Stijlgids voor nitwits

dwaalgids > weetnietkunde

Schrijven over niet-weten is lastig. De Stijlgids voor nitwits bespreekt 15 onmisbare stijlfiguren, zoals de paradox, het oxymoron en het tetralemma. Eenvoudige uitleg met veel voorbeelden.

dummy: 1. iemand die nog niet weet; 2. iemand die niet meer weet

Stijlfiguren voor stamelaars

Stijlfiguren niet-weten

Welsprekend niet-spreken over denkend niet-denken en wetend-niet-weten is onmogelijk zonder de stijlfiguren paradox, oxymoron, antithese, accumulatie, dubitatie en percontatie.

Ook de retorische vraag, de tautologie en de verschillende vormen van ironie, zoals het understatement, de overdrijving en de omkering zijn onmisbaar.

Aan de Indiase logica ontlenen we de klassieke stel- en stijlfiguur die het tetralemma wordt genoemd.

Daarnaast heb ik een persoonlijke voorkeur voor alliteratie, dubbelzinnigheid, herhaling, nieuwvorming, rijm, en woordspeling. Dit zijn niet zozeer stijlfiguren als stijltics, en ik zal ze niet bespreken.

Hieronder de belangrijkste stijlfiguren voor stamelaars, te beginnen met de grote vier: de paradox, het tetralemma, het oxymoron en de ellips.

Aan het einde van deze pagina vind je de oxymoronautomaat, een woordenkraam met honderden synoniemen voor ‘niet-weten’ en ‘weetniet’.

Overzicht van stijlfiguren in de Wikipedia

Paradox

(de, mannelijk, paradoxen)

Een paradox is een tegenstrijdige bewering

Een paradox is een uitdrukking of uitspraak die zichzelf tegenspreekt.

Ik weet niets maar dat weet ik wel verdomd zeker.

Ik weet niets, dit ook niet.

Ik heb niets te zeggen, en dat zeg ik.

Ik heb zelfs niet niets te zeggen.

De twijfel betwijfeld.

Ook van onthechting onthecht.

Zelfs van leegte ontledigd.

Alles is een illusie, ook de illusie.

Een paradox is een oxymoron (zie onder) in de vorm van een zin, een oxymoron is een paradox in de vorm van een term. Beide stijlfiguren brengen een tegenspraak (strijdigheid, tegenstrijdigheid, contradictio, aporie, onverenigbaarheid) tot uitdrukking.

Agnostische paradoxen geven uitdrukking aan niet-weten

Een agnostische paradox of weetnietparadox is een paradox die voortkomt uit, en uitdrukking geeft aan agnose, aan niet-weten.

Niet iedere paradox is agnostisch. Je zou zelfs kunnen zeggen dat geen enkele paradox van zichzelf agnostisch is, maar het karakter van agnose ontleent aan de context en het gebruik. Paradoxen op deze website zijn bijna allemaal agnostisch, die in een boek over filosofie, wiskunde, logica of humor bijna nooit.

Vrijwel iedere tekst over niet-weten (dwaaltekst) bevat tegenspraken op woordniveau (oxymorons), op zinsniveau (paradoxen) of over meerdere zinnen of alinea’s uitgesmeerd (tetralemma of vrije vorm, zie onder). In vrijwel ieder dwaalgesprek (dialoog over niet-weten) spreken de gesprekspartners elkaar of zichzelf herhaaldelijk tegen. Ook mijn dwaalspreuken bevatten veel tegenstrijdigheden, al zijn niet alle dwaalspreuken paradoxen.

Tegenspreken, herroepen, het terugnemen of in vraag stellen van eerdere woorden en uitspraken en verborgen veronderstellingen, het vermenigvuldigen van betekenissen, interpretaties en oordelen tot aan agnostische chaos – paradoxie is de essentie van het dwijze denken en spreken. Bij herhaling uitspreken en weerspreken, in de mystiek wordt het stamelen genoemd, al stamelt men daar alleen over God. Ik stamel over alles.

Iedere tekst over en vanuit niet-weten is intrinsiek paradoxaal. Paradoxen zijn de zuiverste uitdrukking van niet-weten, voor zover niet-weten zich überhaupt laat uitdrukken. Van meet af aan ben ik er verzot op geweest.

Als ik mijn hele niet-weten en al mijn dwaalteksten moest samenvatten op een postzegel dan zou ik een paradox gebruiken.

Sunyata-sunyata en maya-maya

Een voorbeeld van een boeddhistische paradox is sunyata-sunyata: de leegte van de leegte, leegte in het kwadraat – tegelijk bevestiging en ontkenning van de leegte, die ons niet terug naar de vorm voert maar, als het aan mij ligt, uit (het onderscheid tussen) leegte en vorm.

Op analoge wijze zou je uit het hindoeïstische begrip maya (illusie) de term maya-maya kunnen vormen: de illusie van de illusie, illusie in het kwadraat – een ontkenning van de illusie, die ons niet terug naar de realiteit voert, maar uit (het onderscheid tussen) illusie en realiteit.

Expliciete en impliciete paradoxen

Soms is de dubbele ontkenning die karakteristiek is voor de paradox expliciet aanwezig:

  • zelfs niet weten van niet-weten
  • zelfs niet geloven in niet-geloven
  • zelfs niet reiken naar niet-reiken
  • zelfs niet nestelen in niet-nestelen
  • zelfs niet hechten aan niet-hechten
  • zelfs niet oordelen over oordelen

Deze paradoxen staan toevallig allemaal in de gebiedende wijs, maar dat hoeft niet; ‘zelfs van het onthechten onthecht’ is net zo paradoxaal als ‘zelfs niet hechten aan niet-hechten’.

