Zalig zijn de armen van geest

‘Wie niet wordt als een kind zal het koninkrijk der hemelen niet binnengaan.’ Belijdenis van een onnozelaar.

Deze pagina is als serie gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Lees ook: De Intergalactische Waarheidsconferentie, De lege leer, Loflied op niet-weten, De Mont Fou, Niet-weten als passe-partout, Verder, verder, reistips voor spirituele zoekers, Wat is niet-weten, Wat is niet-weten.nl, Wat is spiritualiteit.

Meer niet-weten: Brieven niet-weten, Denken, denken, denken, Dwaalspreuken, Dwaaltaal, Dwijsheid, Eeuwige dwaasheid, Eufemismen voor niet-weten, Hans van Dam, Het lege geheim, Metaforen voor niet-weten, Het regressieprobleem, Pleinvrees, Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken, Weetnietkunde, Wegen naar de onbekende vraag, Zalig zijn de armen van geest, Zeg maar tja tegen het leven, Zoeken naar het einde van het zoeken.

Zalig zijn de armen van geest

Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

Dit beroemde vers, het derde uit het vijfde hoofdstuk van het Evangelie volgens Mattheüs, is de eerste van de zogeheten zaligsprekingen of zaligheden in de Bergrede van Jezus.
In het Latijn klinkt het nog geheimzinniger:

Beati pauperes spiritu, quoniam ipsorum est regnum caelorum.

Het lijkt wel een magisch woord uit Harry Potter, een toverspreuk voor de armen van geest, maar zoals gauw genoeg zal blijken is het eerder een onttoverspreuk voor de rijken van geest.

De zaligsprekingen volgens Mattheüs, hoofdstuk 5 vers 3-11:

1. Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
2. Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.
3. Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven.
4. Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.
5. Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.
6. Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.
7. Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.
8. Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
9. Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.

De eerste van de zaligsprekingen is naar mijn mening meteen de beste, omdat hij in zijn eentje voldoende voorwaarde is voor de meeste andere, en daarnaast ook nog eens…
Vergeef me, ik wil te snel.

Hieronder vijftig variaties op de eerste zaligspreking uit de Bergrede van Jezus, een voor elke dag tussen pasen en pinksteren (zolang ze niet op één dag vallen), aan elkaar gebroddeld door uw vertrouwde dwaalgids.
Een bochtig traject door de krochten van de geest, dat net als al mijn dwaalteksten vanzelf ten stilte meandert.

Zalig zijn de armen van geest, want zij belijden slechts de stilte.

Schaak noch mat

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wat betekent eigenlijk de uitdrukking ‘de armen van geest’?
Daarover wordt nou al tweeduizend jaar geredetwist.
Maar niet door de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen.

Zalig zijn de armen van geest, zij kennen geen armen van geest.

Wat is ‘het koninkrijk der hemelen’?
Ook daarover wordt eindeloos gedebatteerd.
Maar niet door de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen.

Zalig zijn de armen van geest, zij kennen geen koninkrijk der hemelen.

En wat moeten we ons voorstellen bij ‘zalig’?
Ook daarover wordt nog altijd gebakkeleid.*
Maar niet door de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen.

Zalig zijn de armen van geest, zij kennen geen zaligheid.

De armen van geest kennen geen armen van geest en zij kennen geen rijken van geest.
Zij kennen geen koninkrijk der hemelen en zij kennen geen koninkrijk der schepselen.
Zij kennen geen zaligheid en zij kennen geen onzaligheid.

Zalig zijn de armen van geest, zij kennen geen dit en geen dat.

Zij kennen geen dit en geen dat, zij kennen geen niet-dit en niet-dat, zij kennen geen dit noch dat, zij dansen van pat naar pat, hun kennis gelijkt een gat.

Zalig zijn de armen van geest, hun denken staat schaak noch mat.

* In de Nieuwe Bijbelvertaling lezen we ‘gelukkig’ in plaats van ‘zalig’; volgens critici een ongelukkige of zelfs onzalige keus omdat het egocentrisch overkomt (in plaats van theocentrisch) en de associatie met de eeuwigheid mist.

