De illusie van de illusie

Maya-maya; de goochelaar begoocheld. Waanteksten over de illusie van de werkelijkheid en de illusie van de illusie. Voor desillusionisten.

Dwaalgids > Advaita > De illusie van de illusie

Verder lezen: Waarnemen of waargeven? De illusie van subject en object, Metafysica in een wezenloze wereld, Dood de Boeddha! Zen, leegte en nihilisme (over afhankelijk ontstaan en essentialisme), De wolk van niet-weten (over immanentie, transcendentie en neo-platonisme), Help ons uit de droom.

Op deze pagina:

Twee aanbevelingen

Leerling: Wat weet u eigenlijk van de werkelijkheid?

Meester: Minder dan wie ook.

Leerling: En van de illusie?

Meester: Idem dito.

Leerling: Dat lijkt me geen aanbeveling.

Meester: Integendeel.

Is alles dan alleen maar een illusie?

Een tegenvaller

Leerling: Is alles dan alleen maar een illusie?

Meester: Ook die illusie ben ik kwijt.

Hebt u dan helemaal geen illusies meer?

Een meevaller

Leerling: Hebt u dan helemaal geen illusies meer?

Meester: Ook die illusie ben ik kwijt.

Als alles een illusie is, dan ook de illusie

Maya maya

Leerling: Wat is maya?

Meester: Het idee dat de werkelijkheid een illusie is.

Leerling: Wat is realisatie?

Meester: Het doorzien van de illusie.

Leerling: Doorziet u de illusie?

Meester: Als de werkelijkheid een illusie is, dan behoort maya ook tot de illusie, evenals jouw vraag, mijn antwoord, ikzelf en jijzelf.

Leerling: En anders?

Meester: Is de illusie werkelijkheid.

Tip: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Als alles een illusie is dan is de illusie werkelijkheid

Leerling: Alles is een illusie.

Meester: Is de illusie zelf echt?

Leerling: Volgens mij wel.

Meester: Dan is niet alles een illusie.

Leerling: Ik bedoel, volgens mij niet.

Meester: Dan is niet alles een illusie.

Tip: Hoera, verlicht?

Wat tovert jou je hersenen voor?

Een illusie armer

Leerling: Je hersenen toveren je een wereld voor.

Meester: En wat tovert jou je hersenen voor?

Leerling: Ik bedoel, je hersenen zijn echt, maar de wereld niet.

Meester: Ik bedoel, je hersenen maken deel uit van de wereld.

Leerling: Luister nou, de wereld is een illusie van je hersenen.

Meester: Je hersenen niet?

Leerling: Als mijn hersenen niet echt zijn, waar komt die illusie dan vandaan?

Meester: Geen idee.

Leerling: Hij moet toch ergens vandaan komen.

Meester: Hoezo?

Leerling: Wat denkt u?

Meester: Waar je ook mee op de proppen komt, je zult steeds tegen hetzelfde probleem aanlopen.

Leerling: Ik geloof er niets van.

Meester: Probeer maar.

Leerling: De wereld is een illusie van je zintuigen.

Meester: En je zintuigen dan?

Leerling: De wereld is een illusie van het denken.

Meester: En het denken dan?

Leerling: De wereld is een illusie van het bewustzijn.

Meester: En het bewustzijn dan?

Leerling: De wereld is een illusie van het ik.

Meester: En het ik dan?

Leerling: De wereld is een illusie van god.

Meester: En god dan?

Leerling: De wereld is een illusie, en daarmee basta.

Meester: En de illusie dan?

Leerling: Ik kan het gewoon niet geloven.

Meester: Het is eerder een kwestie van niet geloven.

Leerling: Bedoel je dat niet weten de enige werkelijkheid is?

Meester: Als dat zo is, zul je het nooit weten.

Leerling: En als het niet zo is?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Tip: Waarnemen of waargeven? De illusie van subject en object

Hoe virtueel is de virtual reality machine?

Leerling: Wie weet wat voor virtual reality machines ze nog eens zullen uitvinden.

Meester: Vast niet zo goed als je lichaam.

Leerling: Het lichaam is zelf een virtual reality machine?

Meester: Tenzij het lichaam zelf virtueel is.

Wie is de schilder van de schilder?

In de hoek geverfd

1.

Leerling: De geest is de schilder van de werkelijkheid.

Meester: Is dit al een schilderij of nog de werkelijkheid?

2.

Leerling: De geest is de schilder van de werkelijkheid.