De dubbele ontkenning kan ook verstopt zitten in de werkwoorden en zelfstandige naamwoorden:

  • zelfs je weerstand niet weerstaan
  • zelfs geen principes tegen principes
  • zelfs het relativeren gerelativeerd
  • zelfs het twijfelen betwijfelen
  • zelfs het loslaten losgelaten
  • zelfs het opgeven opgeven
  • zelfs het afwijzen afgewezen
  • zelfs het weerspreken weerspreken
  • zelfs het ontkennen ontkend
  • zelfs het afbreken afbreken
  • zelfs de haakjes tussen haakjes
  • zelfs van leegte ontledigd
  • zelfs van de vrijheid bevrijd
  • zelfs aan het ontsnappen ontsnappen

Paradoxen in de vorm van oxymorons:

  • alles liefhebben, zelfs de haat
  • overal ruimte voor hebben, zelfs voor bekrompenheid
  • overal voor open staan, zelfs voor geslotenheid
  • rustig blijven onder je onrust

Paradoxen in de vorm van een filosofie

  • een nihilisme dat zelfs het nihilisme en zichzelf nihil verklaart: een hypernihilisme
  • een negativisme dat zelfs negatief staat tegenover het negativisme en tegenover zichzelf: een hypernegativisme
  • een relativisme dat zelfs het relativisme en zichzelf relativeert: een hyperrelativisme
  • een perspectivisme dat zelfs het perspectivisme en zichzelf als een perspectief ziet: een hyperperspectivisme
  • een quïetisme dat niet alleen de wereld maar ook het quïetisme en zichzelf verzaakt: een hyperquïetisme
  • een scepticisme dat zelfs de twijfel en zichzelf betwijfelt: een hyperscepticisme*
  • een escapisme dat zelfs aan het escapisme en aan zichzelf ontsnapt: een hyperescapisme

Het denken, de geest, de mind, het verstand, gesteld dat er iets is dat denkt, houdt niet van tegenspraken; het gezond verstand niet en het academisch verstand niet.

Wanneer een correcte redenering tot een tegenspraak leidt, concludeert het al dan niet zogenaamde verstand dat de aannames onjuist zijn. Dit heet een bewijs uit het ongerijmde, reductio ad absurdum. Door de aannames onjuist te verklaren, treedt het letterlijk uit het ongerijmde en wordt de intellectuele orde hersteld. Een vlucht uit de paradoxie in de orthodoxie.

Hegel noemde dit dialectiek: de filosofische methode die vooruitgang boekt via de weg van these – antithese – synthese. De laatste van de syntheses zou uitmonden in het Absolute, dat alle tegenstellingen omvat en overstijgt.

In agnose leidt een paradox, hoewel tegenstrijdig, niet tot een conclusie omtrent de aannames waarop het is gebaseerd. Voor mij bewijst een paradox niets, zelfs niet dat er niets te bewijzen valt. Er wordt geen wiskundige orde, filosofische orde, politieke orde of welke orde dan ook mee hersteld.

Voor mij is een paradox simpelweg een puntige uitdrukking van en herinnering aan een radicaal niet-weten. Het is de hartenkreet die de val in het ongerijmde inleidt en begeleidt, bekrachtigt en ontkracht, betreurt en bezingt.

* Het pyrronisme is in theorie een hyperscepticisme, maar wordt door zijn belangrijkste vertolker, Sextus Empiricus, uitgewerkt tot een tamelijk conservatieve en fatalistische levensbeschouwing.

Verder lezen: De logische paradox in de Wikipedia, De paradox als stijlfiguur in de Wikipedia

Tetralemma

(het, onzijdig, tetralemma’s/tetralemmata)

Het tetralemma of de vierstelling is een belangrijke figuur in de Indiase logica, nauw verwant met de paradox en het dilemma.

Tetralemma’s in het boeddhisme

In het boeddhisme zijn talloze voorbeelden te vinden van het tetralemma. Dit is er eentje uit de Mijjhima-Nikaya:

‘Gelooft u, Gautama, dat de verlichte na zijn dood voortleeft, en dat alleen deze visie juist is, en alle andere onjuist?’
‘Nee, ik geloof niet dat de verlichte na zijn dood voortleeft, en dat alleen deze visie juist is, en alle andere onjuist.’
‘Gelooft u dat de verlichte na zijn dood ophoudt te bestaan, en dat alleen deze visie juist is, en alle andere onjuist?’
‘Nee, ik geloof niet de de verlichte na zijn dood ophoudt te bestaan, en dat alleen deze visie juist is, en alle andere onjuist.’
‘Gelooft u dat de verlichte na zijn dood zowel voortleeft als ophoudt te bestaan, en dat alleen deze visie juist is, en alle andere onjuist?’
‘Nee, ik geloof niet dat de verlichte na zijn dood zowel voortleeft als ophoudt te bestaan, en dat alleen deze visie juist is, en alle andere onjuist.’
‘Gelooft u dan dat de verlichte na zijn dood noch voortleeft noch ophoudt te bestaan, en dat alleen deze visie juist is, en alle andere onjuist?’
‘Nee, ik geloof niet dat de verlichte na zijn dood noch voortleeft noch ophoudt te bestaan, en dat alleen deze visie juist is, en alle andere onjuist.’

Zoals je ziet, weigert Gautama (de Boeddha) zich uit te spreken over het voortleven van de verlichte na diens dood, zoals hij in het algemeen weigert zich uit te laten over welke metafysische of kosmologische kwestie dan ook.

Waarom de Boeddha dat doet is vers twee. Volgens een gangbare interpretatie omdat het niet heilzaam zou zijn om je met dit soort kwesties bezig te houden; meningen en speculaties zouden alleen maar leiden tot zinloze discussies en geestelijke onrust, en op die manier bijdragen aan het lijden dat de Boeddha wil bestrijden.

Een andere interpretatie gaat uit van het boeddhistische dogma dat alle dingen en organismen leeg zijn, zonder eigen wezen of werkzaamheid, zodat er ook niets wezenlijks over te ontdekken of te zeggen valt. Deze benaderingswijze vind je onder meer in de Diamantsoetra (zie onder).

Volgens weer een andere interpretatie moet je zwijgen over wat je niet weten kan. Net zoals de agnosticus weigert zich uit te spreken over het al dan niet bestaan van God (zie onder), weigert Boeddha zich uit te spreken over het voortbestaan van de verlichte na zijn dood en zulk soort zaken.

Ikzelf weiger me uit te spreken over de bedoelingen van de Boeddha. Ik ken alleen mijn eigen bedoelingen, en dan nog. Maar ik kan je wel vertellen dat het tetralemma bij uitstek geschikt is om op methodische wijze niets te zeggen en aldus te getuigen van agnose.

