Wat is non-dualisme?

‘Non-dualisme is de non-leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent.’ Advaita als agnose en vedanta als het einde van de wijsheid; dwaalteksten over zijn en niet zijn, zien en doorzien.

Dwaalgids > Advaita > Wat is non-dualisme?

Non-dualisme is de non-leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent

Lees ook: Wat is non-dualiteit?, De non-dualist en de non-filosoof, Brieven advaita; het bewustzijn voorbij

Op deze pagina:

Non-dualisme is een ander woord voor ‘advaita’

Non-dualisme is een ander woord voor advaita.

Advaita is het eerste woord van de leer die advaita vedanta heet.

Advaita vedanta is Sanskriet voor niet-twee (a-dvaita) en het einde (anta) van de wijsheid (veda).

Niet-twee staat voor niet splitsen. Niet opdelen. Niet scheiden. Geen onderscheid aanbrengen. Zonder onderscheid zijn, of althans de onderscheidingen die je nou eenmaal onophoudelijk schijnt te moeten maken niet meer zo serieus nemen. Inzien dat het de hokjesgeest zelf is die de wandjes optrekt. Inzien dat die hokjesgeest zelf zo’n hokje is. Het denken doorzien, het doorzien van het denken doorzien en het doorzien van het doorzien van het denken doorzien.

Lees ook: Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen)

Non-dualisme is een vorm van non-wijsheid

maar niet ieder vorm van non-wijsheid is non-dualisme

Niet-tweeheid is het hoofdwoord van ‘advaita vedanta’. Bij de vertaling naar een Nederlands synoniem werd het tweede woord, de apofatische term ‘vedanta’, kennelijk niet van wezenlijk belang geacht. Vandaar dat wij tegenwoordig spreken van ‘non-dualisme’ en niet van ‘non-wijsheid’.

Terecht, denk ik. Als advaita de soortnaam is, dan is vedanta de familienaam. Een soort heeft maar één familie, een familie meerdere soorten. Non-dualisme is een vorm van non-wijsheid, maar er zijn veel vormen van non-wijsheid die geen non-dualisme zijn.

Andere vormen van non-wijsheid zijn bijvoorbeeld zenboeddhisme, daoïsme, quiëtisme, scepticisme, pyrronisme, nominalisme, pluralisme, postmodernisme, cynisme, defaitisme, nihilisme, obscurantisme, stoïcisme, agnosticisme, anarchisme, irrationalisme, absurdisme en dadaïsme.

Advaita vedanta is dus op de eerste plaats non-dualisme en pas op de tweede plaats non-wijsheid.

Tip: Weetnietkunde

Tien gewetensvragen voor non-dualisten

Als je deze pagina hebt aangeklikt, heb je vast weleens wat over non-dualisme en advaita gelezen. Misschien heb je je er al jaren in verdiept en zie je jezelf inmiddels als de kenner van het gekende, als het doek van de film, als het ene, de bron of het leven zelf, en weet je je volledig verlicht.

Je bent de eerste niet. Je bent ook de eerste niet die daarbij over het hoofd ziet dat non-dualisme geen onderscheid maakt tussen verlicht en onverlicht. En ook de laatste niet.

Beantwoord naar eer en geweten de volgende vragen:

Valt er volgens jou* in de advaita vedanta nog iets te onderscheiden?

Is de advaita vedanta volgens jou een zijnsleer, een kenleer of een non-leer?

Is de advaita vedanta volgens jou een monisme, een dualisme of een non-dualisme?

Is de advaita vedanta volgens jou een filosofie, een antifilosofie of een non-filosofie?

Is de advaita vedanta volgens jou de hoogste waarheid of wijsheid, of het einde van alle waarheid en wijsheid?

Verwijst de advaita vedanta volgens jou naar een hogere identiteit zoals de kenner, atman of het ware zelf, of naar het einde van iedere vorm van identificatie?

Is de advaita vedanta volgens jou een vorm van gnosis of van a-gnosis?

Is er volgens jou in de advaita vedanta ruimte voor dit soort vragen? Ze veronderstellen immers allerlei dualiteiten, zoals de kenner versus het gekende, alles versus niets, zijnsleer versus kenleer, monisme versus dualisme, wijsheid versus dwaasheid, identificatie versus disidentificatie.

Kan een leer zonder onderscheid volgens jou toch een leerstellige inhoud hebben?

Lees ook: Wat is non-dualiteit?

Een non-definitie van non-dualisme

Wat is non-dualisme nou echt? Het is maar net wie je het vraagt. Ik heb het net aan jou gevraagd. Als je het mij vraagt?

Non-dualisme is de non-leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Deze non-definitie bestaat uit drie delen:

1. Non-dualisme erkent geen enkel onderscheid

2. Non-dualisme ontkent geen enkel onderscheid

3. Non-dualisme is een non-leer

Non-dualisme erkent geen enkel onderscheid

Dat non-dualisme geen enkel onderscheid erkent, weet iedereen die er weleens een boekje over heeft gelezen of een filmpje over heeft gezien.

Dit aspect van het non-dualisme is wat gewoonlijk non-dualiteit wordt genoemd, niet-tweeheid, door mij geoperationaliseerd als ‘niet weten te onderscheiden’ of ‘geen onderscheid weten te maken’ of althans ‘geen enkel onderscheid hard weten te maken’.

Lees ook het interview Passe-partout voor poortloze poorten, met name de eerste paragraaf over advaita en non-dualiteit.

Non-dualisme ontkent geen enkel onderscheid

Dat non-dualisme geen enkel onderscheid ontkent, zal je waarschijnlijk verrassen. Geen enkel onderscheid erkennen betekent toch zeker hetzelfde als ieder onderscheid ontkennen? Natuurlijk niet.

Waarom ontkent het non-dualisme geen enkel onderscheid? Omdat ontkennen nog steeds een vorm van scheiden is. Ontkennen is onderscheid maken tussen hoe het niet zit en hoe het wel zit. Een radicaal non-dualisme ontkent niets, dit ook niet.

Non-dualisme is een non-leer

Wat voor leer is een leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent? Welke leerstelligheden bevat een dergelijke leer? Geen enkele. Waarom niet? Omdat leerstelligheid zonder onderscheid onmogelijk is.

Probeer maar eens een leerstelling te formuleren die geen enkel onderscheid erkent, ontkent of veronderstelt. Toe dan. Ik wacht wel even…

En? Zei ik toch.

Wat voor leer is een leer zonder leerstellingen? Geen leer. Een leer zonder leerstellingen is ook geen antileer. Een leer zonder leerstellingen is een non-leer.

Als je radicaal non-dualisme toch als een leer wilt zien, moet je het een lege leer noemen. Een lege leer is een leer zonder onderscheidingen, zonder onderstellingen en zonder stellingen.

‘Een’ lege leer, zei ik zojuist. Alsof er meerdere lege leren mogelijk zijn. Maar is dat wel zo? Waarin zou de ene lege leer van de andere moeten verschillen? Ik zou het ook niet weten. Non-dualisme is dé lege leer. Of dé non-leer, ook goed.

Filosofisch non-dualisme versus radicaal non-dualisme

Om het non-dualisme als non-leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent te onderscheiden (ha!) van het heersende non-dualisme als een monistische filosofie en levensbeschouwing, zal ik de laatste kwalificeren als filosofisch en de eerste als radicaal.

Wat leert filosofisch non-dualisme?

Het filosofisch non-dualisme leert in hoofdlijnen het volgende:

1. Alle verschijnselen zijn illusies.

2. Ook jouw persoon is een illusie, een fictie, even reëel als een romanfiguur in een boek, een acteur in een film.

3. In werkelijkheid ben jij de kenner, niet het gekende.

4. De kenner is diegene, of liever datgene waarin alle verschijnselen verschijnen en verdwijnen, meestal bewustzijn genoemd.

