Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Denk je nou nog steeds dat verlichting een bevrijdend inzicht is? Het denken doorzien door het denken; spirituele verlichting als het failliet van het verstand.

Dwaalgids > Filosofie, Verlichting > Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Verder lezen: Brieven verlichting; de vrijheid voorbij, Grote Twijfel, Grote Verlichting, Hoera, verlicht?

Op deze pagina:

Desillusies

Leerling: Is alles dan alleen maar een illusie?

Meester: Ook die illusie ben ik kwijt.

Leerling: Hebt u dan helemaal geen illusies meer?

Meester: Ook die illusie ben ik kwijt.

Wat is verlichting?

Verlichting is het failliet van het verstand

Verlichting is het failliet van het verstand. Ziedaar de gedachte die op deze pagina ontwikkeld wordt – en steeds opnieuw bankroet verklaard. Opvoeren en afvoeren, keer op keer. Meer heeft het dwijze denken niet om het lijf. Wat rest is de lege leer, zei de lege heer, halleluja.

Het denken doorzien klinkt moeilijker dan het is. Ikzelf hoef er niets voor te doen. Sterker nog, ik kan het al tien jaar niet laten. Het overkomt me, zoals darmgas, pijn of verliefdheid je overkomt, of ademhalen. Ik hoef er geen moment mindfull, waakzaam of oplettend voor te wezen.

Man, ik kan me niet eens meer voorstellen dat ik al die onderscheidingen en gedachten en gevoelens die onophoudelijk in mij opkomen ooit onvoorwaardelijk geloofd heb. Al die hokjes, al die meninkjes, al die touretteske oordelen, al die zeepbellen en natte dromen, al die doodlopende weggetjes en doodgeboren kindjes. Wat een waanzin. Nu deze gedachten weer.

Van een bevrijdend inzicht is in mijn geval geen sprake. Ik heb het licht niet gezien. Wel voel ik mij bevrijd van alle inzichten, andermans en de mijne, uit heden en verleden. Ook ben ik verlost van de zucht naar definitieve of zelfs maar voorlopige antwoorden. Die last is van mijn schouders, zo beeld ik mij soms in.

Deze ezel heeft vrede gesloten met zijn onwetendheid. Hij is thuisgekomen in den vreemde. Hij is vrijgesteld van verklaringsdienst. Hij heeft zichzelf failliet verklaard. Hij laat zich om de dooie dood geen leningen meer aansmeren, zelfs geen microkredieten. Hans van Dam of wat daarvoor doorgaat leeft uitsluitend van en voor de wind.

Maar om dat nou verlichting te noemen?

Tip: Niet te geloven!

Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van spirituele verlichting, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

Wat verlichting is? Het is maar net aan wie je het vraagt

Wat is verlichting? Dit is zo’n vraag waar een heleboel mensen helemaal gek van worden. Het laat ze niet los, en dat zou een teken aan de wand moeten zijn. Want misschien is verlichting wel het kwijtraken van vragen die je niet loslaten. Van gedachten waar je helemaal in vastzit. Ja, weet jij veel?

Is verlichting een plaats, zoals het reine land, de hemel, nirwana, het walhalla, een hogere dimensie?

Is verlichting een tijd zoals het hiernumaals of het eeuwige heden?

Is verlichting een weg, zoals advaita, tantra, tao, yoga of zen?

Is verlichting een laatste grond, zoals bewustzijn, gewaarzijn, kennendheid, stilte of leegte?

Is verlichting een gemoedstoestand zoals gelukzaligheid, liefde, mededogen, of sereniteit?

Is verlichting een staat van autonomie, ongebondenheid, onverstoorbaarheid of soevereiniteit?

Is verlichting een transformatie, bewustwording, ontwaken, realisatie, transcendentie, zelfverwerkelijking?

Is verlichting een ervaring van euforie, exaltatie, extase, heelheidsbeleving, satori of samadhi?

Is verlichting een bevrijdend inzicht of een radicale filosofie zoals monisme, holisme, non-dualisme, solipsisme, scepticisme, pyrronisme, postmodernisme, defaitisme, fatalisme, irrationalisme, nihilisme, obscurantisme, stoïcisme, agnosticisme?

Is verlichting een levenshouding zoals openheid, onbevangenheid, neutraliteit, onpartijdigheid, indifferentie, agnose, keuzeloos gewaarzijn, niet-oordelen?

Is verlichting loslaten, meegeven, overgeven, niet-doen, wu wei?

Is verlichting spontaniteit, authenticiteit, kinderlijkheid, eenvoud, eerlijkheid?

Is verlichting mindfulness, aanwezigheid, opmerkzaamheid, waakzaamheid, wakkerheid?

Is verlichting een hogere identiteit, je oorspronkelijke gezicht, je ware aard, je diepste wezen, het zelf, je essentie, je boeddhanatuur?

Is verlichting alleen-maar-dit, het ik-ben, het zijn zelf, het absolute, het alomvattende, het tijdloze, het oneindige?

Is verlichting de wijsheid zonder wijsheid, de wijsheid voorbij alle wijsheid, een weten zonder woorden, de kennis zonder leraar, de dharma, prajnaparamita, helderheid, niet-weten?

Is verlichting een geestesgesteldheid waarin je het leven continu ervaart als wonderlijk, geheimzinnig, mysterieus, numineus, onzegbaar?

Is verlichting mystieke eenwording, collectus, henosis, godgelijkheid?

Is verlichting een soort geest, bijvoorbeeld de oorspronkelijke geest, de lege geest, de weetnietgeest, de algeest, de grote geest of juist geen-geest?

Is verlichting een einde, nietiging, ontwording, zelfvergetelheid, de grote dood, het eschaton?

