover sta, of dat ik er überhaupt tegenover sta, of dat er iets is om tegenover te staan, of dat dat niet zo is, of wat dan ook.

Komt de gedachte in me op dat de ontwaakte zich niet afvraagt of hij ontwaakt is, dan neem ik niet aan dat de ontwaakte zich dat niet afvraagt, of dat de ontwaakte het zich toch afvraagt, of dat ik dan wel ontwaakt zal zijn, of dat ik dan niet ontwaakt kan zijn, of dat het iets anders bewijst, of dat het niets bewijst, of wat dan ook.

Komt de gedachte in me op dat ontwaken altijd op hetzelfde neerkomt, of je het nou god, liefde, leegte, zen, tao, tja of iets anders noemt, dan neem ik niet aan dat ontwaken altijd op hetzelfde neerkomt, of dat er verschillende soorten van ontwaken bestaan, of dat ik daar ooit achter zal komen, of dat je daar nooit achter kunt komen, of wat dan ook.

Komt iemand mij vragen of ik ontwaakt ben, dan neem ik niet aan dat hij het is die me dat vraagt, of dat hij het niet is, of dat ik het zelf ben, of dat die vraag antwoord behoeft, of dat ik hem maar beter kan negeren, of dat het allemaal illusie is, of dat illusie ook illusie is, of dat dat niet zo is, of wat dan ook.

Komt de gedachte in me op dat ik niets aanneem over mijn gedachten, dan neem ik niet aan dat ik niets aanneem over mijn gedachten, of dat ik er toch iets over aanneem, of dat ik dat kan weten, of dat ik dat niet kan weten, of dat ik het in de hand heb, of dat ik er niets over te zeggen heb, of dat ik weet wat gedachten zijn, of dat ik daar geen idee van heb, of dat ik ze heb, of dat ze mij hebben, of dat we elkaar hebben, of dat we uit hetzelfde bestaan, of dat we uit iets anders bestaan, of dat we bestáán, of dat we niet bestaan, of wat dan ook.

Jij?

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Whatever’.

Lees ook: De wolk van niet-weten

Duisternis aan het einde van je tunnel

De wolk van niet-weten

Leerling: Was er licht aan het einde van uw tunnel?

Meester: Niet bepaald.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Er was een tunnel aan het einde van mijn licht.

Verder lezen: Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd

Als het doek valt

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: De laatste illusie.

Leerling: Voordat?

Meester: Het licht definitief uitgaat.

Lees ook: 22 Metaforen voor verlichting

Alle dagen feest

Maandag

Wat is het verschil tussen de verliezer en de verlichte?
De verliezer is alleen een illusie armer.

Dinsdag

Wat is het verschil tussen de atheïst en de verlichte?
De atheïst is alleen zijn geloof in god kwijt.

Woensdag

Wat is het verschil tussen de nihilist en de verlichte?
De nihilist is alleen zijn geloof in de waarheid kwijt.

Donderdag

Wat is het verschil tussen ziekte en verlichting?
Van ziekte kun je tenminste nog genezen.

Vrijdag

Wat is het verschil tussen ziekte en verlichting?
Aan ziekte kun je tenminste nog doodgaan.

Zaterdag

Wat is het verschil tussen suïcide en verlichting?
Suïcide is tenminste vrijwillig.

Zondag

Wat is het verschil tussen suïcide en verlichting?
Suïcide is tenminste zo voorbij.

Lees ook: Wat is spiritualiteit?

Ben je op zoek of ben je verloren?

Ben je op zoek dan ben je verloren

1.

Wat is het verschil tussen de onverlichte en de verlichte?
De eerste is op zoek en de tweede is zoek.

2.

Wat is het verschil tussen de onverlichte en de verlichte?
De eerste is op zoek en de tweede wordt gezocht.

3.

Wat is het verschil tussen de onverlichte en de verlichte?
De eerste wil de tweede zijn en de tweede ziet het verschil niet.

Lees ook: Zoeken naar het einde van het zoeken

Verkrampen of verzuipen?

Claustrofobie of agorafobie – de ene fobie is de andere (niet)

Leerling: Wat is het verschil tussen de onverlichte en de verlichte?

