Lege mystiek op de hoogste piek: ‘nada, nada, nada!’

Wat zag Jan van het Kruis op de hoogste piek van de berg Karmel? ‘Nada, nada, nada!’ Wat zagen Meister Eckhart, Rumi, Hafiz, Wumen Huikai en Angelus Silesius? Lege mystiek voor een vol hart.

Dwaalgids > Mystiek > Nada nada nada

Lees ook: De wolk van niet-weten, Wat is mystiek?Brieven mystiek; de stilte voorbij, Piekeren over piekervaringen, De Mont Fou

Via negativa

Daniël: Mag ik je iets vragen over religie?

Hans: Johannes Nicolaas van Dam, expert in de lege religie.

Daniël: Iets over Meister Eckhart.

Hans: Aha, de illustere kapitein Hoekhart.

Daniël: Is Meister Eckhart volgens jou op de top van de berg geweest?

Hans: Volgens mij hield Meister Eckhart zich liever op de vlakte.

Daniël: Ik bedoel, figuurlijk gesproken.

Hans: Als ik geen ja zeg kun je niet verder, hè?

Daniël: Nee.

Hans: Nou, laten we er dan maar even vanuit gaan dat hij er geweest is.

Daniël: Wat heeft hij daar aanschouwd volgens jou?

Hans: God, daar vraag je me wat.

Daniël: Je hebt zijn teksten toch onder ogen gehad?

Hans: Jij toch ook?

Daniël: Denk je dat Meister Eckhart daar net als jij de leegte heeft aanschouwd?

Hans: Eerst maar eens vaststellen of ik wel op de top ben geweest en daar de leegte heb aanschouwd.

Daniël: Ben jij op de top geweest en heb je daar de leegte aanschouwd?

Hans: Misschien dat ik, of wie het ook is, als het al iemand is, daarboven, of hier beneden, of waar het ook is, de leegte heb aanschouwd, of aanschouw, of erdoor aanschouwd wordt, of wat het ook is – de lege leer, het lege boek, de lege boodschap, niet weten, geen idee. Verder kan ik echt niet gaan.

Daniël: En Meister Eckhart?

Hans: Over Meister Eckhart wil ik zwijgen.

Daniël: Volgens Meister Eckhart is God de allerhoogste. Hij zegt: ‘Hij is boven alle zijn en niet zijn verheven. Hij is boven alle kennis verheven. Hij is boven alle liefde en beminnenswaardigheid verheven. Hij is een leven boven alle leven, een licht boven alle licht, ja, God is boven alle definities verheven.’

Hans: Allemachtig.

Daniël: Nou jij weer.

Hans: Hij is boven alle zijn en niet zijn verheven. Wat betekent dat?

Daniël: Dat Hij het zijn en het niet zijn in zich verenigt?

Hans: Niet dat hij is noch niet is?

Daniël: Zou best kunnen, maar wat moet ik me daarbij voorstellen?

Hans: Hij is boven alle kennis verheven. Wat betekent dat?

Daniël: Dat Hij alle kennis en onkunde in zich draagt?

Hans: Niet dat hij kenbaar noch onkenbaar is?

Daniël: Zou best kunnen, maar waar hebben we het dan nog over?

Hans: Hij is boven liefde en beminnenswaardigheid. Wat betekent dat?

Daniël: Dat Hij niet de liefde is? Dat Hij niet beminnenswaardig is? Dat Hij de liefde en haar tegenpool in zich verenigt?

Hans: Niet dat hij niet langs de weg van de liefde benaderd kan worden?

Daniël: Zou best kunnen, maar hoe dan wel?

Hans: Hij is een leven boven alle leven, wat betekent dat?

Daniël: Dat Hij boven leven en dood staat?

Hans: Niet dat hij nergens bij in te delen valt?

Daniël: Zou best kunnen, maar wat is hij dan wel?

Hans: Hij is een licht boven alle licht, wat betekent dat?

Daniël: Dat Hij oogverblindend is?

Hans: Dat wil zeggen, onzichtbaar?

Daniël: Zou best kunnen, maar hoe manifesteert hij zich dan wel?

Hans: Hij is boven alle definities verheven, wat betekent dat?

Daniël: Dat Hij… dat Hij…

Hans: Dat er niets maar dan ook niets over hem te zeggen valt?

Daniël: Jij maakt overal iets negatiefs van.

Hans: Nietes.

Daniël: Welles.

Hans: Ik stel alleen maar vragen.

Daniël: Maar dat staat er toch niet?

Hans: Wat staat er dan wel?

Daniël: Dat Hij hoger is dan alles wat men van Hem kan zeggen. Dat is iets positiefs.

Hans: Is hij dan niet verheven boven positief en negatief? Boven hoog en laag? Boven aards en verheven?