Zoveel verschillende antwoorden, en dit is nog maar het topje van de ijsberg. Wat in vredesnaam is verlichting?

Tip: 22 metaforen voor verlichting

Verlichting is het doorzien van het denken (over verlichting)

In vredesnaam

Wat in vredesnaam is verlichting? Het is maar net aan wie je het vraagt. En als je het mij vraagt?

Als je het mij vraagt is verlichting het doorzien van het denken dat al deze antwoorden verzint, in beton giet en te gelde maakt.

Als je het mij vraagt is verlichting niets meer of minder dan het denken doorzien door het denken. En dan bedoel ik ál het denken, zonder uitzondering. Dus ook het denken over verlichting. Dus ook dit denken, deze gedachten.

Klaar ben ik ermee.

In vredesnaam.

Jij?

Tip: De dans ontsprongen

Verlichting is voortschrijdend doorzicht

het denken doorzien door het denken doorzien door het denken…

Verlichting is basic genoeg voor Basic

BASIC is een eenvoudige programmeertaal waarmee ik begin jaren tachtig leerde werken. Ook als je de taal niet kent, laat de code zich makkelijk lezen:

10 PRINT ‘Verlichting is het denken’
20 PRINT ‘doorzien door het denken’
30 GOTO 20

RUN

Verlichting is het denken
doorzien door het denken
doorzien door het denken
doorzien door het denken
doorzien door het denken

[Esc]

Zo zonder leestekens wordt het samengestelde en geneste karakter van deze eeuwig uitdijende zin niet duidelijk en ontgaat je misschien de zin ervan. Mijn fout. Laten we ons programmaatje iets uitbreiden.

10 PRINT ‘Verlichting is’
20 PRINT ‘het denken’
30 VERLICHTING = ‘het denken doorzien door het denken’
40 PRINT ‘en’
50 PRINT VERLICHTING
60 VERLICHTING = ASCII(66) + VERLICHTING + ASCII(66) + ‘ doorzien door het denken’
70 GOTO 40

RUN

Verlichting is
het denken
en
het denken doorzien door het denken
en
‘het denken doorzien door het denken’ doorzien door het denken
en
‘ ‘het denken doorzien door het denken’ doorzien door het denken’ doorzien door het denken
en

[Esc]

De tekst tussen RUN en Esc is een aardige omschrijving van verlichting-voor-dummy’s oftewel niet-weten.

Een nog betere omschrijving is RUN. Weghollen – maar waarvandaan en waarheen?

De beste omschrijving is volgens mij Esc, want dan kun je gewoon op je kont blijven zitten. Esc is wat op de escape-toets staat, de noodknop op je toetsenbord waarmee je op ieder moment uit de mallemolen kunt stappen op ieder moment uit de mallemolen kunt stappen op ieder moment uit de mallemolen kunt stappen op ieder moment uit de mallemolen kunt stappen [Esc]

Of zoals de Chinese zenmeester Shisuang al zei: Wie de top van een honderd voet hoge bamboepaal heeft bereikt moet nog één stap zetten, moet nog één stap zetten, moet nog één stap zetten, moet nog één stap zetten Etc.

Wie de top van een honderd voet hoge bamboepaal heeft bereikt moet nog één stap zetten

Kijk eens aan.
Nog meer metaforen voor verlichting.1
En die dan weer doorzien
En die dan weer doorzien
En die dan weer doorzien
En die dan weer doorzien
Enz.

  1. Wat zelf ook al een metafoor is.
    Maar waarvoor?
    Voor de wijsheid zonder wijsheid.2
  1. Wat zelf ook al een metafoor is.
    Maar waarvoor?
    Voor non-dualiteit.3
  1. Wat zelf ook al een metafoor is.
    Maar waarvoor?
    Voor niet-weten.4
  1. Wat zelf ook al een metafoor is.
    Maar waarvoor?
    Voor steeds opnieuw beginnen.5
  1. Wat zelf ook al een metafoor is.
    Maar waarvoor?
    [Esc]1

Tip: Vrijdenkers hebben maling aan de mind, Denkbeeldenstorm!

Verlichting is een hersencrash

Verlichting is een hersencrash

Indertijd, nog vóór de uitvinding van internet, toen beeldschermen van glas waren, toetsenborden van bakeliet, muizen van vlees en geheugens van graniet, heb ik behalve Basic ook A Programming Language geleerd, het elegante APL waarvan de programma’s wiskundige functies zijn:

VERLICHTING_IS
x0 = ‘het denken doorzien door het denken’
f(xn+1) = ASCII(66) + f(xn) + ASCII(66) + ‘ doorzien door het denken’

Best gek, een functie die zichzelf aanroept. Dat heet recursie en daarmee kun je wonderlijke dingen doen, maar deze functie doet ongeveer hetzelfde als het BASIC-programmaatje uit de vorige paragraaf.

Ziehier de tussenwaarden van x voor n = 1, 2, 3 en 4 van de recursieve functie VERLICHTING_IS:

x1 = het denken doorzien door het denken

x2 = ‘het denken doorzien door het denken’ doorzien door het denken

x3 = ‘ ‘het denken doorzien door het denken’ doorzien door het denken’ doorzien door het denken

x4 = ‘ ‘ ‘het denken doorzien door het denken’ doorzien door het denken’ doorzien door het denken’ doorzien door het denken

En de eindwaarde van x?
Tja.
Of een foutmelding: bad syntax, out of memory, account disabled.
Of een computercrash.
Of x zelf, de of het grote onbekende, want de waarde blijft maar veranderen.*
Of kortsluiting van het brein.
Een hersencrash.
Een hersencrèche.
Bewaarplaats en speelzaal voor de mind.