Een dwaalrede

Zalig zonder vrede

Volgens de spirituele leraar Jiddu Krishnamurti is verlichting keuzeloos gewaar zijn.
Dat zal best, maar het is moeilijk om keuzeloos gewaar te zijn, en ik prijs me gelukkig dat ik dáár tenminste niet voor gekozen heb.
Volgens de spirituele leider Gautama Boeddha is nirwana onthechting.
Dat zal best, maar het is moeilijk om overal van te onthechten, en ik prijs me gelukkig dat ik dáár tenminste niet aan gehecht ben.
Volgens de derde zenpatriarch, Seng-ts’an, is de grote weg niet moeilijk voor wie geen voorkeuren heeft.
Dat zal best, maar het is moeilijk om geen voorkeuren te hebben, en ik prijs me gelukkig dat ik dáár tenminste geen voorkeur voor heb.

Gelukkig is er iets waarvoor we ons allemaal gelukkig mogen prijzen:
Zonder onderscheid kan je onmogelijk een voorkeur ontwikkelen.

Geen voorkeuren hebben is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt.

Nu lijkt al het leven onderscheid te maken, van schimmel tot paard, van virus tot paus en van bacterie tot boeddha, vergeef me de nevenschikkingen, zodat we misschien meer hebben aan een voorwaardelijke bewering.

Geen voorkeuren hebben is niet moeilijk voor zover je geen onderscheid maakt.

In hoeverre maak je geen onderscheid?
Voor zover je geen onderscheid wéét te maken.
Want wie niet weet die niet scheidt.
Maar wie scheidt die weet of meent te weten – of hij nou wil of niet.
En wie weet of meent te weten die scheidt – of hij nou wil of niet.

Geen voorkeuren hebben is niet moeilijk voor zover je geen onderscheid weet te maken.

Ook de uitspraak van Seng-ts’an wint aan relevantie in de voorwaardelijke vorm.

De grote weg is niet moeilijk voor zover je geen voorkeuren hebt.

Combineren we deze uitspraak met de vorige dan krijgen we:

De grote weg is niet moeilijk voor zover je geen onderscheid weet te maken.

Nou weet niet iedereen in dezelfde mate onderscheid te maken.
Het onderscheidingsvermogen van een kind is geringer dan dat van een volwassene.
Het onderscheidingsvermogen van een baby is geringer dan dat van een kind.
Wie is het onder de mensen die het minste onderscheid weet te maken?
Geen idee, het is ook geen wedstrijd, maar ik weet hoe hij heet.
De arme van geest.

Zalig zijn de armen van geest, zij weten nauwelijks onderscheid te maken.

Want zo gering als hun onderscheidingsvermogen is, zo groot is hun onderscheidingsonvermogen, dat heeft het leven mooi geregeld.

Combineren we de vorige zaligspreking met het jargon van Seng-ts’an dan krijgen we:

De grote weg is niet moeilijk voor de armen van geest.

En in het jargon van Krishnamurti:

Keuzeloos gewaar zijn is niet moeilijk voor de armen van geest.

En in het jargon van de Boeddha:

Onthechting is niet moeilijk voor de armen van geest.

Ik kan me best vinden in deze formuleringen.
Ja, ik kan me er best in vinden, maar ik kan me er niet best in verliezen, dus we zijn er nog – niet.
En hoewel de lege mens zich alleen ten volle kan verliezen in de lege formulering, komt de volgende uitspraak aardig in de buurt.

De grote weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

Wijsheid in de wind

De grote weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

Zo heb ik geen voorkeur voor geestelijke armoede en ben ik er niet aan gehecht en niet van onthecht, omdat ik als het erop aankomt geen idee heb wat armoede van geest inhoudt, of er wel armen van geest zijn, of er wel een geest is, of er ook rijken van geest zijn, wie beter af is en tot welke groep of groepen ik behoor, gesteld dat ik ergens toe behoor, gesteld dat ik ben.

De grote weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

Zo heb ik geen voorkeur voor het koninkrijk der hemelen en ben ik er niet aan gehecht en niet van onthecht, omdat ik als het erop aankomt geen idee heb wat dat is, hoeveel koninkrijken er zijn, of er wel koninkrijken zijn, of er wel een koninkrijk der hemelen is, en in welk koninkrijk of in welke koninkrijken ik mij bevind, gesteld dat ik mij in een of meer koninkrijken bevind, gesteld dat ik mij ergens bevind, gesteld dat ik ben.

De grote weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

Zo heb ik geen voorkeur voor zaligheid en ben ik er niet aan gehecht en niet van onthecht, omdat ik als het erop aankomt geen idee heb wat dat inhoudt, of er wel zoiets is als zaligheid, of er ook onzaligheid is, of het mogelijk is gelijktijdig of afwisselend zalig en onzalig te zijn en hoe dat bij mij zit, gesteld dat het bij mij zit, gesteld dat ik ben.

