Stijlgidsje niet-weten

Spreken zonder spreken en zwijgen zonder zwijgen over weten zonder weten – hoe doe je dat? Het Stijlgidsje niet-weten bespreekt de belangrijkste stijlfiguren voor stamelaars, waaronder het oxymoron, de paradox en de ellips.

Dwaalgids > Niet-weten > Stijlgidsje niet-weten

Stijlfiguren voor stamelaars

Zie ook: Woordenboekje niet-weten, Metaforen niet-weten, Eufemismen niet-weten, Weetnietkunde

Stijlfiguren niet-weten

Welsprekend niet-spreken over denkend niet-denken en wetend-niet-weten is onmogelijk zonder de stijlfiguren paradox, oxymoron, antithese, accumulatie, dubitatie en percontatie.

Ook de retorische vraag, de tautologie en de verschillende vormen van ironie, zoals het understatement, de overdrijving en de omkering zijn onmisbaar.

Daarnaast heb ik een persoonlijke voorkeur voor alliteratie, dubbelzinnigheid, herhaling, nieuwvorming, rijm, en woordspeling. Dit zijn niet zozeer stijlfiguren als stijltics, en ik vind het niet nodig ze te bespreken.

Hieronder een bespreking van de belangrijkste stijlfiguren voor stamelaars, te beginnen met de grote drie: het oxymoron, de paradox en de ellips.

Overzicht van stijlfiguren in de Wikipedia

Oxymoron

(het, onzijdig, oxymorons)

Een oxymoron is een verbinding van tegengestelde begrippen.

wetend niet-weten

wissend schrijven

de wijsheid zonder wijsheid

Een oxymoron is een troop, een stijlfiguur, een wijze van spreken, net als bijvoorbeeld het understatement, de overdrijving of de toespeling.

Kenmerkend voor het oxymoron is de bevestigende of ontkennende verbinding van twee tegengestelde begrippen, bijvoorbeeld ‘van een hemelse platvloersheid’ of ‘een levende dode’ of ‘een oorverdovende stilte’. Vaak is de eerste term een bijvoeglijk, de tweede een zelfstandig naamwoord.

‘Oxymoron’ is trouwens zelf een oxymoron, samengesteld uit de Griekse woorden oxys (slim) en moros (dom).

Voorbeelden van oxymorons met betrekking tot niet-weten:

Mijn spreken is even nietszeggend als mijn zwijgen welsprekend.

Wat goed is in het ene opzicht is kwaad in het andere.

Een van de meest bekende oxymorons komt uit de traditie van het zenboeddhisme. Ik heb het natuurlijk over de poortloze poort. Een andere is afkomstig uit de Daodejing: wei wu wei oftewel doende niet doen. Ook in de neoplatoonse filosofie, in de negatieve theologie en in de oosterse filosofie is het oxymoron gemeengoed.

Veel voorkomende formats van het oxymoron zijn A en niet-A, A noch niet-A, en voorbij A en niet-A. Bijvoorbeeld goed én kwaad, goed noch kwaad, voorbij goed en kwaad. Deze formuleringen worden dikwijls als synoniem beschouwd.

Door in de tweede formule, A en niet-A, de tweede term, niet-A, te vervangen door zonder A verkrijgen we een vijfde formule: A-zonder-A, in ons voorbeeld goed-zonder-goed of kwaad-zonder-kwaad.

Knoflookkruid, dat wel naar knoflook ruikt maar geen knollen vormt, dankt aan dit verschil zijn naam: look-zonder-look.

Toegepast op niet-weten levert het oxymoron ons zes equivalente uitdrukkingen op:

  1. wetend niet-weten
  2. weten én niet-weten
  3. weten noch niet-weten
  4. voorbij weten en niet-weten
  5. weten zonder weten
  6. niet-weten zonder niet-weten

De laatste is misschien wat zonderling, maar toch een goede waarschuwing tegen de onweerstaanbare neiging niet-weten te verabsoluteren tot een zaak, toestand, persoon, waarheid of god.

Voor niet zeggen verkrijgen we op analoge wijze de volgende zes oxymorons:

  1. zeggend niet zeggen
  2. zeggen én niet zeggen
  3. zeggen noch niet zeggen
  4. voorbij zeggen en niet zeggen
  5. zeggen zonder zeggen
  6. niet zeggen zonder niet zeggen

En voor niet doen:

  1. doende niet doen
  2. doen én niet doen
  3. doen noch niet doen
  4. voorbij doen en niet doen
  5. doen zonder doen
  6. niet doen zonder niet doen

Tot slot de zes formules van het oxymoron op een rijtje. Ik heb ze voor de herkenbaarheid een naam gegeven, die je meteen weer mag vergeten.