Kijk eens aan.
Nog meer metaforen voor verlichting.
En die dan weer doorzien.

* Wiskundig uitgedrukt: f(x) = x oftewel het is wat het is, of ik ben die ik ben1 – constant variabel.

1. Ehje Asjer Ehje – ‘Ik ben die ik ben’, zegt God tegen Mozes in Exodus 3:14.

Verlichting onder woorden brengen met woordwielen

Een zin die begint en eindigt met dezelfde woorden – ‘het denken doorzien door het denken’ of ‘niet geloven in niet geloven’ of ‘niet weten van niet weten’ – noem ik een wielwoord.

Buigen we zo’n zin terug op zichzelf met weglating van de dubbele woorden dan ontstaat er een woordwiel.

niet weten van niet weten van niet weten…

Een woordwiel kunnen we opvatten als een taalautomaat die een oneindig aantal isomorfe wielwoorden voortbrengt.

Een slinger aan het woordwiel ‘niet weten van’ levert de volgende wielwoorden op:

  1. niet weten
  2. niet weten van niet weten
  3. niet weten van ‘niet weten van niet weten’
  4. niet weten van ‘niet weten van ‘niet weten van niet weten”

Verlichting kunnen we nu definiëren als de conjunctie van wielwoorden voortgebracht door het woordwiel ‘niet weten van’:

niet weten
en
niet weten van niet weten
en
niet weten van ‘niet weten van niet weten’
en
niet weten van ‘niet weten van ‘niet weten van niet weten”

of van het woordwiel ‘niet geloven in’:

niet geloven in niet geloven in niet geloven…

niet geloven
en
niet geloven in niet geloven
en
niet geloven in ‘niet geloven in niet geloven’
en
niet geloven in ‘niet geloven in ‘niet geloven in niet geloven”

of van het woordwiel ‘het denken doorzien door’:

Het denken doorzien door het denken doorzien door het denken…

het denken doorzien
en
het denken doorzien door het denken
en
‘het denken doorzien door het denken’ doorzien door het denken
en
‘ ‘het denken doorzien door het denken’ doorzien door het denken’ doorzien door het denken

Minder kun je haast niet zeggen.
Niet zeggen is de zuiverste uitdrukking van niet weten.
Meer valt er niet te zeggen.

Hoe moeten we zo’n conjunctie van wielwoorden die zichzelf tot in het oneindige weerspreekt nou noemen?
Een weerzin?
Een waanzin?
Een krankzin?
Of gewoon een onzin?

Kijk eens aan.
Nog meer metaforen voor verlichting.
En die dan weer doorzien.

Het denken doorziet zichzelf steeds opnieuw

Het dwijze denken heeft zichzelf niet eens en voor altijd doorzien, maar doorziet zichzelf steeds opnieuw , nu, en nu, en nu.

Om die reden geef ik de voorkeur aan de bedrijvende vorm van het wielwoord ‘het denken doorziet het denken’ boven de lijdende vorm van het wielwoord ‘het denken doorzien door het denken’.

het denken doorziet het denken doorziet het denken…

Een slinger aan dit woordwiel levert de volgende wielwoorden op:

  1. het denken doorziet
  2. het denken doorziet het denken
  3. het denken doorziet ‘het denken doorziet het denken’
  4. het denken doorziet ‘het denken doorziet ‘het denken doorziet het denken”

Plak deze wielwoorden aan elkaar en je krijgt weer een onzin van jewelste.
Zó gaat het denken teloor in eindeloze weerspraak.
Zo bijt het denken zichzelf in de staart.

Verlichting als desillusie

De illusie van verlichting doorzien

Pieterjan: Wat als je de illusie doorziet?

Hans: Dan ben je gedesillusioneerd.

Pieterjan: Hè?

Hans: Wat dacht jij dan?

Pieterjan: Verlicht.

Hans: Ook die illusie ben je kwijt.

Pieterjan: Het enige wat overblijft is desillusie?

Hans: Ook die illusie ben je kwijt.

Verlichting is terugschrijdend inzicht

Klaar

De wolk van weten

Eerste benadering

‘Wat is verlichting voor jou, Hans?’

‘De wolk van het weten is opgelost.’

De wolk van weten is opgelost

Een stapje terug

‘Wat is verlichting voor jou?’

‘De wolk van het weten is opgelost.’

‘Jij verblijft in zuiver niet weten?’

‘De wolk van niet weten is opgelost.’

De wolk van niet-weten is opgelost

Nog een stapje terug

‘Wat is verlichting voor jou?’

‘De wolk van het weten is opgelost.’

‘Jij verblijft in zuiver niet weten?’

‘De wolk van niet weten is opgelost.’

‘En dat zou verlichting zijn?’

‘De wolk van verlichting is opgelost.’

Wauw!

‘Wat is verlichting voor jou?’

‘De wolk van het weten is opgelost.’

‘Jij verblijft in zuiver niet weten?’

‘De wolk van niet weten is opgelost.’

‘En dat zou verlichting zijn?’

‘De wolk van verlichting is opgelost.’

‘Alle wolken zijn opgelost?’

‘De wolk van het oplossen is opgelost.’

De wolk van het oplossen is opgelost

Een eerdere versie van deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Klaar’, en de tekst hieronder als ‘Helder’.

Verlichting is voortschrijdend uitzicht

Helder

Wolken van weten

Eerste benadering

‘Wat is verlichting voor jou, Hans?’

‘De wolk van het ik is opgelost.’

Tweede benadering

‘Wat is verlichting voor jou?’

‘De wolk van het ik is opgelost.’

‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’

‘De wolk van het zelf is opgelost.’

Derde benadering

‘Wat is verlichting voor jou?’