De grote weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

Zo heb ik geen voorkeur voor de grote weg en ben ik er niet aan gehecht of van onthecht, omdat ik als het erop aankomt het verschil niet zie tussen de grote weg, de kleine weg, de berm, het wildpad en het vrije veld, evenmin als het verschil tussen thuis en onderweg of vertrekpunt en bestemming, dus wat zal ik me druk maken over de vraag hoe ik van mijn voorkeuren af kan komen, gesteld dat ze van mij zijn, gesteld dat je er inderdaad van af kunt komen, gesteld dat er een ik is en aangenomen dat je zonder voorkeuren inderdaad minder moeite zou hebben op een of andere al dan niet denkbeeldige grote weg.

De grote weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

Zo heb ik geen voorkeur voor nirwana of samsara en ben ik aan geen van beide gehecht en van geen van beide onthecht, omdat ik als het erop aankomt geen idee heb wat het verschil is, als ze al niet identiek zijn, en geen idee of ik mij in nirwana of in samsara bevindt, of in beide of in geen van beide, of nu eens in het een en dan weer in het ander, als dat al zou kunnen, gesteld dat ik mij ergens bevindt, gesteld dat ik ben.

De grote weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

Zo heb ik geen voorkeur voor keuzeloos gewaar zijn boven selectief gewaar zijn, of keuzeloos blind zijn, of selectief blind zijn, en ben ik niet gehecht aan of onthecht van… enzovoort, net zomin als ik gehecht ben aan of onthecht ben van gehechtheid of onthechting, omdat ik als het erop aankomt geen idee heb of we daar wel een keuze hebben, en of er wel een ik is die kan kiezen, of er… et cetera ad infinitum.

Lucht en leegte, zegt Prediker, lucht en leegte, alles is leegte.

(Prediker 1:2)

Doorzichtig is mijn geest inzake alle levensbeschouwelijke kwesties.
Leeg en licht en luchtig.

Blanco sta ik in het leven.
Zonder plan of doel.

Wat zou ik moeten doen?
Zelfs het niet-doen doe ik niet.

Wat zou ik moeten oefenen?
Zelfs het niet-oefenen beoefen ik niet.

Wat zou ik moeten preken?
Zelfs het niet-preken predik ik niet.
Noch het niet-oefenen, noch het niet-doen.

Voor zover ik het niet ken
Sta ik blanco in het leven
Voor zover ik het niet ken
Is mij alles om het even

Dit is rust:

Zalig zijn de armen van geest, zij begeren niet wat zij niet kennen.

En dit is hartstocht:

Zalig zijn de armen van geest, zij kennen niet wat zij begeren.

Noch begeren zij te kennen wat zij begeren zonder kennen.
Onbestemd en onvervuld blijft in deze zin hun minne.
Dat is haar bestemming, haar vervulling en haar zin.

Uitleggen kan ik dit verder niet, en waarom ook.
Als je het ooit mag ondervinden, valt er niets meer te zeggen.
Tot die tijd mis je er niets aan.

Als kinderen

Zalig zonder rede

De armen van geest in Mattheüs 5:3 doen me altijd denken aan de kinderen in Mattheüs 18:1-4.

  1. Op dat moment kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden: Wie zal de grootste zijn in het Koninkrijk der hemelen?
  2. En Jezus riep een kind bij zich en zette dat in hun midden.
  3. En Hij zei: Wie niet wordt als een kind zal het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan.
  4. Maar wie zich zo klein maakt als dit kind zal de grootste zijn in het Koninkrijk der hemelen.

Deze passage heeft de mystieke katholieke dichter Angelus Silesius tot prachtige kwatrijnen geïnspireerd:

Mensch, wordt gij niet een kind
zoo kunt gij nimmer zijn
daar, waar Gods kind’ren zijn –
de poort is u te klein.

en

Wenscht gij Gods kind te zijn
en smeekt g’om kinderzin
dan was God u reeds voor
en gaf dien wensch u in.

(beide uit Angelus Silesius: de hemelse zwerver, ingeleid en vertaald door Hilbrandt Boschma, tweede druk, Kluwer, Deventer 1945)

en

De wijsheid toeft graag daar
waar zij haar kinderen vindt.
Waarom? Het antwoord luidt:
zij zelve is een kind.