  1. bijvoeglijke ontkenning: A’ niet-A
  2. dubbele bevestiging: A én niet-A
  3. dubbele ontkenning: A noch niet-A
  4. overstijging: voorbij A en niet-A
  5. positieve herroeping: A-zonder-A
  6. negatieve herroeping: niet-A zonder niet-A

Hierbij staat A’ voor het van A afgeleide bijvoeglijk naamwoord.

Het oxymoron in de Wikipedia

Paradox

(de, mannelijk, paradoxen)

Een paradox is een tegenstrijdige bewering.

Ik weet niets maar dat weet ik wel verdomd zeker.

Ik weet niets en dat ook niet.

Wat is het verschil tussen een paradox en een oxymoron? Een paradox is een oxymoron in de vorm van een zin, zou je kunnen zeggen, en een oxymoron is een paradox in de vorm van een woord of uitdrukking.

Wat is de overeenkomst tussen een paradox en een oxymoron? Beide stijlfiguren brengen een tegenspraak (strijdigheid, tegenstrijdigheid, contradictio, aporie, onverenigbaarheid) tot uitdrukking. Bijvoorbeeld: ‘zelfs niet weten van niet-weten’ of ‘de twijfel betwijfeld’ of ‘ook van onthechting onthecht’ of ‘zelfs van leegte ontledigd’ of ‘alles is een illusie, ook de illusie’ of ‘ik heb niets te zeggen, dit ook niet’.

De rest van deze paragraaf gaat over tegenspraken in algemene zin, van het type oxymoron, van het type paradox of van welk type dan ook. Om het mezelf wat makkelijker te maken, gebruik ik het woord paradox vanaf nu voor iedere tekst, gesproken of geschreven, die ongeacht zijn lengte een tegenspraak bevat, inclusief vragen, liedjes, gedichten, grappen en noem maar op.

Een agnostische paradox of weetnietparadox is een paradox die voortkomt uit en uitdrukking geeft aan agnose, aan niet-weten. Niet iedere paradox is agnostisch. Je zou zelfs kunnen zeggen dat geen enkele paradox van zichzelf agnostisch is, maar het karakter van agnose ontleent aan de context en het gebruik. Paradoxen op deze website zijn bijna allemaal agnostisch, die in een boek over filosofie, wiskunde, logica of humor bijna nooit.

Vrijwel iedere tekst over niet-weten (dwaaltekst) bevat tegenspraken op woordniveau (oxymorons), op zinsniveau (paradoxen) of over meerdere zinnen of alinea’s uitgesmeerd. In vrijwel ieder dwaalgesprek (dialoog over niet-weten) spreken de gesprekspartners elkaar of zichzelf herhaaldelijk tegen. Ook mijn dwaalspreuken bevatten veel tegenstrijdigheden, al zijn niet alle dwaalspreuken paradoxen.

Tegenspreken, herroepen, het terugnemen of in vraag stellen van eerdere woorden en uitspraken en verborgen veronderstellingen, het vermenigvuldigen van betekenissen, interpretaties en oordelen tot aan agnostische chaos – paradoxie is de essentie van het dwijze denken en spreken. Uitspreken en tegenspreken, uitspreken en tegenspreken, in de mystiek wordt het vaak stamelen genoemd.

Iedere tekst over en vanuit niet-weten is intrinsiek paradoxaal. Paradoxen zijn de zuiverste uitdrukking van niet-weten, voor zover niet-weten zich überhaupt laat uitdrukken. Van meet af aan ben ik er verzot op geweest. Als ik mijn hele niet-weten en al mijn dwaalteksten moest samenvatten op een postzegel dan zou ik een paradox nemen.

Een voorbeeld van een boeddhistische paradox is sunyata-sunyata: de leegte van de leegte, leegte in het kwadraat – een bevestiging en ontkenning van de leegte ineen, die ons niet terug naar de vorm voert, maar uit (het onderscheid tussen) leegte en vorm.

Op analoge wijze zou je uit het hindoeïstische begrip maya (illusie) de term maya-maya kunnen vormen: de illusie van de illusie, illusie in het kwadraat – een ontkenning van de illusie, die ons niet terug naar de realiteit voert, maar uit (het onderscheid tussen) illusie en realiteit.