Daniël: Dat… zal haast wel.

Hans: Nou dan.

Daniël: Oké, ik snap het. Eens kijken wat je hierop te zeggen hebt. Volgens Meister Eckhart is God eeuwig en ongeworden. Hij is de eerste oorzaak van al het geschapene. Hij is puur, helder, onverdeeld één.

Hans: Is hij dan niet verheven boven tijdelijk en eeuwig? Boven ongeworden en geworden? Boven oorzaak en gevolg? Boven helder en troebel? Boven verdeeld en onverdeeld? Boven één, twee, veel, geen?

Daniël: Meister Eckhart zegt ook: ‘Hij is een levend, werkelijk bestaand verstand dat zichzelf begrijpt. Hij leeft en is blij dat Hij is – dat is de vreugde van de Heer.’

Hans: Is hij dan niet verheven boven werkelijk en onwerkelijk? Boven begrip en onbegrip? Boven blij en droevig? Boven vreugde en verdriet? Boven Hij, Zij en Het?

Daniël: Wat ben jij eenzijdig zeg, met al dat ontkennen.

Hans: En Herr Eckhart eet van twee walletjes.

Daniël: Hoezo?

Hans: Hij duidt hem en hij duidt hem niet.

Daniël: Als je dat maar weet.

Hans: Maar in de meeste gevallen duidt hij hem niet.

Daniël: Het is maar net waar je de nadruk op legt.

Hans: Eckhart zegt: ‘God is naamloos, want niemand kan iets over hem zeggen of weten. Als ik dus zeg: God is goed, dan is dat niet waar. Als ik zeg: God is wijs – het is niet waar. Als ik zeg: God is zijn – het is niet waar. Als ik zeg: God is niet zijn, het is niet waar. Over God kan men alleen maar zwijgen. Je moet niets over hem willen weten. Als er iets is wat je van hem denkt te kennen, dan is Hij dat niet. Hij is niet hier of daar. Hij is niet dit of dat. Hij is niet beminnenswaardig. Hij is geen geest. Hij is geen persoon. Hij is geen Hij. Hij is geen Het. Hij is op geen enkele wijze begrippelijk. Hij is ook niet nuttig. Wie Hem zoekt voor uiterlijke rijkdom of innerlijke troost zal hem niet vinden. Het hoogste en uiterste wat een mens omwille van God kan loslaten, is God zelf. In de grond van de godheid ontwordt zelfs God. God is de eeuwige afgrond van het goddelijke zijn.’ Nou jij weer

Daniël: Niet te geloven.

Hans: Zowel de weg naar God als de goddelijke ervaring zelf worden door hem aangeduid met de termen unwissen, nichtwissen en vergezzen.

Daniël: Jezus.

Hans: Volgens Eckhart mag Hij geen naam hebben.

Daniël: Als ik niet beter wist, zou ik zeggen dat hij God hier volledig ontkent.

Hans: Dat zou hij vast ontkennen.

Daniël: Zelfs dát zou hij ontkennen?

Hans: Als ik hem juist inschat.

Daniël: Niet te geloven.

Hans: Zo leeg is nou zijn god.

Daniël: Maar waarom noemt hij God dan één, eeuwig en ongeworden?

Hans: Omdat hij in de ban was van het monistische idealisme van Pseudo-Dionysius? Omdat hij mooie eenheidservaringen had? Omdat hij een kind van zijn tijd was? Als concessie aan zijn christelijke gehoor? Om de inquisitie om de tuin te leiden? Omdat hij, net als ik, niks beters wist te verzinnen dan zichzelf voortdurend tegen te spreken? Omdat hij niet anders kon?

Daniël: Tja.

Hans: Ik dacht dat je het nooit zou zeggen.

Via recta

Daniël: Als je God op geen enkele wijze kunt kennen en als Hij zich ook niet laat beminnen, hoe moet je Hem dan benaderen?

Hans: Volgens Eckhart door jezelf zoveel mogelijk aan hem gelijk te maken. Door hem ‘niet-geestelijk’ lief te hebben.

Daniël: Hoe doe je dat?

Hans: Zo dat je ziel niet-geestelijk is. Je ziel moet zich losmaken van alle beelden en begrippen. Helemaal leeg worden. Je moet Hem liefhebben zoals hij is.

Daniël: Maar hoe is Hij dan? Wie is Hij dan? Wat is Hij dan?

Hans: Hij is wat jij bent, zegt Eckhart.

Daniël: Wat ben ik dan?

Hans: Het volstrekt onbekende. Niet-god. Niet-geest. Niet-persoon. Niet-beeld. Niet-weten. Leegte.

Daniël: Hoe kom ik tot mezelf?

Hans: Zoals je tot de wereld komt.