Positieve en negatieve tetralemma’s; het octaaf

Ziehier het tetralemma in zijn simpelste vorm:

  1. alleen P is waar
  2. alleen niet-P is waar
  3. zowel P als niet-P is waar
  4. noch P noch niet-P is waar

kortweg:

  1. P
  2. niet-P
  3. P en niet-P
  4. P noch niet-P

Bovenstaande vorm van het tetralemma wordt ook wel de positieve vorm genoemd, om hem te onderscheiden van de negatieve vorm:

  1. niet P
  2. niet niet-P
  3. niet (P en niet-P)
  4. niet (P noch niet-P)

In de tetralogica zijn de beide vormen equivalent, dat wil zeggen, de negatieve vorm kan worden afgeleid uit de positieve en omgekeerd. Dat wordt snel duidelijk als we het gedoe met P en niet-P eventjes weglaten. Dan is de positieve vorm:

  1. ja
  2. nee
  3. ja en nee
  4. noch ja noch nee
Het tetralemma in zijn eenvoudigste vorm

De negatieve vorm is gelijk aan de ontkenning van elk afzonderlijk stellingnames in de positieve vorm, dus:

  1. nee
  2. ja
  3. noch ja noch nee
  4. ja en nee

Zoals je ziet verschilt de negatieve vorm van het tetralemma niet van de positieve vorm, op de volgorde van de stellingen na, die er helemaal niet toe doet.

In het boeddhistische voorbeeld hierboven zijn we de positieve en de negatieve vorm van het tetralemma verweven tot een octaaf (achttal) van vragen en antwoorden. Teruggebracht tot zijn essentie staat er:

Is alleen P waar?
Nee, niet alleen P is waar.
Is alleen niet-P waar?
Nee, niet alleen niet-P is waar.
Is alleen (P en niet-P) waar?
Nee, niet alleen (P en niet-P is waar)
Is alleen (noch P noch niet-P) waar?
Nee, niet alleen (noch P noch niet-P) is waar.

Als je zo je dialogen construeert, krijg je je soetra wel vol (of een site over niet-weten). Als je het trucje eenmaal doorhebt zijn de resulterende dialogen nog makkelijk uit je hoofd te leren ook – een groot voordeel in de goede oude tijd van voor de boekdrukkunst, en ook voor auteur dezes een mooi tijdverdrijf en een groot genoegen.

Het tetralemma als stelfiguur en als stijlfiguur

Het tetralemma is niet alleen een belangrijke stelfiguur in de Indiase syllogistiek, het is ook een belangrijke stijlfiguur in de via negativa in het algemeen en niet-weten in het bijzonder. Het sjabloon voor de positieve formulering:

  1. Ik zeg niet dat alleen P waar is
  2. Ik zeg niet dat alleen niet-P waar is
  3. Ik zeg niet dat zowel P als niet-P waar is
  4. Ik zeg niet dat noch P noch niet-P waar is

(ipv ‘zeg’ kan je ook ‘weet’ schrijven)

Bijvoorbeeld:

Ik zeg niet dat ik de kenner ben.
Ik zeg niet dat ik het gekende ben.
Ik zeg niet dat ik zowel de kenner als het gekende ben.
Ik zeg niet dat ik noch de kenner noch het gekende ben.

In dit voorbeeld, dat mijn agnose inzake een non-dualistische doctrine uitdrukt, zijn P en niet-P gereduceerd tot woorden die samen een tegenstelling vormen. ‘De kenner’ staat hier voor het lemma ‘er is een kenner (van het gekende)’ en ‘het gekende’ staat voor ‘er is iets dat gekend wordt’. ‘Ik zeg niet dat ik de kenner ben’ betekent dus ‘Er is een kenner van het gekende en dat ben ik. Allemaal voorbeelden van de stijlfiguur die de ellips wordt genoemd, zie boven.

In plaats van stellingen P en niet-P kun je ook paren van tegenstellingen gebruiken, dualismen zoals subject en object, goed en slecht, werelds en hemels of stof en geest.

Tetralogica is geen psychologica

In mijn litanie De dans ontsprongen gebruik ik een variatie op deze constructie. De strofen hebben allemaal hetzelfde format. Voor het woordpaar ego-zelf is dat:

Niet het ego, niet het zelf (een samentrekking van 1 en 2)
Niet het ego en het zelf (3)
Niet het ego noch het zelf (4)

Volgens de tetralogica sluiten de proposities in het tetralemma elkaar wederzijds uit en dekken ze alle mogelijkheden af. Dat is geen feit, het is een uitgangspunt. Binnen de tetralogica valt er niet aan te tornen, in de psychologica is het nonsense. De geest vindt altijd wel een gaatje.

Vandaar dat ik de behoefte voel om bovenstaande tetralemma verder dicht te timmeren met nog drie lemma’s. Zo ontstaat er een zesregelige zevenstelling of heptalemma:

Niet het ego, niet het zelf
Niet het ego en het zelf
Niet het ego noch het zelf
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

En voor het woordpaar hoofd-hart:

Niet het hoofd, niet het hart
Niet het hoofd en het hart
Niet het hoofd noch het hart
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Et cetera.

Vaak vind ik het wat overdreven om het tetralemma volledig uit te schrijven. Dan beperk ik me tot de eerste twee lemma’s ervan: ‘Niet de vorm, niet de leegte’. Zo gezien is een dilemma een elliptische vorm van het tetralemma.

In mijn litanie Dwijsheid, vrijplaats tussen dwaasheid en wijsheid; drieëndertig triaden van genade is sprake van drie sprekers, de dwaas, de wijze en de wijze, en vier uitspraken verdeeld over twee regels, bijvoorbeeld:

De dwaas denkt dat de wereld echt is, de dwijze niet.
De wijze denkt dat de wereld een illusie is, de dwijze niet.

De dwaas denkt dat hij iemand is, de dwijze niet.
De wijze denkt dat hij niemand is, de dwijze niet.

De dwaas denkt dat hij een vrije wil heeft, de dwijze niet.
De wijze denkt dat hij geen vrije wil heeft, de dwijze niet.