(Uit Angelus Silesius, zwerver tussen hemel en aarde, een bloemlezing uit de Cherubinische Wandersmann, ingeleid en vertaald door Jacques Benoit, Kluwer, Deventer 1971)

Over de interpretatie van de frase ‘wie niet wordt als een kind’ in Mattheüs 5:3 is minstens zoveel geschreven als over de armen van geest.
Zelf wil ik er alleen dit over kwijt, dat er niet staat ‘wie geen kind is’ of ‘wie geen kind wordt’, maar ‘wie niet wordt als een kind’.
Kinderen weten nog niet; zij die als kinderen zijn geworden weten niet meer.

Hans op de lagere school

Kinderen zijn kinderen, volwassenen die als kind zijn geworden, zou je kinderlijk of kindgelijk kunnen noemen (maar niet kinderachtig of kinds).
Kinderen moeten nog verstandskiezen krijgen, die van kindgelijken zijn al weggerot.
Hun niet-weten is verworven, of liever verloren, want het is verlies van weten.
Het niet-weten van kinderen is aangeboren; het moet eerst nog weten worden eer het verloren kan gaan.*

Zalig zijn de armen van geest, want zij zijn als kinderen.

Of simpelweg

Zalig zijn de kinderen van geest.

Voor zover zaligheid berust op het onvermogen onderscheid te maken, hebben kinderen minder goede vooruitzichten dan kindgelijken.
Voor zover zaligheid berust op kleinheid hebben kinderen eveneens minder goede vooruitzichten dan kindgelijken, want kleine kinderen worden groot.

Kinderen willen volwassenen worden.
Volwassenen willen als kinderen worden.
En degenen die als kinderen zijn?

Zalig zijn de armen van geest, zij willen niets meer worden.

* ‘Gij moet nog kind worden en zonder schaamte. De trots der jeugd is nog in u, laat zijt gij jong geworden: wie echter tot kind worden wil, moet ook nog zijn jeugd te boven komen.’ (Friedrich Nietzsche in Aldus sprak Zarathoestra, Wereldbibliotheek 2007/1941, laatste pagina van deel 2)

Een hemelse ezelrijder

Waarvoor staat ‘geest’ in ‘de armen van geest’?
Geen idee.
We zouden het Jezus kunnen vragen als Hij terugkomt, áls Hij terugkomt, vraag niet wanneer, nadat Zijn identiteit onomstotelijk is vastgesteld, vraag niet hoe, maar dat kan nog wel even duren, aangezien de vele Jezussen die zich sinds de allereerste hebben aangediend zonder uitzondering te licht zijn bevonden of niet eens zijn gewogen, al dan niet terecht.

In plaats van Jezus zelf zouden we Zijn geschriften kunnen raadplegen, maar Hij heeft net als Gautama Boeddha zelf nooit iets geschreven, of het is nooit bekend geworden dat Hij van een van Zijn werken de schrijver is geweest, of het is slechts in beperkte kring bekend geweest en in vergetelheid geraakt, of toch in elk geval buiten mijn, toegegeven, zeer beperkte gezichtsveld gehouden of gebleven.

In plaats van de geschriften van Jezus zelf zouden we de geschriften kunnen raadplegen van mensen die óver Jezus geschreven hebben toen Hij nog leefde of kort daarna.
De eerder vermelde bergrede uit het Evangelie volgens Mattheüs bijvoorbeeld, al worden daarin de begrippen ‘arm’ en ‘geest’ en ‘arm van geest’ niet nader verklaard.
Of de veldrede uit het Evangelie naar Lucas; een variatie op de bergrede waarin het woord geest echter helemaal niet wordt gebruikt (En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zeide: Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods. Lukas 6:20).

Gewetensvraag: hoe nauwkeurig is de nieuwtestamentische overlevering, die waarschijnlijk pas decennia na het overlijden van Christus tot stand kwam?
Niemand die het weet, maar velen die het menen te weten.
Nog erger is de situatie in het boeddhisme, dat blind vaart op soetra’s en shastra’s die niet ‘slechts’ decennia, maar eeuwen tot millennia na de dood van de historische Boeddha op schrift zijn gesteld.

Zowel christenen als boeddhisten zijn dus helemaal aangewezen op vertellers, navertellers, geheugenkunstenaars, verdichters, dichters, vertalers, hertalers, apologeten, exegeten, interpreten, filosofen, filologen, pedagogen, theologen, theocraten, boeddhologen en boeddhocraten uit heden en verleden.
Mensen die ervoor geleerd hebben, dat is het probleem niet.

Mensen die, zo zijn wij nou eenmaal, iemand met de statuur van een hemelse ezelrijder maar wat graag voor hun karretje spannen.

Zalig zijn de armen van geest, zij spannen niemand voor hun karretje.