Soms is de dubbele ontkenning die karakteristiek is voor de paradox expliciet aanwezig:

  • zelfs niet weten van niet-weten
  • zelfs niet geloven in niet-geloven
  • zelfs niet reiken naar niet-reiken
  • zelfs niet nestelen in niet-nestelen
  • zelfs niet hechten aan niet-hechten
  • zelfs niet oordelen over oordelen

Deze paradoxen staan toevallig allemaal in de gebiedende wijs, maar dat hoeft niet; ‘zelfs van het onthechten onthecht’ is net zo paradoxaal als ‘zelfs niet hechten aan niet-hechten’.

De dubbele ontkenning kan ook verstopt zitten in de werkwoorden en zelfstandige naamwoorden:

  • zelfs je weerstand niet weerstaan
  • zelfs geen principes tegen principes
  • zelfs het relativeren gerelativeerd
  • zelfs het twijfelen betwijfelen
  • zelfs het loslaten losgelaten
  • zelfs het opgeven opgeven
  • zelfs het afwijzen afgewezen
  • zelfs het weerspreken weerspreken
  • zelfs het ontkennen ontkend
  • zelfs het afbreken afbreken
  • zelfs de haakjes tussen haakjes
  • zelfs van leegte ontledigd
  • zelfs van de vrijheid bevrijd
  • zelfs aan het ontsnappen ontsnappen

Paradoxen in de vorm van oxymorons:

  • alles liefhebben, zelfs de haat
  • overal ruimte voor hebben, zelfs voor bekrompenheid
  • overal voor open staan, zelfs voor geslotenheid
  • rustig blijven onder je onrust

Een paradox in de vorm van een litanie:

1.

Wat is het toppunt van niet-weten? Niet weten van niet-weten.
Het toppunt van niet-weten is het einde van niet-weten.

Wat is het einde van niet-weten? Niet-weten van niet-weten.
Het einde van niet-weten is het toppunt van niet-weten.

2.

Wat is het toppunt van niet-doen? Niet doen aan niet-doen.
Het toppunt van niet-doen is het einde van niet-doen.

Wat is het einde van niet-doen? Niet doen aan niet-doen.
Het einde van niet-doen is het toppunt van niet-doen.

3.

Wat is het toppunt van onthechting? Onthechting van onthechting.
Het toppunt van onthechting is het einde van onthechting.

Wat is het einde van onthechting? Onthechting van onthechting.
Het einde van onthechting is het toppunt van onthechting.

Paradoxen in de vorm van een filosofie:

  • een nihilisme dat zelfs het nihilisme en zichzelf nihil verklaart: een hypernihilisme
  • een negativisme dat zelfs negatief staat tegenover het negativisme en tegenover zichzelf: een hypernegativisme
  • een relativisme dat zelfs het relativisme en zichzelf relativeert: een hyperrelativisme
  • een perspectivisme dat zelfs het perspectivisme en zichzelf als een perspectief ziet: een hyperperspectivisme
  • een quïetisme dat niet alleen de wereld maar ook het quïetisme en zichzelf verzaakt: een hyperquïetisme
  • een scepticisme dat zelfs de twijfel en zichzelf betwijfelt: een hyperscepticisme3
  • een escapisme dat zelfs aan het escapisme en aan zichzelf ontsnapt: een hyperescapisme

Het denken, de geest, de mind, het verstand, houdt niet van tegenspraken; het gezond verstand niet en het academisch verstand niet. Ik zeg dit bij wijze van spreken, want het denken et cetera zou best eens een hypostase kunnen zijn.

Wanneer een correcte redenering tot een tegenspraak leidt, concludeert het al dan niet zogenaamde verstand dat de aannames onjuist zijn. Dit heet een bewijs uit het ongerijmde, reductio ad absurdum. Door de aannames onjuist te verklaren, treedt het letterlijk uit het ongerijmde en wordt de intellectuele orde hersteld. Een vlucht uit de paradoxie in de orthodoxie.

In agnose leidt een paradox, hoewel tegenstrijdig, niet tot een conclusie omtrent de aannames waarop het is gebaseerd. Voor mij bewijst een paradox niets, zelfs niet dat er niets te bewijzen valt. Er wordt geen wiskundige orde, filosofische orde, politieke orde of welke orde dan ook mee hersteld.

Voor mij is een paradox simpelweg een puntige uitdrukking van en herinnering aan een radicaal niet-weten. Het is de hartenkreet die de val in het ongerijmde inleidt en begeleidt, bekrachtigt en ontkracht, betreurt en bezingt.