Hier staat dus eigenlijk:

  1. De dwaas denkt dat de wereld echt is.
  2. De dwijze denkt niet dat de wereld echt is.
  3. De wijze denkt dat de wereld een illusie is.
  4. De dwijze denkt niet dat de wereld een illusie is.

Vier uitspraken verdeeld over twee regels vormen nog steeds een tetralemma in de ruimere zin van een stijlfiguur, maar niet in de engere zin van een stelfiguur conform de Indiase tetralogica, als je begrijpt wat ik bedoel.

Deconstructie op woordniveau

In mijn deconstructie van de Hartsoetra en de Diamantsoetra beperk ik mijn ontkenningenreeksen niet tot het niveau van stellingen, maar pak ik ook de sleutelwoorden aan. Neem nou hoofdstukje 9 van de Diamantsoetra:

9. Voert de leer naar het ware zelf?

  1. Ik zeg niet dat de leer naar het ware zelf voert.
  2. Ik zeg niet dat de leer niet naar het ware zelf voert.
  3. Ik zeg niet dat er een leer is of een waar zelf of een voeren van de leer daarheen.
  4. Ik zeg niet dat er geen leer is of geen waar zelf of geen voeren van de leer daarheen.
  5. Noem dit desnoods de leer die naar het ware zelf voert.
  6. Zelf zeg ik liever niets.

Een tetralemma kun je dit allang niet meer noemen, maar de intentie daarvan in het kader van een radicale agnose, namelijk alles systematisch ontkennen bij wijze van spreken zonder spreken, des te meer. Dat is precies de opzet van mijn dwaalteksten, waarvan het tetralemma slechts een bijzondere vorm is.

Ten slotte nog een uitstapje naar een van de heetste hangijzers van het menselijk denken: bestaat God? Op deze vraag zijn twee antwoorden mogelijk:

  1. Ja, God bestaat.
  2. Nee, God bestaat niet.

Iemand die gelooft dat God bestaat, heet een theïst, iemand die gelooft van niet een atheïst. Iemand die een atheïst met een theïst hoort discussiëren, staat voor een dilemma: Bestaat God nou wel of bestaat hij nou niet?

In de negentiende eeuw bedacht ene Thomas Henry Huxley een derde antwoord: Je kunt niet weten of God wel of niet bestaat. Dit noemde hij het agnosticisme. Sindsdien staan mensen die nadenken over God voor een trilemma: bestaat God nou wel of niet of kun je dat niet weten?

Anderen bedachten het non-theïsme: er is geen hoger wezen maar wel een hogere werkelijkheid. Ze bedachten het igtheïsme: Je weet niet eens wat God betekent, laat staan of God bestaat. Iemand anders het apatheïsme: Kan mij het schelen of God bestaat. Enzovoort, enzovoort. Een overzicht van steeds gedifferentieerder denken over God vind je op mijn pagina Agnosticisme is een stapsteen naar agnose.

Je ziet, de menselijke geest is niet voor één gat te vangen, en ook niet voor vier. Al die denkeritis de pas afsnijden met een sluitend tetralemma is ijdele hoop. Neem alleen al het boeddhisme….

Verder lezen in de Wikipedia: catuskoti, tetralemma, buddhist logic, Nagarjuna, Madhyamaka, Sextus-empiricus

Oxymoron

(het, onzijdig, oxymorons)

Een oxymoron is een verbinding van tegengestelde begrippen

Een oxymoron is een verbinding van tegengestelde begrippen.

wetend niet-weten

wissend schrijven

de wijsheid zonder wijsheid

Een oxymoron is een troop, een stijlfiguur, een wijze van spreken, net als bijvoorbeeld het understatement, de overdrijving of de toespeling.

Kenmerkend voor het oxymoron is de bevestigende of ontkennende verbinding van twee tegengestelde begrippen, bijvoorbeeld ‘van een hemelse platvloersheid’ of ‘een levende dode’ of ‘een oorverdovende stilte’. Vaak is de eerste term een bijvoeglijk, de tweede een zelfstandig naamwoord.

‘Oxymoron’ is zelf een oxymoron, samengesteld uit de Griekse woorden oxys (slim) en moros (dom).

Nog twee voorbeelden van oxymorons met betrekking tot niet-weten:

Mijn spreken is even nietszeggend als mijn zwijgen welsprekend.

Wat goed is in het ene opzicht is kwaad in het andere.

Een van de meest bekende spirituele oxymorons komt voort uit de traditie van het zenboeddhisme. Ik heb het natuurlijk over de Poortloze Poort. Een andere is afkomstig uit de Daodejing: wei wu wei oftewel doende niet doen. Ook in de neoplatoonse filosofie, in de negatieve theologie en in de oosterse filosofie is het oxymoron gemeengoed.

Veel voorkomende formats van het oxymoron

Veel voorkomende formats van het oxymoron zijn A en niet-A, A noch niet-A, en voorbij A en niet-A. Bijvoorbeeld goed én kwaad, goed noch kwaad, voorbij goed en kwaad. Deze formuleringen worden vaak als synoniemen beschouwd.

Door in de tweede formule, A en niet-A, de tweede term, niet-A, te vervangen door zonder A verkrijgen we een vijfde formule: A-zonder-A, in ons voorbeeld goed-zonder-goed of kwaad-zonder-kwaad.

Knoflookkruid, dat wel naar knoflook ruikt maar geen knollen vormt, dankt aan dit verschil zijn naam: look-zonder-look.

Toegepast op niet-weten levert het oxymoron ons zes equivalente uitdrukkingen op:

  1. wetend niet-weten
  2. weten én niet-weten
  3. weten noch niet-weten
  4. voorbij weten en niet-weten
  5. weten zonder weten
  6. niet-weten zonder niet-weten

De laatste is misschien wat zonderling, maar toch een goede waarschuwing tegen de onweerstaanbare neiging niet-weten te verabsoluteren tot een zaak, toestand, persoon, waarheid of god. Personificatie, reïficatie, deïficatie – mensen zijn er verzot op. Fabriceren, mummificeren, pontificeren. Essentialisme, heet dat, en eternalisme. Maar dit terzijde.