Niet omdat de armen van geest bovenmensen zijn of met bovenmenselijk inspanning hun menselijkheid onderdrukken, maar omdat zij geen karretje meer hebben, geen bestemming, en niets om te vervoeren.

Zalig zijn de armen van geest, zij hoeven nergens heen.

Middenspel

Scherp zonder snede

Misschien ben je al lezende ten prooi gevallen aan hevige twijfel.
Zijn die armen van geest soms zwak-, waan- of krankzinnig?
Hebben ze een cognitieve stoornis?
Lijden ze aan Alzheimer, Korsakov of een andere vorm van dementie?
Hebben ze ADD, ADHD, ASS of, God verhoede, HVD?
Ontbreekt het hun aan in- of uitlevingsvermogen, woorden of daden?
Is er iets, wat dan ook, mis met hun geest, ziel, psyche, bewustzijn, onderbewustzijn, brein?
Nee, nee, nee, nee, nee en nee.
Er is alleen iets veranderd in hun houding ten opzichte van hun geest.

Zalig zijn de armen van geest, zij laten zich niet langer leiden door hun geest.

Waardoor laten de armen van geest zich dan wel leiden?
Door het hart? Door de rede? Door het heden? Door de materie? Door de wet? Door de groep? Door de omgeving? Door het id? Door het ego? Door het superego? Door de sterren? Door de wetenschap? Door het geheel?
Of laten ze zich alleen nog leiden door de Geest, met een hoofdletter, door God de Vader, Allah, het Zelf, het Absolute, het Goede, het Ene, Atman, Brahman, Zeus, de Bron, Bewustzijn, Tao, Eros, het Leven, de Kosmos, het Al?
Vraag maar aan de arme van geest.
Vraag het, toe dan, hij bijt niet, buiten etenstijd.
En zie, hij haalt zijn schouders voor je op.
Hij haalt zijn schouders voor je op zolang je het zelf nog niet kan.

Zalig zijn de armen van geest, zij halen hun schouders voor ons op.

Zo geven zij toe dat ze het ook niet weten.
Zo geven zij aan dat het helemaal niet erg is om iets niet te weten.
Zo helpen zij ons om alles waar we niets vanaf weten in het midden te laten.

Zalig zijn de armen van geest, zij laten alles in het midden.

Met ‘het midden’ pleit ik niet voor of tegen een of andere Middenweg, gulden, christelijk, humanistisch, boeddhistisch, non-dualistisch, taoïstisch, moralistisch of anderszins.
Met ‘het midden’ pleit ik niet voor of tegen een of andere levenshouding zoals openheid, onbevangenheid, neutraliteit, onpartijdigheid, agnose, keuzeloos gewaarzijn, epoche, scepsis, ataraxie, niet-weten of niet-oordelen.
Met ‘het midden’ pleit ik niet voor of tegen een of andere gemoedstoestand zoals gelukzaligheid, onverstoorbaarheid, onbewogenheid, gelijkmoedigheid, gemoedsrust, aanvaarding, gelatenheid, lijdzaamheid, overgave, sereniteit en noem maar op.
Met ‘het midden’ pleit ik niet voor of tegen pleiten of niet-pleiten.

Spél is slechts het midden, het Grote Middenspel:

Het grote middenspel: een kleine oase in het hart van de hokjesgeest.

Zalig zijn de armen van geest, er is een oog in hun orkaan.

Groot Ongeloof

Een trap zonder treden

En zo mijmeren we op de plaats verder, van niemendal naar niemendal.
Onbegrensd is het koninkrijk der zwervelingen, en nergens is het niet.
Om terug te komen op de vraag die nog steeds open staat: wat is de geest die bij de armen van geest zozeer door armoede is getekend dat hen het koninkrijk der hemelen toekomt?
Sta mij toe een balletje op te gooien, niet te hoog, zonder boog, zodat je het des te eenvoudiger weg kunt slaan.
‘Geest’ is niet een of andere metafysische, kosmische, biologische, esoterische, theologische, spirituele, filosofische of psychologische entiteit, maar gewoon een ander woord voor je gedachten.

Zalig zijn de armen van geest, zij laten zich niet langer leiden door hun gedachten.