Meester: En wie is de schilder van de geest?

Wat doet er zeer in je droom?

Meester: Hoe weet je dat je nu niet droomt?

Leerling: Als ik in mijn arm knijp, doet het zeer.

Meester: Dat bewijst niets.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Weet je in je droom dat je droomt?

Leerling: Nee, in de droom lijkt alles echt.

Meester: Wanneer weet je het dan wel?

Leerling: Achteraf, als je wakker wordt en je droom herinnert.

Meester: Kun je dus ooit zeggen dat je nu droomt?

Leerling: Nee, je droomt niet, je hebt gedroomd.

Meester: Kun je dus ooit zeggen dat je nu niet droomt?

Leerling: Nee, want in de droom lijkt alles echt.

Meester: Vandaar mijn vraag, hoe weet je dat je nu niet droomt?

Leerling: Als ik in mijn arm knijp, doet het zeer.

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Hoe weet je dat je werkelijk hebt gedroomd wat je je herinnert?

En hoe weet je dat je je werkelijk herinnert wat je droomt?

Meester: Wanneer weet je dat je droomt?

Leerling: Niet terwijl je droomt.

Meester: Wanneer wel?

Leerling: Als je wakker wordt en je droom herinnert.

Meester: Hoe weet je dat je werkelijk hebt gedroomd wat je je herinnert?

Leerling: Doordat je je dat herinnert natuurlijk.

Meester: Is die herinnering te verifiëren?

Leerling: Dan moet je terug je droom in, lijkt mij.

Meester: Kun jij dat?

Leerling: Ik niet.

Meester: Ooit gehoord dat iemand terug zijn droom in kon?

Leerling: Nooit.

Meester: Je kunt je droomherinnering dus op geen enkele wijze verifiëren?

Leerling: Ik zou tenminste niet weten hoe.

Meester: Als ik nou beweer dat je nooit droomt, alleen maar droomherinneringen hebt?

Leerling: Valse herinneringen bedoel je, aan dromen die ik nooit gehad heb?

Meester: Waarom niet?

Leerling: Dat zou bizar zijn.

Meester: Maar het zou wel kunnen?

Leerling: In theorie wel, ja.

Meester: Wat is merkwaardiger, een droom uit het niets die je je nauwelijks kunt herinneren en pas na afloop als droom herkent of een herinnering uit het niets aan een droom die nooit heeft plaatsgevonden?

Leerling: Die herinnering natuurlijk.

Meester: Waarom?

Leerling: Omdat die vals zou zijn.

Meester: Is de droom dan niet vals?

Leerling: Wel als inhoud maar niet als verschijnsel.

Meester: Net als een droomherinnering waaraan geen droom vooraf is gegaan.

Leerling: Verdraaid.

Tip: Dementie, spiritualiteit en niet-weten

Was het wel een droom toen je droomde dat je droomde?

Drie dromen

Leerling: Ik droomde dat ik de Waarheid had gezien.

Meester: Dat moet inderdaad een droom geweest zijn.

Leerling: Toen droomde ik dat ik de Waarheid nooit zou zien.

Meester: Dat moet inderdaad een droom geweest zijn.

Leerling: Ten slotte droomde ik dat ik droomde.

Meester: Zeker weten dat het een droom was?

Tip: Wat is de Waarheid?

Als je zometeen wakker wordt, was dit dan een droom?

Dan staat je wereld al op losse schroeven

Meester: Hoe zou jij je huidige toestand omschrijven?

Leerling: Alleen maar dit.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Zo zeker als een en een twee is.

Meester: Stel nou dat je zo geboren wordt, hoe zul je dan op dit gesprek terugkijken?

Leerling: Hoe komt u daar nou weer bij?

Meester: Het is je immers al eens eerder overkomen…

Leerling: Wat een onzin, zeg.

Meester: Stel dat je zo wakker wordt, hoe zul je dan op dit gesprek terugkijken?

Leerling: Schei toch uit.

Meester: We zijn nog niet eens begonnen.

Leerling: Dat zou alles op losse schroeven zetten.

Meester: Hoe weet je dat je niet op het punt staat weer geboren of wakker te worden?

Leerling: Alsof ik dat kan weten.

Meester: Dan staat je wereld al op losse schroeven.

Tip: Metafysica in een wezenloze wereld

Misschien lig je op dit moment wel in coma

Knock-out

Leerling: Als ik voorgoed in coma lag zou ik niet verder willen leven.