5. Er is maar één universeel bewustzijn, het Bewustzijn.

6. Alle personen en andere verschijnselen zijn manifestaties van het ene Bewustzijn. Ieder individueel gezicht is een gezicht van het ene Bewustzijn. Alle handen en voeten zijn handen en voeten van het ene Bewustzijn.

7. Alle nonverschijnselen zijn ongemanifesteerd Bewustzijn.

In plaats van Bewustzijn spreekt men ook wel van Zijn, de Bron, het Ene, het Leven, God, het Zelf…

Filosofisch non-dualisme is per definitie een idealistisch monisme. Westerse filosofieën uit dezelfde categorie zijn de zijnsleer van Parmenides (circa 515 voor Christus), de monadologie van Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716), het spiritualistisch idealisme van George Berkeley (1685-1753) en het absoluut idealisme van Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831).

Dit is in een notendop wat het filosofisch non-dualisme leert.

Wat leert radicaal non-dualisme?

Niets.

De lege canon: non-dualisme in tien ontkenningen

Het zien doorzien en de kenner ontkend; non-dualisme als non-leer, non-filosofie, non-wijsheid en non-identificatie

Onder radicaal non-dualisme versta ik de lege leer die niets definieert, niets veronderstelt en niets stelt, maar al het definiëren, al het veronderstellen en al het stellen voor onbepaalde tijd opschort. Niet omdat de radicale non-dualist een scepticus is, want sceptici zijn filosofen; niet omdat de radicale non-dualist een nihilist is, want nihilisten zijn filosofen; niet omdat de radicale non-dualist een fatalist is, want fatalisten zijn filosofen; maar precies omdat de radicale non-dualist geen enkel onderscheid, geen enkele veronderstelling, geen enkele stelling hard weet te maken, en daar ook geen enkele behoefte meer aan heeft.

Hoewel radicaal non-dualisme een lege leer is, en de radicale non-dualist een lege leerling, een eeuwige beginner, een weetniet zonder weerga, valt er toch nog wel íets over te zeggen.

Stellingen die niet tot het radicaal non-dualisme zelf behoren (dat immers leeg is) maar toch iets over deze lege leer beweren, zou je metastellingen kunnen noemen.

Metastellingen over de lege leer hebben een ontkennende, een apofatische vorm en ondersteunen door hun ontledigende functie de leegte van de non-leer die non-dualisme heet. Samen vormen ze de lege canon:

1. Non-dualisme is geen kenleer, maar het einde van de epistemologie

Waarom is non-dualisme geen kenleer? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over de kenner, het gekende, over subject en object, over de waarnemer en de wereld, hun overeenkomsten, verschillen en verbanden?

Radicaal non-dualisme is een lege epistemologie.

Tip: Weetnietkunde

2. Non-dualisme is geen zijnsleer maar het einde van de ontologie

Waarom is non-dualisme geen zijnsleer? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over het zijnde, het niet-zijnde, essentie en substantie, primaire en secundaire kwaliteiten, causaliteit en contingentie, overeenkomsten, verschillen en verbanden?

Radicaal non-dualisme rekent af met alle metafysica. Het is een lege ontologie.

3. Non-dualisme is geen wijsbegeerte maar het einde van de filosofie

Waarom is non-dualisme geen wijsbegeerte? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over de wereld, de dingen, het leven, de dood, subject versus object, stof versus geest, het absolute versus het relatieve, ethiek of de vrije wil?

Radicaal non-dualisme rekent af met alle theorieën. Het is een lege filosofie.

Tips: Wat is liefde?, Wat is de zin van het leven?, De dood doodgedacht, Waarnemen of waargeven? De illusie van subject en object, Voorbij goed en kwaad, Vrije wil, onvrije wil en ongewilde vrijheid

4. Non-dualisme is geen kosmologie maar het einde van de grote verklaringen

Waarom is non-dualisme geen kosmologie? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over de oorzaak van het heelal, de oorsprong en bestemming van de verschijnselen, de betekenis, het waarom en waartoe van het bestaan, over de herkomst en de toekomst van de mensheid en het leven?

Radicaal non-dualisme rekent af met alle wereldbeelden. Het is een lege kosmologie.

Tip: Kosmische grappen

5. Non-dualisme is geen monisme maar het einde van het tellen

Waarom is non-dualisme geen monisme? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over de substanties waaruit alles is gemaakt of de telbaarheid van de zijnden of van het zijnde of van de substanties waaruit de zijnden of althans hun wezen of essentie gemaakt zijn?

Om soortgelijke redenen is radicaal non-dualisme ook geen nihilisme of pluralisme.

Tip: Metafysica in een wezenloze wereld

6. Non-dualisme is geen zelfbeeld maar het einde van iedere identificatie

Waarom verschaft non-dualisme je geen nieuwe, hogere identiteit? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over jezelf, het ego, het zelf, atman, anatman of brahman, god boven jou of god in jou of jij in god, kleine ik, grote ik, je ware aard of je oorspronkelijke gezicht?

Radicaal non-dualisme rekent af met alle zelfbeelden. Het is een lege identiteit.

Lees ook: Wie ben je?, Ben je jezelf of het Zelf?

7. Non-dualisme is geen geloof maar het einde van iedere overtuiging

Waarom is non-dualisme geen nieuw geloof? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over je herkomst, je bestemming, de ene god of de vele goden, engelen, priesters, kerken, normen, waarden, geopenbaarde wijsheid, rituelen en liturgie, over almacht en onmacht, alwetendheid en onwetendheid, waarheid en onwaarheid?

Radicaal non-dualisme rekent af met ieder geloof, zowel religieus als seculier. Het is een leeg geloof.

Corrolarium:

8. Non-dualisme is geen ongeloof maar het einde van alle scepsis

Met andere woorden, non-dualisme is een leeg ongeloof. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het scepticisme, het pyrronisme, het subjectivisme, het solipsisme, het nominalisme en andere vormen van non-wijsheid (zie boven).

Tip: Groot Ongeloof, Grote God, God is een poort, Ledig de Geest in de Wolk van niet-weten

9. Non-dualisme is geen twijfel maar het einde van iedere onzekerheid

Immers, wat valt er te twijfelen als je geen enkel onderscheid erkent of ontkent?

Bij gebrek aan twijfel en onzekerheid zou je misschien denken dat non-dualisme leidt tot absolute zekerheid, maar dat is onzin. Absolute zekerheid waarover? Over absoluut niets. Wat is absolute zekerheid over absoluut niets? Tja.

Non-dualisme is niet alleen het einde van iedere onzekerheid maar ook van iedere zekerheid. Non-dualisme, dat is: no claim en geen verzekering.

Tip: Grote Twijfel, Grote Verlichting

10. Non-dualisme is geen leer of het is de lege leer

Geen gnose maar agnose

Non-dualisme kan je niet alleen het lege geloof, de lege identiteit, de lege filosofie et cetera noemen maar met evenveel recht, dat wil zeggen, geen enkel, de lege spiritualiteit, de lege waarheid, de lege weg, het lege woord, de lege stelling, het lege geheim, de lege leraar (of leerling of meester), de lege mens, de lege geest, het lege testament, de lege boodschap, het lege evangelie (het a-vangelie), het lege standpunt, de lege moraal, het lege zelfbeeld, het lege mensbeeld, het lege wereldbeeld, het lege boeddhabeeld, het lege heiligenbeeld, het lege ideaalbeeld, het lege schrikbeeld en bedenk het allemaal maar.