Voor niet zeggen verkrijgen we op analoge wijze de volgende zes oxymorons:

  1. zeggend niet zeggen
  2. zeggen én niet zeggen
  3. zeggen noch niet zeggen
  4. voorbij zeggen en niet zeggen
  5. zeggen zonder zeggen
  6. niet zeggen zonder niet zeggen

En voor niet doen:

  1. doende niet doen
  2. doen én niet doen
  3. doen noch niet doen
  4. voorbij doen en niet doen
  5. doen zonder doen
  6. niet doen zonder niet doen

Zes formules en hun namen

Hieronder de zes formules van het oxymoron nog even op een rijtje. Ik heb ze voor de herkenbaarheid een naam gegeven, die je meteen weer mag vergeten.

  1. bijvoeglijke ontkenning: A’ niet-A
  2. dubbele bevestiging: A én niet-A
  3. dubbele ontkenning: A noch niet-A
  4. overstijging: voorbij A en niet-A
  5. positieve herroeping: A-zonder-A
  6. negatieve herroeping: niet-A zonder niet-A

In 1 staat A’ voor het van A afgeleide bijvoeglijk naamwoord.

Het oxymoron in de Wikipedia

Ellips

(de, mannelijk/vrouwelijk, ellipsen)

Een retorische figuur die de dwijze goed van pas komt is de ellips: het weglaten van woorden die er makkelijk bij gedacht kunnen worden. De paradox niet-weten, zelfs niet van niet-weten wordt bijvoorbeeld ingekort tot zelfs niet van niets weten. Andere voorbeelden van ellipsen:

zelfs niet zonder principes zijn

zelfs het opgeven opgeven

en dat ook niet

Passen we de ellips toe op de beginterm van het oxymoron, wetend niet-weten dan verkrijgen we de ellips niet-weten. Doende niet doen wordt niet doen. Zeggend niet zeggen wordt niet zeggen.

Langs elliptische weg is het niet alleen mogelijk langdradige paradoxen weer te geven met een enkel woord, maar ook om paradoxen aan te duiden die zich anders maar lastig laten formuleren: niet duiden, niet interpreteren, niet vragen, niet antwoorden.

In plaats van de beginterm kunnen we ook de eindterm van een oxymoron laten vallen. Wetend niet-weten wordt dan ‘weten’. Dat werkt goed, op voorwaarde dat we het overblijvende woord tussen aanhalingstekens zetten want anders is het niet meer te herkennen als een elliptisch oxymoron.

Ook de ellips niet-weten zouden we tussen aanhalingstekens kunnen zetten, om te benadrukken dat het niet om een letterlijk niet weten gaat – alsof ik kan weten dat ik niets weet – maar om een wetend niet-weten, een niet-weten tussen aanhalingstekens, een ‘niet-weten’.

Het gebruik van aanhalingstekens is doeltreffend en vanzelfsprekend. Zelfs zonder bovenstaande uitleg weet je intuïtief wat ik bedoel wanneer ik ‘ik’ schrijf of spreek over ‘de wereld’. Zou ik steeds helemaal moeten uitleggen dat ik niet weet wat en óf de wereld is en wie of wat en óf ik ben en dat ik zelfs dat niet weet, dan zouden mijn teksten, net als deze zin, nog complexer en langdradiger worden dan ze al zijn.

Toegepast op de paradox niet-weten, zelfs niet dat je niets weet, levert de ellips ons dus nog eens vier equivalente figuren op:

  1. zelfs niet van niets weten
  2. niet-weten
  3. ‘weten’
  4. ‘niet-weten’

Hieronder de vier formules van de ellips op een rijtje, met een zelfbedachte naam die je meteen weer mag vergeten.

  1. halfparadox: zelfs niet-A niet
  2. rechterterm: niet-A
  3. linkerterm tussen aanhalingstekens: ‘A’
  4. rechterterm tussen aanhalingstekens: ‘niet-A’

Laten we uit formule 1 de specificatie niet-A weg, dan ontstaat de generieke spreuk ‘zelfs dat niet’ of ‘en dat ook niet’. Dit laatste zinnetje was de spontane mantra waarmee ik in oktober 2007, de eerste maand van mijn niet-weten toen ik er nog nauwelijks woorden voor had, zelfs niet de term niet-weten, ‘iedere’ gedachte begroette.

Om zonder gebaren in gesproken tekst aan te geven dat een woord tussen aanhalingstekens staat, kun je woorden als quasi en verondersteld gebruiken: quasi-ik of de veronderstelde wereld, maar dat is wel uitkijken geblazen omdat ze al snel als ontkenning gaan fungeren.

Termen als de zogenaamde wereld en de hypothetische god bijvoorbeeld, wekken de indruk dat volgens de spreker de wereld een illusie is en god niet bestaat. Daarmee zijn we in het domein van het weten beland, en dat was nou net niet de bedoeling.

De ellips in de Wikipedia

Literaire vervreemding

Doe maar gek, dan doe je al gewoon genoeg.

Veel literatuur is vervreemdend, maar vervreemding maakt nog geen stijlfiguur. Onder vervreemding als stijlfiguur versta ik een ingreep in een woord, uitdrukking, spreekwoord, cliché of een andere bekende tekst, die deze vreemd, anders, nieuw, fris maakt: Onze Boeddha die in nirwana is…

Ik kwam het begrip ‘literaire vervreemding’ tegen in Tao, De levende religie van China van Kristofer Schipper (1988):

‘Wanneer de Grote Weg zegeviert, heersen overal deugdzaamheid en gerechtigheid.’ Hier hebben we zonder twijfel met een spreuk uit een of ander klassiek vertoog te maken. In de Daodejing wordt eenvoudig het woord ‘zegeviert’ vervangen door ‘vervalt’ en hierdoor worden ‘deugdzaamheid en gerechtigheid’ aan de kaak gesteld als schijndeugden. De Daodeing past systematisch het procédé van literaire vervreemding toe, om zodoende de dwingelandij van de begrippen en vooroordelen te breken. Veel taoïstische teksten uit latere tijdperken zullen dit voorbeeld volgen.

(p232,233)

Op de lijst van stijlfiguren in de Wikipedia komt literaire vervreemding niet voor, tenzij ik het niet als zodanig herkend heb. Toch is het een belangrijke figuur, niet alleen in taoïstische geschriften, maar ook op niet-weten.nl.

