Wat is non-dualisme?

dwaalgids > advaita

‘Non-dualisme is de non-leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent.’ Advaita als agnose en vedanta als het einde van de wijsheid; dwaalteksten over zijn en niet zijn, zien en doorzien.

Non-dualisme is de non-leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent

Inhoudsopgave

Non-dualisme is een ander woord voor agnose

Non-dualisme is een ander woord voor advaita.

Advaita is het eerste woord van de leer die advaita vedanta heet.

Advaita vedanta is Sanskriet voor niet-twee (a-dvaita) en het einde (anta) van de wijsheid (veda).

Niet-twee staat voor niet splitsen. Niet opdelen. Niet scheiden. Geen onderscheid aanbrengen. Zonder onderscheid zijn, of althans de onderscheidingen die je nou eenmaal onophoudelijk schijnt te moeten maken niet meer zo serieus nemen. Inzien dat het de hokjesgeest zelf is die de wandjes optrekt. Inzien dat die hokjesgeest zelf zo’n hokje is. Het denken doorzien, het doorzien van het denken doorzien en het doorzien van het doorzien van het denken doorzien.

Wie het denken doorziet, doorziet alle onderscheidingen, deze ook.

Wie alle onderscheidingen doorziet, verkeert in niet-weten.

Advaita is een ander woord voor agnose.

Non-dualisme is een vorm van non-wijsheid

maar niet ieder vorm van non-wijsheid is non-dualisme

Niet-tweeheid is het hoofdwoord van ‘advaita vedanta’. Bij de vertaling naar een Nederlands synoniem werd het tweede woord, de apofatische term ‘vedanta’, kennelijk niet van wezenlijk belang geacht. Vandaar dat wij tegenwoordig spreken van ‘non-dualisme’ en niet van ‘non-wijsheid’.

Terecht, denk ik. Als advaita de soortnaam is, dan is vedanta de familienaam. Een soort heeft maar één familie, een familie meerdere soorten. Non-dualisme is een vorm van non-wijsheid, maar er zijn veel vormen van non-wijsheid die geen non-dualisme zijn.

Andere vormen van non-wijsheid zijn bijvoorbeeld zenboeddhisme, daoïsme, quiëtisme, scepticisme, pyrronisme, nominalisme, pluralisme, postmodernisme, cynisme, laxisme, nihilisme, obscurantisme, stoïcisme, agnosticisme, anarchisme, irrationalisme, absurdisme en dadaïsme.

Advaita vedanta is dus op de eerste plaats non-dualisme en pas op de tweede plaats non-wijsheid.

Tien gewetensvragen voor non-dualisten

Als je deze pagina hebt aangeklikt, heb je vast weleens wat over non-dualisme en advaita gelezen. Misschien heb je je er al jaren in verdiept en zie je jezelf inmiddels als de kenner van het gekende, als het doek van de film, als het ene, de bron of het leven zelf, en weet je je volledig verlicht.

Je bent de eerste niet. Je bent ook de eerste niet die daarbij over het hoofd ziet dat non-dualisme geen onderscheid maakt tussen verlicht en onverlicht. En ook de laatste niet.

Beantwoord naar eer en geweten de volgende vragen:

Valt er volgens jou* in de advaita vedanta nog iets te onderscheiden?

Is de advaita vedanta volgens jou een zijnsleer, een kenleer of een non-leer?

Is de advaita vedanta volgens jou een monisme, een dualisme of een non-dualisme?

Is de advaita vedanta volgens jou een filosofie, een antifilosofie of een non-filosofie?

Is de advaita vedanta volgens jou de hoogste waarheid of wijsheid, of het einde van alle waarheid en wijsheid?

Verwijst de advaita vedanta volgens jou naar een hogere identiteit zoals de kenner, atman of het ware zelf, of naar het einde van iedere vorm van identificatie?

Is de advaita vedanta volgens jou een vorm van gnosis of van a-gnosis?