Waarom? Omdat het non-dualisme geen enkel onderscheid erkent of ontkent. Hoe zou je…

We kunnen die hele riedel samen met alle ontkenningen samenvatten in de uitspraak: non-dualisme is de lege leer oftewel geen leer oftewel de non-leer. Daarmee zijn we teruggekeerd bij de non-definitie waarmee we deze pagina begonnen:

Non-dualisme is de non-leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Je snapt het onderhand wel, zou ik zo denken. En als je het nog niet snapt, des te beter. Wat valt er te begrijpen aan de lege leer?

Je hoeft niet eens te begrijpen dat je zonder onderscheidingen geen zinvolle uitspraken kunt doen over wat dan ook. Dat merk je vanzelf wel.

Je hoeft niet eens te onthouden dat de onderscheidingen die zich onophoudelijk aan je voordoen bij nader inzien geen standhouden. Ook dat merk je vanzelf wel.

Je hoeft je ook niet vast te houden aan de begrippen non-dualisme, de lege leer of niet-weten. Het zijn maar gimmicks van de schrijver. Weg ermee, en weg ook met het weg ermee.

Tip: Zoeken naar het einde van het zoeken

Een inleiding in het non-dualisme is een uitleiding uit het non-dualisme

Non-dualisme, dat is drie keer niks. Nada nada nada. Het heft zichzelf op en het heft zijn eigen einde op:

Non-dualisme is het einde van het non-dualisme en het einde van het einde.

Wat dan wel een nieuw begin zal zijn. Maar waarvan?

Iedere inleiding in het non-dualisme blijkt een uitleiding uit het non-dualisme, deze ook. Zoals bij elke leer die gebaseerd is op een paradox. Iedere poortloze poort is een draaideur. Je blijft net zolang rondjes draaien tot je ervan wegloopt. Dat zien we bij zen, dat zien we in de mystiek, dat zien we in het taoïsme, dat zien we in het pyrronisme en dat zien we bij niet-weten:

Een inleiding in zen is een uitleiding uit zen.

Een inleiding in de mystiek is een uitleiding uit de mystiek.

Een inleiding in het taoïsme is een uitleiding uit het taoïsme.

Een inleiding in het pyrronisme is een uitleiding uit het pyrronisme.

Een inleiding in niet-weten is een uitleiding uit niet-weten.

En voor iedereen die zich verlichting wil toe-eigenen:

Een inleiding in verlichting is een uitleiding uit verlichting.

Aan het eind van de rit sta je met lege handen. Niets aan te doen of laten.

Tip: Wat is niet-weten?

Filosofisch non-dualisme bestaat niet

Een boel woorden, toegegeven, alleen maar om ze des te beter af te kunnen serveren. Wat wil ik nou eigenlijk zeggen?

Dit: dat non-dualisme en filosofie niet samengaan. Zonder onderscheid valt er niet te filosoferen, zelfs niet over eenheid. Wie geen enkel onderscheid erkent of ontkent, is uitgepraat. Zelfs dat er niets te zeggen is kan hij niet meer zeggen. Alles wat hij toch zegt moet hij vroeger of later terugnemen. De enige manier om dat te voorkomen is zich te beperken tot lichaamstaal: zijn schouders ophalen, een boer laten, glimlachen, knipogen. Maar dat is ook geen doen.

Filosofisch non-dualisme is een contradictio in terminis, zoals dat zo mooi heet. Dat wordt nog duidelijker als je in plaats van ‘filosofisch’ ‘dualistisch’ schrijft: dualistisch non-dualisme is een contradictio in terminis. Een innerlijke tegenspraak.

Wie zo nodig wil filosoferen moet afscheid nemen van de niet-tweeheid die hem de mond snoert. Daarom stel ik voor het onderscheid tussen filosofisch non-dualisme en radicaal non-dualisme te laten vallen en het woord non-dualisme te reserveren voor de enige leer die werkelijk non-dualistisch is: de lege leer. Het filosofisch of dualistisch non-dualisme krijgt de enige naam die het verdient: monisme. Een absoluut idealistisch monisme om precies te zijn.

Filosofie is een houvast. Je verzint of adopteert denkbeelden, zelfbeelden, mensbeelden, godsbeelden, wereldbeelden en houd je daaraan vast. Je steekt er je hand voor in het vuur. Je giet ze in beton, zet ze op een voetstuk, aanbidt ze en probeert anderen ook zo gek te krijgen, want de meeste stemmen gelden, volgens de consensustheorie van waarheid.

Je redeneert je helemaal suf om je denk-beelden netjes op elkaar aan te laten sluiten en het gebouw van rationalisaties overeind te houden, want waarheid is samenhang en consistentie, volgens de coherentietheorie van waarheid.

Jij bent je zelfbeeld, de mens is jouw mensbeeld, god is jouw godsbeeld, de wereld is jouw wereldbeeld, en zolang je dat maar gelooft en alle signalen negeert waaruit blijkt dat je niet samenvalt met je zelfbeeld, de mens niet met jouw mensbeeld, god niet met jouw godsbeeld, de wereld niet met jouw wereldbeeld et cetera, lijkt alles in orde en onder controle.

Non-dualisme zoals ik het versta is een laatlos. Er valt niets te redeneren, niets uit te leggen, niets vast te leggen, niets over te dragen, zelfs geen non-dualisme, zelfs geen lege leer. Er valt zelfs niets los te laten.

Iedere zin, iedere veronderstelling, iedere stelling, iedere metastelling loopt dood in non-dualiteit, deze ook. Iedere gedachte gaat in rook op, deze ook. Aan het eind van de rit is er geen verhaal meer over, ook niet het verhaal dat er aan het eind van de rit geen verhaal meer over is.

Zelfs als hij spreekt, zegt de non-dualist niets.

Zelfs als hij zwijgt, zegt de non-dualist niet niets.

Zalig zijn de non-dualisten: zij halen overal hun schouders voor op.

Lees ook: Zalig zijn de armen van geest

Non-dualisme is een non-weg, een non-zelf, een non-geloof…

Kanonnen! Het lijkt wel oorlog!

Om geen enkel misverstand te laten bestaan over het wezen van non-dualisme, ik bedoel natuurlijk het non-wezen ervan, wil ik hier benadrukken:

Non-dualisme is geen leer maar een non-leer.

Non-dualisme is geen waarheid maar een non-waarheid.

Non-dualisme is geen wijsheid maar non-wijsheid.

Non-dualisme is geen verlichting maar non-verlichting

Non-dualisme is geen geloof maar een non-geloof

Non-dualisme is geen spiritualiteit maar non-spiritualiteit.

Non-dualisme is geen weg maar een non-weg.

Non-dualisme is geen stelling maar een non-stelling.

Non-dualisme is geen geheim maar een non-geheim.

Non-dualisme is geen standpunt maar een non-standpunt.

Non-dualisme is geen idee maar een non-idee.

Non-dualisme is geen zelf maar een non-zelf.

En bovenal:

Non-dualisme is geen filosofie maar een non-filosofie.

Ka-nonnen!

Het lijkt wel oorlog!

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Demonstraties van het verschil tussen filosofie en non-filosofie

Spreken is verschil maken. Ik kan het ook niet helpen. Non-dualiteit is geen verschil maken, maar zodra ik dat zeg maak ik alweer verschil.

Maakt niet uit. Leraar, leerling, admiraal, onderscheid maken we allemaal. Het gaat erom hoe je ermee omgaat. Hoe serieus je het allemaal neemt. Of je er heilig in gelooft.

Dat geldt ook voor je ideeën over non-dualiteit. Zodra en zolang je erin gelooft is het gedaan met de non-dualiteit. Zodra en zolang je gelooft dat het allemaal onzin is, is het gedaan met de non-dualiteit.