Wanneer laat iemand zich niet langer leiden door zijn gedachten, ook niet door de gedachte dat hij zich niet langer laat leiden door zijn gedachten?
Als hij het heilige geloof in zijn innerlijke stem is kwijtgeraakt – in het vertoog, in die onophoudelijke stroom van woorden, gelezen, gehoord, zelfbedacht, herinnerd gehallucineerd, gedroomd, inclusief deze.
Als hij zijn innerlijke stem niet meer als de zijne beschouwd en niet meer als de Zijne en niet meer als vertolker van de Waarheid of zelfs maar van de waarheid.
Als hij eindelijk kan lachen om zijn innerlijke stem, zijn innerlijke wijsheid, zijn innerlijke goeroe, zijn innerlijke ouwehoeroe, als om een jonge hond, een dronken lorre, een borrelende buik, een oude kont.

Zalig zijn de armen van geest, zij lachen om hun wijsdom.

Iemand die zich niet langer laat leiden door zijn gedachten, zelfs niet door deze, bejegent meningen, oordelen, onderscheidingen, overtuigingen, manifesten, pleidooien, ideeën en idealen ongeacht hun bron met Groot Ongeloof.
Deze ook.
Niet moedwillig, niet methodisch, niet met een bepaald doel voor ogen, niet met het oog op doelloosheid, maar blindelings, vanuit een onwankelbaar vertrouwen.

Zalig zijn de armen van geest, zij vertrouwen op hun wantrouwen.

Groot Ongeloof betekent natuurlijk niet dat je niet in God gelooft, het betekent niet dat je niet in de Boeddha gelooft, het betekent niet dat je in atheïsme gelooft, in agnosticisme, anatman, nihilisme, sunyata, scepticisme, defaitisme, fatalisme.
Het betekent niet dat je in Groot Ongeloof gelooft.
Groot Ongeloof betekent alleen maar dat je niet meer in je gedachten gelooft.
Ook niet in deze.

Zalig zijn de armen van geest, zij zijn voorbij geloof en ongeloof.

Yabba Dabba Doo

Zalig zonder bede

De uitdrukking ‘de armen van geest’, is afkomstig uit de Statenbijbel.
In de Nieuwe Bijbelvertaling heet het

Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Wie arm van geest is ontkomt er niet aan naar de maat van zijn armoede van geest nederig van hart te zijn, want hij is zich voortdurend bewust van zijn geestelijke armoede, zijn peilloze onbegrip, zijn ontoereikendheid, zijn kleinheid, waarin hij zich verheugt.
Ook ontkomt de arme van geest er niet aan naar de maat van zijn armoede van geest zachtmoedig (zaligspreking 3), barmhartig (5), rein van hart (6), vreedzaam (7) en gerechtig (4,8) te zijn.
Niet als verdienste, maar per ongeluk, als bijverschijnsel van zijn armoede van geest, die zich na het overschrijden van een kritieke maar onbepaalde grens door geen enkele geestelijke of morele praktijk, door geen enkele studie, meditatie of onthouding meer laat lenigen.

Zalig zijn de armen van geest, zij zijn reddeloos verloren.

Wie nederig van hart is, hoeft omgekeerd niet arm van geest of reddeloos verloren te zijn, al zou dat zijn nederigheid allicht ten goede komen.
En wie gelooft dat hij de wijsheid in pacht heeft, kan alleen maar hoog van hart zijn, en alléén, verontwaardigd, onbarmhartig, onbuigzaam, hardvochtig en oorlogszuchtig naar de maat van zijn gelijk – maar weet of waant zich des te rijker van geest.

Zalig zijn de rijken van geest, hunner is het koninkrijk der dromen.

Was ik een evangelist geweest dan had ik dit statige vers graag voor mijn rekening genomen, en alle andere, en al mijn meanderen op de koop toe.
Dan had ik zelf de wijsheid in pacht gehad, daarboven op de hoogste troon in het koninkrijk mijner dromen, stel je voor.
Maar een avangelist* belijdt slechts de stilte, met of zonder woorden, recht zo die gaat.
Een innerlijke stilte, die zich door geen enkele gedachte of Gedachte van geen enkele geest of Geest meer laat overschreeuwen.

Zalig zijn de armen van geest, zij belijden slechts de stilte.

Yabba Dabba Doo!

O, pardon.

yabba dabba doo

 

* avangelist (a-, niet + angelist, boodschapper): boodschapper zonder boodschap

De stille stem

Zalig zonder rede

Wat voor boeddha is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle dharma’s voor zichzelf laat spreken.

Wat voor priester is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle goden voor zichzelf laat spreken.

Wat voor mysticus is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle ervaringen voor zichzelf laat spreken.

Wat voor meester is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle leerlingen voor zichzelf laat spreken.