Is er volgens jou in de advaita vedanta ruimte voor dit soort vragen? Ze veronderstellen immers allerlei dualiteiten, zoals de kenner versus het gekende, alles versus niets, zijnsleer versus kenleer, monisme versus dualisme, wijsheid versus dwaasheid, identificatie versus disidentificatie.

Kan een leer zonder onderscheid volgens jou toch een leerstellige inhoud hebben?

Een non-definitie van non-dualisme

Wat is non-dualisme nou echt? Het is maar net wie je het vraagt. Ik heb het net aan jou gevraagd. Als je het mij vraagt?

Non-dualisme is de non-leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Deze non-definitie bestaat uit drie delen:

1. Non-dualisme erkent geen enkel onderscheid

2. Non-dualisme ontkent geen enkel onderscheid

3. Non-dualisme is een non-leer

Non-dualisme erkent geen enkel onderscheid

Dat non-dualisme geen enkel onderscheid erkent, weet iedereen die er weleens een boekje over heeft gelezen of een filmpje over heeft gezien.

Dit aspect van het non-dualisme is wat gewoonlijk non-dualiteit wordt genoemd, niet-tweeheid, door mij geoperationaliseerd als ‘niet weten te onderscheiden’ of ‘geen onderscheid weten te maken’ of althans ‘geen enkel onderscheid hard weten te maken’.

Lees ook het interview Niet-weten als passe-partout, met name de eerste paragraaf over advaita en non-dualiteit.

Non-dualisme ontkent geen enkel onderscheid

Dat non-dualisme geen enkel onderscheid ontkent, zal je waarschijnlijk verrassen. Geen enkel onderscheid erkennen betekent toch zeker hetzelfde als ieder onderscheid ontkennen? Natuurlijk niet.

Waarom ontkent het non-dualisme geen enkel onderscheid? Omdat ontkennen nog steeds een vorm van scheiden is. Ontkennen is onderscheid maken tussen hoe het niet zit en hoe het wel zit. Een radicaal non-dualisme ontkent niets, dit ook niet.

Non-dualisme is een non-leer

Wat voor leer is een leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent? Welke leerstelligheden bevat een dergelijke leer? Geen enkele. Waarom niet? Omdat leerstelligheid zonder onderscheid onmogelijk is.

Probeer maar eens een leerstelling te formuleren die geen enkel onderscheid erkent, ontkent of veronderstelt. Toe dan. Ik wacht wel even…

En? Zei ik toch.

Wat voor leer is een leer zonder leerstellingen? Geen leer. Een leer zonder leerstellingen is ook geen antileer. Een leer zonder leerstellingen is een non-leer.

Als je radicaal non-dualisme toch als een leer wilt zien, moet je het een lege leer noemen. Een lege leer is een leer zonder onderscheidingen, zonder onderstellingen en zonder stellingen.

‘Een’ lege leer, zei ik zojuist. Alsof er meerdere lege leren mogelijk zijn. Maar is dat wel zo? Waarin zou de ene lege leer van de andere moeten verschillen? Ik zou het ook niet weten. Non-dualisme is de lege leer. Of de non-leer, ook goed.

Als symbool voor de lege leer gebruik ik het agnosticon, Ø (zeg ‘eh’).

Probeer maar eens een leerstelling te formuleren die geen enkel onderscheid erkent, ontkent of veronderstelt…

Filosofisch non-dualisme versus radicaal non-dualisme

Om het non-dualisme als non-leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent te onderscheiden (ha!) van het heersende non-dualisme als een monistische filosofie en levensbeschouwing, zal ik de laatste kwalificeren als filosofisch en de eerste als radicaal.

Wat leert filosofisch non-dualisme?

Het filosofisch non-dualisme leert in hoofdlijnen het volgende:

1. Alle verschijnselen zijn illusies.

2. Ook jouw persoon is een illusie, een fictie, even reëel als een romanfiguur in een boek, een acteur in een film.

3. In werkelijkheid ben jij de kenner, niet het gekende.

4. De kenner is diegene, of liever datgene waarin alle verschijnselen verschijnen en verdwijnen, meestal bewustzijn genoemd.