Verschil mag er zijn. Vandaar dat ik je rustig durf te vragen om onderstaande correspondenties te lezen, die bedoeld zijn om het verschil tussen filosofie en non-filosofie, tussen dualisme en non-dualisme, tussen weten en niet-weten pijnlijk duidelijk te maken – om er des te beter afstand van te kunnen nemen. Waarvan, en wie dan, dat mag je zelf weten.

De briefwisselingen gaan over Zien, Zijn en Bewustzijn, favoriete onderwerpen van dualistische denkhoofden. De correspondenties worden afgewisseld met non-filosofische litanieën.

Deze teksten zijn net als al mijn dwaalteksten bedoeld als demonstraties van het non-dualistische denken, dat vrolijk onderscheidingen aanbrengt en ze even zo vrolijk weer achter zich laat. Balletjes opgooit om ze des te verder te kunnen wegslaan. Niet settelt, ook niet in niet-settelen.

Steeds in beweging blijven, ook op je praatstoel. Hoe moeilijk kan het zijn?

Lees ook: Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

Verschijnt het Zijn in het Kennen of het Kennen in het Zijn?

Er zijn duizenden ideeën over onze zogenaamde ingrond in omloop – monistisch, non-dualistisch, dualistisch, pluralistisch, holistisch, materialistisch, idealistisch, essentialistisch, theïstisch, agnostisch, atheïstisch – die elkaar allemaal negeren of tegenspreken. Allemaal uit gezaghebbende bron, conform een onfeilbare traditie of intuïtie, ondersteund met onweerlegbare argumenten op grond van evidente en onbetwijfelbare uitgangspunten en onderschreven door hechte gemeenschappen, genootschappen, academies, parochies, sangha’s, kloosters, clans, sektes, instituten, bendes, noem maar op. Waarom zou juist jouw idee op waarheid berusten, en al die andere niet?

Beste Hans,

Zijn of niet-zijn, ook dat is de vraag niet, schrijf je ergens op je website. Daar ben ik het mee eens. Zijn of niet-zijn is geen vraag, maar Zijn is wel het antwoord. Daarmee bedoel ik natuurlijk niet het concept ‘zijn’ maar het Zijn zelf, datgene wat door geen filosofie omvat kan worden. Het concept ‘zijn’ doet het Zijn tekort maar dat geeft niets want het Zijn zelf is onaantastbaar. Het concept ‘zijn’ voegt ook niets toe want alles is al. Daar is geen filosofie voor nodig. Het kan aan Zijn nooit ontbreken.

Natuurlijk kan zijn ontkend worden door niet-zijn. Maar niet-zijn is een vorm van zijn! Ook niet-zijn is, in ieder geval als stelling. Alleen al het feit dat er iets gesteld kan worden ten aanzien van zijn of niet-zijn bewijst dat zijn is. Dat kan niet anders. Iets moet eerst zijn voordat het gekend of ontkend of genegeerd kan worden.

Zijn is de bodem, verder dan Zijn kan ik niet komen, Zijn is de basis van alle dingen en wezens, van alle bestaan. Zijn is niet gekoppeld aan mijn persoon, het staat er niet buiten; het is persoonlijk noch onpersoonlijk. Er is alleen het ongedefinieerde Zijn. Dit Zijn sluit niets uit, ook het benoemen en definiëren niet, want wat is, is.

Waar ik ook ben, wat ik ook doe, ieder moment is het ongescheiden Zijn mijn ingrond. In dit ongescheiden Zijn ingebed vinden we lichaam-ervaring, de bundels van gedachten, gevoelens en waarnemingen die in het boeddhisme de skandha’s worden genoemd. De persoon. In dat ervaren, denken, voelen en kennen verschijnt via de zintuigen ook de wereld waarin wij leven. Dit alles is niets anders dan gemanifesteerd Zijn. Het manifeste Zijn verschijnt en verdwijnt in het ongemanifesteerde Zijn. Alles komt en gaat in tijdloos Zijn.

Het concept ‘zijn’ is slechts een zwakke afspiegeling van het ware Zijn maar in intellectueel opzicht kunnen we dunkt mij niet dichterbij komen. Daarom aanvaard ik het concept ‘zijn’ als de best denkbare, de zuiverste uitdrukking, zowel filosofisch als religieus, van het ware Zijn. Het concept ‘zijn’ is onschuldig want het is geen dogma, het stelt niet en het eist niet. Aangezien alles Zijn is kunnen we alles onder de noemer ‘zijn’ brengen. In Zijn is overal ruimte voor en blijft niets onopgemerkt.

Omdat het ware Zijn zich niet in woorden laat vangen, schieten al deze woorden, die zelf in Zijn verschijnen, hopeloos tekort. Maar voor deze korte beschouwing over Zijn durf ik mijn handen in het vuur te steken. Wat Zijn is weet ik natuurlijk niet, ik kan het niet weten en ik wil het niet weten. Zijn is een mysterie en de kunst is het mysterie mysterie te durven laten zijn. Er hoeft geen weten of verklaren of benoemen aan toegevoegd te worden.

Ik zeg dit alles niet in zijn algemeenheid maar alleen voor mezelf. Ik kan niet voor anderen spreken, ik ken niemand van binnenuit behalve mezelf, en ik verlang er niet naar mijn gedachten aan anderen op te dringen. Ik ben een zijnsdominee met een lege kerk. Alleen aan jou durf ik mijn preek te sturen, wetend dat je er geen aanstoot aan zult nemen en rustig in niet-weten zult verblijven, wat ik ook zeg.

Beste Dirk,

Dank voor je fraaie verhaal over het ware Zijn. Ik heb het weleens slechter verwoord gezien. Daarom mag jij gerust mijn zijnsdominee zijn. Dan ben ik wel jouw lege kerk. Want verschil moet er zijn. Zelfs in het ongedefinieerde Zijn.

Nog een verschil: Jij hebt iets om je hand voor in het vuur te steken. Dat moet een heerlijk gevoel zijn, zo’n derdegraads verbranding. Zelf loop ik er liever omheen. Als ik mijn hand dan toch ergens in moet steken, dan maar in iets lauws. Het tepidarium van niet-weten bijvoorbeeld. Ik zou ook kunnen zeggen: waarvoor zou ik mijn hand in het vuur moeten steken? Ik bén het vuur. Maar ja, dan kan ik dát weer gaan tegenspreken.

Ben jij trouwens een fan van Descartes?

Dirk: Descartes is niet mijn specialiteit dus ik heb hem maar weer eens opgezocht. Cogito ergo sum, ik denk dus ik ben. Maar dat beweer ik nou net niet. Volgens mij heb je mij helemaal verkeerd begrepen. Verbazingwekkend. Het is precies andersom, ik ben dus ik denk. Beter nog: Ik ben dus ik word gedacht. Heb ik het dan zo onduidelijk uitgelegd? Of heb jij zo slordig gelezen?

Hans: In je eerste brief, tweede alinea, schrijf je:

‘Natuurlijk kan zijn ontkend worden door niet-zijn. Maar niet-zijn is een vorm van zijn! Ook niet-zijn is, in ieder geval als stelling. Alleen al het feit dat er iets gesteld kan worden ten aanzien van zijn of niet-zijn bewijst dat zijn is. Dat kan niet anders! Iets moet eerst zijn voordat het gekend of ontkend of genegeerd kan worden.’

Dat er iets gesteld kan worden bewijst dat er iets is, zeg je hier toch? Het zijn gaat vooraf aan het kennen?

Descartes schrijft: dat ik twijfel bewijst dat ik moet zijn (dubito ergo sum; beter bekend als het cogito, afgeleid van cogito ergo sum – ik denk dus ik ben). Oftewel mijn zijn gaat vooraf aan mijn twijfelen/kennen.

Ik zie het verschil tussen jullie niet, behalve dat Descartes het had over zijn eigen bestaan en jij over zijn in het algemeen.