Een simpele vorm van literaire vervreemding krijg je door één of slechts enkele woorden in het origineel te vervangen. Omdat je als het ware je eigen eieren in andermans nest legt, noem ik het resultaat een koekoekstekst.

Neem bijvoorbeeld het eerste deel van hoofdstuk 48 van de Daodejing,

Wie studeert vermeerdert dag bij dag. Wie over de Tao hoort vermindert dag bij dag. Minder en minder, net zolang tot het nietsdoen bereikt is.

(uit Lao Zi, Het boek van de Tao en de innerlijke kracht, K. Schipper, 2010)

Als je het metafysische principe van de Tao vervangt door het epistemologische antiprincipe van het Tja, en nietsdoen door nietsweten, dan krijg je de dwaaltekst:

Wie studeert vermeerdert dag bij dag. Wie over het Tja hoort vermindert dag bij dag. Minder en minder, net zolang tot het nietsweten bereikt is.

Dit is een prototype van literaire vervreemding.

Nog kleinschaliger dan het vervangen van woorden in een zin is het vervangen van letters in een woord om er een heel andere lading aan te geven. Zo kun je van ‘advaita vedanta’ ‘advaita pedanta’ maken om de neiging tot betweterigheid van sommige non-dualisten aan de orde te stellen.

In plaats van literaire vervreemding mag dit natuurlijk ook gewoon een woordspeling heten.

Soms kun je een vervreemdend effect verkrijgen door een zin in vraagvorm om te zetten:

Leerling: ‘Ik ben de lege ruimte waarin mijn denkbeelden worden ingetekend.’ Meester: ‘Of is dat ook maar een denkbeeld ingetekend in je lege ruimte?’

Dit is ook het idee achter De Daodejing in vraagvorm; de Tao in duizend vragen.

Ingewikkelder vormen van literaire vervreemding zijn parafrasen waarin de oorspronkelijke tekst nog wel te herkennen is maar een ander accent of een totaal nieuwe betekenis heeft gekregen. De gezegden van Meester Tja zijn voorbeelden van dergelijke vrije oefeningen in vervreemding.

Nog verder ga ik in De Poortloze Poort, oorspronkelijk een collectie van 48 koans, waarop ik per stuk zo’n tien variaties heb geschreven, die als uitdijende kringen steeds verder van het origineel verwijderd raken. Stapsgewijze vervreemding.

Een soortgelijk procédé pas ik toe op de hoofdstukken vier en vijf van het traktaatje ‘Over de mystieke theologie’ van de mysticus Pseudo-dionysius. Beleef het mee op mijn pagina De Wolk van niet-weten.

Op deze site is het resultaat van literaire vervreemding altijd een dwaaltekst. Natuurlijk kun je er ook heel andere dingen mee doen.

Overige stijlfiguren

Het oxymoron, de paradox, de ellips, het tetralemma en de literaire vervreemding zijn naar mijn mening de belangrijkste stijlfiguren voor stamelaars. Hieronder een korte beschrijving van een aantal andere relevante stijlfiguren uit de westerse retoriek.

Accumulatie, accumulatio

(de, vrouwelijk, accumulaties)

Een accumulatie is een opsomming van gelijksoortige elementen.

Verlichting is geen plaats, geen tijd, geen weg, geen (on)grond, geen gemoedstoestand, geen staat, geen transformatie, geen ervaring, geen filosofie, geen houding, geen manier van doen, geen levenskunst, geen bewustzijnstoestand, geen identiteit, geen hogere werkelijkheid, geen orgaan, geen hoger inzicht, geen verwondering, geen eenwording, geen godgelijkheid en geen einde.

De accumulatio in de Wikipedia

Antithese

(de, vrouwelijk, antithesen)

Een antithese is nevenschikking van tegengestelde begrippen om door de contrastwerking iets te benadrukken.

De hoogste waarheid een lage leugen.

Als een dwaas maar lang genoeg naar het westen loopt, wordt hij vanzelf een wijze uit het oosten.

De antithese in de Wikipedia

Dubitatio

Een dubitatio is een opsomming in vraagvorm om twijfel uit te drukken.

Heeft de verlichte nou iets bereikt of juist niet? Heeft hij het niet-bereiken bereikt? Heeft hij het bereiken-en-niet-bereiken bereikt? Heeft hij het bereiken-noch-niet-bereiken bereikt? Heeft hij het niet-niet-bereiken bereikt? Heeft hij het bereiken en het niet-bereiken en het bereiken-en-niet-bereiken en het bereiken-noch-niet-bereiken en het niet-niet-bereiken achter zich gelaten? Heeft hij zelfs het achterlaten achter zich gelaten? Dit alles tegelijk? Niets van dit alles? Iets anders? Niets anders? Wat denkt u?

De dubitatio in de Wikipedia

Ironie

(de, vrouwelijk, geen meervoud)

Ironie is een vorm van (zelf)spot waarbij je niet zegt wat je bedoelt, bijvoorbeeld een understatement, overdrijving of omkering.

Ironie in de Wikipedia

Omkering, inversie

(de, vrouwelijk, omkeringen; de, vrouwelijk, inversies)

Een omkering is een vorm van ironie waarbij je het tegenovergestelde zegt van wat je bedoelt.

Niet-weten is de grootste intellectuele uitdaging van onze tijd.

De inversie in de Wikipedia

Overdrijving, hyperbool

(de, vrouwelijk, overdrijvingen; de, mannelijk/vrouwelijk, hyperbolen)

Overdrijving is een vorm van ironie waarbij je iets sterker uitdrukt dan je het bedoelt.

Zen betekent zitten tot je een ons weegt.

De hyperbool in de Wikipedia

Percontatio

Een percontatio is een verzonnen dialoog, vaak met vraag en antwoord, zoals de meeste dwaalgesprekken op deze website.

De percontatio in de Wikipedia

Retorische vraag

Een retorische vraag is een vraag die geen antwoord behoeft.

Ik wil best het goede doen, maar wat is het goede?

De retorische vraag in de Wikipedia

Tautologie

(de, vrouwelijk, tautologieën)

Een tautologie is een logisch noodzakelijke waarheid in de vorm van een identiteit.