Meester: De eerste heeft te weinig ruimte.

Leerling: En de tweede?

Meester: Te veel.

Lees ook: De Mont Fou: geen inzicht, maar wat een uitzicht

Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?

Maandag

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar de waarheid?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Dinsdag

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar onthechting?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Woensdag

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar geluk?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Donderdag

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar gemoedsrust?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Vrijdag

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar god?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Zaterdag

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar verlichting?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Zondag

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar niet weten?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Lees ook: Lijden, is er een einde aan?

Het einde van ieder besef is een sof

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Leerling: Het einde van ieder besef.

Meester: Hoe manifesteert zich dat?

Leerling: In mijn geval als een permanent gevoel van dankbaarheid.

Meester: Waar komt dat gevoel vandaan?

Leerling: Ik heb me gerealiseerd dat ik nergens recht op heb. Dat alles mij toevalt door louter genade: elke beweging, iedere ademteug, elk lichtstraaltje, ieder geluidje, elk geurtje, ieder smaakje, elk appeltje, enzovoort.

Meester: Dan heb je het einde van ieder besef nog niet bereikt.

Verder lezen: De lege leer

Leven zonder pretenties

is geen leven

Palmiro: Klopt het dat de verlichte geen enkele pretentie meer heeft?

Hans: Ook die pretentie ben ik kwijt.

Palmiro: Welke pretentie nog meer?

Hans: Dat ik verlicht zou zijn, bijvoorbeeld.

Palmiro: Welke pretentie nog meer?

Hans: Dat ik niet verlicht zou zijn, bijvoorbeeld.

Palmiro: Welke pretentie nog meer?

Hans: Dat ik zou zijn, bijvoorbeeld.

Palmiro: Welke pretentie nog meer?

Hans: Dat ik niet zou zijn, bijvoorbeeld.

Palmiro: Jij hebt werkelijk geen enkele pretentie meer?

Hans: Ook die pretentie ben ik kwijt.

Doe de verlichtingstest!

De pretentie niets te pretenderen

Mond- en kopzeer

Ik pretendeer niet dat ik iets weet.
Ik pretendeer niet dat ik niets weet.
Ik pretendeer niet dat ik iemand ben.
Ik pretendeer niet dat ik niemand ben.
Ik pretendeer niet dat ik iets pretendeer.
Ik pretendeer niet dat ik niets pretendeer.

Man man, wat een spatjes weer.

Lees ook: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Ik heb niets bereikt, en dat viel om de drommel niet mee

Even serieus

Nutan: Wat heb jij bereikt?

Hans: Niets, en dat viel om de drommel niet mee.

Nutan: Wat heb je te zeggen?

Hans: Niets, en dat valt om de drommel niet mee.

Nutan: Maak eens een beetje reclame voor jezelf.

Hans: Ik kan niets, maar dat kan ik wel heel goed.

Nutan: Even serieus.

Hans: Ik doe niets, maar dat doe ik wel de hele dag.

Nutan: Maar wat heb je dan bereikt?

Hans: Niets, en dat viel om de drommel niet mee.

Nutan: Maar wat wil je dan zeggen?

Hans: Niets, en dat valt om de drommel niet mee.

Lees ook: Brieven niet-weten

Licht uit, spot aan

Geen van de acht

Coco: Wat is verlichting?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Coco: Waarom begin je er dan steeds over?

Hans: Omdat anderen er steeds over beginnen.

Coco: Wie bijvoorbeeld?

Hans: Jij bijvoorbeeld.

Coco: Anders zou je erover zwijgen?

Hans: Ik heb niets met verlichting.

Coco: Waar heb je wel iets mee?

Hans: Geen idee.

Coco: Misschien moet je er eens een boek over schrijven.

Hans: Er hoeft alleen nog maar een kaft omheen.

Coco: De teksten heb je al?

Hans: Dat wil je niet weten.

Coco: En de titel?

Hans: Ik verzin ze aan de lopende band.

Coco: Welke gaat het worden?

Hans: Licht uit, spot aan.