Cogito ergo sum of sum ergo cogito, het zal me persoonlijk worst wezen. Of het zijn nou in het kennen verschijnt of het kennen in het zijn of beide of geen van beide. Voer voor filosofen. Ik reken mij niet tot de filosofen.

Juist het idee dat je over dit soort zaken met stelligheid iets, wat dan ook, kunt zeggen, bevestigend of ontkennend of anderszins, is bij mij verdwenen. Dat geldt ook voor jouw opvatting dat je wordt gedacht omdat je bent. Ik neem aan dat je daarmee wil zeggen dat jij het niet bent die denkt, of dat er geen jij is die denkt, maar dat je wordt gedacht, dat het Zijn in jou denkt, of in zichzelf, of zichzelf?

Mij lijkt dat een fatalistisch monisme, niet minder juist maar ook niet juister dan het gangbare activistisch dualisme dat de mens ziet als oorsprong en meester van zijn gedachten maar niet van de wereld waarin hij zichzelf denkende aantreft. Zo ruil je het ene isme in voor het andere en ziet het aan voor een bevrijdend inzicht.

Zelf weet ik niet of ik denk of gedacht wordt, en ook niet of ik wel of niet ben, en ook niet of ik het ongedefinieerde zijn of het gedefinieerde zijn ben of beide of geen van beide, en ook niet waar die termen allemaal voor staan en of ze wel ergens voor staan. Ik weet het gewoon niet en daar ben ik niet trots op en daar schaam ik me niet voor en daar kan ik prima mee leven.

Jij houdt er volbloed gedachten op na, een hele stal vol, en ik zie dat ze veel voor je betekenen, maar bij mij gaan ze het ene oor in en het andere oor uit. Net als mijn bloed. Net als alle andere spirituele en metafysische gedachten die massaal in omloop zijn gebracht sinds de kerk in het verdomhoekje zit. Voor geen daarvan steek ik mijn hand in het vuur, noch enig ander lichaamsdeel, noch mijn geest noch mijn ziel noch mijn zaligheid.

Maar ga gerust je gang.

Dirk: Ik vond een citaat van Peter Ralston op jouw website:

‘Voordat er sprake kan zijn van weten moet er eerst ruimte voor zijn, een staat van niet-weten.’

Daar kan ik me prima in vinden. Weten is gedifferentieerd Zijn, niet-weten is ongedifferentieerd Zijn en als ze al niet aan elkaar gelijk zijn dan is weten toch de kenmodus van het gedifferentieerde Zijn en niet-weten de kenmodus van het ongedifferentieerde Zijn. Weten is de weg waarlangs wij kennis nemen van de dingen en de wezens, niet-weten de weg waarlangs wij kennis nemen van hun onuitsprekelijke Bron. Het ongedifferentieerde Zijn en het gedifferentieerde Zijn zijn de keerzijden van één Zijn. Weten en niet-weten verschijnen (en verdwijnen) in het ene Zijn dat wij zijn.

Ik ben me ervan bewust dat ik mijn gedachten nog verder moet ontwikkelen. Ik word steeds helderder maar het is nog steeds niet helemaal uitgekristalliseerd. Ik ben er nog niet klaar mee. Eerlijk gezegd worstel ik ermee. Het zal wel onderdeel zijn van het creatieve brein, een leven in wording (en stervende).

Hans: Weten, niet-weten, zijn, niet-zijn, gedefinieerd zijn, ongedefinieerd zijn, tijdloos zijn, voor mij zijn het allemaal maar woorden. Wie zegt dat er iets achter zit? In naam der non-dualiteit breng je allerlei onderscheidingen aan op grond van vage intuïties en nog vagere motieven waar ik niet eens naar wil raden. Je splijt hemel en aarde en breekt je vervolgens het hoofd over de vraag hoe ze samenhangen. Net als in het christendom:

‘Is er een weg voor de ziel van het voorgeborchte naar de hemel?’

‘Wat is het verband tussen de ziel en de geest?’

‘Is het woord van de paus het Woord van God?’

‘Staan beschermengelen ook onder het gezag van aartsengelen?’

‘Hoe kunnen zulke heterogene wezens als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest een Heilige Drie-eenheid vormen?’

Net als in de natuurkunde:

‘Waarom draait de zon om de aarde?’

‘Wat bindt flogiston aan de materie en hoe kan het bij verbranding vrijkomen?’

‘Wat zijn de eigenschappen van de ether waarin de lichtgolf zich voortplant?’

‘Waarom verzet de natuur zich tegen een vacuüm?’

‘Wat is de golflengte van wit licht?’

Als ik vraag: ‘Hoe lang is de standaardmeter in Parijs?’ dan ben jij zo iemand die zonder blikken of blozen zegt: ‘Precies één meter.’ Als ik vraag: ‘Hoeveel weegt de zwaartekracht?’ dan zeg jij ogenblikkelijk: ‘9,8 meter per seconde kwadraat.’ Zonder je maar één moment om de geldigheid van de vraag te bekommeren.

Ik bestrijd je niet, Dirk. Ik spreek je taal niet. Ik ben geen kosmoloog. Voor ideeën over zijn moet je bij Douglas Harding of Tony Parsons zijn. Bij Parmenides, bij Heidegger. Bij het hindoeïsme, de upanishaden, weet ik veel. Bij Peter Ralston, die je met instemming citeert.

Zelf citeer ik ook weleens, maar nooit met instemming. Voor ideeën, welke dan ook, kun je niet bij mij terecht. Ik weet alleen maar niet. Met niet-weten in de betekenis van ‘zijn’ of als kenmodus daarvan heeft dat niets te maken. Net zomin als de bank waarop je tv kijkt iets te maken heeft met de bank waarop je geld staat. En spiritueel gezien ben ik geen ‘leven in wording (en stervende)’ maar gewoon zo dood als een pier. Of, nu we het toch over wormen hebben: off the hook.

Dirk: ‘Zijn’ is het refrein, Hein! ‘Zijn’ behoeft niets! Ook geen weten of niet weten! Het maakt Zijn niets uit of ik iets denk te weten of niet! Dat wat is is, ook de gedachten over wat dan ook! Ook de gedachten over Zijn! Weten en niet weten verschijnen in Zijn en niet andersom! Daar steek ik mijn hand voor in het vuur! ‘Zijn’ laat zich door geen enkel idee claimen! ‘Zijn’ gaat vooraf aan alle ideeën! Ideeën zijn simpelweg prachtige of lelijke manifestaties van ‘zijn’! ‘Zijn’ is de ingrond van al wat is – of je dat nou gerealiseerd hebt of niet!

Jou zegt het allemaal niets want jij weet het niet. Ook dat is Zijn! Wat kan ik zeggen om je binnen te leiden in de ingrond van ons bestaan?

Hoe is het trouwens met je gezondheid?

Hans: Ik heb maling aan herhaling, paling. Maar maak je niet sappel, appel. Dat het mij allemaal niets zegt, zegt mij ook niets. Dat ik het allemaal niet weet, weet ik ook niet. Van mij heb je niets te vrezen. Dus wat is het probleem? Ik voor mij ben allang blij dat je alleen maar je hand aan het vuur brandt.

Wat mijn gezondheid betreft: Ik ben nog steeds hondsmoe, maar gelukkig is het gevoel van malaise weer even weggetrokken. Zonder energie kan ik best leven. Heerlijk in mijn eigen roes, poes. Welke roes? De roes zonder smoes. De lege roes.

Wat ik nog vragen wou: waarom schrijft een zijnsfanaat als jij een weetniet als ik?

Dirk: Omdat ik ten diepste niet weet wat Zijn is.

Hans: Maar wel dát het is?