Ik ben die ik ben.

Ik denk wat ik denk.

Ik doe wat ik doe.

Ik voel wat ik voel.

Het is wat het is.

Het gaat zoals het gaat.

De termen kunnen ook synoniemen zijn:

God is de allerhoogste.

Het ene is uniek.

De tautologie is al zo vaak gebruikt in spiritueel en religieus verband om de onbepaaldheid en/of onbepaalbaarheid van het een of ander of meteen maar van het hele leven aan te geven, dat ze eerder als fatalistische dooddoener fungeert dan als oprechte uiting van agnose.

Om die reden probeer ik het gebruik van tautologieën op deze website te voorkomen en raad ik het gebruik in verband met niet-weten af.

De tautologie in de Wikipedia

Understatement, parabool

(het, onzijdig, understatements; de, mannelijk/vrouwelijk, parabolen)

Een understatement is een vorm van ironie waarbij je iets zwakker uitdrukt dan je het bedoelt.

‘Inshallah’ duidt nou niet direct op een heilig geloof in de vrije wil.

Het understatement in de Wikipedia

De oxymoronautomaat

In de Stamelgids voor nitwits vind je een heleboel synoniemen voor niet-weten. Heb je daar niet genoeg aan, probeer het dan eens met de oxymoronautomaat. Dat is een rijtje taalformules waarmee je paradoxale uitdrukkingen genereert.

Je kunt er je eigen formules aan toevoegen en je kunt de formules toepassen op werkwoorden en zelfstandig naamwoorden naar keuze.

Formules die vaak goede resultaten leveren:

  • on-
  • non-
  • niet-
  • lege x
  • x-loosheid
  • x-loze x
  • x-end niet x-en
  • x én niet-x
  • x noch niet x
  • x zonder x
  • x voorbij
  • x voorbij alle x
  • x voorbij alle x voorbij
  • zelfs niet…

Per term (x) leveren deze formules gemiddeld vijf tot tien werkbare oxymorons op, afhankelijk van je taalgevoel en je tolerantie voor neologismen. Ik gebruik ze hieronder om synoniemen en hyponiemen van ‘niet-weten’ en ‘weetniet’ te genereren, maar je kunt de oxymorons iedere betekenis geven die je goeddunkt.

antwoord

Niet-weten is…

  • een non-antwoord
  • een niet-antwoord
  • het lege antwoord
  • antwoordloosheid
  • het antwoordloze antwoord
  • het antwoord zonder antwoord
  • de antwoorden voorbij
  • het antwoord voorbij alle antwoorden
  • het antwoord voorbij alle antwoorden voorbij

begrijpen

Niet-weten is…

  • niet-begrijpen
  • begriploos begrip
  • begrijpend niet begrijpen
  • begrijpen én niet begrijpen
  • begrijpen noch niet-begrijpen
  • begrijpen zonder begrip
  • het begrip voorbij
  • het begrip voorbij alle begrip(pen)
  • het begrip voorbij alle begrip(pen) voorbij

boodschap

Niet-weten is…

  • een onboodschap
  • een non-boodschap
  • een niet-boodschap
  • de lege boodschap
  • de boodschap zonder boodschap
  • de boodschap voorbij
  • de boodschap voorbij alle boodschappen
  • de boodschap voorbij alle booddschappen voorbij
  • zelfs niet de boodschap dat er geen boodschap is

dao(ïsme)

Niet-weten is…

  • non-daoïsme
  • leeg daoïsme
  • daoloze dao (dat wil zeggen, de wegloze weg)
  • de dao zonder dao (de weg zonder weg)
  • daoïsme zonder dao
  • daoïsme zonder daoïsme
  • de dao voorbij
  • het daoïsme voorbij
  • daoïsme voorbij de dao

denken

Niet-weten is…

  • denkend niet denken
  • denken én niet-denken
  • denken noch niet-denken
  • niet-denken
  • denken zonder denken
  • het denken voorbij
  • het denken voorbij het denken
  • het denken voorbij het denken voorbij

Je kan niet-weten ook omschrijven als een denken dat zich leeg denkt, vrij denkt, dood denkt, als een zich leegdenken, vrijdenken, dooddenken.

deugd

Niet-weten is…

  • de lege deugd
  • deugdloze deugd
  • deugd zonder deugd
  • de deugd voorbij
  • de deugd voorbij alle deugd
  • de deugd voorbij alle deugd voorbij
  • voorbij deugd en ondeugd

doen

Niet-weten is…

  • niet-doen
  • doeloos doen
  • doeloosheid
  • doende niet doen
  • doen én niet-doen
  • doen noch niet-doen
  • niet-doen
  • doen zonder doen
  • het doen voorbij
  • het niet-doen voorbij
  • voorbij doen en niet-doen
  • het doen voorbij het doen
  • het doen voorbij het doen voorbij
  • zelfs niet doen aan niet-doen

dharma

Niet-weten is…

  • de lege dharma
  • de dharma zonder dharma
  • de dharma voorbij
  • de dharma voorbij alle dharma’s
  • de dharma voorbij alle dharma’s voorbij

filosofie

Niet-weten is…

  • non-filosofie
  • lege filosofie
  • (de) filosofie zonder filosofie
  • de filosofie voorbij
  • de filosofie voorbij alle filosofie
  • de filosofie voorbij alle filosofie voorbij

Ik noem niet-weten ook wel dwijsbegeerte, de weetniet een dwijsgeer.

gelofte

Niet-weten is…

  • de non-gelofte
  • de lege gelofte
  • de gelofte zonder gelofte
  • de gelofte voorbij
  • de gelofte voorbij alle geloften
  • de gelofte voorbij alle geloften voorbij

geloven

Niet-weten is…

  • een non-geloof
  • het lege geloof
  • het geloof zonder geloof, geloven zonder geloven, geloven zonder geloof
  • het geloof voorbij
  • het geloof voorbij ieder geloof
  • het geloof voorbij ieder geloof voorbij
  • voorbij geloof en ongeloof
  • het ongeloof voorbij
  • zelfs niet geloven in niet-geloven

hechten

Niet-weten is…

  • hechtend niet-hechten
  • hechten én niet-hechten
  • hechten noch niet-hechten
  • niet-hechten
  • hechten zonder hechten
  • het hechten voorbij
  • de onthechting voorbij
  • voorbij hechten en onthechten, voorbij gehechtheid en onthechting
  • zelfs van onthechting onthecht, zelfs niet hechten aan niet-hechten

inzicht

Niet-weten is…

  • het lege inzicht
  • het inzichtloze inzicht
  • het inzicht zonder inzicht
  • het inzicht voorbij
  • het inzicht voorbij ieder inzicht
  • het inzicht voorbij ieder inzicht voorbij