Verder lezen: Meester ha-ha-Hans

Alle metaforen in de hens

Geen white-out en geen black-out

Voor mij is verlichting niet een hogere vorm van kennis, noch een intuïtief weten voorbij de woorden of het verstand, noch een zaak van het hart of het derde oog of de hara of de zevende chakra of een ander organisch, energetisch of spiritueel centrum.

Voor mij is verlichting simpelweg een radicaal niet-weten dat iedere uitspraak in twijfel trekt. Ook deze.

Onzin natuurlijk om dat verlichting te noemen. Alsof er iets helder is geworden dat voorheen in duisternis was gehuld. Integendeel: iets is troebel geworden dat voorheen helder leek. Maar ja, om mezelf nou verduisterd te noemen?

Welke gesteldheid van het lumen zou de onbepaaldheid van een radicaal niet weten kunnen symboliseren? Een white-out? Blacklight? De schemering? Diffractie? Verstrooiing?

Of zullen we gewoon in een keer al onze metaforen in de hens steken?

Lees ook: Apologie voor mijn apologie van niet-weten

Waarom ik niet uit het niet-weten kan vallen

Pleunie: Ben jij weleens bang om uit het niet-weten te vallen?

Hans: Ik niet.

Pleunie: Waarom niet?

Hans: Omdat ik er niet in zit.

Niet-weten heb je niet

Aafke: Ben jij weleens bang om uit het niet-weten te vallen?

Hans: Ik niet.

Aafke: Ik wel.

Hans: Is dat niet een beetje voorbarig?

Aafke: Hoe komt het dat ik nu al bang ben om het kwijt te raken?

Hans: Omdat je jezelf hebt wijsgemaakt dat je het kunt hebben?

Aafke: Wat gebeurt er met niet-weten als je iets aan je hersens krijgt – een hersenschudding, een infarct, hersenverweking, korsakov, preseniele dementie, aderverkalking of zo?

Hans: Dan blijft het, of het wordt minder, of het is er alleen nog maar bij vlagen, of het verdwijnt tijdelijk, of het verdwijnt voorgoed.

Aafke: Ik was er al bang voor.

Hans: Maar wie zegt dat je daar een hersenaandoening voor nodig hebt?

Niet-weten maakt je niets

Pim: Zou jij je niet-weten missen als het ineens wegviel?

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Pim: Ben jij er weleens bang voor?

Hans: Niet dat ik weet.

Pim: Je hebt anders heel wat te verliezen.

Hans: Al mijn tanden, al mijn kiezen.

Pim: De hoogste wijsheid, blijvend geluk, innerlijke vrede, onvoorwaardelijke liefde, grenzeloos mededogen…

Hans: Doe maar duur.

Pim: Alle geneugten van de verlichting.

Hans: Zeg maar gerust verdichting.

Pim: Ik zeg: de hoofdprijs!

Hans: Blijkt een prijs op je hoofd.

Pim: Maar niet weten geeft je toch…

Hans: Niet weten geeft je niets.

Pim: Maar niet weten maakt je toch…

Hans: Niet weten maakt je niets.

Pim: Maar niet weten doet je toch…

Hans: Niet weten doet je niets.

Pim: Maar niet weten laat je toch…

Hans: Niet weten laat je niets.

Pim: Maar wat heb je er dan aan?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Niet-weten is een innerlijke dialoog

Theo: Ben jij weleens bang om je in niet-weten te verliezen?

Hans: Ik verlies me er voortdurend in.

Theo: Ik bedoel eigenlijk, ben je weleens bang om je niet-weten te verliezen?

Hans: Ik verlies het de hele dag door.

Theo: Wat zeg je me daar?

Hans: Steeds weet ik eventjes iets en dan bedenk ik me eventjes en dan weet ik weer eventjes niets.

Theo: En dat gaat de hele dag zo door?

Hans: Inslapen, ontwaken, inslapen, ontwaken.

Theo: Hoe vaak wel niet?

Hans: Wel niet wel niet wel niet wel niet…

Theo: Nou?

Hans: Nooit geturfd.

Theo: Waarom niet?

Hans: Dat lukt niet.