5. Er is maar één universeel bewustzijn, het Bewustzijn.

6. Alle personen en andere verschijnselen zijn manifestaties van het ene Bewustzijn. Ieder individueel gezicht is een gezicht van het ene Bewustzijn. Alle handen en voeten zijn handen en voeten van het ene Bewustzijn.

7. Alle nonverschijnselen zijn ongemanifesteerd Bewustzijn.

In plaats van Bewustzijn spreekt men ook wel van Zijn, de Bron, het Ene, het Leven, God, het Zelf…

Filosofisch non-dualisme is per definitie een idealistisch monisme. Westerse filosofieën uit dezelfde categorie zijn de zijnsleer van Parmenides (circa 515 voor Christus), de monadologie van Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716), het spiritualistisch idealisme van George Berkeley (1685-1753) en het absoluut idealisme van Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831).

Dit is in een notendop wat het filosofisch non-dualisme leert.

Wat leert radicaal non-dualisme?

Niets.

De lege canon, Ø: non-dualisme in tien ontkenningen

Het zien doorzien en de kenner ontkend; non-dualisme als non-leer, non-filosofie, non-wijsheid en non-identificatie

Onder radicaal non-dualisme versta ik de lege leer, Ø, die niets definieert, niets veronderstelt en niets stelt, maar al het definiëren, al het veronderstellen en al het stellen voor onbepaalde tijd opschort. Niet omdat de radicale non-dualist een scepticus is, want sceptici zijn filosofen; niet omdat de radicale non-dualist een nihilist is, want nihilisten zijn filosofen; niet omdat de radicale non-dualist een fatalist is, want fatalisten zijn filosofen; maar precies omdat de radicale non-dualist geen enkel onderscheid, geen enkele veronderstelling, geen enkele stelling hard weet te maken, en daar ook geen enkele behoefte meer aan heeft.

Hoewel radicaal non-dualisme een lege leer is, en de radicale non-dualist een lege leerling, een eeuwige beginner, een weetniet zonder weerga, een gnosticus zonder gnosis, een agnost zonder agnose, valt er toch nog wel íets over te zeggen.

Stellingen die niet tot het radicaal non-dualisme zelf behoren (dat immers leeg is) maar toch iets over deze lege leer beweren, zou je metastellingen kunnen noemen.

Metastellingen over de lege leer hebben een ontkennende, een apofatische vorm en ondersteunen door hun ontledigende functie de leegte van de non-leer die non-dualisme heet. Samen vormen ze de lege canon, aangeduid met hetzelfde symbool als de lege leer, het agnosticon Ø.

1. Non-dualisme is geen kenleer, maar het einde van de epistemologie

Waarom is non-dualisme geen kenleer? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over de kenner, het gekende, over subject en object, over de waarnemer en de wereld, hun overeenkomsten, verschillen en verbanden?

Radicaal non-dualisme is een lege epistemologie, of liever dé lege epistemologie, Ø.

2. Non-dualisme is geen zijnsleer maar het einde van de ontologie

Waarom is non-dualisme geen zijnsleer? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over het zijnde, het niet-zijnde, essentie en substantie, primaire en secundaire kwaliteiten, causaliteit en contingentie, overeenkomsten, verschillen en verbanden?

Radicaal non-dualisme rekent af met alle metafysica. Het is een lege ontologie, of liever dé lege ontologie, Ø.

3. Non-dualisme is geen wijsbegeerte maar het einde van de filosofie

Waarom is non-dualisme geen wijsbegeerte? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over de wereld, de dingen, het leven, de dood, subject versus object, stof versus geest, het absolute versus het relatieve, ethiek of de vrije wil?

Radicaal non-dualisme rekent af met alle theorieën. Het is een lege filosofie, of liever dé lege filosofie, Ø.