Meester: Wil je op dit moment soms niet verder leven?

Leerling: Zeker wel.

Meester: Kun je uitsluiten dat je op dit moment in coma ligt?

Tip: Het illusie-argument

Het lijkt maar zo dat alles een illusie is

Leerling: Is alles dan alleen maar een illusie?

Meester: Dat lijkt maar zo.

Leerling: Bedoelt u dat alles toch geen illusie is?

Meester: Dat lijkt maar zo.

Leerling: Zit u mij in de maling te nemen?

Meester: Dat lijkt maar zo.

Leerling: Waar bent u dan mee bezig?

Meester: Dat lijkt maar zo.

Leerling: Is alles dan alleen maar een illusie?

Tip: De Mont Fou: geen inzicht, maar wat een uitzicht

Dat de wereld maar een gedachte is, is ook maar een gedachte

Leerling: De wereld is maar een gedachte.

Meester: En incest alleen maar verkrachten.

Zijn gedachten nou een weerspiegeling van de werkelijkheid of andersom?

Reflecties

Leerling: Gedachten zijn een weerspiegeling van de werkelijkheid.

Meester: Waarom niet andersom?

Leerling: De werkelijkheid is een weerspiegeling van mijn gedachten?

Meester: Waarom niet iets ertussenin?

Leerling: De werkelijkheid en mijn gedachten weerspiegelen elkaar?

Meester: Waarom niet wat meer dynamiek?

Leerling: De werkelijkheid en mijn gedachten vormen elkaar?

Meester: Waarom niet iets eenzijdigers?

Leerling: Alles is werkelijkheid, ook mijn gedachten?

Meester: Waarom niet het tegenovergestelde?

Leerling: Alles is gedachte, ook de werkelijkheid?

Meester: Voordat we dit boeiende gesprek voortzetten…

Leerling: Wat?

Meester: Zijn werkelijkheid en gedachte wel meer dan woorden?

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Ik wijs je alleen maar op een aanname.

Leerling: En als het inderdaad alleen maar woorden zijn?

Meester: Dan is ook hun onderlinge verband fictief.

Leerling: Volgens mij corresponderen woorden met iets werkelijks.

Meester: Maar of deze gedachte nou de werkelijkheid weerspiegelt?

Zoek je ware reflectie

Tip: Wat is de mind?, Denkbeeldenstorm!

Bewustzijn is ook maar een gedachte

Achterafpraat

Leerling: Ik ga vooraf aan de wereld.

Meester: Wat?

Leerling: Ik ben haar diepste grond.

Meester: Hè?

Leerling: Ik ben het bewustzijn waarin de wereld verschijnt en verdwijnt.

Meester: Dan geldt dat ook voor deze gedachte.

Leerling: De wereld is iets wat komt en gaat in mij, niet andersom.

Meester: Deze gedachte ook.

Leerling: Dat bevestigt eens te meer dat ik de diepste grond ben.

Meester: Deze ook.

Leerling: Hoort u me?

Meester: Hoor je me?

Tip: Rondo ostinato

Van zuiver bewustzijn en zuiver bijeenzijn

1.

Leerling: Zonder bewustzijn zou ik niet bewust zijn.

Meester: Zonder welzijn zou ik niet wel zijn.

Leerling: En daarom ben ik zuiver bewustzijn.

Meester: En daarom ben ik zuiver welzijn.

2.

Leerling: Zonder bewustzijn zou ik niet bewust zijn.

Meester: Zonder bijeenzijn zouden wij niet bijeen zijn.

Leerling: En daarom ben ik zuiver bewustzijn.

Meester: En daarom zijn wij zuiver bijeenzijn.

Leerling: Meent u dat nou?

Meester: Behalve als we alleen zijn.

Leerling: Wat zijn we als we alleen zijn?

Meester: Dan zijn we slechts alleenzijn.

Tip: Brieven advaita; het bewustzijn

Waarvan is de geest de sintel?

Embolie

Leerling: Materie is geronnen geest.

Meester: Hans-Peter Dürr, fysicus.

Leerling: Mooi hè?

Meester: Maar wat het nou betekent?

Leerling: Als ik Dürr goed begrijp is materie slechts de sintel van de geest.

Meester: En waarvan is de geest de sintel?

Leerling: …

Meester: Over geronnen geest gesproken.

Tip: Kosmische grappen

Denk-beelden van de geest

Zo gewonnen, zo geronnen

Leerling: Materie is geronnen geest.