‘De wolk van het ik is opgelost.’

‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’

‘De wolk van het zelf is opgelost.’

‘Met het zelf bedoel ik atman.’

‘De wolk van atman is opgelost.’

Vierde benadering

‘Wat is verlichting voor jou?’

‘De wolk van het ik is opgelost.’

‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’

‘De wolk van het zelf is opgelost.’

‘Met het zelf bedoel ik atman.’

‘De wolk van atman is opgelost.’

‘Jij hebt anatman gerealiseerd?’

‘De wolk van anatman is opgelost.’

Vijfde benadering

‘Wat is verlichting voor jou?’

‘De wolk van het ik is opgelost.’

‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’

‘De wolk van het zelf is opgelost.’

‘Met het zelf bedoel ik atman.’

‘De wolk van atman is opgelost.’

‘Jij hebt anatman gerealiseerd?’

‘De wolk van anatman is opgelost.’

‘Geen atman, geen anatman, wat dan?’

‘De wolk van het wat dan is opgelost.’

Zesde benadering

‘Wat is verlichting voor jou?’

‘De wolk van het ik is opgelost.’

‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’

‘De wolk van het zelf is opgelost.’

‘Met het zelf bedoel ik atman.’

‘De wolk van atman is opgelost.’

‘Jij hebt anatman gerealiseerd?’

‘De wolk van anatman is opgelost.’

‘Geen atman, geen anatman, wat dan?’

‘De wolk van het wat dan is opgelost.’

‘Heb je de non-dualiteit gerealiseerd?’

‘De wolk van non-dualiteit is opgelost.’

Zevende benadering

‘Wat is verlichting voor jou?’

‘De wolk van het ik is opgelost.’

‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’

‘De wolk van het zelf is opgelost.’

‘Met het zelf bedoel ik atman.’

‘De wolk van atman is opgelost.’

‘Jij hebt anatman gerealiseerd?’

‘De wolk van anatman is opgelost.’

‘Geen atman, geen anatman, wat dan?’

‘De wolk van het wat dan is opgelost.’

‘Heb je de non-dualiteit gerealiseerd?’

‘De wolk van non-dualiteit is opgelost.’

‘En dat zou verlichting zijn?’

‘De wolk van verlichting is opgelost.’

Wauw!

‘Wat is verlichting voor jou?’

‘De wolk van het ik is opgelost.’

‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’

‘De wolk van het zelf is opgelost.’

‘Met het zelf bedoel ik atman.’

‘De wolk van atman is opgelost.’

‘Jij hebt anatman gerealiseerd?’

‘De wolk van anatman is opgelost.’

‘Geen atman, geen anatman, wat dan?’

‘De wolk van het wat dan is opgelost.’

‘Heb je de non-dualiteit gerealiseerd?’

‘De wolk van de non-dualiteit is opgelost.’

‘En dat zou verlichting zijn?’

‘De wolk van verlichting is opgelost.’

‘Alle wolken zijn opgelost?’

‘De wolk van het oplossen is opgelost.’

Alle wolken opgelost

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Lees ook: Ledig de Geest in de Wolk van niet-weten

Verlichting is geen bevrijdend inzicht

Hans: Wat is verlichting voor jou?

Oberon: Een bevrijdend inzicht.

Hans: Hoe kan een inzicht nou bevrijden?

Oberon: Dan weet je hoe het zit.

Hans: Dan zit je daarin vast.

Oberon: Wat is verlichting volgens jou?

Hans: Vrij zijn van inzicht.

Oberon: Verlichting is vrij zijn van inzicht?

Hans: Dat is nog steeds een inzicht.

Oberon: Waarom zei je het dan?

Hans: Om ons ervan te kunnen bevrijden.

Oberon: Maar wat is nou verlichting?

Hans: Noem dat desnoods verlichting.

Oberon: Verlichting is jezelf bevrijden van ieder inzicht?

Hans: Dat is opnieuw een inzicht.

Oberon: Waarvan we ons opnieuw moeten bevrijden?

Hans: Zo blijf je aan de gang.

Oberon: Je moet je niet willen bevrijden van ieder inzicht, want dan blijf je aan de gang?

Hans: Jij zegt het.

Oberon: Jij niet?

Hans: Ik blijf niet aan de gang.

Oberon: Maar wat is nou verlichting?

Hans: Noem dat dan maar verlichting.

Hoeveel weegt de steen der wijzen?

Tip: Advaita pedanta

Verlichting is iets wat je kwijtraakt

Aarnoud: Steeds denk ik dat ik het doorheb en dan ontglipt het me weer.

Hans: Het gaat niet om het doorhebben.

Aarnoud: Waarom dan wel?

Hans: Om het ontglippen.

Aarnoud: Maar daar heb je nou net niks over te zeggen!

Hans: Heb je het door?

Verlichting is een doorkijkje

Bekeken zaak

Govert: Verlichting is een inzicht.

Hans: Verlichting is een doorzicht.

Govert: Wat wordt er dan doorzien?

Hans: Het inzien wordt doorzien.

Govert: Dat inzicht een illusie is?

Hans: Dat is nog steeds een inzicht.

Govert: Ook dat is maar een inzicht.

Hans: Dat heb je goed gezien.

Illusies in illusies in illusies…

Tip: De illusie van de illusie

Verlichting is afzien, ook van verlichting

Kumara: Verlichting is alles aanvaarden.

Hans: Verlichting is alles afstaan.

Kumara: Ik bedoel, verlichting is alles opgeven.

Hans: Ik bedoel, verlichting is alles terugnemen.

Kumara: Ik bedoel, verlichting is alles inzien.

Hans: Ik bedoel, verlichting is alles aanzien.