4. Non-dualisme is geen kosmologie maar het einde van de grote verklaringen

Waarom is non-dualisme geen kosmologie? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over de oorzaak van het heelal, de oorsprong en bestemming van de verschijnselen, de betekenis, het waarom en waartoe van het bestaan, over de herkomst en de toekomst van de mensheid en het leven?

Radicaal non-dualisme rekent af met alle wereldbeelden. Het is een lege kosmologie, of liever dé lege kosmologie, Ø.

5. Non-dualisme is geen monisme maar het einde van het tellen

Waarom is non-dualisme geen monisme? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over de substanties waaruit alles is gemaakt of de telbaarheid van de zijnden of van het zijnde of van de substanties waaruit de zijnden of althans hun wezen of essentie gemaakt zijn?

Om soortgelijke redenen is radicaal non-dualisme ook geen nihilisme of pluralisme.

6. Non-dualisme is geen zelfbeeld maar het einde van iedere identificatie

Waarom verschaft non-dualisme je geen nieuwe, hogere identiteit? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over jezelf, het ego, het zelf, atman, anatman of brahman, god boven jou of god in jou of jij in god, kleine ik, grote ik, je ware aard of je oorspronkelijke gezicht?

Radicaal non-dualisme rekent af met alle zelfbeelden. Het is een lege identiteit, of liever dé lege identiteit, Ø.

7. Non-dualisme is geen geloof maar het einde van iedere overtuiging

Waarom is non-dualisme geen nieuw geloof? Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over je herkomst, je bestemming, de ene god of de vele goden, engelen, priesters, kerken, normen, waarden, geopenbaarde wijsheid, rituelen en liturgie, over almacht en onmacht, alwetendheid en onwetendheid, waarheid en onwaarheid?

Radicaal non-dualisme rekent af met ieder geloof, zowel religieus als seculier. Het is een leeg geloof.

Corrolarium:

8. Non-dualisme is geen ongeloof maar het einde van alle scepsis

Met andere woorden, non-dualisme is een leeg ongeloof. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het scepticisme, het pyrronisme, het subjectivisme, het solipsisme, het nominalisme en andere vormen van non-wijsheid (zie boven).

9. Non-dualisme is geen twijfel maar het einde van iedere onzekerheid

Immers, wat valt er te twijfelen als je geen enkel onderscheid erkent of ontkent?

Bij gebrek aan twijfel en onzekerheid zou je misschien denken dat non-dualisme leidt tot absolute zekerheid, maar dat is onzin. Absolute zekerheid waarover? Over absoluut niets. Wat is absolute zekerheid over absoluut niets? Tja.

Non-dualisme is niet alleen het einde van iedere onzekerheid maar ook van iedere zekerheid. Non-dualisme, dat is: no claim en geen verzekering.

10. Non-dualisme is geen leer of het is de lege leer

Geen gnose maar agnose

Non-dualisme kun je niet alleen het lege geloof, Ø, de lege identiteit, Ø, de lege filosofie, Ø, et cetera noemen, maar met evenveel recht, dat wil zeggen, geen enkel, de lege spiritualiteit, Ø, de lege waarheid, Ø, de lege weg, Ø, het lege woord, Ø, de lege stelling, Ø, het lege geheim, Ø, de lege leraar (of leerling of meester), Ø, de lege mens, Ø, de lege geest, Ø, het lege testament, Ø, de lege boodschap, Ø, het lege evangelie (het a-vangelie), Ø, het lege standpunt, Ø, de lege moraal, Ø, het lege zelfbeeld, Ø, het lege mensbeeld, Ø, het lege wereldbeeld, Ø, het lege boeddhabeeld, Ø, het lege heiligenbeeld, Ø, het lege ideaalbeeld, Ø, het lege schrikbeeld, Ø, en bedenk het allemaal maar.