Wat voor leerling is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle meesters voor zichzelf laat spreken.

Wat voor minnaar is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle geliefden voor zichzelf laat spreken.

Wat voor moralist is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle harten voor zichzelf laat spreken.

Wat voor politicus is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle partijen voor zichzelf laat spreken.

Wat voor staatshoofd is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle mensen voor zichzelf laat spreken.

Wat voor metafysicus is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle dingen voor zichzelf laat spreken.

Wat voor filosoof is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle wijzen voor zichzelf laat spreken.

Wat voor denker is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle gedachten voor zichzelf laat spreken.

Wat voor psycholoog is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle zielen voor zichzelf laat spreken.

Wat voor wetenschapper is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle feiten voor zichzelf laat spreken.

Wat voor schrijver is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle gebeurtenissen voor zichzelf laat spreken.

Wat voor spreker is de arme van geest?
Een nietszeggende, die alle woorden voor zichzelf laat zwijgen.

De lege moraal

Zalig zonder zeden

Zachtmoedigheid, barmhartigheid, reinheid van hart, vreedzaamheid en gerechtigheid zijn voor mij geen deugden, waarden of idealen, zoals in het christendom, het boeddhisme, het jodendom, de islam, het humanisme en het socialisme; maar symptomen, complicaties, ziektewinst, bijvangst van een radicaal niet weten.

Juist waar het fundament onder het denken volledig is weggeslagen, ontstaat een handelswijze die wel wat weg heeft van de moraal die de mensheid zichzelf al sinds mensenheugenis probeert op te leggen.
Zonder forceren, zonder geloften, zonder geboden, zonder stenen tafelen, zonder inquisitie.
Voorbij goed en kwaad, voorbij juist en onjuist, voorbij heilig en zondig, voorbij recht en plicht, voorbij rechtzinnig en vrijzinnig, voorbij beloning en straf, voorbij hemel en hel.

Deze moraal is niet in regels te vangen, want regels behoren nog tot het domein van het weten, de wetten, het streven, het streben, het hebben en het heersen.
De moraal van niet-weten is een moraal zonder mores.
Een lege moraal, zo leeg als de lege leer, maar toch – een moraal.
Of zeg maar gerust dé lege moraal, want waarin zou de ene lege moraal moeten verschillen van de andere?

De arme van geest is naar de maat van zijn geestelijke armoede wellicht overwegend maar beslist niet principieel zachtmoedig, barmhartig, rein van hart, vreedzaam en gerechtig.
Zijn ethiek is aldoor emergent* en blijft hem aldoor onbekend.
Zij is niet de zijne en gaat buiten hem om, net als hijzelf, net als het leven dat hij leeft terwijl het hem leeft.
Hij heeft er geen omkijken naar, en als hij toch eens omkijkt, ziet hij – niets.

De moraal van de arme van geest is niet verankerd in zijn wijsheid, die hij niet heeft, niet in zijn god, die hij niet kent, niet in zijn leegte, die (hij) niet is.
Vandaar dat de arme van geest niemand tot voorbeeld kan zijn – wat mensen er niet van weerhoudt het toch te proberen.
Vandaar dat de arme van geest nergens op aangesproken kan worden – wat mensen er niet van weerhoudt het toch te proberen.
Vandaar dat de arme van geest zichzelf nergens op aan kan spreken – wat hem er niet van weerhoudt het toch te proberen.

Dus pas maar op, beste mensen.
Met die armen van geest weet je het maar nooit.

* Emergentie (‘plotseling opduiken’), lijkt in de wetenschappelijke verklaringspraktijk een eufemisme voor niet-weten, een mom voor het echec van het reductionisme.
Zo wordt bewustzijn door systeemtheoretici ‘verklaard’ als een emergente eigenschap van complexe interacties tussen zenuwcellen, leven als een emergente eigenschap van complexe interacties tussen organische moleculen, zwaartekracht als een emergente eigenschap van informatieverschillen tussen massa’s.

De vloeibaarheid van water heet emergent omdat deze eigenschap niet te voorspellen is uit de eigenschappen van de individuele watermoleculen, lees ik in de Wikipedia.
Als dat waar is, betekent emergent (althans op die plek) inderdaad niet meer dan onvoorzien en onherleidbaar.
Maar dan is zowat het hele leven emergent, inclusief deze dwaaltekst.
Of had je hem soms aan zien komen?