Voetnoten

  1. In de zenboeddhistisch koanliteratuur komen ‘keerwoorden’ voor, in het Engels turning words of turning phrases genoemd, die bij iemand die er rijp voor is, acuut tot verlichting zouden kunnen leiden. Dergelijke uitdrukkingen hebben veelal het karakter van een paradox, bijvoorbeeld de poortloze poort. Bij mij is de paradox in de eerste plaats een expressie van een al aanwezige agnose in de vorm van een dubbele ontkenning. Mocht zo’n expressie bij iemand als keerwoord fungeren en hem of haar pardoes het niet-weten in katapulteren, dan is dat mooi meegenomen, of mooi pech, zeg jij het maar. Of agnose hetzelfde is als verlichting laat ik graag in het midden.
  2. Een dwaaltekst van de tweede orde.
  3. Het pyrronisme is in theorie een hyperscepticisme, maar wordt door zijn belangrijkste vertegenwoordiger, Sextus Empiricus, uitgewerkt tot een tamelijk conservatieve en fatalistische levensbeschouwing.

De logische paradox in de Wikipedia

De paradox als stijlfiguur in de Wikipedia

Ellips

(de, mannelijk/vrouwelijk, ellipsen)

Een retorische figuur die de dwijze goed van pas komt is de ellips: het weglaten van woorden die er makkelijk bij gedacht kunnen worden. De paradox niet-weten, zelfs niet van niet-weten wordt bijvoorbeeld ingekort tot zelfs niet van niets weten. Andere voorbeelden van ellipsen:

zelfs niet zonder principes zijn

zelfs het opgeven opgeven

en dat ook niet

Passen we de ellips toe op de beginterm van het oxymoron, wetend niet-weten dan verkrijgen we de ellips niet-weten. Doende niet doen wordt niet doen. Zeggend niet zeggen wordt niet zeggen.

Langs elliptische weg is het niet alleen mogelijk langdradige paradoxen weer te geven met een enkel woord, maar ook om paradoxen aan te duiden die zich anders maar lastig laten formuleren: niet duiden, niet interpreteren, niet vragen, niet antwoorden.

In plaats van de beginterm kunnen we ook de eindterm van een oxymoron laten vallen. Wetend niet-weten wordt dan ‘weten’. Dat werkt goed, op voorwaarde dat we het overblijvende woord tussen aanhalingstekens zetten want anders is het niet meer te herkennen als een elliptisch oxymoron.

Ook de ellips niet-weten zouden we tussen aanhalingstekens kunnen zetten, om te benadrukken dat het niet om een letterlijk niet weten gaat – alsof ik kan weten dat ik niets weet – maar om een wetend niet-weten, een niet-weten tussen aanhalingstekens, een ‘niet-weten’.

Het gebruik van aanhalingstekens is doeltreffend en vanzelfsprekend. Zelfs zonder bovenstaande uitleg weet je intuïtief wat ik bedoel wanneer ik ‘ik’ schrijf of spreek over ‘de wereld’. Zou ik steeds helemaal moeten uitleggen dat ik niet weet wat en óf de wereld is en wie of wat en óf ik ben en dat ik zelfs dat niet weet, dan zouden mijn teksten, net als deze zin, nog complexer en langdradiger worden dan ze al zijn.

Toegepast op de paradox niet-weten, zelfs niet dat je niets weet, levert de ellips ons dus nog eens vier equivalente figuren op:

  1. zelfs niet van niets weten
  2. niet-weten
  3. ‘weten’
  4. ‘niet-weten’

Hieronder de vier formules van de ellips op een rijtje, met een zelfbedachte naam die je meteen weer mag vergeten.

  1. halfparadox: zelfs niet-A niet
  2. rechterterm: niet-A
  3. linkerterm tussen aanhalingstekens: ‘A’
  4. rechterterm tussen aanhalingstekens: ‘niet-A’

Laten we uit formule 1 de specificatie niet-A weg, dan ontstaat de generieke spreuk ‘zelfs dat niet’ of ‘en dat ook niet’. Dit laatste zinnetje was de spontane mantra waarmee ik in oktober 2007, de eerste maand van mijn niet-weten toen ik er nog nauwelijks woorden voor had, zelfs niet de term niet-weten, ‘iedere’ gedachte begroette.

Om zonder gebaren in gesproken tekst aan te geven dat een woord tussen aanhalingstekens staat, kun je woorden als quasi en verondersteld gebruiken: quasi-ik of de veronderstelde wereld, maar dat is wel uitkijken geblazen omdat ze al snel als ontkenning gaan fungeren.

Termen als de zogenaamde wereld en de hypothetische god bijvoorbeeld, wekken de indruk dat volgens de spreker de wereld een illusie is en god niet bestaat. Daarmee zijn we in het domein van het weten beland, en dat was nou net niet de bedoeling.