Waarom? Omdat het non-dualisme geen enkel onderscheid erkent of ontkent. Hoe zou je…

We kunnen die hele riedel samen met alle ontkenningen samenvatten in de uitspraak: non-dualisme is de lege leer, Ø oftewel geen leer oftewel de non-leer. Daarmee zijn we teruggekeerd bij de non-definitie waarmee we deze pagina begonnen:

Non-dualisme is de non-leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Je snapt het onderhand wel, zou ik zo denken. En als je het nog niet snapt, des te beter. Wat valt er te begrijpen aan de lege leer?

Je hoeft niet eens te begrijpen dat je zonder onderscheidingen geen zinvolle uitspraken kunt doen over wat dan ook. Dat merk je vanzelf wel.

Je hoeft niet eens te onthouden dat de onderscheidingen die zich onophoudelijk aan je voordoen bij nader inzien geen standhouden. Ook dat merk je vanzelf wel.

Je hoeft je ook niet vast te houden aan de begrippen non-dualisme, de lege leer, agnose of niet-weten. Het zijn maar gimmicks van de schrijver. Weg ermee, en weg ook met het weg ermee.

Een inleiding in het non-dualisme is een uitleiding uit het non-dualisme

Non-dualisme, dat is drie keer niks. Nada nada nada. Het heft zichzelf op en het heft zijn eigen einde op:

Non-dualisme is het einde van het non-dualisme en het einde van het einde.

Wat dan wel een nieuw begin zal zijn. Maar waarvan?

Iedere inleiding in het non-dualisme blijkt een uitleiding uit het non-dualisme, deze ook. Zoals bij elke leer die gebaseerd is op een paradox. Iedere poortloze poort is een draaideur. Je blijft net zolang rondjes draaien tot je ervan wegloopt. Dat zien we bij zen, dat zien we in de mystiek, dat zien we in het taoïsme, dat zien we in het pyrronisme en dat zien we bij niet-weten:

Een inleiding in zen is een uitleiding uit zen.

Een inleiding in de mystiek is een uitleiding uit de mystiek.

Een inleiding in het taoïsme is een uitleiding uit het taoïsme.

Een inleiding in het pyrronisme is een uitleiding uit het pyrronisme.

Een inleiding in niet-weten is een uitleiding uit niet-weten.

En voor iedereen die zich verlichting wil toe-eigenen:

Een inleiding in verlichting is een uitleiding uit verlichting.

Aan het eind van de rit sta je met lege handen. Niets aan te doen of te laten.

Filosofisch non-dualisme bestaat niet

Een boel woorden, toegegeven, alleen maar om ze des te beter af te kunnen serveren. Wat wil ik nou eigenlijk zeggen?

Dit: dat non-dualisme en filosofie niet samengaan. Zonder onderscheid valt er niet te filosoferen, zelfs niet over eenheid. Wie geen enkel onderscheid erkent of ontkent, is uitgepraat. Zelfs dat er niets te zeggen is kan hij niet meer zeggen. Alles wat hij toch zegt moet hij vroeger of later terugnemen. De enige manier om dat te voorkomen is zich te beperken tot lichaamstaal: zijn schouders ophalen, een boer laten, glimlachen, knipogen. Maar dat is ook geen doen.

Filosofisch non-dualisme is een contradictio in terminis, zoals dat zo mooi heet. Dat wordt nog duidelijker als je in plaats van ‘filosofisch’ ‘dualistisch’ schrijft: dualistisch non-dualisme is een contradictio in terminis. Een innerlijke tegenspraak.

Wie zo nodig wil filosoferen moet afscheid nemen van de niet-tweeheid die hem de mond snoert. Daarom stel ik voor het onderscheid tussen filosofisch non-dualisme en radicaal non-dualisme te laten vallen en het woord non-dualisme te reserveren voor de enige leer die werkelijk non-dualistisch is: de lege leer, Ø. Het filosofisch of dualistisch non-dualisme krijgt de enige naam die het verdient: monisme. Een absoluut idealistisch monisme om precies te zijn.