Meester: En geest?

Leerling: Geronnen gedachten?

Meester: En gedachten?

Leerling: …

Meester: Zo gewonnen, zo geronnen.

Tip: Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen)

De Grote Dood

Lot

Leerling: Waarmee kun je realisatie van het Onveranderlijke Zelf vergelijken?

Meester: Rigor Mortis.

Tip: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

Hoe zwaar is jouw pilaar, heilige?

Verankerd

Leerling: Hoe noem je iemand die in het Onomstotelijke verblijft?

Meester: Een pilaarheilige.

Tip: De non-dualist en de non-filosoof

Vergaar geen mos

Rollende stenen

Leerling: Wat voor steen is het Onomstotelijke?

Meester: Dat hangt ervan af.

Leerling: Waarvan af?

Meester: Of je je ermee vereenzelvigt.

Leerling: Voor iemand die zich ermee vereenzelvigt?

Meester: De steen der wijzen.

Leerling: Voor iemand die zich ergens anders mee vereenzelvigt?

Meester: Een steen des aanstoots.

Leerling: Voor een zoeker als ik?

Meester: Een steen om je nek.

Leerling: En voor u?

Meester: Steenslag.

Leerling: Wat voor steen bent u zelf?

Meester: Een rollende.

Leerling: Vind je dat stenen moeten rollen?

Meester: Ik leg me nergens op vast.

Tip: Hans van Dam

De Werkelijkheid is een Concept

Leerling: Wij moeten de Werkelijkheid achter de concepten…

Meester: Behoort de Werkelijkheid soms niet tot de concepten?

Leerling: Wablief?

Meester: Wat zou er dan nog voor moeten zitten?

Leerling: Hè?

Meester: Behoren concepten soms niet tot de werkelijkheid?

Leerling: Eh…

Meester: Wat zou er dan nog achter moeten zitten?

Tip: Het regressieprobleem

Denk jij dat je weet wat is?

Leerling: De wereld is wat je denkt dat hij is.

Meester: Leuk bedacht.

De hoogste waarheid over de laagste werkelijkheid

Leerling: Is er een hogere werkelijkheid?

Meester: Is er een lagere?

Een stuk of dertig onwerkelijkheden

Leerling: Hoeveel werkelijkheden zijn er?

Meester: Met hoeveel zijn we hier bijeen?

Leerling: In deze ruimte een man of dertig.

Meester: In deze ruimte een stuk of dertig.

Leerling: En als we deze ruimte verlaten?

Meester: Welke ruimte?

Leerling: Hoeveel werkelijkheden zijn er dan?

Meester: Waar?

Leerling: Wou u beweren dat de werkelijkheid niet ruimtelijk is?

Meester: Wou jij beweren dat de ruimte werkelijk is?

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

Iedereen leeft in jouw werkelijkheid

Leerling: Iedereen leeft in zijn eigen werkelijkheid.

Meester: In jouw werkelijkheid.

Leerling: En in de uwe?

Meester: Heb ik niet.

Leerling: Ik bedoel, waar leeft iedereen volgens u?

Meester: Geen idee.

Leerling: Hoe komt dat?

Meester: Ik ken niemand.

Leerling: Hoe verklaart u dat?

Meester: Doordat iedereen in de jouwe leeft?

Tip: 22 Metaforen voor verlichting

Hoeveel werkelijkheden zijn er?

Leerling: Hoeveel werkelijkheden zijn er?

Meester: Evenveel als er gedachten zijn.

Leerling: Gedachten zijn niet, die komen en gaan.

Meester: Kun je nagaan.

Geen dualist en geen non-dualist

Leerling: Wat is het verschil tussen de realist en de idealist?

Meester: De eerste noemt de werkelijkheid stoffelijk, de tweede geestelijk.

Leerling: En de overeenkomst?

Meester: Beiden veronderstellen een werkelijkheid.

Leerling: U niet?

Meester: Wat ben ik, een nihilist?

Leerling: Wat bent u dan wel?

Meester: Wie zegt dat ik iets ben?

Leerling: Bedoelt u dat u niets bent?

Meester: Waar zie je mij voor aan?

Leerling: Non-dualist.

Meester: Humorist.

Leerling: Geen realist, geen idealist, geen nihilist, geen non-dualist, niet iets en niet niets.

Meester: Jij zegt het.

Leerling: Wat zegt u?

Meester: Geen realist, geen idealist, geen nihilist, geen non-dualist, niet iets en niet niets?