Dirk: Bestaan en niet-bestaan verschijnen in Zijn, niet andersom. Wat ons verbindt is dat ik geen idee heb wat dat Zijn kan zijn.

Hans: Waarom treed je dan toch als Zijn woordvoerder op?

Dirk: Wat bedoel je daar nou weer mee?

Hans: Stel dat je mij hoort roepen:

‘God behoeft niets! Het maakt God niets uit of ik iets denk te weten of niet! Weten en niet weten verschijnen in God en niet andersom! God laat zich door geen enkel idee claimen! God gaat vooraf aan alle ideeën! God is de ingrond van al wat is, of je dat nou gerealiseerd hebt of niet!’

Klink ik dan volgens jou als iemand die met lege handen staat, of eerder als een hogepriester met een hotline naar de hemel die zijn godje haarscherp in het snotje heeft?

Dirk: Het is het Zijn dat in mij spreekt en niet ik die van het Zijn spreek.

Hans: Maurice Merleau Ponty, Le visible et l’invisible.

Dirk: En wat dan nog?

Hans: Hoe weet je dat het Zijn niet in jou liegt?

Dirk: Ik ben het Zijn zelf! Niet wát ik ben maar dát ik ben is wat telt. Er-zijn, niet zo-zijn. Ik bén, zegt Ramana Maharshi. Ik ben hier. Ik ben altijd hier. Ik ben alleen maar hier. Ik ben Dát. Tat tvam asi. Ik ben Zijn. Ik ben bewust zijn. Ik ben bewustzijn. Zelfbewustzijn ingebed in albewustzijn. Albewustzijn is het hoogste bewustzijn, ook al heeft zelfbewustzijn reeds een vermoeden van albewustzijn. Albewustzijn is het hoogste Zijn. Het hoogste Zijn is mijn ware Zelf. Ik ben het Zijn zelf. Alles verschijnt in het Zijn dat ik ben!

Hans: Als alles verschijnt in het Zijn dat je bent, dan ook het idee dat alles verschijnt in het Zijn dat je bent. Hoe weet je dan dat dit idee op waarheid berust?

Dirk: Rotzak.

Hans: Er zijn duizenden ideeën over onze zogenaamde ingrond in omloop – monistisch, non-dualistisch, dualistisch, pluralistisch, holistisch, materialistisch, idealistisch, essentialistisch, theïstisch, agnostisch, atheïstisch et cetera – die elkaar allemaal negeren of tegenspreken. Allemaal uit gezaghebbende bron, conform een onfeilbare traditie of intuïtie, ondersteund met onweerlegbare argumenten op grond van evidente en onbetwijfelbare uitgangspunten en onderschreven door hechte gemeenschappen, genootschappen, academies, parochies, sangha’s, kloosters, clans, sektes, instituten, bendes, noem maar op. Waarom zou juist jouw idee op waarheid berusten, en al die andere niet?

Dirk: Wat zou jij zeggen?

Hans: Niets.

Dirk: Helemaal niets?

Hans: Ik zeg niet wie ik ben.

Ik zeg niet wat ik ben.

Ik zeg niet dat ik ben.

Ik zeg niet dat ik er ben geweest.

Ik zeg niet dat ik nooit ben geweest.

Ik zeg niet dat zijn mijn ingrond is.

Ik zeg niet dat het dat niet is.

Ik zeg niet dat iets anders mijn ingrond is.

Ik zeg niet dat er geen ingrond is.

Ik zeg niet dat je dat niet kunt weten.

Ik zeg niet dat ik niks weet.

Ik zeg niet dat je niets mag zeggen.

Ik zeg niet dat er niets te zeggen valt.

Ik zeg alleen maar niets.

(Dit heb ik niet gezegd.)

Dirk: Ook lekker.

Hans: Je moest eens weten.

Dirk: Ik wéét.

Hans: Dan zal dat het verschil wel zijn.

Dirk: Ik geef het op.

Hans: Ik heb het al jaren geleden opgegeven.

Dirk: Je ziet het of je ziet het niet.

Hans: Mij niet gezien.

Tip: De non-dualist en de filosoof

Niet het Zien, niet het Zijn (maar de dans ontsprongen)

Niet het zien, niet het zijn
Niet het zien én het zijn
Niet het zien noch het zijn
Niet het zien van het zijn
Niet het zijn van het zien
Niet het zien in het zijn
Niet het zijn in het zien
Niet het zien van het zien
Niet het zijn van het zijn
Niet het zien zonder zien
Niet het zijn zonder zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het zijn, niet het niet-zijn
Niet het zijn én het niet-zijn
Niet het zijn noch het niet-zijn
Niet het zijn van het niet-zijn
Niet het niet-zijn van het zijn
Niet het zijn in het niet-zijn
Niet het niet-zijn in het zijn
Niet het zijn van het zijn
Niet het niet-zijn van het niet-zijn
Niet het zijn zonder zijn
Niet het niet-zijn zonder niet-zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het zijn, niet het worden
Niet het zijn én het worden
Niet het zijn noch het worden
Niet het zijn van het worden
Niet het worden van het zijn
Niet het zijn in het worden
Niet het worden in het zijn
Niet het zijn van het zijn
Niet het worden van het worden
Niet het zijn zonder zijn
Niet het worden zonder worden
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het zijn, niet het bewustzijn
Niet het zijn én het bewustzijn
Niet het zijn noch het bewustzijn
Niet het zijn van het bewustzijn
Niet het bewustzijn van het zijn
Niet het zijn in het bewustzijn
Niet het bewustzijn in het zijn
Niet het zijn van het zijn
Niet het bewustzijn van het bewustzijn
Niet het zijn zonder zijn
Niet het bewustzijn zonder bewustzijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het hierzijn, niet het daarzijn
Niet het hierzijn én het daarzijn
Niet het hierzijn noch het daarzijn
Niet het hierzijn van het daarzijn
Niet het daarzijn van het hierzijn
Niet het hierzijn in het daarzijn
Niet het daarzijn in het hierzijn
Niet het hierzijn van het hierzijn
Niet het daarzijn van het daarzijn
Niet het hierzijn zonder hierzijn
Niet het daarzijn zonder daarzijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het er-zijn, niet het zo-zijn
Niet het er-zijn én het zo-zijn
Niet het er-zijn noch het zo-zijn
Niet het er-zijn van het zo-zijn
Niet het zo-zijn van het er-zijn
Niet het er-zijn in het zo-zijn
Niet het zo-zijn in het er-zijn
Niet het er-zijn van het er-zijn
Niet het zo-zijn van het zo-zijn
Niet het er-zijn zonder er-zijn
Niet het zo-zijn zonder zo-zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Op zoek naar onze zijnsgrond

Verhalen zijn er om weggegooid te worden

Beste Hans,
Volgens sommigen is bewustzijn de ongedefinieerde ingrond van het zijnde, volgens anderen leegte of het niets. Volgens weer anderen is het brahman of juist parabrahman; atman of juist anatman. Er zijn er die zeggen: dat wat is, is de grond van dat wat is, maar dat lijkt mij een tautologie. Ik heb ook weleens gelezen dat zijn en niet-zijn de keerzijden van het ene zijn, en dat het gekende in de kenner verschijnt, dualiteit in non-dualiteit.

Komt dit volgens jou allemaal op hetzelfde neer, een soort universele waarheid of eeuwige wijsheid die schuilgaat onder een Babylonische spraakverwarring, of zijn het allemaal afzonderlijke theorieën? Wat is nog kosmologie, wat mythologie? Wat is precies de relatie tussen het duale en het non-duale, tussen het gekende en het ongekende, tussen bewustzijn en zijn? Wat is het verband tussen het zijnde en mijn gedachten daarover? Ben ik de schepper of alleen maar de spiegel van de schepping? Ben ik een mens of ben ik God?