Filosofie is een houvast. Je verzint of adopteert denkbeelden, zelfbeelden, mensbeelden, godsbeelden, wereldbeelden en houd je daaraan vast. Je steekt er je hand voor in het vuur. Je giet ze in beton, zet ze op een voetstuk, aanbidt ze en probeert anderen ook zo gek te krijgen, want de meeste stemmen gelden, volgens de consensustheorie van waarheid.

Je redeneert je helemaal suf om je denk-beelden netjes op elkaar aan te laten sluiten en het gebouw van rationalisaties overeind te houden, want waarheid is samenhang en consistentie, volgens de coherentietheorie van waarheid.

Jij bent je zelfbeeld, de mens is jouw mensbeeld, god is jouw godsbeeld, de wereld is jouw wereldbeeld, en zolang je dat maar gelooft en alle signalen negeert waaruit blijkt dat je niet samenvalt met je zelfbeeld, de mens niet met jouw mensbeeld, god niet met jouw godsbeeld, de wereld niet met jouw wereldbeeld et cetera, lijkt alles in orde en onder controle.

Non-dualisme zoals ik het versta is een laatlos. Er valt niets te redeneren, niets uit te leggen, niets vast te leggen, niets over te dragen, zelfs geen non-dualisme, zelfs geen lege leer. Er valt zelfs niets los te laten. Weg ook met het agnosticon, Ø.

Iedere zin, iedere veronderstelling, iedere stelling, iedere metastelling loopt dood in non-dualiteit, deze ook. Iedere gedachte gaat in rook op, deze ook. Aan het eind van de rit is er geen verhaal meer over, ook niet het verhaal dat er aan het eind van de rit geen verhaal meer over is.

Zelfs als hij spreekt, zegt de non-dualist niets.

Zelfs als hij zwijgt, zegt de non-dualist niet niets.

Zalig zijn de non-dualisten: zij halen overal hun schouders voor op.

Non-dualisme is een non-weg, een non-zelf, een non-geloof…

Kanonnen! Het lijkt wel oorlog!

Om geen enkel misverstand te laten bestaan over het wezen van non-dualisme, ik bedoel natuurlijk het non-wezen ervan, wil ik hier benadrukken:

Non-dualisme is geen leer maar een non-leer.

Non-dualisme is geen waarheid maar een non-waarheid.

Non-dualisme is geen wijsheid maar non-wijsheid.

Non-dualisme is geen verlichting maar non-verlichting

Non-dualisme is geen geloof maar een non-geloof

Non-dualisme is geen spiritualiteit maar non-spiritualiteit.

Non-dualisme is geen weg maar een non-weg.

Non-dualisme is geen stelling maar een non-stelling.

Non-dualisme is geen geheim maar een non-geheim.

Non-dualisme is geen standpunt maar een non-standpunt.

Non-dualisme is geen idee maar een non-idee.

Non-dualisme is geen zelf maar een non-zelf.

En bovenal:

Non-dualisme is geen filosofie maar een non-filosofie.

Ka-nonnen!

Het lijkt wel oorlog!

Non-dualisme is ‘non-dualisme’

Leerling: Wat is non-dualisme?

Meester: Alles tussen aanhalingstekens.

Leerling: Behalve de aanhalingstekens zeker.

Meester: Die ook.

Leerling: Zo hou je niets over.

Meester: ‘Niets’.

Leerling: Noem dat maar non-dualisme.

Meester: Noem het dan maar ‘non-dualisme’.

En nu is ‘nu’

Leerling: Wat is non-dualisme?

Meester: Ik wordt ‘ik’.

Leerling: En ‘ik’?

Meester: Wordt ”ik”.

Leerling: En ”ik”?

Meester: Wordt ”’ik”’.

Leerling: En dan?

Meester: Wordt ‘dan’.

Leerling: En toen?

Meester: Wordt ‘toen’.

Leerling: En nu?

Meester: Wordt ‘nu’.

Leerling: Enzovoort?

Meester: Wordt ‘voort’.

En dat was dat

Leerling: Wat is non-dualisme?