Theo: Hoe komt dat?

Hans: Het turven verstoort het proces.

Theo: Is dat erg?

Hans: Wat?

Theo: Dat het turven het proces verstoord?

Hans: Helemaal niet…

Theo: Maar?

Hans: Daardoor levert het geen betrouwbare resultaten op.

Theo: Schat eens.

Hans: Honderden keren per dag? Duizenden keren per dag?

Theo: Ik kan het me nauwelijks voorstellen.

Hans: Het is net een dwaalgesprek, maar dan in mijn hoofd.

Theo: Een soort dialoog?

Hans: Voor één stem.

Theo: Hoe dan?

Hans: Woord, weerwoord, woord, weerwoord…

Theo: Waarom zeggen ze dan ‘ontwaakt is ontwaakt’ en ‘als je het eenmaal ziet raak je het nooit meer kwijt’?

Hans: Omdat die cyclus van inslapen en ontwaken erg robuust schijnt te zijn?

Theo: Schijnt te zijn of is?

Hans: ‘Is’ bij het inslapen, ‘schijnt te zijn’ bij het ontwaken.

Theo: Schrale troost.

Hans: Niet weten biedt sowieso geen troost.

Theo: Wat biedt het dan wel?

Hans: Niets.

Theo: Niets?

Hans: Het neemt je alles af.

Theo: Ook dat nog.

Hans: Maar nooit voor lang.

Theo: O, gelukkig.

Hans: Want ineens, uit het niets, weet je weer iets.

Theo: En dan is alles weer normaal?

Hans: Maar nooit voor lang.

Weten dat je droomt en dromen dat je weet

Yehudi: Ben jij weleens bang om je niet weten te verliezen?

Hans: Ik verlies het iedere nacht.

Yehudi: Als je slaapt?

Hans: In ieder geval als ik droom.

Yehudi: Wat is het karakter van jouw dromen?

Hans: Weten, weten, weten.

Yehudi: Ben je dan wel echt verlicht?

Hans: Eerst maar eens vaststellen of ik wel echt ben.

Yehudi: Wat zou je anders moeten zijn?

Hans: Weet ik veel—een droom?

Yehudi: Ah ja, maya.

Hans: Of is dat ook een droom?

Yehudi: En als je geen droom zou zijn?

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Ontwaken in verbijstering

Ontwaken in verbijstering, zo luidt de titel van een boek van wijlen de neuropsycholoog Oliver Sacks over mensen die na een coma van veertig jaar wakker werden in een onthutsend nieuwe wereld.

Spiritueel ontwaken is voor mij de chronisch acute realisatie dat ik geen flauw benul heb van het hoe, wat en waarom van mijn bestaan, terwijl het mij even goed letterlijk en figuurlijk op het lijf geschreven is.

Ontwaken in verbijstering – een betere metafoor voor niet-weten ken ik niet.

Lees ook: Wat is niet-weten?

De verlichte heeft ze niet meer op een rijtje

Onbegonnen werk

Leerling: Steeds als ik iets beweer, vraagt u hoe ik dat weet.

Meester: Je kan wel zoveel zeggen.

Leerling: Of wat ik precies bedoel, wat ik dan niet blijk te weten.

Meester: Dat bedoel ik.

Leerling: Of u wijst op onuitgesproken aannames.

Meester: Onbegonnen werk.

Leerling: Of u vraagt om een rechtvaardiging van de rede waarvan ik mij bedien.

Meester: Louter retorisch.

Leerling: Of van de autoriteit of de intuïtie waarop ik mij beroep.

Meester: Idem dito.

Leerling: Wat allemaal op hetzelfde neerkomt.

Meester: Gesteld dat het ergens op neerkomt.

Leerling: Doet u dat om ruimte te scheppen voor de realiteit van verlichting?

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom dan wel?

Meester: Het is al de realiteit van verlichting.

Leerling: Hè?

Meester: Wat?

Leerling: Maar ik dacht…

Meester: Welnee.

Leerling: Volgens mij hebt u er niets van begrepen.

Meester: Volgens mij heb ik dat ook nooit beweerd.