Zelf weet ik het zo langzamerhand niet meer. Genesis of Big Bang? Liefde of Openheid? Wat denk jij? Is niet-weten soms onze zijnsgrond (ratio essendi)?

Beste Jana,
Wie spreekt over de grond van het zijnde bedrijft ontologie. Ontologie is een heerlijke hobby, al is het toevallig niet de mijne. Het aantal ontologen in dit universum is inmiddels groter dan het aantal sterren, hun collectieve licht oogverblindend, hun Babylonische gekrakeel oorverdovend. Wie zelf nog wat wil zien of horen, wendt zich noodgedwongen af.

Waarom zijn er zoveel ontologen, is wat ik weleens zou willen weten. Wat is de ingrond van de zijnsleer?

Zelf heb ik altijd een voorkeur gehad voor epistemologie boven ontologie, totdat tien jaar geleden tijdens mijn persoonlijke dust bowl ook die grond werd weggevaagd. Sindsdien loop ik op lucht.

Zijn versus niet-zijn is voor mij geen issue meer.

Vorm versus leegte ook niet.

Brahman versus parabrahman ook niet.

Atman versus anatman ook niet.

Eenheid versus veelheid ook niet.

Kenner versus gekende ook niet.

Dualiteit versus non-dualiteit ook niet.

Universele wijsheid versus individuele domheid ook niet.

Kosmologie versus mythologie ook niet.

Schepper versus spiegel ook niet.

Mens versus God ook niet.

Genesis versus Big Bang ook niet.

Liefde versus Openheid ook niet.

Weten versus niet-weten ook niet.

Issue versus non-issue ook niet.

Voor mij zijn het allemaal broodjes aap. Ze vullen je hoofd maar niet je maag. Het zijn allemaal maar verhaaltjes. Dit is ook weer zo’n verhaaltje. Verhalen zijn de ongedefinieerde ingrond van ons bestaan, zou ik haast zeggen, maar van welk bestaan? Verhalen zijn er om weggegooid te worden, moet ik misschien zeggen, maar waarom en door wie en hoe?

Jana: Jouw ingrond is een ongrond geworden, je zijnsgrond een zijnsongrond.

Hans:

Ingrond, ongrond
Allemaal denkstront
Dichtkont, dichtmond
Allemaal rotsgrond

Ziedaar mijn ratio essendi of ratio inessendi of irratio essendi of irratio inessendi. Ontdaan van iedere (on)grond hoef ik ook geen gedachten meer vuil te maken aan, hoe kóm je erop, de relatie tussen het duale en het non-duale of tussen de kenner en het gekende of tussen bewustzijn en zijn. Of aan welke hypo- of hyper- of metastasen van het verstand ook.

Dus ook niet aan ‘mijzelf’ of ‘mijn verstand’ of ‘mijn gedachten’ of ‘het zijnde’, et cetera. Dus ook niet aan de relatie tussen ‘mijn gedachten’ en ‘mijn verstand’ of tussen ‘mijzelf’ en ‘mijn verstand’ of tussen ‘mijzelf’ en ‘mijn gedachten’ of tussen ‘mijzelf’ en ‘het zijnde’ of tussen ‘mijn gedachten’ en ‘het zijnde’ of tussen ‘mijn verstand’ en ‘het zijnde’, et cetera. God zij dank (naar believen aanhalingstekens plaatsen).

Ik heb inzake de schepper, de schepping, het wezen van het zijn en andere fundamentele kwesties niets te verkondigen, niets te verklaren, niets te verdedigen en niets te verzwijgen. Ook niet dat er inzake de schepper, de schepping, het wezen van het zijn en andere fundamentele kwesties niets te verkondigen, niets te verklaren, niets te verdedigen en niets te verzwijgen valt. Ik heb daarom ook niets weg te vagen.

Al is dat laatste een heerlijke hobby en toevallig wél de mijne. Eens een dust bowl, altijd een dust bowl. Dus maak je grond maar nat…

Lees ook: Metafysica in een wezenloze wereld, Waarnemen of waargeven? De illusie van subject en object

Niet de ingrond, niet de ongrond (maar de dans ontsprongen)

Niet de ingrond, niet de ongrond
Niet de ingrond én de ongrond
Niet de ingrond noch de ongrond
Niet de ingrond van de ongrond
Niet de ongrond van de ingrond
Niet de ingrond in de ongrond
Niet de ongrond in de ingrond
Niet de ingrond van de ingrond
Niet de ongrond van de ongrond
Niet de ingrond zonder ingrond
Niet de ongrond zonder ongrond
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de vorm, niet de leegte
Niet de vorm én de leegte
Niet de vorm noch de leegte
Niet de vorm van de leegte
Niet de leegte van de vorm
Niet de vorm in de leegte
Niet de leegte in de vorm
Niet de vorm van de vorm
Niet de leegte van de leegte
Niet de vorm zonder vorm
Niet de leegte zonder leegte
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de schepper, niet de spiegel
Niet de schepper én de spiegel
Niet de schepper noch de spiegel
Niet de schepper van de spiegel
Niet de spiegel van de schepper
Niet de schepper in de spiegel
Niet de spiegel in de schepper
Niet de schepper van de schepper
Niet de spiegel van de spiegel
Niet de schepper zonder schepper
Niet de spiegel zonder spiegel
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de dans, niet het ontspringen…

Lees ook: Het regressieprobleem

‘Wou jij mij een waterhoofd noemen?’ Non-dualisme voor denktanks

Staat het denkwater jou ook aan de lippen? Laat maar lekker over gods akker vloeien.

Beste Hans,
Wat komt het eerst: zien of zijn? Gaat het zijn vooraf aan het kennen of gaat het kennen vooraf aan het zijn? Of staan ze wellicht op hetzelfde plan? Of zijn ze misschien zelfs identiek? Of zijn beide gebaseerd op iets fundamentelers? En analoog aan deze vraagstelling: ligt de epistemologie ten grondslag aan de ontologie of de ontologie aan de epistemologie? Ik kom er niet uit.

Beste Ananda,
Ik ook niet.

Ananda: Volgens mij is zijn de ingrond van het kennen. Wat denk jij?

Hans: Wat ik denk? Wat een bizarre zin, is wat ik denk. ‘Zijn is de ingrond van het kennen.’ Wat een bizar woordgebruik, is wat ik denk. Zijn?

Van oorsprong is ‘zijn’ een werkwoord dat je in staat stelt zinnetjes te vormen. In het dagelijks taalgebruik zeg je bijvoorbeeld: ‘Hier is de deur’, ‘Daar is de brievenbus’; en dat werkt best. Maar mensen die een beetje filosofisch zijn aangelegd, gaan zich afvragen wat die deur en die brievenbus gemeen hebben. Nou, ze hebben een andere vorm en een andere functie, dus dat kan het niet zijn. Maar alle twee zijn ze, constateer je nadat je de zinnetjes woord voor woord vergeleken hebt. Hier is de deur. Daar is de brievenbus. En zo wordt het begrip ‘zijn’ geboren.