Mijn ethiek emergent noemen, verklaart in elk geval niets.
Ik druk er alleen maar mijn verbazing mee uit dat een mens zonder fundament niet noodzakelijk in barbarij vervalt.
Net zo min als een mens mét een fundament – christelijk, islamitisch, hindoeïstisch, boeddhistisch, communistisch, kapitalistisch, democratisch, racistisch, fascistisch en noem maar op – noodzakelijk beschaafd is.
Behalve in zijn eigen ogen.

Lees ook: Bodhisattvageloften voor iedereen en niemand, Voorbij goed en kwaad.

Belijdenis van een onnozelaar

Duet voor een en allen

Een: Zalig zijn de armen van geest

Allen: Zalig zijn de armen van geest

Zij weten van hemel noch aarde

Zalig zijn de armen van geest

Zij weten van zachtmoedigheid noch hardvochtigheid

Zalig zijn de armen van geest

Zij weten van barmhartigheid noch onbarmhartigheid

Zalig zijn de armen van geest

Zij weten van reinheid noch onreinheid

Zalig zijn de armen van geest

Zij weten van vreedzaamheid noch oorlogszucht

Zalig zijn de armen van geest

Zij weten van gerechtigheid noch ongerechtigheid

Zalig zijn de armen van geest

Zij weten van onderscheid noch eenheid

Zalig zijn de armen van geest

Zij weten van gehechtheid noch onthechting

Zalig zijn de armen van geest

Zij weten van oordelen noch niet-oordelen

Zalig zijn de armen van geest

Zij weten van zaligheid noch onzaligheid

Zalig zijn de armen van geest

Zij weten van rijkdom noch armoe

Zalig zijn de armen van geest

Zalig zijn de armen van geest, want zij weten niet beter

Zalig zijn de armen van geest

Zalig zijn de armen van geest als de mensen hen smaden en vervolgen en negeren en liegende alle kwaad tegen hen spreken omdat ze niet beter weten

Zalig zijn de armen van geest

Zalig zijn de mensen die de armen van geest smaden en vervolgen en negeren en liegende alle kwaad tegen hen spreken omdat ze niet beter weten, want zij weten niet beter

Zalig zijn de armen van geest

Het duet of wisselgebed hierboven is geïnspireerd op de zaligsprekingen volgens Mattheüs, hoofdstuk 5, vers 3-11 uit de inleiding van deze pagina.

Geen Perzen en geen Meden

Zalig zijn alle mensen

Zalig zijn de zachtmoedigen, zij maken zich nergens hard voor.

Zalig zijn de overwonnenen, zij hebben niets te verdedigen.

Zalig zijn de rechtelozen, zij hebben niets te claimen.

Zalig zijn de machtelozen, zij doen geen ellebogenwerk.

Zalig zijn de vreedzamen, zij vechten niet voor vrede.

Zalig zijn de nederigen, zij kunnen niet dieper vallen.

Zalig zijn de christenen, zij hebben hun eigen kruis.

Zalig zijn de boeddhisten, zij hebben genoeg aan een vlot.

Zalig zijn de schipbreukelingen, zij hebben genoeg wrakhout.

Zalig zijn de drenkelingen, zij hebben genoeg water.

Zalig zijn de doden, hun laat alles koud.

Zalig zijn de stervenden, zij hebben niets te verliezen.

Zalig zijn de pasgeborenen, zij weten van toeten noch blazen.

Zalig zijn de naaktlopers, zij hebben niets om het lijf.

Zalig zijn de zwervers, zij varen zonder bede.

Zalig zijn de vrijzinnigen, zij bidden zonder richting.

Zalig zijn de doellozen, zij hoeven nergens heen.

Zalig zijn de twijfelaars, zij hebben niets te bewijzen.

Zalig zijn de narren, zij lachen om het rijk.

Zalig zijn de armen, zij lopen op eigen benen.

Zalig zijn de dwazen, zij wijzen niet de weg.

Zalig zijn de slapelozen, zij hebben geen nachtmerries.

Zalig zijn de dromers, zij slapen overal doorheen.

Zalig zijn de blinden, zij zien het verschil niet.

Zalig zijn de doven, zij verstaan geen woord.

Zalig zijn de analfabeten, zij kunnen dit niet lezen.

Zalig is mijn heden

zonder zaligheden

Zalig is mijn heden!
Zalig zonder Eden!

Zalig is mijn heden!
Zalig zonder zeden!

Zalig is mijn heden!
Zalig zonder beden!

Zalig is mijn heden!
Zalig zonder reden!

Zalig is mijn heden!
Zalig zonder heden!

Zalig is mijn heden!
Zonder zaligheden!