Meester: Ik wordt ‘ik’ en jij wordt ‘jij’ en Hij wordt ‘Hij’ en hier wordt ‘hier’ en daar wordt ‘daar’ en toen wordt ‘toen’ en dan wordt ‘dan’ en nu wordt ‘nu’.

Leerling: En dualisme?

Meester: Wordt ‘dualisme’.

Leerling: En non-dualisme?

Meester: Wordt ‘non-dualisme’.

Leerling: En dat is dat?

Meester: En dat is ‘dat’.

Non-dualisme in seculiere, filosofische en theologische termen

Leerling: Wat is in zo min mogelijk woorden non-dualisme?

Meester: ‘Ik’.

Leerling: En in seculiere termen?

Meester: ‘Wereld’.

Leerling: En in filosofische termen?

Meester: ‘Waarheid’.

Leerling: En in theologische termen?

Meester: ‘God’.

Leerling: En zonder termen?

Meester: Sst.

Leerling: Niet ‘sst’?

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Als het maar tussen aanhalingstekens staat

Leerling: Wat is in zo min mogelijk woorden non-dualisme?

Meester: ‘Ik’.

Leerling: Ik?

Meester: Nee, ‘ik’.

Leerling: Tussen aanhalingstekens.

Meester: Precies.

Leerling: Verwijst u naar niet-ik?

Meester: ‘Niet-ik’ dan toch.

Leerling: Of ik én niet-ik?

Meester: ‘Ik en niet-ik’ dan toch.

Leerling: Of ik noch niet-ik?

Meester: ‘Ik noch niet-ik’ dan toch.

Leerling: En ik maar denken dat ik niemand was.

Meester: ‘Niemand’ dan toch.

Leerling: Maar niet iemand?

Meester: Of ‘iemand’ natuurlijk.

Leerling: Of iemand én niemand?

Meester: ‘Iemand en niemand’ dan toch.

Leerling: Of iemand noch niemand?

Meester: ‘Iemand noch niemand’.

Leerling: Of gewoon alles?

Meester: ‘Alles’.

Leerling: Of niets.

Meester: ‘Niets’.

Leerling: Als het maar tussen aanhalingstekens staat.

Meester: ‘Tussen aanhalingstekens.’

Leerling: Kan het nog korter?

Meester: Tja.

Leerling: Nou?

Meester: …

Leerling: En dat wou u non-dualisme noemen?

Meester: En dat wou jij non-dualisme noemen?

Non-dualisme is geen ja en geen nee

Leerling: Wat is non-dualisme?

Meester: Geen ja en geen nee.

Leerling: Wat is het dan wel?

Meester: Tja.

Leerling: Als ik vraag of u een non-dualist bent, wat zegt u dan?

Meester: Geen ja en geen nee.

Leerling: Tja.

Meester: Dat bedoel ik.

Nawoord: steeds in beweging blijven

Spreken is verschil maken. Ik kan het ook niet helpen. Non-dualiteit is geen verschil maken, maar zodra ik dat zeg maak ik alweer verschil.

Maakt niet uit. Leraar, leerling, admiraal, onderscheid maken we allemaal. Het gaat erom hoe je ermee omgaat. Hoe serieus je het allemaal neemt. Of je er heilig in gelooft.

Dat geldt ook voor je ideeën over non-dualiteit. Zodra en zolang je erin gelooft is het gedaan met de non-dualiteit. Zodra en zolang je gelooft dat het allemaal onzin is, is het gedaan met de non-dualiteit.

De teksten op deze pagina zijn net als al mijn dwaalteksten bedoeld als demonstraties van het non-dualistische denken, dat vrolijk onderscheidingen aanbrengt en ze even zo vrolijk weer achter zich laat. Balletjes opgooit om ze des te verder te kunnen wegslaan. Dat niet settelt, ook niet in niet-settelen.

Steeds in beweging zijn, ook in het dagelijks leven, ook in je meditaties, ook op je praatstoel. Noem dat desnoods je natuurlijke staat.