Kumara: Dan weet ik het ook niet meer.

Hans: Dan weet ik het ook niet meer.

Verlichting is alles kwijtraken, ook verlichting

Als je het gezien hebt ben je gezien

Benny: Verlichting is inzien.

Hans: Verlichting is afzien.

Benny: Waarvan afzien?

Hans: Overal van afzien.

Benny: Alles gaat verloren?

Hans: Ook het verliezen.

Benny: Wat heb je dan?

Hans: Dan heb je het gehad.

Benny: Wat ben je dan?

Hans: Dan ben je gezien.

Beginnersgeest, bezinnersgeest

Verlichting is blijven herzien

Florian: Verlichting is alles aanzien.

Hans: Verlichting is alles herzien.

Florian: En dan?

Hans: Alles herzien.

Florian: En dan?

Hans: Alles herzien.

Florian: Gesnopen.

Hans: Wat?

Florian: Verlichting is blijven herzien.

Hans: Tenminste…

Verlichting is sofisterijstebrij

Hans: Wat is verlichting volgens jou?

Idalia: Het failliet van het verstand.

Hans: Niet slecht.

Idalia: Dank je.

Hans: Weg ermee.

Idalia: Waarom?

Hans: Anders blijf je daar weer mee zitten.

Idalia: Waar weer mee zitten?

Hans: Waarmee dan ook.

Idalia: Met je failliet?

Hans: Waarmee dan ook.

Idalia: Met je verstand?

Hans: Waarmee dan ook.

Idalia: Met je verlichting?

Hans: Waarmee dan ook.

Idalia: Is dat dan verlichting?

Hans: Is wat dan verlichting?

Idalia: Nergens meer mee zitten?

Hans: Daar sta ik niet voor in.

Idalia: Nergens meer voor staan?

Hans: Daar ga ik niet in mee.

Idalia: Nergens meer voor gaan?

Hans: Vinger naar de maan.

Idalia: Ik snap het al.

Hans: Hij snapt het weer.

Idalia: Verlichting is vrij zijn van verlichting.

Hans: Sofisterij.

Idalia: Moet jij zeggen.

Hans: Weg ermee.

Idalia: Is dat dan verlichting?

Hans: Is wat dan verlichting?

Idalia: Weg ermee zeggen?

Hans: Zakdoekje leggen.

Idalia: Nou weet ik nog niks.

Hans: Dan noem je dat toch verlichting.

Idalia: Verlichting is niet weten?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Idalia: Zo hou je niets over.

Hans: Hoe hou je niets over?

Idalia: Op die manier.

Hans: Nou, manier.

Idalia: Je kan het kwalijk een weg noemen.

Hans: Laat staan een doel.

Idalia: Doel je op het niets?

Hans: Een bel is nog geen fiets.

Idalia: Een bel is toch een klok?

Hans: Een lepel zonder kok.

Idalia: Ik geef het op.

Hans: Kous op je kop.

Idalia: Wat een mop.

Hans: Maar om dat nou verlichting te noemen?

Een klepel zonder rok

Tip: Zoeken naar het einde van het zoeken

Verlichting is geen idee

Noëlia: Wat is verlichting?

Hans: Geen idee.

Noëlia: Je laat me in mijn eigen sop gaarkoken.

Hans: Gaar is gaar.

Noëlia: Halve gare.

Hans: Raar maar waar.

Noëlia: Wat kun je mij aanraden?

Hans: Raden maar.

Noëlia: Is verlichting maar zien?

Hans: Je ziet maar.

Noëlia: Is verlichting maar wat doen?

Hans: Je doet maar.

Noëlia: Is verlichting maar wat zeggen?

Hans: Je zegt het maar.

Noëlia: Is verlichting…

Hans: Bekijk het maar.

Noëlia: Zo komen we nergens.

Hans: Dan noem je dat toch verlichting.

Noëlia: Is dat verlichting?

Hans: Geen idee.

Tip: Metaforen voor verlichting

Verlichting is niet weten wat verlichting is

Siebrand: Wat is verlichting volgens jou?

Hans: Niet weten wat verlichting is.

Siebrand: Zeker weten?

Hans: Natuurlijk niet.

Siebrand: Waarom niet?

Hans: Omdat ik niet weet wat verlichting is.

Siebrand: O nee.

Hans: Wat nu?

Siebrand: Ken jij iemand die verlicht is?

Hans: Hoezo?

Siebrand: Dan kunnen we het daar gaan vragen.

Hans: Ik ken sowieso niemand.

Siebrand: Wat?

Hans: Laat staan iemand die verlicht is.

Siebrand: Behalve jezelf natuurlijk.

Hans: Ken ik niet.

Siebrand: Zeker weten?

Hans: Natuurlijk niet.

Siebrand: Dit kan toch geen verlichting zijn?

Hans: Spreek je uit ervaring?

Siebrand: Ik denk het niet.

Hans: Dat weet je ook al niet?

Siebrand: Ik vrees van niet.

Hans: Ken je iemand die zonder twijfel verlicht is?

Siebrand: Jou?

Hans: Zonder twijfel?

Siebrand: Meester puntje-puntje-puntje.

Hans: Ken je hem persoonlijk?

Siebrand: En uit zijn boekjes.

Hans: Hoe weet je dat hij verlicht is?

Siebrand: Dat zegt hij.

Hans: Waar zegt hij dat?

Siebrand: Tijdens bijeenkomsten.

Hans: Misschien zegt hij maar wat.

Siebrand: En in zijn boekjes.

Hans: Misschien heb je de tekst wel verkeerd begrepen.

Siebrand: Anderen zeggen het ook.

Hans: Wat zeggen anderen ook?