De ellips in de Wikipedia

Het oxymoron, de paradox en de ellips zijn naar mijn mening de belangrijkste stijlfiguren voor stamelaars. Hieronder een korte beschrijving van een aantal andere stijlfiguren.

Accumulatie, accumulatio

(de, vrouwelijk, accumulaties)

Een accumulatie is een opsomming van gelijksoortige elementen.

Verlichting is geen plaats, geen tijd, geen weg, geen (on)grond, geen gemoedstoestand, geen staat, geen transformatie, geen ervaring, geen filosofie, geen houding, geen manier van doen, geen levenskunst, geen bewustzijnstoestand, geen identiteit, geen hogere werkelijkheid, geen orgaan, geen hoger inzicht, geen verwondering, geen eenwording, geen godgelijkheid en geen einde.

De accumulatio in de Wikipedia

Antithese

(de, vrouwelijk, antithesen)

Een antithese is nevenschikking van tegengestelde begrippen om door de contrastwerking iets te benadrukken.

De hoogste waarheid een lage leugen.

Als een dwaas maar lang genoeg naar het westen loopt, wordt hij vanzelf een wijze uit het oosten.

De antithese in de Wikipedia

Dubitatio

Een dubitatio is een opsomming in vraagvorm om twijfel uit te drukken.

Heeft de verlichte nou iets bereikt of juist niet? Heeft hij het niet-bereiken bereikt? Heeft hij het bereiken-en-niet-bereiken bereikt? Heeft hij het bereiken-noch-niet-bereiken bereikt? Heeft hij het niet-niet-bereiken bereikt? Heeft hij het bereiken en het niet-bereiken en het bereiken-en-niet-bereiken en het bereiken-noch-niet-bereiken en het niet-niet-bereiken achter zich gelaten? Heeft hij zelfs het achterlaten achter zich gelaten? Dit alles tegelijk? Niets van dit alles? Iets anders? Niets anders? Wat denkt u?

De dubitatio in de Wikipedia

Ironie

(de, vrouwelijk, geen meervoud)

Ironie is een vorm van (zelf)spot waarbij je niet zegt wat je bedoelt, bijvoorbeeld een understatement, overdrijving of omkering.

Ironie in de Wikipedia

Omkering, inversie

(de, vrouwelijk, omkeringen; de, vrouwelijk, inversies)

Een omkering is een vorm van ironie waarbij je het tegenovergestelde zegt van wat je bedoelt.

Niet-weten is de grootste intellectuele uitdaging van onze tijd.

De inversie in de Wikipedia

Overdrijving, hyperbool

(de, vrouwelijk, overdrijvingen; de, mannelijk/vrouwelijk, hyperbolen)

Overdrijving is een vorm van ironie waarbij je iets sterker uitdrukt dan je het bedoelt.

Zen betekent zitten tot je een ons weegt.

De hyperbool in de Wikipedia

Percontatio

Een percontatio is een verzonnen dialoog, vaak met vraag en antwoord, zoals de meeste dwaalgesprekken op deze website.

De percontatio in de Wikipedia

Retorische vraag

Een retorische vraag is een vraag die geen antwoord behoeft.

Ik wil best het goede doen, maar wat is het goede?

De retorische vraag in de Wikipedia

Tautologie

(de, vrouwelijk, tautologieën)

Een tautologie is een logisch noodzakelijke waarheid in de vorm van een identiteit.

Ik ben die ik ben.

Ik denk wat ik denk.

Ik doe wat ik doe.

Ik voel wat ik voel.

Het is wat het is.

Het gaat zoals het gaat.

De termen kunnen ook synoniemen zijn:

God is de allerhoogste.

Het ene is uniek.

De tautologie is al zo vaak gebruikt in spiritueel en religieus verband om de onbepaaldheid en/of onbepaalbaarheid van het een of ander of meteen maar van het hele leven aan te geven, dat ze eerder als fatalistische dooddoener fungeert dan als oprechte uiting van agnose.

Om die reden probeer ik het gebruik van tautologieën op deze website te voorkomen en raad ik het gebruik in verband met niet-weten af.

De tautologie in de Wikipedia

Understatement, parabool

(het, onzijdig, understatements; de, mannelijk/vrouwelijk, parabolen)

Een understatement is een vorm van ironie waarbij je iets zwakker uitdrukt dan je het bedoelt.

‘Inshallah’ duidt nou niet direct op een heilig geloof in de vrije wil.

Het understatement in de Wikipedia