Lees ook: Wat is de weetnietgeest?

Kun je nog tellen, tel dan mee

Leerling: Is alles werkelijk één?

Meester: Tel zelf maar.

Leerling: …

Meester: En?

Leerling: Ik weet niet waar ik moet beginnen.

Meester: Nou, ik ook niet.

Leerling: Ik bedoel, ik weet niet wat ik moet meetellen.

Meester: Nou, ik ook niet.

Tip: Eeuwige Wijsheid voor Eeuwige Dwazen

Geloofsbrief van een ongelovige

De pluralist gelooft dat de wereld veel is

De dualist gelooft dat de wereld twee is

De non-dualist gelooft dat de wereld niet-twee is

De monist gelooft dat de wereld een is

De boeddhist gelooft dat de wereld geen is

Ikzelf geloof mijn gedachten niet

En geloof dat ook maar niet

Tip: Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken

Geloof het of niet

Is geboorte een illusie?

Leerling: Is geboorte een illusie?

Meester: Geboorte is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou geboorte toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Is de dood een illusie?

Leerling: Is de dood een illusie?

Meester: De dood is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou de dood toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: De dood doodgedacht

Is het lichaam een illusie?

Leerling: Is het lichaam een illusie?

Meester: Het lichaam is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou het lichaam toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: Wie ben je?

Is de geest een illusie?

Leerling: Is de geest een illusie?

Meester: De geest is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou de geest toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: De Poortloze Poort

Is de meester een illusie?

Leerling: Bent u een illusie?

Meester: Ik ben net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou jij toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: Meester Schaap en Broeder Ezel

Is de leerling een illusie?

Leerling: Ben ik een illusie?

Meester: Jij bent net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou ik toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: Meester Spoorloos en agent Speurneus

Is God een illusie?

Leerling: Is God een illusie?

Meester: God is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou God toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: God is een poort

Is de Boeddha een illusie?

Leerling: Is de Boeddha een illusie?

Meester: De Boeddha is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou de Boeddha toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: De Diamantsoetra

Is de dharma een illusie?

Leerling: Is de dharma een illusie?

Meester: De dharma is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou de dharma toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: De lege leer

Is leegte een illusie?

Leerling: Is leegte een illusie?

Meester: De leegte is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou de leegte toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: Zen, leegte en nihilisme

Is ruimte een illusie?

Leerling: Is ruimte een illusie?

Meester: Ruimte is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou ruimte toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Is tijd een illusie?

Leerling: Is tijd een illusie?

Meester: Tijd is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou tijd toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: Metafysica in een wezenloze wereld

Is dualiteit een illusie?

Leerling: Is dualiteit een illusie?’

Meester:Dualiteit is net zo illusoir als de illusie zelf.’

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?’

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.’

Leerling: Dan zou dualiteit toch geen illusie zijn.’

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.’

Tip: Brieven advaita; het bewustzijn voorbij

Is non-dualiteit een illusie?

Leerling: Is non-dualiteit een illusie?

Meester: Non-dualiteit is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou non-dualiteit toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: Wat is non-dualiteit?

Is bewustzijn een illusie?

Leerling: Is bewustzijn een illusie?

Meester: Bewustzijn is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou bewustzijn toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: Wat is advaita?

Is de weg een illusie?

Leerling: Is de weg een illusie?

Meester: De weg is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou de weg toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: 40 Wegen naar niet-weten

Is bevrijding een illusie?

Leerling: Is bevrijding een illusie?

Meester: Bevrijding is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou bevrijding toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: Brieven verlichting; de vrijheid voorbij

Is geloof een illusie?

Leerling: Is geloof een illusie?

Meester: Geloof is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou weten toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: Groot Ongeloof

Is weten een illusie?

Leerling: Is weten een illusie?

Meester: Weten is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou weten toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: Het regressieprobleem

Is niet-weten een illusie?

Leerling: Is niet weten een illusie?

Meester: Niet weten is net zo illusoir als de illusie zelf.

Leerling: Is de illusie dan ook een illusie?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: Dan zou niet weten toch geen illusie zijn.

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Tip: Zalig zijn de armen van geest

Horen jullie mij?

Ook dat alles een illusie is is een illusie!
Ook dat ik alleen maar onzin uitkraam is onzin!
Ook dat je niets moet geloven moet je niet geloven!
Ook dat je niets kunt weten kun je niet weten!

HOREN JULLIE MIJ?