Siebrand: Dat meester puntje-puntje-puntje verlicht is.

Hans: Waar zeggen anderen dat ook?

Siebrand: Op die bijeenkomsten. In die boekjes. Tegen mij persoonlijk.

Hans: Misschien praten ze meester puntje-puntje-puntje wel na.

Siebrand: Dat kan ik niet uitsluiten.

Hans: Misschien ken je dus wel niemand die verlicht is.

Siebrand: De Boeddha.

Hans: Die is van voor jouw tijd.

Siebrand: In dit leven wel.

Hans: Wat weet jij van vorige levens?

Siebrand: Op dit moment niks.

Hans: Dan is de Boeddha op dit moment van voor jouw tijd.

Siebrand: Tja.

Hans: Al was je de Boeddha zelf.

Siebrand: Je wrijft het er wel in.

Hans: Je weet dus niet wat verlichting inhoudt?

Siebrand: Of ik moest nu al verlicht zijn.

Hans: Maar dat wist je toch niet?

Siebrand: Tenzij dat verlichting is.

Hans: Is dat verlichting?

Siebrand: Ik zou het ook niet weten.

Hans: En zou je dan wél weten wat verlichting inhoudt?

Siebrand: Dan had ik nog steeds geen idee.

Hans: Wat maakt het dan uit?

Siebrand: Ik zou het echt niet weten.

Hans: Dan ben je even ver als ik.

Tip: Doe de verlichtingstest

In verlichting is er geen andere kant

Uiterste oppervlakkigheid

Valko: Wat is verlichting?

Hans: Uiterste diepzinnigheid.

Valko: Wat is niet weten?

Hans: Uiterste oppervlakkigheid.

Valko: Hoe kom ik tot verlichting?

Hans: Vraag dat maar aan een verlichte.

Valko: Hoe kom ik tot niet weten?

Hans: Door zo diep te gaan dat je aan de andere kant weer opduikt.

Valko: Wat is er aan de andere kant?

Hans: Welke andere kant?

Valko: Hè?

Hans: Vraag het dan maar aan een verlichte.

Valko: Waarom niet aan jou?

Hans: Wie?

Valko: Hè?

Hans: Vraag het dan maar aan een verlichte.

Valko: Bedoel je dat er geen verschil is met deze kant?

Hans: Welke kant?

Valko: Hè?

Hans: Vraag het dan maar aan een verlichte.

Valko: Ja, zo kan ik het ook.

Hans: Dat zeg ik.

Valko: Wat?

Hans: Uiterste oppervlakkigheid.

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Verlichting is geen spelletje en geen menens

schaken-koningin
Een spelletje menens

Ylja: Wat is verlichting?

Hans: Geen ja en geen nee.

Ylja: Wat is het dan wel?

Hans: Tja.

Ylja: Als ik je vraag of jij verlicht bent, wat zeg je dan?

Hans: Geen ja en geen nee.

Ylja: En dan moet ik zeker weer vragen wat wel.

Hans: En dan zeg ik weer tja.

Ylja: Voorspelbaar.

Hans: Jij of ik?

Ylja: Help me nou eens een beetje.

Hans: Nog een keertje dan.

Ylja: Als ik je vraag of je verlicht bent, wat zeg je dan?

Hans: Wie?

Ylja: Nou weet ik weer niks.

Hans: Wat wil je nog meer.

Ylja: Ik dacht dat je me ging helpen.

Hans: Nog een keertje dan.

Ylja: Als ik je vraag of je verlicht bent, wat zeg je dan?

Hans: Wat?

Ylja: Tja.

Hans: Niet slecht.

Lees ook: Meester Tja en de tao van tja, Zeg maar tja tegen het leven.

Verlichting is thuiskomen in den vreemde

Weg van hier

Een bevrijdend uitzicht

Wianda: Wat is verlichting?

Hans: Thuiskomen.

Wianda: Waarin?

Hans: In den vreemde.

Verlichting is vreemdgaan in het bekende

Weg van dáár

Zola: Wat is verlichting?

Hans: Vreemdgaan.

Zola: Waarin?

Hans: In het bekende.

Maar wat is verlichting nou echt?

Sebas: Wat is verlichting?

Hans: Thuiskomen in den vreemde.

Sebas: Vorige keer zei je ‘vreemdgaan in het bekende’.

Hans: Vorige keer moest ik iets anders ontkrachten.

Sebas: Maar wat is verlichting nou echt?

Hans: Beide natuurlijk.

Sebas: Vorige keer zei je ‘geen van beide natuurlijk’.

Hans: Vorige keer moest ik iets anders ontkrachten.

Sebas: Maar wat is verlichting nou echt?

Hans: Wat heet echt.

Sebas: Vorige keer zei je ‘wat heet verlichting’.

Hans: Vorige keer moest ik iets anders ontkrachten.

Sebas: Je spreekt jezelf voortdurend tegen.

Hans: Dan noem je dat toch verlichting.

Sebas: Vorige keer zei je ‘dat heeft er niets mee te maken’.

Hans: Vorige keer moest ik iets anders ontkrachten.

Sebas: Gaat het er bij verlichting om steeds alles te ontkrachten?

Hans: Wat is verlichting?

Verlichting is vreemd en toch eigen

Marjoleine: Wat is verlichting?

Hans: Het eigene wordt vreemd en het vreemde wordt eigen.

Marjoleine: Tegelijkertijd?

Hans: En achtereenvolgens.

Marjoleine: Vreemd.

Hans: En toch eigen.

Tip: Spirituele knipperverlichting

Niet normaal is heel normaal

Curiouser and curiouser

Vivian: Vaak voel ik mij totaal vervreemd.

Hans: Dat lijkt me heel normaal.