Werkwoorden roepen geen vragen op. Begrippen roepen wel vragen op. De eerste vraag is natuurlijk: wat is ‘zijn’? Vragen roepen antwoorden op. Dus sla je aan het denken, je kletst eens met deze, je zwetst eens met gene, je leest een paar boekjes, je filosofeert nog een beetje verder en voor je het weet heb je het over de ‘isheid der zijnden’, over ‘zijnsgronden’ en ‘zijnsoordelen’, over het ‘zelfzijn’ en het ‘alzijn’, over het ‘hierzijn’ en het ‘daarzijn’, over het ‘Dasein’ en de ‘zijnsgesteldheid’ en de ‘zijnsvergetelheid’ en het ‘in-de-wereld-zijn’ en het ‘niet-zijn’ als een bijzondere vorm van ‘er-zijn’ en het ‘zo-zijn’ versus het ‘anders-zijn’. Steeds dieper worden je gedachten, steeds gekker je uitspraken, bijvoorbeeld ‘Ik-ben-heid is mijn wezensgrond’ of ‘Het gedifferentieerde zijn ontstaat via een mysterieus wordingsproces uit het ongedifferentieerde zijn en keert er aan het einde van zijn zijn door ontwording moeiteloos in terug’ of ‘Alle dingen zijn ér maar niet alle dingen zijn zó, dus het zo-zijn gaat vooraf aan het er-zijn.’

Wat eerst ballonnetjes in je hoofd waren – ‘zijn’ en ‘er-zijn’ en ‘zo-zijn’ en ‘daarzijn’ – wordt steeds reëler voor je. De ballonnetjes in je hoofd worden dingen in de werkelijkheid of aspecten van die werkelijkheid. Sommige van die ballonnetjes hebben het kennelijk in zich om door bepaalde geesten te worden aangezien voor de werkelijkheid zelf, of voor de essentie daarvan, of voor de hoogste vorm of de bron en bestemming ervan. Hoor ze eens jubelen over

  • Het Goede!
  • Het Zelf!
  • Perfectie!
  • Schoonheid!
  • Waarheid!
  • Non-dualiteit!
  • Eenheid!
  • Leegte!
  • Verscheidenheid!
  • God!
  • Zijn!

De wereld in één woord; dat is pas (be)grip.

Ananda: En ‘kennen’ dan?

Hans: ‘Kennen’ is ook al zo’n raar, abstract woord. In het dagelijks taalgebruik zeg je bijvoorbeeld: ‘Ik weet waar een brievenbus voor is’, ‘Ik weet hoe ik een deur moet gebruiken’, en dat werkt best. Maar mensen die een beetje filosofisch zijn aangelegd, gaan zich afvragen wat die beide vormen van weten met elkaar gemeen hebben. Voor je het weet hebben ze het over ‘de kennis’ en ‘het kennen’ van ‘het gekende’ door ‘de kenner’, en over ‘kennendheid’. ‘De hoogste kennis heeft geen object’, zeggen ze, of ‘Ik ben de kenner, niet het gekende’ of ‘Ik ben de kenner én het gekende’ of ‘Ik ben de kennis zonder leraar’ of ‘Kennendheid is mijn ware aard en het hoogste zijn’ of ‘Het gekende wordt gekend door het onkenbare kennen’. En nóg worden ze niet uitgelachen. Dus waarom zouden ze zich nog inhouden?

Ze definiëren ‘het kennen’ als een ‘functie’ van de ‘geest’ gebaseerd op het ‘aspectloze bewustzijn’ waarin zich ‘verschijnselen’ voordoen die door het ‘richten’ van de ‘aandacht’ via de ‘intentionele boog’ tot ‘evidente’ ‘inzichten’ leiden. Ze onderscheiden het onbewuste van het onderbewustzijn, het individuele van het collectieve onderbewustzijn, het onderbewustzijn van het bovenbewustzijn, het zelfbewustzijn van het albewustzijn, het ik-bewustzijn van het godsbewustzijn; ze vergeten intussen niet ze alle onder te brengen in het Universele Bewustzijn dat dat ze zijn; en ze inventariseren, interpreteren, verabsoluteren en relativeren onvermoeibaar de overeenkomsten, verschillen en verbanden tussen de verschillende vormen van bewustzijn onderling en het brein, het hart, de ziel, de geest, het zelf, de boeddhanatuur, de godheid en wie en wat al niet.

Zo ontstaat een waterhoofd dat zelfs de sterkste benen niet meer kunnen dragen.

Ananda: Wou jij mij een waterhoofd noemen?

Hans: ‘Waterhoofd’ is ook al zo’n raar, abstract woord.

Ananda: Je hebt mijn vraag over epistemologie en ontologie nog niet beantwoord.

Hans: Als je niet eens weet waar ‘zijn’ en ‘kennen’ precies voor staan, en of ze wel ergens voor staan, laat staan wat hun onderlinge relatie is, waarom zou je je dan nog druk maken over de vraag of de zijnsleer vooraf gaat aan de kenleer of omgekeerd?

Ananda: In je antwoorden zie ik echo’s van het middeleeuwse debat tussen de realisten, die volhielden dat taal een afspiegeling is van de werkelijkheid en dat ieder woord derhalve correspondeert met iets werkelijks; en de nominalisten, die stelden dat alle woorden loze abstracties zijn – zelfs schijnbaar concrete woorden als ‘deur’ en ‘brievenbus’.

Hans: Hadden ze toen al brievenbussen?

Ananda: Volgens mijn postbode wel.

Hans: Tegen de realist zou ik zeggen: met welke realiteit correspondeert de illusie en tot welke categorie behoort u? Tegen de nominalist zou ik zeggen: nominalisme is ook maar een woord; wat maakt dat u? Tegen jou zou ik zeggen: wat bedoel je precies met ‘taal’ en ‘afspiegeling’ en ‘woord’ en ‘iets werkelijks’ en ‘loos’ en ‘abstractie’ en ‘schijnbaar’ en ‘concreet’?

En let eens op, terwijl je dat uitvogelt, hoe ballonnetjes betonblokken worden. En let eens op, terwijl je daarop let, hoe de gedachte dat ballonnetjes betonblokken worden, een betonblok wordt. Een blok aan je been. Een molensteen. Die je aanziet voor een mijlpaal. En let eens op, terwijl je daarop let, hoe het opletten zélf een betonblok wordt.

En let dan eens niet op.

Ananda: Ik zie ook echo’s van de analytische wijsbegeerte van onder meer Gilbert Ryle en Ludwig Wittgenstein, die zich fanatiek verzetten tegen de correspondentietheorie dat taal een afspiegeling is van de werkelijkheid en betoogden dat het (taal bedoel ik) alleen maar een instrument is.

Hans: Als ‘Ryle’ en ‘Wittgenstein’ niet met iets werkelijks correspondeerden, wie heeft dan hun boeken geschreven? Als hun boeken niet met iets werkelijks correspondeerden, wat heb jij dan gelezen? En als jij niet met iets werkelijks correspondeert…

Zelfs als Ryle en Wittgenstein er waren dan zijn ze er nu niet meer dus kennen ze ook niet meer, neem ik hier maar even aan; wat ons evengoed niet verhindert om hun (of ‘hun’) namen (of ‘namen’) te gebruiken. Of kennen ze niet meer omdat ze niet meer zijn? Of is niet-zijn hetzelfde als niet-kennen, en zo ja, volgt dan uit deze identiteit dat kennen inderdaad hetzelfde is als zijn? Of zijn kennen en zijn inderdaad manifestaties van een gemeenschappelijke (on)grond, laten we zeggen, het numineuze of de menigvuldigheid of niet-weten of de liefde of de vermoorde onschuld of groene energie of het al of het dan niet? Hoe stel je zoiets vast, en vooral, hoe laat je het weer los?

Ik weet zeker dat deze diepzinnige vragen bij jou in goede handen zijn.

Ananda: Volgens mij was dit geen compliment.

Hans: Parallellen zijn parallellen, maar niet-weten is geen filosofie.

Ananda: Filosofie is ook scepticisme.

Hans: Niet-weten is geen scepticisme.

Ananda: Wat is niet-weten dan wel?

Hans: In jouw geval? Water in een waterhoofd.

Ananda: Ik schud onwillekeurig van nee, en hoor het klotsen.

Hans: Laat maar lekker over Gods akker vloeien.

Lees ook: Wat is advaita?