Daniël: Hoe kom ik tot de wereld?

Hans: Zoals je tot god komt.

Daniël: Hoe komt ik tot God?

Hans: Zoals je tot jezelf komt.

Daniël: Nou weet ik weer niks.

Hans: Zo kom je tot jezelf.

Daniël: Maar wat betekent dat dan?

Hans: Tot jezelf komen betekent ieder zelfbeeld wissen. Tot de wereld komen betekent ieder wereldbeeld wissen. Tot god komen betekent ieder godsbeeld wissen.

Daniël: Maar waartoe kom je dan nog?

Hans: Nou?

Daniël: Tot het ene, zou ik zeggen. Tot eenheid.

Hans: Alleen als je nog niet alle beelden bent kwijtgeraakt.

Daniël: Dat snap ik niet. Hoe zou er zonder beelden nog onderscheid kunnen zijn?

Hans: Dat snap ik niet. Hoe zou er zonder beelden nog eenheid kunnen zijn?

Daniël: Want eenheid is een beeld?

Hans: Wat anders?

Daniël: Waarom zegt Meister Eckhart dan: “Je moet aan jouw jij-zijn ontzinken en in zijn hij-zijn wegvloeien, en jouw ‘jij’ moet in zijn ‘hij’ een ‘mijn’ worden”?

Hans: Wat zegt hij daar volgens jou?

Daniël: Dat ik Hem moet worden?

Hans: En wat is Hij?

Daniël: Het volstrekt onbekende?

Hans: En wat ben jij?

Daniël: Het volstrekt onbekende?

Hans: En wat is het verschil tussen het volstrekt onbekende en het volstrekt onbekende?

Daniël: Ja, hoe weet ik dat nou.

Hans: En wat is de overeenkomst tussen het volstrekt onbekende en het volstrekt onbekende?

Daniël: Het volstrekt onbekende?

Silentio et tenebris

Hans: Niet slecht.

Daniël: Maar ook niet goed?

Hans: Het is nog steeds teveel gezegd.

Daniël: Ga weg.

Hans: Als je spreekt van het volstrekt onbekende dan heb je het nog altijd over een object, over iets met eigenschappen. Om nog maar te zwijgen over het subject dat het object in kwestie niet zou kunnen kennen.

Daniël: Welke eigenschappen bedoel je? Ik zie ze niet.

Hans: Zijn en onkenbaarheid.

Daniël: Dat is nog steeds teveel gezegd?

Hans: Snap je?

Daniël: Want er is geen God en er is geen ik?

Hans: Dat is nog steeds teveel gezegd.

Daniël: Wat moet ik dan zeggen?

Hans: Waarom zou je iets zeggen?

Daniël: Bedoel je dat je niets moet zeggen?

Hans: Dat is ook zo nietszeggend.

Daniël: Wat zou jij zeggen?

Hans: Tja.

Daniël: Een nederig tussenwerpsel.

Hans: Voor mij is het de hoogste poëzie.

Daniël: Het kortste gedicht.

Hans: Het enige.

Daniël: En wat betekent het?

Hans: Dat ik niet weet.

Daniël: En dat is niet teveel gezegd?

Hans: Jawel.

Daniël: Waarom?

Hans: Omdat ik dat ook niet weet.

Daniël: Wat niet?

Hans: Dat ik niet weet. Maar dat is al verdisconteerd in mijn ‘tja’.

Daniël: Tja betekent dat je niet weet en dat ook niet.

Hans: En dat ook niet, en dat ook niet, en dat ook niet.

Daniël: Ik kan me nauwelijks voorstellen dat dit het is wat Meister Eckhart wilde zeggen.

Hans: Ik ook niet. Toch deed hij onmiskenbaar zijn best om zo min mogelijk over God te zeggen. Net als Pseudo-Dionysius, Gregorius van Nyssa en Plotinus vóór hem. Net als talloze mystici na hem.

Daniël: Volgens mij overdrijf je het negatieve aspect.

Hans: Eckhart’s verregaande ontkenningen zijn ook het pauselijk gezag destijds niet ontgaan.

Daniël: O?

Hans: Kort na Eckharts dood heeft paus Johannes XXII zeventien van zijn stellingen beoordeeld als ketters en er nog eens elf bekritiseerd.

Daniël: Dat geeft wel aan dat Meister Eckhart er niet in geslaagd is niets te zeggen.

Hans: Tenzij niet-zeggen door de kerk werd opgevat als heterodoxie.

Daniël: Werd niet-zeggen door de kerk opgevat als heterodoxie?

Hans: Vraag dat maar aan de kerk.

Daniël: Ik ben niet overtuigd.

Hans: De soefi-mysticus Rumi heeft gezegd: ‘Gods wezen is Zijn verborgenheid’.