Vivian: Een vreemde in de kosmos.

Hans: En zelfs op onze eigen aarde.

Vivian: En zelfs in mijn eigen land.

Hans: En zelfs in mijn eigen stad.

Vivian: En zelfs in mijn eigen straat.

Hans: En zelfs bij mijn eigen soort.

Vivian: En zelfs op mijn eigen werk.

Hans: En zelfs bij mijn eigen vrienden.

Vivian: En zelfs in mijn eigen huis.

Hans: En zelfs bij mijn eigen partner.

Vivian: En zelfs bij mijn eigen kinderen.

Hans: En zelfs in mijn eigen lichaam.

Vivian: En zelfs in mijn eigen geest.

Hans: En zelfs in mijn eigen hart.

Vivian: En áls ik me al eens ergens thuis voel…

Hans: Met de nadruk op als…

Vivian: Dan voelt dát weer vreemd.

Hans: Breek me de bek niet open.

Vivian: Ik vind dat dus echt niet normaal.

Hans: Dat lijkt me heel normaal.

Curiouser and curiouser

Tip: De mystiek van alledag

Verlichting is geen niersteen en geen gruis

Geen zwerver is niet thuis

Hans: Vroeger voelde ik mij vaak een vreemde op aarde.

Nancy: En als dat niet het geval was?

Hans: Dan voelde ik mij er thuis.

Nancy: En nu?

Hans: Nu niet meer.

Nancy: Wat niet meer?

Hans: Niks niet meer.

Nancy: Waar ben je nu?

Hans: Niet binnen en niet buiten.

Nancy: Aan deze zijde of aan gene zijde?

Hans: Niet hier en niet daar.

Nancy: Wat ben je nu?

Hans: Geen vreemde en niet thuis.

Nancy: Ontheemd maar niet onpluis?

Hans: Geen niersteen en geen gruis.

Tip: Wat is non-dualiteit?

Verlichting is in beweging blijven

Daimy: Hoe kan het dat jij je sinds je verlichting niet langer een vreemde op aarde voelt?

Hans: Sinds mijn wat?

Daimy: Sinds je verlichting.

Hans: Waar?

Daimy: Op aarde.

Hans: Een wat?

Daimy: Een vreemde.

Hans: Wie?

Daimy: Jij.

Hans: Wat zeg je toch een vreemde dingen allemaal.

Daimy: Speel jij soms een spelletje met mij?

Hans: Speel jij soms geen spelletje met mij?

Daimy: Wat voor spelletje speel jij dan?

Hans: Een spelletje menens?

Daimy: Ik bedoel, wat wil je nou eigenlijk zeggen?

Hans: Misschien wel dat ik niks wil zeggen?

Daimy: En anders?

Hans: Dat woorden gebruiken geen kunst is, bijvoorbeeld.

Daimy: Wat is wel een kunst?

Hans: Erbij stilstaan.

Daimy: Als je erbij stilstaat, wat ontdek je dan?

Hans: Het is meer wat je niet ontdekt.

Daimy: Wat ontdek je dan niet?

Hans: Waar ze precies voor staan.

Daimy: Geef eens een voorbeeld.

Hans: ‘Verlichting’.

Daimy: Verlichting is toch gewoon… verlichting betekent alleen maar…

Hans: ‘Jij’.

Daimy: Maar jij is toch gewoon… jij betekent alleen…

Hans: ‘Ik’.

Daimy: Ik is toch gewoon… ik betekent alleen maar… nou moe.

Hans: Zie je wel.

Daimy: Wat?

Hans: Niet te lang bij stilstaan.

Verlichting is in beweging blijven

Tip: Het regressieprobleem

Verlichting is niet de grote dood, maar blijven sterven

Hein: Verlichting wordt ook wel de grote dood genoemd. Herken je dat?

Hans: Ik ken alleen het grote sterven.

Hein: Wat houdt dat in?

Hans: Eerst sterf je aan het bekende en word je geboren in het onbekende.

Hein: En dan?

Hans: Sterf je aan het onbekende en word je geboren in het bekende.

Hein: En dan?

Hans: Sterf je aan het bekende en word je geboren in het onbekende.

Hein: En dan sterf je aan het onbekende en word je weer geboren in het bekende, zeker.

Hans: Dat weet ik niet.

Hein: Hè?

Hans: Ik zit net weer even in het onbekende.

Hein: Komt er ooit een einde aan?

Hans: Aan het onbekende?

Hein: Dat ook.

Hans: Precies op dit moment.

Hein: En aan het grote sterven?

Hans: Dat weet ik niet.

Hein: Hè?

Hans: Ik zit net weer even in het onbekende.

Tip: Wat is spiritualiteit?

Verlicht… als een konijn in de lamp van een stroper

Van stropers en schijn-werpers

Gregoor: Ben jij verlicht?

Hans: In zekere zin.

Gregoor: In welke zin?

Hans: Als een konijn in de lamp van een stroper.

Gregoor: Hoe bedoel je?

Hans: Verblind en hulpeloos.

Gregoor: En dat wou jij verlicht noemen?

Hans: Mij niet gezien.

Gregoor: Wie dan wel?

Hans: De stroper?

Tip: Meester Schaap en Broeder Ezel

Geen wezen wordt verlicht, bevrijd of gerealiseerd

Verlichting

Kathelijne: Wat is het wezen van verlichting?

Hans: Geen wezen.

Kathelijne: Verlichting heeft geen wezen?

Hans: En dat is nog maar de helft van het verhaal.

Kathelijne: Wat is de andere helft van het verhaal?

Hans: Geen wezen wordt verlicht.

Bevrijding

Roosmarieke: Wat is het wezen van bevrijding?