Leerling: Volgens mij hebt u nog nooit iets beweerd.

Meester: Volgens mij is dat geen doen.

Leerling: Iets beweren niet?

Meester: Niets beweren niet.

Leerling: Wat is het dan wel?

Meester: Precies wat ik zeg.

Leerling: U zegt anders helemaal niks.

Meester: Ik kan het ook niet helpen.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dat is de realiteit van verlichting.

Leerling: Verlichting is toch de hoogste wijsheid?

Meester: De wat?

Leerling: De wijsheid voorbij alle wijsheid?

Meester: Dwaas.

Leerling: Wat is het dan wel?

Meester: De dwaasheid voorbij alle dwaasheid.

Leerling: Wát?

Meester: Noem het dan maar de wijsheid voorbij.

Leerling: Ik snap er niks meer van.

Meester: Dat is nou net het punt.

Leerling: Welk punt?

Meester: Geen punt.

Leerling: Soms vraag ik me af of u ze wel allemaal op een rijtje hebt.

Meester: Ook dat is de realiteit van verlichting.

Verder lezen: Eeuwige Wijsheid voor Eeuwige Dwazen

De duivel schijt altijd op de grootste hoop

en op de grootste wanhoop

Leerling: Ik hoop dat niet weten mij verlichting brengt.

Meester: De duivel schijt altijd op de grootste hoop.

Leerling: Bedoelt u dat alleen wanhoop tot verlichting leidt?

Meester: De duivel schijt altijd op de grootste wanhoop.

Leerling: Bedoelt u dat wij moeten hopen noch wanhopen?

Meester: De duivel heeft overal schijt aan.

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

Leerling: Wat heeft de duivel er trouwens mee te maken?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Ik hoop dat niet weten mij verlichting brengt.

Lees ook: 40 Wegen naar niet-weten

Ontwaken is een koude douche

Leerling: Wat is ontwaken?

Meester: Wat denk jij?

Leerling: Een warm bad.

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Daar word je alleen maar slaperig van.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Een koude douche.

Leerling: Gevolgd door een warm bad?

Meester: Zeker.

Leerling: Een pak van mijn hart.

Meester: Gevolgd door een koude douche.

Leerling: Enzovoort?

Meester: Nou, voort?

Verlichting is geen wijwater

Je wordt er nooit een heilige van.

Monnik: Waarmee kun je verlichting vergelijken?

Meester: Wat denk jij?

Monnik: Wijwater.

Meester: Welnee.

Monnik: Waarom niet?

Meester: Daar word je alleen maar rechtzinnig van.

Monnik: Wat zou u zeggen?

Meester: Spuitwater.

Monnik: Wat word je daarvan?

Meester: Dat merk je vanzelf.

Monnik: Scherpzinnig?

Meester: Welnee.

Monnik: Diepzinnig?

Meester: Welnee.

Monnik: Wat dan wel?

Meester: Veelzinnig. Vrijzinnig. Onzinnig. Lichtzinnig. Uitzinnig.

Monnik: En dat zou verlichting zijn?

Meester: Dat denk jij.

Lees ook: Idolen van de zoeker

En we gaan nog niet naar huis

en we blijven ook niet weg

Leerling: Als je overal thuis bent, kun je nooit meer verdwalen.

Meester: Als je nergens thuis bent ook niet.

Leerling: Ik voel me overal thuis.

Meester: Ga dan maar in het riool wonen.

Leerling: Hoezo?

Meester: Als het je toch niet uitmaakt.

Leerling: …

Meester: Wat is er?

Leerling: Eerlijk gezegd voel ik me nergens thuis.

Meester: Ga dan maar in het riool wonen.

Leerling: Hoezo?

Meester: Als het je toch niet uitmaakt.

Leerling: …

Meester: Wat is er?

Leerling: Ik geloof dat het me toch uitmaakt.

Meester: Maakt niet uit.

Leerling: Maar ik was liever overal thuis geweest.

Meester: Dan is dat de gedachte waarin je woont.

Leerling: Of desnoods nergens.

Meester: Dan is dat de gedachte waarin je woont.