Daniël: Hm.

Hans: En de soefi Hafiz spreekt over de plaats:

waar de adem stokt

ergens waar de geest
zachtjes wiegt
waar het laatste restje
verstand

struikelt en bloost
terwijl het tracht te spreken
in een taal
die nog moet worden
uitgevonden

stompend in een homp klei
op zoek naar het allereerste
ware
beeld
van
God

Daniël: Hm.

Hans: En de Duitse mysticus Angelus Silesius dichtte in de zeventiende eeuw:

De afgrond van mijn geest
roept aldoor met geschrei
de afgrond aan van God:
welk is het diepst van bei?

en

Wij bidden: Vader, mij
geschiedde naar uw wil.
En zie: God heeft geen wil
voor eeuwig blijft hij stil.

en

Gelatenheid vindt God:
God echter zelf te laten
is een gelatenheid
die men niet aan kan praten.

en

Wat is de eeuwigheid?
Ze is noch dit noch dat.
Noch nu noch iets noch niets.
Ze is ik weet niet wat.

en

Wie waarlijk arm is wil
met niets door ’t leven gaan.
Bood God hem ook Zichzelf
hij nam ’t geschenk niet aan.

Lees ook: Wat is mystiek?

En ook op de top

Daniël: Wat een armoe, zeg. Ik had me er heel wat meer van voorgesteld.

Hans: Niet weten is geen voorstelling.

Daniël: Wat is het dan wel?

Hans: Geen-voorstelling.

Daniël: Je zou toch verwachten…

Hans: Niet weten is vrij zijn van verwachtingen.

Daniël: Wanneer ben je vrij van verwachtingen?

Hans: Wanneer je helemaal zonder zelfbeelden, zonder wereldbeelden en zonder godsbeelden bent. Wanneer je jezelf, de wereld en God zelfs niet meer ziet als beeldloos of onkenbaar of leeg of identiek. Wanneer je zelfs niet meer verwacht dat je ooit vrij van beelden en verwachtingen zult zijn. Wanneer je je zelfs van je leegte hebt ontledigd. Wanneer je zo ver bent gegaan als je maar gaan kon, en daar nog weer voorbij. En daar nog weer voorbij. En daar nog weer voorbij.

Daniël: Gate gate paragate parasamgate.1

Hans: Panta epekeina.2

Daniël: Wat zie je dan?

Hans: Ken je het gedicht ‘wu’ dat ch’anmeester Wumen Huikai (Mumon) in de dertiende eeuw schreef na zijn ontwaken?

Daniël: Nee.

Hans: Het gaat zo:

wu wu wu wu wu
wu wu wu wu wu
wu wu wu wu wu

Daniël: Zegt me niets.

Hans: Precies.

Daniël: Hè?

Hans: Wu is Chinees voor nee of niet of leegte.

Daniël: O.

Hans: Zo kun je het ook zeggen.

Daniël: Jij bent zeker de leukste thuis.

Hans: Van de mysticus Johannes van het kruis is een soortgelijke tekst overgeleverd uit de zestiende eeuw:

nada, nada, nada
nada, nada, nada
aún en el monte
nada3

Daniël: Zegt me ook niets.

Hans: Nada is Spaans voor niets, leegte:

niets, niets, niets
niets, niets, niets
en ook op de top
niets

Daniël: Hm.

Hans: Waarom schreef Johannes van het Kruis dit? Hoe kom je tot zoiets? Wat denk jij dat hij gezien heeft bovenop die berg?

Daniël: Tja.

Hans: Het Niets dat god heet? Het Niets dat Johannes van het Kruis heet? Het Niets dat ziel heet? Het Niets dat wereld heet? Het Niets dat dwaasheid heet? Het Niets dat niet weten heet? Niets?

Daniël: Eh…

Hans: Wat denk je dat Johannes van het Kruis bedoelde toen hij de hoogste kennis omschreef als ‘onbepaald’ en ‘zo licht en teer dat de ziel niet in staat is haar te zien of op te merken’?

Daniël: Ik pas.

Hans: ‘Hm’, ‘tja’, ‘eh’, ‘ik pas’…

Daniël: En?

Hans: Voor iemand die het nog niet ziet weet je het prima te verwoorden.


  1. Verder, verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij; mantra uit de hartsoetra
  2. Alles voorbij; term van Pseudo-Dionysius de Areopagiet
  3. Terug te vinden in de uitleg van Johannes van het Kruis bij de Schets van de Bestijging van de Berg Karmel: ‘Pad naar de berg Karmel – Geest van volmaaktheid: Niets, niets, niets, niets, niets, niets en ook boven op de berg niets.’

Lees ook: Wat is taoïsme? Meester Tja en de tao van tja