In plaats van een inzicht noem ik niet-weten ook weleens een uitzicht of uitzicht zonder inzicht of Groot Uitzicht

kennen

Niet-weten is…

  • het lege kennen, de lege kennis
  • kenneloosheid, kennisloosheid
  • kenneloos kennen, kennisloze kennis
  • kennend niet kennen
  • kennen én niet-kennen
  • kennen noch niet-kennen
  • kennen zonder kennen, de kennis zonder kennis
  • het kennen voorbij, de kennis voorbij
  • het kennen voorbij ieder kennen, de kennis voorbij alle kennis
  • het kennen voorbij ieder kennen voorbij, de kennis voorbij alle kennis voorbij

leer

Niet-weten is…

  • de onleer
  • de non-leer
  • de niet-leer
  • de lege leer
  • de leer zonder leer
  • de leerloze leer
  • de leer voorbij
  • de leer voorbij elke leer
  • de leer voorbij elke leer voorbij

In een boeddhistische context noem ik in plaats van leer weleens dharma (Sanskriet voor leer) of dhamma (Pali), bijvoorbeeld de lege dharma, de dhamma zonder dhamma.

leraar, leerling

De weetniet is…

  • een onleraar, onleerling
  • een non-leraar, non-leerling
  • een niet-leraar, niet-leerling
  • een afleraar, afleerling
  • een leraar/leerling zonder lering/leer
  • een lege leraar, lege leerling
  • een leraar zonder leraren
  • een leraar zonder leerlingen
  • een leerling zonder leraren
  • de leraren voorbij
  • de leerlingen voorbij

mediteren

Niet-weten is…

  • non-meditatie
  • mediterend niet-mediteren
  • mediteren én niet-mediteren, meditatie én niet-meditatie
  • mediteren noch niet-mediteren, meditatie noch niet-meditatie
  • niet-meditatie, niet-mediteren
  • mediteren zonder mediteren, meditatie zonder meditatie
  • het mediteren voorbij, de meditatie voorbij
  • meditatie voorbij alle meditatie
  • de meditatie voorbij alle meditatie voorbij

meester

De weetniet is…

  • een onmeester
  • een non-meester
  • een niet-meester
  • een lege meester
  • een meesterloze meester
  • een meester zonder meester
  • het meesterschap voorbij

mystiek

Niet-weten is…

  • lege mystiek
  • mystiekloze mystiek
  • mystiek zonder mystiek
  • de mystiek voorbij
  • de mystiek voorbij alle mystiek
  • de mystiek voorbij alle mystiek voorbij

De mystiek van niet-weten noem ik graag weetnietmystiek of de mystiek van alledag.

onderricht

Niet-weten is…

  • het lege onderricht
  • het onderricht zonder onderricht
  • het onderricht voorbij
  • het onderricht voorbij alle onderricht
  • het onderricht voorbij alle onderricht voorbij

paradigma

Niet-weten is

  • een non-paradigma
  • het lege paradigma
  • het paradigmaloze paradigma
  • het paradigma zonder paradigma
  • het paradigma voorbij
  • het paradigma voorbij alle paradigma’s
  • het paradigma voorbij alle paradigma’s voorbij

religie

Niet-weten is…

  • een non-religie
  • de lege religie
  • religieloze religie
  • religie zonder religie
  • de religie voorbij
  • de religie voorbij alle religie
  • de religie voorbij alle religie voorbij

spiritualiteit

Niet-weten is…

  • lege spiritualiteit
  • spiritualiteit zonder spiritualiteit
  • de spiritualiteit voorbij
  • de spiritualiteit voorbij alle spiritualiteit
  • de spiritualiteit voorbij alle spiritualiteit voorbij

stelling

Niet-weten is

  • de lege stelling
  • de stelling zonder stelling
  • de stellingen voorbij
  • de stelling voorbij alle stellingen
  • de stelling voorbij alle stellingen voorbij

zo ook met conclusie, principe, motto…

waarheid

Niet-weten is…

  • een non-waarheid
  • de lege waarheid
  • de waarheid zonder waarheid
  • de waarheid voorbij
  • de waarheid voorbij alle waarheden
  • de waarheid voorbij alle waarheden voorbij

weg

Niet-weten is…

  • de onweg
  • de non-weg
  • de niet-weg
  • de wegloze weg
  • de weg zonder weg
  • de weg voorbij
  • de weg voorbij alle wegen
  • de weg voorbij alle wegen voorbij

weten

Niet-weten is…

  • het lege weten
  • weteloosheid
  • weteloos weten
  • wetend niet weten
  • weten én niet-weten
  • weten noch niet-weten
  • weten zonder weten
  • het weten voorbij
  • het weten voorbij ieder weten
  • het weten voorbij ieder weten voorbij
  • zelfs niet weten van niet-weten

wijsheid

Niet-weten is…

  • non-wijsheid
  • de lege wijsheid
  • de wijsheid zonder wijsheid
  • de wijsheid voorbij
  • de wijsheid voorbij alle wijsheid
  • de wijsheid voorbij alle wijsheid voorbij

woord

Niet-weten is…

  • het lege woord
  • het woordloze woord
  • het woord zonder woord
  • de woorden voorbij
  • het woord voorbij alle woorden
  • het woord voorbij alle woorden voorbij

zen

Niet-weten is…

  • non-zen
  • lege zen
  • zenloze zen
  • zen zonder zen

De zen van niet-weten noem ik ook graag weetnietzen.

Hoe je het allemaal ook noemt, het blijft een wassen neus. Wat je ook over niet-weten zegt, uiteindelijk zeg je niks.