Hans: Geen wezen.

Roosmarieke: Bevrijding heeft geen wezen?

Hans: En dat is nog maar de helft van het verhaal.

Roosmarieke: Wat is de andere helft van het verhaal?

Hans: Geen wezen wordt bevrijd.

Realisatie

Valdemar: Wat is het wezen van realisatie?

Hans: Geen wezen.

Valdemar: Realisatie heeft geen wezen?

Hans: En dat is nog maar de helft van het verhaal.

Valdemar: Wat is de andere helft van het verhaal?

Hans: Geen wezen wordt gerealiseerd.

Ontwaken

Tahnee: Wat is het wezen van ontwaken?

Hans: Geen wezen.

Tahnee: Ontwaken heeft geen wezen?

Hans: En dat is nog maar de helft van het verhaal.

Tahnee: Wat is de andere helft van het verhaal?

Hans: Geen wezen ontwaakt.

Tip: Meester Spoorloos en Agent Speurneus

Verlichting is geen punt en geen uitroepteken

Jamila: Wat is de pointe van verlichting?

Hans: Geen pointe.

Jamila: Verlichting is geen punt!

Hans: En ook geen uitroepteken.

Verlichting is een burn-out

Hans: Wat is verlichting?

Gabri: In vuur en vlam staan.

Hans: Hm.

Gabri: Wat zou jij zeggen?

Hans: Helemaal opgebrand zijn.

Tip: Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd

Verlichting is: ook niet op de maan blijven hangen

maantrappetje
Verlichting is: ook niet op de maan blijven hangen

Verlichting is een pyrrusoverwinning

Janique: Wat is verlichting?

Hans: Geen triomfboog aan het einde van geen weg.

Tip: Verlicht, hoera?

Verlichting is ‘verlichting’

Verlichting is: alles tussen aanhalingstekens

Mente: Wat is verlichting?

Hans: Alles tussen aanhalingstekens.

Mente: Behalve de aanhalingstekens zeker.

Hans: Die ook.

Mente: Zo hou je niets over.

Hans: ‘Niets’.

Mente: Noem dat maar verlichting.

Hans: Noem het dan maar ‘verlichting’.

En voort is ‘voort’

Elton: Wat is verlichting?

Hans: Ik wordt ‘ik’.

Elton: En ‘ik’?

Hans: Wordt ”ik”.

Elton: En ”ik”?

Hans: Wordt ”’ik”’.

Elton: En dan?

Hans: Wordt ‘dan’.

Elton: En toen?

Hans: Wordt ‘toen’.

Elton: En nu?

Hans: Wordt ‘nu’.

Elton: Enzovoort?

Hans: Wordt ‘voort’.

Tip: Wie ben je?

En dat was dat

Demi: Wat is verlichting?

Hans: Ik wordt ‘ik’ en jij wordt ‘jij’ en Hij wordt ‘Hij’ en hier wordt ‘hier’ en daar wordt ‘daar’ en toen wordt ‘toen’ en dan wordt ‘dan’ en nu wordt ‘nu’.

Demi: En weten?

Hans: Wordt ‘weten’.

Demi: En niet weten?

Hans: Wordt ‘niet weten’.

Demi: En dat is dat?

Hans: En dat is ‘dat’.

Tip: Metafysica in een wezenloze wereld

Als het maar tussen aanhalingstekens staat

Soraya: Wat is in zo min mogelijk woorden verlichting?

Hans: ‘Ik’.

Soraya: Ik?

Hans: Nee, ‘ik’.

Soraya: Tussen aanhalingstekens.

Hans: Precies.

Soraya: Verwijs je naar niet-ik?

Hans: ‘Niet-ik’ dan toch.

Soraya: Of ik én niet-ik?

Hans: ‘Ik en niet-ik’ dan toch.

Soraya: Of ik noch niet-ik?

Hans: ‘Ik noch niet-ik’ dan toch.

Soraya: En ik maar denken dat de verlichte niemand was.

Hans: ‘Niemand’ dan toch.

Soraya: Maar niet iemand?

Hans: Of ‘iemand’ natuurlijk.

Soraya: Of iemand én niemand?

Hans: ‘Iemand en niemand’ dan toch.

Soraya: Of iemand noch niemand?

Hans: ‘Iemand noch niemand’.

Soraya: Of gewoon alles?

Hans: ‘Alles’.

Soraya: Of niets.

Hans: ‘Niets’.

Soraya: Als het maar tussen aanhalingstekens staat.

Hans: ‘Tussen aanhalingstekens.’

Soraya: Kan het nog korter?

Hans: Tja.

Soraya: Nou?

Hans: …

Soraya: En dat wou jij verlichting noemen?

Hans: En dat wou jij verlichting noemen?

Tip: Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

Verlichting in seculiere, filosofische en theologische termen

Wiebe: Wat is in zo min mogelijk woorden verlichting?

Hans: ‘Ik’.

Wiebe: En in seculiere termen?

Hans: ‘Wereld’.

Wiebe: En in filosofische termen?

Hans: ‘Waarheid’.

Wiebe: En in theologische termen?

Hans: ‘God’.

Wiebe: Noem dat maar verlichting.

Hans: Noem het dan maar ‘verlichting’.

Wiebe: Is dat wat verlichting is of wat jij ervan maakt?

Hans: Dat is wat jij ervan maakt.

Wiebe: En wat maak jij ervan?

Hans: Noem het dan maar niet weten.

Wiebe: ‘Niet weten’ dan toch.

Hans: Ik zie het verschil niet.

Wiebe: Het lijkt anders verdacht veel op weten.

Hans: Noem het dan maar ‘weten’.

Tip: Zalig zijn de armen van geest