Leerling: Zo trekken wij van gedachte naar gedachte, wou u zeggen…

Meester: Mij niet gezien.

Leerling: En is thuis gewoon de gedachte waarin je woont.

Meester: Dan is dat de gedachte waarin je woont.

Lees ook: Wat is gemoedsrust? Vrede sluiten met je onvrede

Dan ben je van het ware af

Total loss

Leerling: Wat is realisatie?

Meester: De illusie kwijtraken, de werkelijkheid kwijtraken, het kwijtraken kwijtraken.

Leerling: Ben je dan niet terug bij af?

Meester: Dan ben je als het ware af.

De waarheid gederealiseerd

Die kleine lettertjes

Leerling: Heeft u de waarheid gerealiseerd?

Meester: Eerder gederealiseerd.

Leerling: Wanneer heb je de waarheid gerealiseerd?

Meester: Als je je niets meer realiseert.

Lees ook: Kosmische grappen

Van de pot gerukt

De grote boodschap

Brigit: Zou jij van jezelf zeggen dat je bent thuisgekomen?

Hans: Eerder dat ik van de pot ben gerukt.

Brigit: Van de pot gerukt?

Hans: Wat moet ik zonder boodschap nog op de pot?

Brigit: Jij hebt geen boodschap voor de wereld?

Hans: Geen grote en geen kleine.

Brigit: Bedoel je dat er geen boodschap is?

Hans: Dat zou nog steeds een boodschap zijn.

Brigit: Wat bedoel je dan?

Hans: Dat zou nog steeds een boodschap zijn.

Brigit: Waarom zegt je eigenlijk gerukt?

Hans: Wie van zijn fiets waait, zegt toch ook niet dat hij is afgestapt?

Lees ook: Wat is zen? Honderd definities

Het grote tja

Einde oefening

Ik denk – en haal mijn schouders op
Ik weet – en haal mijn schouders op
Ik meen – en haal mijn schouders op
Ik geloof – en haal mijn schouders op
Ik veronderstel – en haal mijn schouders op
Ik verklaar – en haal mijn schouders op
Ik duid – en haal mijn schouders op

En dat is alles

Ik onderscheid – en haal mijn schouders op
Ik weeg – en haal mijn schouders op
Ik oordeel – en haal mijn schouders op
Ik verwerp – en haal mijn schouders op
Ik aanvaard – en haal mijn schouders op
Ik bewonder – en haal mijn schouders op
Ik minacht – en haal mijn schouders op

En dat is alles

Ik spreek – en haal mijn schouders op
Ik vloek – en haal mijn schouders op
Ik schreeuw – en haal mijn schouders op
Ik antwoord – en haal mijn schouders op
Ik vraag – en haal mijn schouders op
Ik luister – en haal mijn schouders op
Ik zwijg – en haal mijn schouders op

En dat is alles

Ik pieker – en haal mijn schouders op
Ik verheug me – en haal mijn schouders op
Ik schaam me – en haal mijn schouders op
Ik haat – en haal mijn schouders op
Ik koester – en haal mijn schouders op
Ik rouw – en haal mijn schouders op
Ik vier – en haal schouders op

En dat is alles

Ik heb – en haal mijn schouders op
Ik hecht – en haal mijn schouders op
Ik begeer – en haal mijn schouders op
Ik neem – en haal mijn schouders op
Ik geef – en haal mijn schouders op
Ik win – en haal mijn schouders op
Ik verlies – en haal mijn schouders op

En dat is alles

Ik wil – en haal mijn schouders op
Ik streef – en haal mijn schouders op
Ik plan – en haal mijn schouders op
Ik pleit – en haal mijn schouders op
Ik bid – en haal mijn schouders op
Ik hoop – en haal mijn schouders op
Ik wanhoop – en haal mijn schouders op

En dat is alles

Ik doe – en haal mijn schouders op
Ik laat – en haal mijn schouders op
Ik dank – en haal mijn schouders op
Ik klaag – en haal mijn schouders op
Ik leef – en haal mijn schouders op
Ik wacht – en haal mijn schouders op
Ik sterf – en zie ze zakken

En dat was alles


Was dat alles? De dood doodgedacht